ECLI:NL:RBGEL:2026:1861

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
05/177092-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 57 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie en werkstraf voor beroving en wederrechtelijke vrijheidsberoving met geweld

De rechtbank Gelderland heeft verdachte, geboren in 2007, veroordeeld voor beroving en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een slachtoffer in maart 2025. Het slachtoffer werd onder valse voorwendselen naar een afgelegen locatie gelokt, bedreigd met wapens, vastgebonden en opgesloten in een woning. Verdachte was een van de uitvoerders die het slachtoffer dwong tot het afgeven van telefoon, bankpas en inlogcodes, waarna in totaal €30.000 werd gepind.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen, proces-verbalen en de bekentenis van verdachte. Verdachte speelde een actieve rol, waaronder het richten van een pistool op het slachtoffer en het helpen bij het vastbinden. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de traumatische impact op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd en blanco strafblad.

De straf bestaat uit 365 dagen jeugddetentie waarvan 348 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals medewerking aan reclasseringstoezicht en behandeling. Daarnaast is een werkstraf van 200 uur opgelegd, met een vervangende jeugddetentie van 100 dagen bij niet-naleving. De rechtbank benadrukte het belang van begeleiding en behandeling om recidive te voorkomen en wees op de pedagogische doelstelling van het jeugdstrafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 365 dagen jeugddetentie waarvan 348 dagen voorwaardelijk en 200 uur werkstraf voor beroving en wederrechtelijke vrijheidsberoving met geweld.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.177092-25
Datum uitspraak : 17 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsvrouw: mr. P.P.E. Buchele, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzittingen achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk, althans in Nederland, op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen (van in totaal € 30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of
- (meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat de voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet – voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen – te verhogen);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk, althans in Nederland, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedragen (van in totaal €30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of
- (meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet - voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen - te verhogen);
2
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of
- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of
- (meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of
- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of
- die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of
- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon af te geven en/of
- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of
- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten, althans, die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden, althans een dreigende sfeer te creëren en/of (voortdurend) in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven, waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de (afgelegen) locatie (te Hemmen) en/of het voertuig en/of de woning te verlaten.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen feit 1 primair en 2:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 41-48, en het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer] , p. 64-69;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 72, het proces-verbaal van bevindingen, p. 74, het proces-verbaal van bevindingen, p. 75 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 76-78;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 januari 2026.
Op grond van de genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1
hij in
of omstreeksde periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en
/ofDodewaard en
/ofHerveld en
/ofRandwijk
en Ochten,
althans in Nederland,op de openbare weg, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, een of meerderegeldbedragen (van in totaal € 30.037,46),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en
/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder
zijn/hun bereik heeft
/hebbengebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en
/ofbankgegevens op naam van [slachtoffer] ,
in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren,welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en
/ofgemakkelijk te maken,
en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en
/ofaf te spreken en
/ofdie [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en
/of- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en
/of- (meerde
remalen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en
/of- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en
/of optegen de rug,
althans het lichaamvan die [slachtoffer] te drukken en
/of- die [slachtoffer] op de achterbank van
en/of inde auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en
/of- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en
/ofzijn telefoon en
/ofde toegangscode van de bank-app af te geven en
/of- het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat de voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en
/of- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en
/ofte blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en
/of- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en
/ofdaar (tegen zijn wil) vast te houden en
/ofop te sluiten (teneinde zijn banklimiet – voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen – te verhogen);
2
hij in
of omstreeksde periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en
/ofDodewaard,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft
/hebbenberoofd en
/ofberoofd gehouden, door
