Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1909

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
05/274539-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 9 SrArt. 14 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling beginnend bestuurder voor roekeloos rijden met zwaar lichamelijk letsel tot taakstraf en rijontzegging

Op 25 december 2024 veroorzaakte verdachte, een beginnend bestuurder, een verkeersongeval op de Jan Th. Tooroplaan te Ede door met zijn auto de verhoogde middengeleider links te passeren en op de verkeerde weghelft te rijden. Hierdoor botste hij frontaal met een tegemoetkomende personenauto, bestuurd door slachtoffer 1, waarbij deze een open beenbreuk opliep en een langdurige revalidatie tegemoet gaat. Ook inzittende slachtoffer 2 liep fors letsel op.

De rechtbank oordeelt dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gehandeld door onvoldoende aandacht te geven aan het verkeer, niet de controle over het voertuig te behouden en niet rechts te houden zoals voorgeschreven. Verdachte kon de botsing niet meer voorkomen doordat hij zijn snelheid niet tijdig aanpaste.

De rechtbank verklaart het primair ten laste gelegde feit bewezen en kwalificeert dit als een overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een rijontzegging van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van €590 aan smartengeld aan slachtoffer 3, die lichte verwondingen opliep. De rechtbank legt ook een schadevergoedingsmaatregel op en veroordeelt verdachte tot betaling van wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval.

De strafmaat is mede gebaseerd op eerdere verkeersgerelateerde veroordelingen van verdachte en het patroon van normoverschrijdend gedrag, ondanks zijn status als beginnend bestuurder.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 160 uur taakstraf en 18 maanden rijontzegging wegens roekeloos rijden met zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/274539-25
Datum uitspraak : 11 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] (Ivoorkust),
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsman: mr. E.J.A.A. van Dal, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 25 december 2024 te Ede in de gemeente Ede, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Rembrandtlaan en gaande in de richting van de
Bovenbuurtweg, daarmede rijdende over de Jan Th. Tooroplaan,
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of
onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en/of
terwijl bij de T-kruising van de Jan Th. Tooroplaan met de Arnold Koningstraat de
weg is verdeeld in 2 rijstroken, die onderling gescheiden werden door een
verhoogde middengeleider gevolgd door verdrijfstrepen en/of op deze vluchtheuvel
een bord D2 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990 was geplaatst, inhoudende het gebod die vluchtheuvel aan de rechterzijde
voorbij te gaan en/of gelet op de vorm van de middengeleider af te leiden is dat
bestuurders de verhoogde middengeleider aan de rechterzijde voorbij moeten gaan,
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het
overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
- (daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig
heeft gehouden en/of
- het verloop van de door hem bereden rijstrook niet heeft gevolgd en/of
- in strijd met artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet
aan zijn verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat
voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met
een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse
geboden was en/of
- met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto), links de middengeleider
heeft gepasseerd en/of naar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg
heeft gevolgd en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer
bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of in strijd met artikel 62 van Pro
voornoemd reglement (met hoge en/of onverminderde snelheid) voornoemde
vluchtheuvel aan de linkerzijde voorbij is gereden, terwijl zich daar –vanuit de
rijrichting van verdachte- een tegemoetkomende personenauto bevond en/of
- vervolgens voorbij de verhoogde middengeleider, gezien vanuit de rijrichting van
verdachte, verplaatste hij naar de rechter rijstrook en/of de tegemoetkomende
Volkswagen polo verplaatste op hetzelfde moment naar dezelfde rijstrook en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto)
zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand
te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Jan. Th.
