Verzoeker heeft op 3 december 2025 een Woo-verzoek ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om informatie openbaar te maken. Na herhaalde verzoeken tot precisering stelde de AP het verzoek op 5 maart 2026 buiten behandeling wegens onvoldoende specificatie. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Formeel en materieel connexiteitsvereiste zijn niet vervuld, omdat het verzoek niet leidt tot vernietiging van het besluit en de inhoudelijke behandeling van het Woo-verzoek in de bezwaarprocedure aan de orde komt. Een schorsing van het besluit zou verzoeker niet baten, omdat dit niet leidt tot inhoudelijke besluitvorming door de AP.
Daarnaast is het verzoek om een dwangsom niet ontvankelijk omdat nog geen dwangsombesluit is genomen. Het verzoek om een onafhankelijk onderzoek naar digitale incidenten gaat buiten de reikwijdte van deze procedure. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.