Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1941

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
461889
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanbestedingsprocedure gemeente Beuningen moet worden gestaakt wegens onduidelijkheden in selectieleidraad

De zaak betreft een kort geding tussen Common Affairs c.s. en Next Architects B.V. tegen de gemeente Beuningen over de aanbestedingsprocedure voor de architect van het gemeentehuis. De gemeente had een selectiebesluit ingetrokken en herzien, waarbij Common Affairs c.s. en Next werden uitgesloten van de gunningsfase. De eisers stelden dat de gemeente onterecht het selectiebesluit had herzien op basis van een onjuiste uitleg van de aanbestedingsstukken.

De kern van het geschil betrof de uitleg van de Selectieleidraad en bijlage 3, waarin de wijze van opgave van referentieprojecten en de maximale woordlimieten per onderdeel onduidelijk waren. De gemeente stelde dat gecombineerde bijlagen waren toegestaan, terwijl Common Affairs c.s. en Next dit betwistten. De voorzieningenrechter paste de CAO-norm toe en concludeerde dat de bepalingen voor meerderlei uitleg vatbaar zijn, waardoor de aanbestedingsprocedure niet eenduidig was.

Hierdoor is sprake van een gebrek in de aanbestedingsprocedure dat alleen kan worden hersteld door heraanbesteding. De primaire vorderingen tot herstel van het selectiebesluit werden afgewezen, maar de subsidiaire vordering tot staking van de aanbestedingsprocedure werd toegewezen. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Next werd toegelaten als voegende partij, omdat haar belangen direct door de procedure werden geraakt. De voorzieningenrechter wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente Beuningen de aanbestedingsprocedure te staken wegens onduidelijkheden in de selectieleidraad.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/461889 / KG ZA 26-29
Vonnis in kort geding van 12 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
1.
COMMON AFFAIRS B.V.,
en
2.
OTH ARCHITECTEN B.V.,
beiden gevestigd te Amsterdam,
eisende partijen
hierna samen te noemen: Common Affairs c.s.
advocaten: mrs. G.M. Kersten en J. Sinnige,
waarin zich heeft gevoegd aan de zijde van eisende partijen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXT ARCHITECTS B.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in het incident tot voeging,
voegende partij in de hoofdzaak,
hierna te noemen: Next,
advocaat: mr. A.M. Worst
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE BEUNINGEN,
gevestigd te Beuningen,
gedaagde partij
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaten: mrs. M.J. Mutsaers en M.A.J. de Groot,

1.De procedure

In de hoofdzaak en in het incident tot voeging
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6 van 20 januari 2026,
- de incidentele conclusie tot voeging van Next van 16 februari 2026,
- de akte houdende overlegging producties A tot en met O, tevens gedeeltelijke conclusie van antwoord van de Gemeente, ingediend op 17 februari 2026,
- de aanvullende productie P van de Gemeente, ingediend op 18 februari 2026,
- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026,
- de pleitnota van Common Affairs c.s.,
- de pleitnota van de Gemeente,
- de pleitnota van Next.