Tooroplaan) kon overzien en waarover deze vrij was en/of
(vervolgens) frontaal is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de
tegemoetkomende personenauto,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1] (bestuurder tegemoetkomend personenauto) en/of [slachtoffer 2] (inzittende
voertuig verdachte) en/of [slachtoffer 3] (inzittende voertuig verdachte) zwaar lichamelijk
letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of
verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 december 2024 te Ede in de gemeente Ede, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Rembrandtlaan en gaande in de richting van de
Bovenbuurtweg, daarmede rijdende over de Jan Th. Tooroplaan,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en/of
terwijl bij de T-kruising van de Jan Th. Tooroplaan met de Arnold Koningstraat de
weg is verdeeld in 2 rijstroken, die onderling gescheiden werden door een
verhoogde middengeleider gevolgd door verdrijfstrepen en/of op deze vluchtheuvel
een bord D2 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990 was geplaatst, inhoudende het gebod die vluchtheuvel aan de rechterzijde
voorbij te gaan en/of gelet op de vorm van de middengeleider af te leiden is dat
bestuurders de verhoogde middengeleider aan de rechterzijde voorbij moeten gaan,
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het
overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
- (daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig
heeft gehouden en/of
- het verloop van de door hem bereden rijstrook niet heeft gevolgd en/of
- in strijd met artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet
aan zijn verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat
voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met
een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse
geboden was en/of
- met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto), links de middengeleider
heeft gepasseerd en/of naar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg
heeft gevolgd en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer
bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of in strijd met artikel 62 van Pro
voornoemd reglement (met hoge en/of onverminderde snelheid) voornoemde
vluchtheuvel aan de linkerzijde voorbij is gereden, terwijl zich daar –vanuit de
rijrichting van verdachte- een tegemoetkomende personenauto bevond en/of
- vervolgens voorbij de verhoogde middengeleider, gezien vanuit de rijrichting van
verdachte, verplaatste hij naar de rechter rijstrook en/of de tegemoetkomende
Volkswagen polo verplaatste op hetzelfde moment naar dezelfde rijstrook en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto)
zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand
te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Jan. Th.
Tooroplaan) kon overzien en waarover deze vrij was en/of
(vervolgens) frontaal is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de
tegemoetkomende personenauto,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 december 2024 te Ede als bestuurder van een motorvoertuig
(personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Jan Th. Tooroplaan, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, immers reed hij toen en daar op het weggedeelte dat bestemd was voor het tegemoetkomende verkeer.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. Daarbij is sprake van zeer onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam rijgedrag. Dat verdachte te hard zou hebben gereden volgt niet uit het dossier, zodat dat onderdeel niet kan worden bewezen. Daarnaast valt het letsel van [slachtoffer 3] niet onder de reikwijdte van artikel 6 WVW Pro, zodat ook dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen kan worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie voor wat betreft het te hard rijden en het letsel van [slachtoffer 3] . Verder heeft de raadsman bepleit dat het handelen van verdachte hoogstens aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro oplevert. Voor het overige is gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Op 25 december 2024 rond 01:24 uur heeft een verkeersongeval plaatsgevonden ter hoogte van de Jan Th. Tooroplaan in Ede (gemeente Ede) waarbij het voertuig van verdachte, een Renault Clio, en het voertuig van [slachtoffer 1] , een Volkswagen Polo, betrokken waren. In het voertuig van verdachte zaten tevens als passagiers: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Verdachte kwam uit de richting van de Rembrandtslaan en reed in de richting van de Bovenbuurtweg. Op de T-kruising van de Jan Th. Tooroplaan met de Arnold Koningstraat is het voertuig van verdachte de verhoogde middengeleider links gepasseerd. Dit terwijl de verhoogde middengeleider werd gevolgd door verdrijfstrepen. Verdachte reed op dat moment op de verkeerde weghelft tegen de rijrichting in. Toen verdachte werd geconfronteerd met het tegemoetkomende voertuig van [slachtoffer 1] , probeerde hij terug te sturen naar de rechter rijbaan. [slachtoffer 1] week op hetzelfde moment ook uit naar diezelfde rijstrook. Beide voertuigen botsten op elkaar in het midden van de rijbaan, waarbij de linker voorzijde van de Renault tegen de rechter voorzijde van de Volkswagen botste. [2] Verdachte was beginnend bestuurder. [3] Verdachte reed vaker op deze weg. [4]
Als gevolg van het ongeval heeft [slachtoffer 1] een open breuk in zijn onderbeen opgelopen, waaraan hij is geopereerd. De geschatte revalidatieduur bedraagt minimaal één jaar, waarbij een tweede operatie niet is uitgesloten. [5] [slachtoffer 2] liep bij het ongeval verwondingen in het aangezicht op, een leverscheur met fors bloedverlies en letsel aan zijn milt. De geschatte duur van genezing bedraagt 3 tot 6 maanden. [6] [slachtoffer 3] liep bij het ongeval een wond op zijn kin en een dikke rechterenkel (bandletsel) op. De geschatte duur van genezing bedraagt 6 tot 12 weken.
Schuld
Beoordeeld moet worden of het ongeval in strafrechtelijke zin aan de schuld van verdachte is te wijten.
