ECLI:NL:RBGEL:2026:1938
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening woonurgentie wegens ontbreken woonnoodsituatie
Verzoekster, woonachtig met haar twee kinderen in het huis van haar moeder en zus, vroeg een verklaring van woonurgentie aan vanwege een te kleine woning, spanningen thuis en cannabisgebruik door haar zus. Het college weigerde deze verklaring na een deskundigenrapport en bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter nam het spoedeisend belang van verzoekster aan, maar oordeelde dat niet is voldaan aan de criteria voor een woonnoodsituatie zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening en het Reglement van de gemeente Arnhem. De woonsituatie is ongunstig, maar niet zodanig ernstig dat het onverantwoord is deze langer dan vier maanden te laten voortbestaan.
De voorzieningenrechter vond dat de woning zodanig ingericht kan worden dat verzoekster en haar kinderen een eigen slaapkamer hebben en dat de spanningen en het cannabisgebruik niet leiden tot een acute medische noodsituatie. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd niet aannemelijk geacht.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een woonnoodsituatie.