2.Het incident tot voeging

2.1.
Ter zitting is voeging toegestaan waarbij tevens is aangegeven dat die beslissing in dit vonnis zal worden opgenomen. Daarvoor is het volgende redengevend.
2.2.
Next heeft aan haar vordering tot voeging ten grondslag gelegd dat zij zich, net zoals Common Affairs c.s., niet kan vinden in de herbeoordeling van de aanmeldingen in de door de Gemeente georganiseerde aanbesteding -die onderwerp is van het geschil in de hoofdzaak- en het daarop gebaseerde herziene selectiebesluit van 13 januari 2026. Next stelt zich op het standpunt dat zij voldoende belang heeft bij toewijzing van haar vordering tot voeging, omdat de uitkomst van deze procedure direct gevolgen kan hebben voor haar positie met betrekking tot de aanbestedingsprocedure.
2.3.
Het incident tot voeging van Next is ter zitting met de betrokken partijen besproken. Common Affairs c.s. heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot voeging van Next. De Gemeente heeft ter zitting echter bezwaar gemaakt tegen de gevorderde voeging en heeft daartoe aangevoerd dat Next daarbij onvoldoende zelfstandig juridisch belang heeft. Volgens de Gemeente valt niet in te zien hoe Next, gelet op haar positie, nadelige gevolgen kan ondervinden van afwijzing van de vorderingen van Common Affairs c.s. Next heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zelf in rechte op te komen tegen de gunningsbeslissing binnen de in paragraaf 3.5, 7e bullet van de toepasselijke Selectieleidraad genoemde termijn en zij kan volgens de Gemeente daarom niet nu via de band van de gevorderde voeging alsnog ageren en meeliften op een door de concurrent aanhangig gemaakt kort geding. Volgens de Gemeente heeft Next haar rechten daaromtrent verwerkt en mocht zij er gerechtvaardigd vanuit gaan dat Next zou berusten in de beslissingen van 12 en 13 januari 2026.
2.4.
Vervolgens is beoordeeld of is voldaan aan de vereisten van artikel 217 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Geconcludeerd is dat Next voldoende belang heeft om zich te voegen aan de zijde van Common Affairs c.s. Voor voeging is noodzakelijk maar ook voldoende dat de uitspraak in de onderhavige procedure voor Next rechtens of feitelijke gevolgen kan hebben [1] . Anders dan de Gemeente meent, is daarvan hier sprake. Next was net zoals Common Affairs c.s. bij het eerste gunningsbesluit geselecteerd voor deelname aan de gunningsfase van de door de Gemeente georganiseerde aanbesteding, maar bij het tweede herziene gunningsbesluit niet meer. In het licht van de inhoud van de gunningsbesluiten is evident dat de uitkomst van deze procedure ook directe gevolgen heeft voor de positie van Next. Dat Next niet zelf een kort geding is gestart tegen de Gemeente leidt niet een ander oordeel. De vordering van Next betreft immers een vordering tot voeging waarbij het, anders dan in het geval van een vordering tot tussenkomst, niet is toegestaan om eigen vorderingen in te stellen. Dat heeft Next ook niet gedaan. Door middel van de voeging ondersteunt Next enkel Common Affairs c.s. in hun procedure tegen de Gemeente. Van strijd met de eisen van een goede procesorde is evenmin sprake. Next heeft haar incidentele conclusie tot voeging tijdig ingediend, zodat voor de Gemeente kenbaar was op welke gronden Next zich wil voegen. Bovendien voert Next in haar incidentele conclusie geen andere inhoudelijke argumenten aan dan Common Affairs c.s. zodat van een complicatie van de zaak, zoals de Gemeente stelt, geen sprake is. Next is ter zitting dan ook toegelaten als voegende partij.
2.5.
Common Affairs c.s. en de Gemeente worden in de kosten van het incident veroordeeld, welke kosten worden begroot op nihil.

3.De feiten

3.1.
De Gemeente heeft op 19 november 2025 de aanbesteding ‘aanbesteding Architect gemeente Beuningen’ aangekondigd op TenderNed. Het betreft een Europese niet-openbare aanbesteding en heeft als doel het contracteren van een architect voor de vernieuwbouw van het gemeentehuis. De aanbestedingsprocedure is opgedeeld in twee fasen, de selectiefase en de gunningsfase. De procedure bevindt zich in de selectiefase. In deze fase kunnen gegadigden zich aanmelden, waarna er een selectie plaatsvindt op basis van uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria. De Gemeente beoogt in deze fase te komen tot maximaal vijf partijen die worden uitgenodigd om een inschrijving in te dienen in de gunningsfase.
3.2.
Tot de aanbestedingsdocumentatie behoort onder andere de Selectiedraad aanbesteding architect (hierna: de Selectieleidraad). In de Selectieleidraad staat, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, het volgende:

4. Uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria
(…)
4.4.
Geschiktheidseis: technische bekwaamheid
Van gegadigden wordt verlangd dat hij vergelijkbare ervaring en voldoende capaciteit heeft om de opdracht uit te kunnen voeren.
Daarvoor doet de gegadigde een opgave van maximaal 3
verschillendevoor de
opgave relevante referentieprojecten, die de afgelopen vijf jaar zijn opgeleverd of
waarvan de uitvoering van het ontwerp is gestart. De omvang van ieder
ingediend referentieproject dient minimaal 2.250 m2 bvo te bedragen. Een
referentie mag worden ingediend voor meer dan één kerncompetentie.
Per referentie dienen de volgende gegevens te worden aangeleverd (maximaal
200 woorden per project, exclusief beeldmateriaal, gebruik makend van het
invulformulier in bijlage 3):
 Korte omschrijving van het project (functie van het gebouw, kenmerken,
omgeving).
 Korte omschrijving van de rol van gegadigde in de uitvoering van het
project.
  • Omvang van het werk in vierkante meters bvo.
  • Bouwkosten van het werk exclusief btw.
  • Data van start ontwerpfase, start realisatie en oplevering (indien het
project nog niet gereed is dan geplande data opgeven).
  • Projectvisualisatie (beeldmateriaal en eventueel een plattegrond).
  • Aanduiding van de kerncompetentie waarop het project dient te worden
beoordeeld.
 Onderbouwing relevantie van de referentie voor de voorliggende
huisvestingsvraag en voor de kerncompetentie waarop de referentie
beoordeeld moet worden.
Per referentie dient te worden aangegeven op welke kerncompetentie het project
beoordeeld moet worden. Elke kerncompetentie moet eenmaal worden
aangeduid. Indien een referentieproject voor één van de kerncompetenties
ontbreekt volgt uitsluiting.
4.4.1.
Ervaring met werkzaamheden van vergelijkbare projecten
De gegadigde heeft de afgelopen vijf jaar opdrachten uitgevoerd en/of er is met
de uitvoering van het ontwerp gestart, waarbij de volgende competenties vereist
waren:

Competentie A: Ervaring met het ontwerpen van een duurzaam
utiliteitsgebouw, dat minimaal voldoet aan BENG.

Competentie B: Ervaring met het ontwerpen van een te vernieuwen
openbaar toegankelijk gebouw