Om tot het oordeel te komen dat verdachte schuld heeft aan het ongeval zoals bedoeld in artikel 6 WVW Pro, is vereist dat het rijgedrag van de verdachte ten minste aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in bovenstaande zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en tot slot naar de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte, als beginnend bestuurder, zijn aandacht onvoldoende op de verkeerssituatie en het verloop van de weg heeft gericht en niet voortdurend de controle over zijn voertuig heeft behouden. Daarbij heeft hij in strijd met de ter plaatse geldende verkeersinrichting links van de middengeleiders gereden en is op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook terechtgekomen, waar hij is blijven rijden. Verdachte heeft hiermee zijn verplichting om voldoende rechts te houden ook geschonden. Veel te laat pas bij het opmerken van het tegemoetkomende verkeer heeft verdachte naar rechts willen uitwijken, maar dit gebeurde dusdanig laat dat hij een frontale aanrijding met de tegemoetkomende personenauto niet meer kon voorkomen. Bovendien had verdachte zijn snelheid niet zodanig aangepast dat hij zijn voertuig tijdig tot stilstand kon brengen over de afstand die hij kon overzien en die vrij was.
Gelet hierop is verdachte naar het oordeel van de rechtbank zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam geweest. De gedragingen van verdachte, zoals hiervoor weergegeven, hebben het ongeval veroorzaakt en rechtvaardigen de conclusie dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval.
Dat verdachte harder dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid heeft gereden volgt niet uit het dossier, zodat dit onderdeel niet kan worden bewezen.
Letsel
Voor een bewezenverklaring van artikel 6 WVW Pro is naast schuld (kort samengevat) ook vereist dat door verdachte aan een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat. De rechtbank heeft dus te beoordelen of het letsel van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] als zodanig kwalificeert.
De rechtbank is van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt gelet op de aard van de letsels, de noodzaak tot medisch ingrijpen en de te verwachten herstelduur, zoals hiervoor beschreven. Het letsel van [slachtoffer 3] kan vanwege de geringe aard niet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel of letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening in de normale bezigheden ontstaat.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
het primair tenlastegelegde feitheeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks25 december 2024 te Ede in de gemeente Ede, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Rembrandtlaan en gaande in de richting van de
Bovenbuurtweg, daarmede rijdende over de Jan Th. Tooroplaan,
roekeloos, in elk gevalzeer
, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en
/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en
/ofterwijl het donker was en
/ofterwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en
/ofterwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en
/ofterwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en
/ofterwijl bij de T-kruising van de Jan Th. Tooroplaan met de Arnold Koningstraat de
weg is verdeeld in 2 rijstroken, die onderling gescheiden werden door een
verhoogde middengeleider gevolgd door verdrijfstrepen
en/of op deze vluchtheuveleen bord D2 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990 was geplaatst, inhoudende het gebod die vluchtheuvel aan de rechterzijdevoorbij te gaanen
/ofgelet op de vorm van de middengeleider af te leiden is dat
bestuurders de verhoogde middengeleider aan de rechterzijde voorbij moeten gaan,
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet,
althans in onvoldoende mate,op het
overige verkeer en
/ofde (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en
/of-
(daarbij
)niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig
heeft gehouden en
/of- het verloop van de door hem bereden rijstrook niet heeft gevolgd en
/of- in strijd met artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet
aan zijn verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en
/of- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor datvoertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval meteen (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatsegeboden was en/of- met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto), links de middengeleider
heeft gepasseerd
en/of naar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg
heeft gevolgd en
/ofgeheel
of gedeeltelijkop de voor het tegemoetkomend verkeer
bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en
/ofin strijd met artikel 62 van Pro
voornoemd reglement
(met hoge en/of onverminderde snelheid)voornoemde
vluchtheuvel aan de linkerzijde voorbij is gereden, terwijl zich daar –vanuit de
rijrichting van verdachte- een tegemoetkomende personenauto bevond en
/of- vervolgens voorbij de verhoogde middengeleider, gezien vanuit de rijrichting van
verdachte, verplaatste hij naar de rechter rijstrook en
/ofde tegemoetkomende
Volkswagen Polo verplaatste op hetzelfde moment naar dezelfde rijstrook en
/of- niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (personenauto)
zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand
te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Jan. Th.
