1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 oktober 2025
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 januari 2026 om 9.30 uur. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
“De rechter stelt vast dat [gedaagde in conventie] niet is verschenen. De rechter deelt mee dat gisteren een e-mail van mr. A.F.J. Huigens is ontvangen, waarin deze zich stelt voor [gedaagde in conventie] en waarin om uitstel van de mondelinge behandeling wordt verzocht. Op die mail is gistermiddag door de rechtbank geantwoord dat de zitting doorgaat. De rechter houdt de inhoud van die brief van de rechtbank samengevat voor, namelijk dat de advocaat van [gedaagde in conventie] , [voormalig betrokkene] , zich op 19 juni 2025 tegen de rol van 30 juli 2025 heeft onttrokken, dat de conclusie van antwoord in reconventie met de eisvermeerdering daarna is genomen en volgens mr. Schimmel-Blom in overleg met [voormalig betrokkene] naar [gedaagde in conventie] in persoon is toegestuurd, dat de rolrechter aan [voormalig betrokkene] heeft laten weten dat een mondelinge behandeling zal worden bepaald en dat [gedaagde in conventie] voordien een andere advocaat kan stellen, onder de verwachting dat [voormalig betrokkene] dat aan [gedaagde in conventie] zou doorgeven, dat [gedaagde in conventie] in verband met het plannen van de mondelinge behandeling op 8 september 2025 de rechtbank heeft gemaild en daarbij zijn verhinderdata heeft opgegeven en dat hij daarbij heeft gemeld dat hij bezig is een andere advocaat te vinden. De rechter houdt voor dat [gedaagde in conventie] de gelegenheid heeft gehad een nieuwe advocaat te zoeken, maar dat die zich toen niet heeft gesteld. Duidelijk was dat [gedaagde in conventie] ervan op de hoogte was dat hij een andere advocaat moest vinden, want hij had de rechtbank gemaild dat hij een nieuwe advocaat zocht, en de akte vermeerdering eis is ook aan [gedaagde in conventie] in persoon gestuurd. Daarom is gisteren besloten de zitting door te laten gaan. Dat is per e-mail aan de advocaat van [gedaagde in conventie] meegedeeld. De rechter constateert dat [gedaagde in conventie] en zijn advocaat er kennelijk voor hebben gekozen niet naar de mondelinge behandeling te komen. De zitting gaat gewoon door. Op de akte vermeerdering eis is niet gereageerd.”
- Een e-mail van mr. Huigens van 23 januari 2026 om 10.19 uur, toen de mondelinge behandeling reeds was afgelopen, waarin hij het volgende heeft laten weten:
“Onder reserve van alle rechten merk ik op dat uit de stukken voorshands valt op te maken:
- dat de grondslag van de vordering (facturen) is betwist, waarna herstelwerkzaamheden zouden zijn verricht. Voor de stelling dat dit herstel gebrekkig was is bewijs aangeboden.;
- dat is betwist dat opmerkingen in een whatsapp bericht zouden hebben kunnen leiden tot een boetebeding, waardoor deze zaak voor de rechtbank in plaats van de kantonrechter werd gebracht.
Een en ander leidde ertoe dat bij voortprocederen cliënt zich in zijn verdediging geschaad acht. En ertoe zal leiden dat partijen in hoger beroep verder zullen moeten procederen.
Ik zie verdere rolberichten wel tegemoet. (…)”