ECLI:NL:RBGEL:2026:1864

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
C/05/459937 / FZ RK 25-2988
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:4 WvggzArt. 7:6 WvggzArt. 10:12 WvggzAlgemene Termijnenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen onrechtmatige crisismaatregel met verlengde geldigheidsduur

De burgemeester van de gemeente Doetinchem legde op 19 november 2025 een crisismaatregel op met een geldigheidsduur van vijf dagen, terwijl de wet een maximale duur van drie dagen voorschrijft. De officier van justitie vroeg vervolgens om voortzetting van de maatregel, welke door de rechtbank werd toegewezen tot 15 december 2025.

Verzoeker stelde dat de crisismaatregel onrechtmatig was vanwege de overschrijding van de maximale duur en vorderde vernietiging van de maatregel en een schadevergoeding. Verweerder voerde aan dat de geldigheidsduur door toepassing van de Algemene Termijnenwet correct was verlengd.

De rechtbank oordeelde dat de burgemeester de maatregel niet met een geldigheidsduur van vijf dagen had mogen opleggen, maar dat de verlenging op grond van artikel 7:4 Wvggz Pro tot de eerstvolgende werkdag wel juist was. Het beroep werd daarom gegrond verklaard.

Ten aanzien van de schadevergoeding stelde de rechtbank vast dat er geen sprake was van nadeel, omdat de voortzetting van de maatregel tijdig en rechtsgeldig was gemotiveerd en toegewezen. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.

De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 13 februari 2026. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt gegrond verklaard, maar het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/459937 / FZ RK 25-2988
Datum uitspraak: 13 februari 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een beroep tegen een crisismaatregel op grond van artikel 7:6 Wvggz Pro en schadevergoeding op grond van artikel 10:12 Wvggz Pro
op het ingediende verzoekschrift van:
[naam verzoeker],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen verzoeker,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. S.A.H. Kool uit Doetinchem,
tegen
(de burgemeester van) de gemeente Doetinchem,
gevestigd te Doetinchem ,
hierna te noemen: verweerder.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het beroep- en verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 november 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 28 januari 2026;
- de reactie op het verweerschrift, ontvangen op 2 februari 2026;
- de reactie van verweerder, ontvangen op 6 februari 2026.
1.2.
Partijen zijn akkoord met schriftelijke afdoening. Er heeft geen zitting plaatsgevonden.

2.Feiten

2.1.
De burgemeester van de gemeente Doetinchem heeft op grond van artikel 7:1
eerste lid Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna Wvggz) ten aanzien van
verzoeker een crisismaatregel genomen op 19 november 2025 om 18:33 uur met een
geldigheidsduur tot en met 24 november 2025 om 18:33 uur.
2.2.
De officier van justitie heeft op 20 november 2025 een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel bij de rechtbank ingediend. Dit verzoek is op 24 november 2025 toegewezen. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel gold tot en met 15 december 2025, voor de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;;
- opnemen in een accommodatie.

