ECLI:NL:RBGEL:2026:1908
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging begunstigingstermijn handhavingslast
Verzoeker heeft een handhavingsverzoek ingediend tegen de illegale plaatsing van vier chalets op het perceel van een derde-partij. Het college legde aan de derde-partij een last onder dwangsom op met een verwijdertermijn tot 11 maart 2026. De derde-partij maakte bezwaar en verzocht om verlenging van de begunstigingstermijn. Het college verlengde deze termijn tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Verzoeker stelde dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen en dat de langdurige overtreding zijn woongenot schaadt. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de derde-partij om af te wachten op de bezwaarprocedure zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij onmiddellijke handhaving. Hoewel de motivering van het college tekortschiet, is er geen reden tot schorsing omdat het college het belang van verzoeker in de bezwaarprocedure kan betrekken.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de begunstigingstermijn wordt afgewezen.