Competentie C: Ervaring met een integraal architectonisch ontwerp van een
deels te verbouwen en deels nieuw te bouwen gebouw.
Minimumeis:
 Gegadigde toont met referentieproject(en) aan dat zij over de relevante
ervaring beschikken met betrekking tot de gevraagde competenties (per
competentie maximaal één referentieproject). Bij het ontbreken van relevante
ervaring volgt uitsluiting.
Bewijsmiddelen:
 Per competentie toont gegadigde met een referentieproject aan over de
vereiste technische bekwaamheid te beschikken, dit sluit aan bij de in te
vullen gegevens van het invulformulier in bijlage 3 (Praktische vaardigheden,
technische kennis, ervaring met functie/ omvang/ vormgeving/
omgevingsfactoren/ budget.)
Het is toegestaan één referentieproject voor meerdere competenties op te
voeren.
4.5.
Selectiecriteria
Wanneer het aantal gegadigden dat voldoet aan de minimumeisen hoger is dan
het beoogde aantal gegadigden, wordt aan de hand van de hierna genoemde
criteria nader geselecteerd. Daartoe zal de beoordelingscommissie punten
toekennen volgens de scorematrix als opgenomen in deze selectieleidraad.
4.5.1.
Ervaring met werkzaamheden van vergelijkbare projecten
Op basis van referentieprojecten en de relevantie die gegadigden daarbij hebben
omschreven selecteert de aanbesteder de meest geschikte partijen.
Het is toegestaan hier andere dan de in paragraaf 4.4.1 (ervaring met
werkzaamheden van vergelijkbare projecten) opgegeven referentieprojecten op
te voeren.
Bewijsmiddelen:
 Door gegadigde opgegeven referentieprojecten (1, 2, 3), maximaal één per
selectiecriterium. Een referentieproject mag voor meerdere selectiecriteria
worden gebruikt.
Selectie-eis:
Per selectiecriterium kunnen maximaal 10 punten worden gescoord. Alle criteria
moeten in tenminste één van de referentieprojecten of onderbouwingen zijn
gemotiveerd. Hieronder is een scorematrix omschreven met de weging.
3.3.
Bij de Selectieleidraad behorende ‘bijlage 4 model bijlage referentieproject’ (hiervoor en hierna aangeduid als ‘bijlage 3’) luidt als volgt:
3.4.
Naar aanleiding van de Selectieleidraad zijn er door verschillende gegadigden vragen gesteld welke door de Gemeente zijn beantwoord in de Nota van Inlichtingen van 9 december 2025 (hierna: NvI). Voor zover voor de beoordeling van het onderhavige geschil van belang staat in de NvI het volgende:
3.5.
Onder andere Common Affairs c.s. en Next hebben vervolgens tijdig een aanmelding ingediend bij de Gemeente.
3.6.
Bij brief van 7 januari 2026 heeft de Gemeente aan Common Affairs c.s. meegedeeld dat zij 13 aanmeldingen heeft ontvangen waarvan 12 geldig zijn bevonden. De Gemeente schrijft verder dat na beoordeling van de aanmeldingen op de selectiecriteria 7 partijen, waaronder Common Affairs c.s., de maximale score hebben gehaald en dat een notaris een loting heeft verricht om de rangorde van deze 7 partijen te bepalen. In de brief heeft de Gemeente de uitkomst van de selectiefase meegedeeld, waarbij Common Affairs c.s. en Next zijn geselecteerd voor deelname aan de gunningsfase.
3.7.
