Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1921

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
AWB 26/1310
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 4:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandelingstelling Woo-verzoek

Verzoeker heeft op 3 december 2025 een Woo-verzoek ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om informatie openbaar te maken. Na herhaalde verzoeken tot precisering stelde de AP het verzoek op 5 maart 2026 buiten behandeling wegens onvoldoende specificatie. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Formeel en materieel connexiteitsvereiste zijn niet vervuld, omdat het verzoek niet leidt tot vernietiging van het besluit en de inhoudelijke behandeling van het Woo-verzoek in de bezwaarprocedure aan de orde komt. Een schorsing van het besluit zou verzoeker niet baten, omdat dit niet leidt tot inhoudelijke besluitvorming door de AP.

Daarnaast is het verzoek om een dwangsom niet ontvankelijk omdat nog geen dwangsombesluit is genomen. Het verzoek om een onafhankelijk onderzoek naar digitale incidenten gaat buiten de reikwijdte van deze procedure. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buiten behandelingstelling van het Woo-verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1310

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de buiten behandelingstelling van het verzoek van verzoeker op grond van de Wet open overheid (Woo).
1.1.
De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Zij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft op 3 december 2025 de AP verzocht om informatie openbaar te maken. Op 16 februari 2026 heeft verzoeker de AP in gebreke gesteld vanwege niet tijdig beslissen. Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de AP het verzoek van verzoeker buiten behandeling gesteld omdat het verzoek, ondanks herhaalde verzoeken tot precisering, onvoldoende gespecificeerd is.
2.1.
Op 5 maart 2026 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende:
  • dat het besluit van 5 maart 2026 wordt vernietigd dan wel geschorst;
  • dat de AP wordt opgedragen het Woo-verzoek inhoudelijk te behandelen en binnen vijf dagen een besluit op het verzoek te nemen;
  • dat de AP een al verbeurde dwangsom moet uitbetalen;
  • dat de AP wordt opgedragen een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar digitale incidenten die betrekking hebben op verzoeker;
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3.1.
Uit artikel 8:81 van Pro de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Het formele connexiteitsvereiste houdt in dat er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken ook betrekking hebben op de inhoud van het aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.
3.2.
Een verzoek om voorlopige voorziening hangende een bezwaarprocedure kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, vanwege het voorlopige karakter van de procedure. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet, zoals door verzoeker verzocht, het besluit tot buiten behandelingstelling kan vernietigen. Wel kan de voorzieningenrechter dit besluit schorsen. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat verzoeker niet gebaat is bij schorsing van het bestreden besluit. De enkele schorsing van het besluit tot buiten behandelingstelling betekent namelijk niet dat de AP alsnog inhoudelijk moet beslissen. Voor zover verzoeker verzoekt om de AP bij voorlopige voorziening op te dragen dat zij binnen vijf dagen inhoudelijk beslist op zijn Woo-verzoek, acht de voorzieningenrechter toekenning van het verzoek te verstrekkend. Op dit moment staat niet vast dat de AP de aanvraag van verzoeker ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Die vraag komt in de bezwaarprocedure aan de orde. Het ligt niet in de rede dat de voorzieningenrechter nu, vooruitlopend op de behandeling van deze rechtsvraag, al een voorziening treft die ertoe strekt dat de AP wordt verplicht om het Woo-verzoek inhoudelijk te behandelen. Bovendien zou een dergelijke voorziening niet betekenen dat verzoeker de gewenste informatie daadwerkelijk ontvangt. Het verzoek komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.
3.3.
Ten aanzien van de gestelde verbeurde dwangsom overweegt de voorzieningenrechter dat de AP binnen twee weken na de laatste dag waarover een dwangsom verschuldigd was, een besluit moet nemen over de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom. [1] Omdat het bestreden besluit dateert van 5 maart 2026 en er daarna nog geen twee weken zijn verstreken, kan de voorzieningenrechter geen oordeel geven over de verschuldigdheid en de hoogte van een eventueel verbeurde dwangsom. Er is namelijk nog geen sprake van een dwangsombesluit, dus er wordt niet voldaan aan het formele connexiteitsvereiste.
3.4.
Ten aanzien van het verzoek om de AP op te dragen een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar digitale incidenten die betrekking hebben op verzoeker, overweegt de voorzieningenrechter dat dit verzoek de reikwijdte van deze procedure ver te buiten gaat. Deze procedure ziet immers enkel op de buiten behandelingstelling van het Woo-verzoek van verzoeker. De incidenten waarnaar verzoeker verwijst en waarvan hij wil dat daar onderzoek naar wordt gedaan, houden geen verband met deze buiten behandelingstelling van zijn Woo-verzoek.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor vergoeding van het griffierecht, een schadevergoeding, of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 4:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).