Tooroplaan) kon overzien en waarover deze vrij was en
/of(vervolgens
) frontaalis gebotst tegen,
althans in aanrijding is gekomen metde
tegemoetkomende personenauto,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan
(een)ander
(en
) (genaamd [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1] (bestuurder tegemoetkomend personenauto) en
/of[slachtoffer 2] (inzittende
voertuig verdachte)
en/of [slachtoffer 3] (inzittende voertuig verdachte)zwaar lichamelijk
letsel
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht
, dat daaruit tijdelijke ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur. Daarnaast heeft de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd van 18 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en in dat verband verzocht een taakstraf van 80 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden op te leggen met een proeftijd van 2 jaar.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft op 25 december 2024 een verkeersongeval veroorzaakt, doordat hij met zijn auto twee middengeleiders via de verkeerde weghelft passeerde en daarmee enige tijd op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer reed. Hij is met zijn auto in botsing gekomen met de auto waarin [slachtoffer 1] reed. Bij het ongeval heeft [slachtoffer 1] onder meer een open beenbreuk opgelopen, waarvoor hij een operatie moest ondergaan en een revalidatietraject van ten minste één jaar zal volgen. Bij het ongeval hebben ook zijn drie inzittenden letsel opgelopen, waarvan één inzittende, [slachtoffer 2] , fors letsel. Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen zijn eigen veiligheid maar ook de veiligheid van andere verkeersdeelnemers ernstig in gevaar gebracht. Gelet op de omstandigheden waaronder de aanrijding heeft plaatsgevonden, mag verdachte van geluk spreken dat het ongeval niet nog ernstigere gevolgen heeft gehad.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank voor de overtreding van artikel 6 WVW Pro aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin is vermeld welke straffen doorgaans worden opgelegd voor soortgelijke feiten. De rechtbank is van oordeel dat in onderhavig geval aansluiting dient te worden gezocht bij in deze oriëntatiepunten genoemde categorie “ernstige schuld” van verdachte aan het verkeersongeval waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, waarbij de oriëntatiepunten uit gaan van een taakstraf van 160 uur en 12 maanden onvoorwaardelijke rijontzegging.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor verkeersgerelateerde feiten. Zo is hij in 2023 door de kantonrechter veroordeeld voor het tweemaal rijden zonder over een rijbewijs te beschikken en in 2024 voor het rijden met een onverzekerd voertuig. Deze eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw de verkeersregels te overtreden. Dit patroon van normoverschrijdend gedrag in het verkeer, terwijl verdachte ook nog beginnend bestuurder is, rekent de rechtbank verdachte aan. Het getuigt van een gebrek aan respect voor de geldende verkeersregels en de daarmee beoogde bescherming van de verkeersveiligheid. Dit zorgelijke beeld is reden voor de rechtbank om een hogere ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen dan is opgenomen in de oriëntatiepunten, waarvan een deel voorwaardelijk als stok achter de deur.
Alles overziend legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf van 160 uur op. Daarnaast legt de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 3] , bijgestaan door mr. A. van den Berg, heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.100,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 590,00, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hiertoe is gewezen op een vergelijkbare zaak waarbij iemand letsel aan zijn knie had.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, nu onbekend is of de schade via de verzekering wordt afgehandeld.
Overweging van de rechtbank
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld – onder meer – in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden die binnen deze categorie van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt. Door het verkeersongeval heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen in de vorm van een wond op zijn kin en een pijnlijke enkel, waarbij de enkel uit voorzorg twee weken is ingegipst. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 590,00 vaststellen. Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte is vanaf 25 december 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
 9, 14 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f van het Wetboek van Strafrecht; en
 9, 14 6, 175, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 (achttien) maanden;
 bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen, te weten 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Beslissing op de civiele vordering van [slachtoffer 3]
  • veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van € 590,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag te betalen van € 590,00 smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 5 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. Arts (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 maart 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024602268, gesloten op 30 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Tevens is het bewijs terug te vinden in het aanvullend proces-verbaal FO Verkeer, opgesteld door [verbalisant 2] en [verbalisant 3], met proces-verbaalnummer PL0600-2024602136-10, welke is ondertekend op 29 mei 2025.
2.Proces-verbaal van aanrijding overtreding, p. 8; proces-verbaal FO verkeer (aanvullend pv) en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 februari 2026.
3.Proces-verbaal van aanrijding, p. 10.
4.Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 120.
5.Geneeskundige verklaring van [slachtoffer 1] , p. 49; proces-verbaal van bevindingen, p. 95.
6.Geneeskundige verklaring [slachtoffer 2] , p. 66.