Kraaijvanger B.V. (hierna: Kraaijvanger), één van de aangemelde gegadigden die was uitgesloten van deelname aan de loting, heeft bezwaar gemaakt tegen het selectiebesluit van 7 januari 2026. Kraaijvanger heeft ter onderbouwing van haar bezwaar aangevoerd dat voor de kerncompetenties en de selectiecriteria dezelfde referentieprojecten mochten worden gebruikt en dat zij conform de instructies in het invulformulier de kerncompetenties en selectiecriteria gecombineerd en op één formulier heeft toegelicht. Verder heeft Kraaijvanger aangevoerd dat zij door middel van kopjes in de tekst expliciet heeft aangegeven op welke kerncompetentie respectievelijk welk selectiecriterium de toelichting betrekking heeft en dat zij zich zowel voor de kerncompetenties als voor de selectiecriteria heeft gehouden aan het maximaal toegestane aantal van 200 woorden, conform de Nota van Inlichtingen. Aangezien het voor Kraaijvanger niet duidelijk was op welke gronden is geconcludeerd dat zij niet conform de gestelde eisen heeft gehandeld, heeft zij de Gemeente verzocht om haar aanmelding opnieuw te beoordelen.
3.8.
De Gemeente heeft naar aanleiding van het bezwaar van Kraaijvanger juridisch advies ingewonnen bij een derde.
3.9.
Bij brief van 12 januari 2026 heeft de Gemeente aan Common Affairs c.s. en Next meegedeeld dat door één van de partijen die geen maximale score had gekregen op de selectiecriteria en niet heeft meegedaan aan de loting vanwege het overschrijden van het geëiste maximum van 200 woorden voor de kerncompetenties/selectiecriteria bezwaar is gemaakt tegen de selectiebeslissing van 7 januari 2026. De Gemeente schrijft in de brief dat zij na inhoudelijke behoordeling van dit bezwaar tot de conclusie is gekomen dat zij ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat gegadigden er door de beantwoording van vragen daaromtrent in de Nota van Inlichtingen in alle redelijkheid en billijkheid ervan mochten uitgaan dat er per kerncompetentie een maximum van 200 woorden gold maar voor de selectiecriteria ook een apart maximum van 200 woorden gold. Dit heeft, zo schrijft de Gemeente, tot gevolg dat de bezwaarmaker wel voldeed aan de eisen ten aanzien van het maximum aantal woorden en na herbeoordeling een maximale score van 10 punten heeft behaald op alle selectiecriteria. De Gemeente schrijft vervolgens dat naast deze bezwaarmaker twee andere organisaties om exact dezelfde reden (overschrijding van het maximum aantal woorden) eveneens een lagere score hebben gekregen en na herbeoordeling ook een maximale score van 10 punten hebben behaald. Aangezien er na de herbeoordeling 10 partijen een maximale score hebben behaald in plaats van 7 en er met 10 partijen een loting dient plaats te vinden heeft de Gemeente de selectiebeslissing van 7 januari 2026 ingetrokken en bepaald dat een nieuwe loting zal plaatsvinden ten overstaan van een notaris. De Gemeente schrijft tot slot dat er een herziene selectiebeslissing zal worden toegezonden.
3.10.
Bij brief van 13 januari 2026 heeft de Gemeente aan Common Affairs c.s. en Next bericht dat er 13 aanmeldingen zijn ontvangen, waarvan er 12 geldig zijn bevonden en dat 10 partijen de maximale score hebben behaald. De Gemeente schrijft verder welke vijf partijen door de loting door de notaris zijn geselecteerd voor de gunningsfase en welke vijf partijen daarvoor zijn uitgesloten van verdere deelname. Common Affairs c.s. en Next behoren tot de uitgesloten partijen. Tot slot schrijft de Gemeente dat bezwaren tegen de selectiebeslissing tot 20 januari 2026 kenbaar kunnen worden gemaakt door middel van een dagvaarding.
3.11.
Bij bericht van 15 januari 2026 heeft Common Affairs de Gemeente verzocht om en toelichting op het herziene selectiebesluit.
3.12.
Bij bericht van 15 januari 2026 heeft OTH bezwaar gemaakt tegen het herziene selectiebesluit.
3.13.
Bij bericht van 22 januari 2026 heeft de Gemeente kenbaar gemaakt dat zij vanwege een aanhangig gemaakt kort geding genoodzaakt is de aanbesteding tijdelijk stop te zetten totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.