- met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en
/ofaf te spreken en
/ofdie [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en
/of- die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en
/of- (meerde
remalen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en
/of- een of meerdere (vuur)wapen(s) tegen/naar het hoofd en
/of optegen de rug,
althans het lichaamvan die [slachtoffer] te drukken en
/of- die [slachtoffer] op de achterbank van
en/of inde auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en
/of- die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en
/ofzijn telefoon af te geven en
/of- die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en
/ofte blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en
/of- die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en
/ofdaar (tegen zijn wil) vast te houden en
/ofop te sluiten,
althans, die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden, althans een dreigende sfeer te creëren en/of (voortdurend) in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven, waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de (afgelegen) locatie (te Hemmen) en
/ofhet voertuig en
/ofde woning te verlaten.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel en het feit wordt gepleegd op de openbare weg,
feit 2:
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 365 dagen waarvan 348 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel dienen de door de jeugdreclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, te weten het meewerken aan reclasseringstoezicht en het meewerken aan diagnostiek en/of behandeling van Kairos of soortgelijke instelling. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen jeugddetentie.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om een jeugddetentie op te leggen die gelijk is aan het voorarrest, alsmede een werkstraf. Ten aanzien van het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden, in de vorm van een jeugddetentie of een werkstraf, heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht om in dit vonnis een overweging op te nemen dat een veroordeling niet in de weg hoeft te staan aan het verkrijgen van een VOG.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
Verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft zich op 14 en 15 maart 2025 samen met medeverdachten (hierna: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) schuldig gemaakt aan diefstal met en onder bedreiging van geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer). Het slachtoffer is door [medeverdachte 1] onder de naam ‘ [naam] ’ via Snapchat benaderd. Hij heeft een vertrouwensband met hem opgebouwd, waarbij het slachtoffer ook persoonlijke informatie heeft gedeeld, zoals de hoogte van zijn banksaldo en informatie over het feit dat hij autisme heeft. Nadat er veelvuldig contact is geweest heeft [medeverdachte 1] het slachtoffer onder valse voorwendselen - in het kader van een date - naar de kasteeltuin in Hemmen gelokt. Daar is het slachtoffer opgewacht. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] droegen bivakmutsen, donkere kleding en handschoenen. Onder bedreiging van wapens, waaronder een pistool en een boksbeugel, is het slachtoffer vervolgens vastgepakt en meegenomen naar zijn eigen auto. Hij is gedwongen om achterin plaats te nemen, tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] in, en om zijn autosleutels af te geven. Daarna zijn zij met zijn vieren gaan rijden. Onderweg is het slachtoffer gedwongen om zijn telefoon en bankpas af te geven. Daarbij is een pistool op hem gericht. Ook is hij gedwongen om via face ID zijn telefoon te ontgrendelen en de inlogcode van zijn bank-app af te geven. Omdat er een betaallimiet was ingesteld en de ophoging daarvan pas de volgende ochtend aangepast zou zijn, is vervolgens besloten om het slachtoffer een nacht op te sluiten in de woning van [medeverdachte 1] . Voordat men naar deze woning reed, is er door [medeverdachte 2] met de bankpas van het slachtoffer getankt en € 5.000 gepind. Het slachtoffer heeft tie-wraps om zijn polsen gekregen en is geblinddoekt. In de woning van [medeverdachte 1] is het slachtoffer in de bijkeuken opgesloten. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn de volgende ochtend op verschillende plekken nog eens in totaal € 25.000 gaan pinnen. Een deel van dit geld is met de bankpas van het slachtoffer gepind, een ander deel is met de bankpas van [medeverdachte 1] gepind, nadat het geld eerst was overgemaakt van de rekening van het slachtoffer naar de rekening van [medeverdachte 1] . Daarna, aan het eind van de ochtend, is het slachtoffer met een nekkraag over zijn ogen in zijn eigen auto door [medeverdachte 2] ergens op de dijk achtergelaten.
De rechtbank beschouwt [verdachte] als een van de uitvoerders. Hij is door [medeverdachte 2] gevraagd voor een ‘klus’, waarbij hij een scooter moest besturen om langs pinautomaten te rijden. [verdachte] had kennelijk geen enkele moeite om hieraan mee te doen en is daar, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, ‘blindelings in meegegaan.’ Nadat hij op 14 maart 2025 door [medeverdachte 2] was opgehaald en zij op een parkeerplaats in de buurt van de kasteeltuin in Hemmen aankwamen, bleek dat het om meer ging dan alleen met een scooter rondrijden en kreeg hij een aanzienlijk zwaardere rol toebedeeld. Ook toen heeft [verdachte] geen enkel moment getwijfeld en is hij daar zonder enige aarzeling in meegegaan. [verdachte] had uiteindelijk een actieve rol in de diefstal en vrijheidsberoving van het slachtoffer. Hij richtte een pistool op het slachtoffer, hij probeerde tijdens de autorit met codes in de bank-app van het slachtoffer te komen en de limiet te verhogen en deed samen met [medeverdachte 2] tie-wraps om bij het slachtoffer. Nadat het slachtoffer in de woning was opgesloten ging [verdachte] naar huis en was hij dus uit de situatie. Toch ging hij een dag later weer terug naar de woning van [medeverdachte 1] en pinde hij met hem op verschillende plekken grote sommen geld. Bij de verdeling van het geld kreeg [verdachte] € 5.000 van [medeverdachte 1] .