3.Verzoek en verweer

3.1.
Verzoeker stelt beroep in tegen de crisismaatregel en verzoekt de rechtbank de
beslissing crisismaatregel te vernietigen en een schadevergoeding naar billijkheid toe te
kennen ten laste van de gemeente. Kosten rechtens.
3.2.
Verzoeker stelt dat de crisismaatregel in strijd met het bepaalde in artikel 7:4 Wvggz Pro is opgelegd voor de duur van vijf dagen, terwijl deze voor ten hoogste drie dagen kan worden opgelegd. De beslissing crisismaatregel dient daarom te worden vernietigd wegens strijd met de wet.
3.3.
Dit enkele formele verzuim is volgens verzoeker op zichzelf reeds voldoende grond voor het toekennen van een schadevergoeding naar billijkheid op grond van artikel 10:12 Wvggz Pro. Daarbij stelt verzoeker ook nadeel te hebben geleden omdat de beslissing hem spanning en frustratie geeft: vanaf 19 november 2025 verkeert hij in onzekerheid over zijn juridische status en de onrechtmatigheid van de beslissing crisismaatregel terwijl hij ook verplichte zorg moet tolereren.
3.4.
Verweerder voert hier tegen aan dat de geldigheidsduur van de crisismaatregel
niet is overschreden aangezien artikel 1 lid 1 van Pro de Algemene Termijnwet hier van
toepassing is: “
Een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen
erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een
zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.”en artikel twee van voornoemde wet
stelt dat
“Een in een wet gestelde termijn van ten minste drie dagen wordt, zo nodig, zoveel
verlengd, dat daarin ten minste twee dagen voorkomen die niet een zaterdag, zondag of
algemeen erkende feestdag zijn.”
Verweerder concludeert tot afwijzing van de verzoeken.
3.5.
Volgens verzoeker staat in artikel 7:4 Wvggz Pro slechts
“als bedoeld in de Algemene termijnenwet”en maakt dit deze wet nog niet van toepassing. In artikel 7:4 Wvggz Pro zelf staat dat de geldigheidsduur van een crisismaatregel, als zij eindigt op een zaterdag, zondag of een erkende feestdag, wordt verlengd tot een dag die niet is een zaterdag, zondag of een erkende feestdag. Het is echter niet de burgemeester zelf die de termijn mag verlengen.

4.Beoordeling

4.1.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het beroep tegen de crisismaatregel zich richt tegen de burgemeester als degene die de maatregel heeft genomen. Het verzoek om schadevergoeding richt zich tot de gemeente omdat volgens artikel 10:12 lid 1 Wvggz Pro de gemeente kan worden veroordeeld tot schadevergoeding indien de wet niet in acht is genomen bij het nemen van een crisismaatregel.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester geen crisismaatregel heeft mogen nemen met een geldigheidsduur tot en met 24 november 2025 18:33 uur. Volgens artikel 7:4 Wvggz Pro kan de geldigheidsduur van de crisismaatregel ten hoogste drie dagen bedragen. De burgemeester had dus tot uiterlijk 22 november 2025 18:33 uur een crisismaatregel mogen nemen. Omdat 22 november 2025 een zaterdag was, zou de geldigheidsduur vervolgens op grond van artikel 7:4 Wvggz Pro verlengd worden tot en met maandag 24 november 2025. De rechtbank verklaart het beroep tegen de crisismaatregel dan ook gegrond.
4.3.
Omdat de wet niet in acht is genomen bij het nemen van de crisismaatregel kan verzoeker op grond van het eerste lid van artikel 10:12 Wvggz Pro schadevergoeding door de gemeente verzoeken. De rechter kent een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe.
4.4.
Verzoeker baseert het verzoek om schadevergoeding hierop, dat hij nadeel heeft geleden doordat hij in onzekerheid verkeert over zijn juridische status en de onrechtmatigheid van de beslissing crisismaatregel terwijl hij ook verplichte zorg moet tolereren. Al op 20 november 2025 is echter een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel ingediend en op 24 november 2025 is de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel afgegeven tot en met 15 december 2025. Op 1 december 2025 is deze beslissing op schrift gesteld en daarin staat ook al vermeld dat de ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn verzoek niet in het geding is en ook niet de bevoegdheid van de rechtbank nu er, los van de rechtmatigheid of onrechtmatigheid van de beslissing van de burgemeester, sprake is van een geldige beschikking en de rechtbank binnen de daarvoor geldende termijn op het verzoek beslist. Van het door verzoeker genoemde nadeel was dus geen sprake.
4.5.
Gelet op het voorgaande is er geen grondslag voor schadevergoeding en zal het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.

1.5. Beslissing

De rechtbank:
5.1.
verklaart het beroep tegen de crisismaatregel gegrond;
5.2.
wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Grosscurt, voorzitter, mr. M. van der Linde, rechter en mr. R.B.M. Keurentjes, rechter-plaatsvervanger, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van hoger beroep open.