Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie met producties 5 tot en met 8;
- de conclusie van dupliek in reconventie.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
werk” in de zin van de Auteurswet zijn aan te merken. Volgens vaste jurisprudentie is vereist dat een werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt, om te kunnen worden beschouwd als een werk van letterkunde, wetenschap of kunst als bedoeld in artikel 1 en Pro artikel 10 van Pro de Auteurswet (hierna: Aw.) Dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, houdt in dat de vorm niet ontleend mag zijn aan die van een ander werk. Dat het werk het persoonlijk stempel van de maker moet dragen betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en dat het werk aldus een voortbrengsel is van de menselijke geest. Niet het technische kunnen van de fotograaf is beslissend maar de creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek uit. Een foto kan het eigen persoonlijk karakter ontlenen aan onder meer de keuzes met betrekking tot het te fotograferen object, de keuze van de toegepaste technieken, de belichting daaronder begrepen en de wijze waarop die technieken worden toegepast (arrest van de HR van 30 mei 2008 ECLI:NL:PHR:2008:BC2153 en het vonnis van 19 september 2012 van de rechtbank Breda ECLI:NL:RBBRE:2012:BX7928).