Wat [verdachte] in positieve zin onderscheidt van de twee medeverdachten is dat hij pas op een later moment bij het plan betrokken raakte en geen aandeel had in het uitkiezen en benaderen van een kwetsbaar slachtoffer.
[verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Delicten als de onderhavige veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot een toename van gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Zij zijn bovendien voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Hoewel het slachtoffer in deze zaak direct na de gebeurtenissen heel helder een uitgebreide en gedetailleerde verklaring heeft kunnen afleggen zijn de mentale gevolgen voor hem uiteindelijk erg groot (geweest). Blijkens de toelichting op de schadevergoedingsvordering en het ter terechtzitting op indringende wijze uitgeoefende spreekrecht ondervindt het slachtoffer nog dagelijks de gevolgen van de gebeurtenissen. Vanaf het moment dat hij op 15 maart 2025 werd vrijgelaten is het steeds slechter met hem gegaan. Hij is in behandeling bij een psycholoog en is bij de bedrijfsarts en huisarts terechtgekomen. Hij heeft de diagnose PTSS gekregen in combinatie met een depressieve stoornis. In de periode daarna werd hij steeds depressiever, kreeg hij lichamelijke klachten en had hij veel slapeloze nachten en veel last van stress. Op dit moment is hij volledig arbeidsongeschikt en heeft hij geen zin meer in het leven.
De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 18 december 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
De rechtbank heeft verder gelet op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 21 januari 2026. Daaruit blijkt dat als de grootste risicofactoren worden gezien de beperkte weerbaarheid en denkfouten van verdachte in combinatie met antisociale contacten. Bij alle andere gebieden overheersen de beschermende factoren. Verdachte heeft onvoldoende weerstand kunnen bieden ondanks dat hij meerdere momenten heeft gehad om andere keuzes te maken ten tijde van het delict. De Raad acht het van belang dat verdachte weerbaarder gaat worden, zodat hij de goede keuzes kan blijven maken. Er zijn ook vragen over de cognitieve vermogens van verdachte en wat maakt dat hij dit soort dingen doet. Verdachte had een legio aan momenten om eruit te stappen, maar heeft hier niet voor gekozen. De Raad vindt het belangrijk dat er diagnostiek gaat plaatsvinden om meer zicht te krijgen op het functioneren van verdachte om de kans op recidive op de langere termijn te verkleinen. De Raad adviseert de rechtbank om verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen in de vorm van een werkstraf, alsmede een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest.
Ook heeft de rechtbank gelet op het advies van de jeugdreclassering van 13 januari 2026. De reclassering schat de kans op herhaling in als laag. Gelet op de ernst van het strafbaar feit is het belangrijk dat er door forensische specialisten zoals Kairos nader wordt gekeken naar eventuele achterliggende problematiek om recidive ook op de langere termijn te kunnen voorkomen. Verdachte heeft laten zien dat hij kan profiteren van de begeleiding door de jeugdreclassering en dat dit een positief effect heeft op zijn gedrag. Verdachte heeft een periode in voorlopige hechtenis gezeten en dat heeft veel indruk op hem gemaakt. Opnieuw de justitiële inrichting in moeten zou de positief ingeslagen weg verstoren en dit acht de jeugdreclassering niet in het belang van verdachte. Van belang is dat de jeugdreclassering verdachte na een eventuele veroordeling kan blijven begeleiden en ondersteunend en sturend is, zodat hij goede keuzes blijft maken ten aanzien van vrije tijd, dagbesteding, vriendenkring en drugsgebruik. Verdachte wil het graag goed doen voor anderen met het gevaar dat hij op zijn tenen loopt en voorbij gaat aan wat goed is voor hemzelf. Het risico hierbij is dat hij dingen zelf wil oplossen, niet bespreekbaar maakt en geen hulp en ondersteuning vraagt aan anderen. Hij kan hierbij denkfouten maken van waaruit hij verkeerde keuzes maakt die dan niet tijdig bijgestuurd kunnen worden. De jeugdreclassering wil ook hier (toe)zicht op houden. Voorts is het van belang dat de jeugdreclassering toezicht houdt op het nakomen van afspraken met Kairos. Om verdachte te motiveren niet weer in de fout te gaan en mede gelet op de ernst van het feit, geeft de jeugdreclassering de rechtbank in overweging om als voorwaardelijk strafdeel jeugddetentie op te leggen gekoppeld aan een proeftijd van twee jaren. Daarnaast adviseert de jeugdreclassering om verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen als vergelding voor zijn aandeel in het delict, onder de algemene voorwaarde dat verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- zijn medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
en onder de bijzondere voorwaarde(n) dat verdachte:
- meewerkt aan diagnostiek en/of behandeling van Kairos of soortgelijke instelling, zolang
de jeugdreclassering dit nodig acht.
Ter terechtzitting van 27 januari 2026 heeft de Raad zich aangesloten bij het advies van de jeugdreclassering.
Oplegging van straf
De rechtbank stelt voorop dat bij het jeugdstrafrecht andere, lagere, uitgangspunten voor de straftoemeting gelden. Het accent ligt niet zozeer op vergelding, maar vooral op de pedagogische component van het bijsturen van het gedrag van de verdachte en het beperken van de kans op herhaling. Er wordt bij het bepalen van welke straf passend is, veel belang gehecht aan wat de straf betekent voor de persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige en dus veel meer dan bij volwassenen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het jeugdstrafrecht is bij uitstek maatwerk, afhankelijk van de individuele situatie van de verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
In deze zaak gaat het om zeer ernstige strafbare feiten, waarin verdachte een aanzienlijke rol heeft gespeeld. De rechtbank houdt echter ook rekening met de jonge leeftijd van verdachte en het feit dat hij een blanco strafblad heeft. Verdachte heeft zeventien dagen vastgezeten en dat heeft veel indruk op hem gemaakt. Sinds zijn schorsing op 4 juli 2025 heeft hij zich gehouden aan de schorsingsvoorwaarden en heeft hij zich opengesteld voor begeleiding en toezicht van de jeugdreclassering. Verder is gebleken dat verdachte zich op alle domeinen over het algemeen goed ontwikkelt. Ter terechtzitting hebben zijn ouders zich achter de conclusies en adviezen van de Raad en de jeugdreclassering geschaard. Verdachte heeft op de zitting openheid van zaken gegeven en aangegeven dat hij alle hulp wil aanvaarden en overal aan wil meewerken. Hij heeft tegenover het slachtoffer oprechte spijt betuigd. Ook heeft hij met het slachtoffer een vaststellingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan hij één derde deel van de door het slachtoffer geleden schade heeft betaald. Ten slotte heeft het slachtoffer ter terechtzitting aangegeven dat verdachte een tweede kans verdient en wat hem betreft niet meer terug hoeft naar de gevangenis.
Alles in aanmerking nemend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 365 dagen waarvan 348 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel worden de door de jeugdreclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken én te bewerkstelligen dat het toezicht wordt voortgezet en dat verdachte wordt behandeld om zo de kans op recidive terug te dringen. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf in de vorm van een maximale werkstraf voor de duur van 200 uren opleggen. Als verdachte deze werkstraf niet of niet naar behoren verricht, staan daar 100 dagen jeugddetentie tegenover.
Nu de rechtbank beslist dat verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
De raadsvrouw heeft verzocht om in dit vonnis een overweging op te nemen dat deze veroordeling niet in de weg hoeft te staan aan het verkrijgen van een VOG. De rechtbank stelt voorop dat de beslissing over het verkrijgen van een VOG niet bij de rechtbank ligt, maar bij Justis. Het verstrekken of weigeren van een VOG hangt af van verschillende omstandigheden, waaronder de functie die verdachte in de toekomst zou willen bekleden. Het is daarom niet aan de strafrechter om zich in deze procedure te mengen. Als de VOG-procedure voor verdachte in de toekomst aan de orde is, is het aan Justis om rekening te houden met de leeftijd van verdachte en met de aard en de ernst van de feiten en de overwegingen van de rechtbank daaromtrent in dit vonnis, zoals die ook tot uitdrukking komen in de strafmaat.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 57, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
jeugddetentievoor de duur van
driehonderdvijfenzestig (365) dagen;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt als bijzondere voorwaarde:
- verdachte werkt mee aan diagnostiek en behandeling van Kairos of soortgelijke
instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
 stelt als overige voorwaarden dat:
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
 geeft opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
 veroordeelt verdachte tot een
taakstraf, te weten een
werkstraf van tweehonderd (200) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van honderd (100) dagen;
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Gerritsen (voorzitter, tevens kinderrechter),
mr. L.C.P. Goossens en mr. L.M. Vogel, kinderrechters, in tegenwoordigheid van
mr. M. van Gameren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.
Mr. Gerritsen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, Onderzoeksnaam en -nummer TALA – ON4R025031, proces-verbaalnummer 20250616.1119, gesloten op 18 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.