4.Het geschil

4.1.
Common Affairs c.s. vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:
i. Primair
a. de Gemeente gebiedt het selectiebesluit van 13 januari 2026 binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, in te trekken;
b. de Gemeente gebiedt om de intrekking van het selectiebesluit van 12 januari 2026 in te trekken;
c. de Gemeente gebiedt het selectiebesluit van 7 januari 2026 gestand te doen, zodat Common Affairs c.s. behoren tot de geselecteerde partijen.
ii. Subsidiair
a. de Gemeente gebiedt de selectiebeslissing van 13 januari 2026 binnen
zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, in te trekken;
b. de Gemeente gebiedt de loting opnieuw te voltrekken, met dien
verstande dat de partijen die met het selectiebesluit van 7 januari 2026 door loting niet zijn geselecteerd bij de nieuwe loting niet te betrekken,
iii. Subsidiair
a. de Gemeente gebiedt de selectiebeslissing van 13 januari 2026 binnen
zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, in te trekken;
b. de Gemeente gebiedt de loting opnieuw te voltrekken, met dien
verstande dat de partijen die naar aanleiding van het selectiebesluit van 7 januari 2026 geen bezwaar hadden gemaakt tegen hun uitsluiting niet opnieuw bij de loting te betrekken,
iv. Subsidiair
a. de Gemeente gebiedt de Europese niet-openbare
aanbestedingsprocedure aanbesteding Architect gemeente Beuningen binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, te staken;
v. Meer subsidiair
a. iedere voorziening treft die de voorzieningenrechter passend acht en die recht doet aan de belangen van Common Affairs c.s.,
vi. Primair en subsidiair
a. bepaalt dat de Gemeente aan eiser een hoofdelijke dwangsom zal
verbeuren van € 25.000,- bij iedere overtreding van het voorgaande;
b. de Gemeente veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen
met de nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vijf dagen na datum van het vonnis.
4.2.
De Gemeente voert verweer tegen vorderingen van Common Affairs c.s. en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Common Affairs c.s. in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van de vorderingen met hoofdelijke veroordeling van Common Affairs c.s. in de proceskosten, te vermeerderen me de wettelijke rente en de nakosten, indien zij de proceskosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis hebben voldaan.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vorderingen en is als zodanig ook niet door de Gemeente weersproken.
5.2.
Common Affairs c.s. en Next komen in dit kort geding op tegen het besluit van 12 januari 2026 van de Gemeente waarbij zij haar selectiebesluit van 7 januari 2026 heeft ingetrokken, alsmede tegen het herziene selectiebesluit van de Gemeente van 13 januari 2026 waarbij onder andere Common Affairs c.s. en Next zijn uitgesloten voor deelname aan de gunningsfase. Common Affairs c.s. en Next voeren daartoe aan dat zij zich niet kunnen verenigen met de heroverweging van de Gemeente die heeft geleid tot de intrekking van het eerste selectiebesluit en het herziene selectiebesluit. De redenering van de Gemeente in haar brief van 12 januari 2026 is volgens Common Affairs c.s. en Next niet te volgen en ook niet juist in het licht van hetgeen in de Selectieleidraad, de NvI en bijlage 3 is opgenomen. Zij voeren daartoe aan dat uit deze stukken duidelijk volgt dat in bijlage 3 in het kader onder ‘kenmerken’ maximaal 100 woorden gebruikt mochten worden, in het kader onder ‘beschrijving werkzaamheden en rol project’ eveneens 100 woorden en in het kader onder ‘motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’ maximaal 200 woorden. Uit de betreffende stukken kan niet worden afgeleid dat deze maxima, zoals in elk geval de bezwaarmakende gegadigde Kraaijvanger heeft gedaan, mochten worden gecombineerd in één bijlage voor telkens één kerncompetentie-eis èn één selectiecriterium, noch dat voor de beschrijving onder ‘motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’ in totaal 400 woorden mogen worden gebruikt. Common Affairs c.s. en Next stellen zich dan ook op het standpunt dat de Gemeente een onhoudbare en ongeloofwaardige uitleg heeft gegeven aan de aanbestedingsstukken welke zij ten grondslag heeft gelegd aan een onrechtmatige intrekking van het selectiebesluit van 7 januari 2026.
5.3.
De Gemeente is het niet eens met Common Affairs c.s. en Next. De Gemeente voert aan dat Common Affairs c.s. en Next miskennen dat in paragrafen 4.4 en 4.5 van de Selectieleidraad en in bijlage 3 de mogelijkheid wordt geboden om één referentieproject op te voeren voor meerdere competenties. Ook uit de kop van bijlage 3 volgt dat gegadigden voor elke kerncompetentie-eis en voor elk selectiecriterium een aparte bijlage 3 kunnen of mogen indienen, maar dat zij er ook voor kunnen kiezen om in één bijlage een referentieproject op te voeren voor een kerncompetentie-eis èn een selectiecriterium. Kraaijvanger heeft van deze laatste mogelijkheid gebruik gemaakt en zij heeft in één bijlage voor de motivatie ten aanzien van kerncompetentie-eis B en selectiecriterium B in totaal 370 woorden gebruikt waarbij zij per motivatie onder het maximumaantal woorden van 200 is gebleven. De Gemeente stelt zich dan ook op het standpunt dat zij geen onjuist uitleg heeft gegeven aan de aanbestedingsstukken en dat (in ieder geval) Kraaijvanger wel degelijk aan de uit de aanbestedingsstukken voortvloeiende eis van het maximumaantal woorden van 200 per motivatie heeft voldaan. De bezwaren van Common Affairs c.s. en Next zijn volgens de Gemeente dan ook ongegrond, zodat de vorderingen moeten worden afgewezen.
5.4.
Het voorgaande doet de vraag rijzen wat de Gemeente in dit verband precies van de gegadigden die zich hebben aangemeld verlangde bij de artikelen 4.4 en 4.5 van de Selectieleidraad. Dit is een vraag van uitleg, die dient plaats te vinden aan de hand van de zogenoemde CAO-norm. Deze norm houdt in dat een bepaling naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overige (relevante) aanbestedingsstukken, van doorslaggevende betekenis zijn, met dien verstande dat het daarbij aankomt op wat de normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver (in dit geval gegadigde) daaruit mocht begrijpen.
5.5.
Bij de uitleg van hetgeen wordt verlangd zijn, gelet op de hiervoor genoemde CAO-norm, relevant de Selectieleidraad, bijlage 3 en de NvI, waarvan de relevante artikelen en passages zijn opgenomen onder de feiten. In het bijzonder gaat het hier om de vraag of uit de relevante aanbestedingstukken eenduidig en onmiskenbaar volgt op welke wijze referentieprojecten in het kader van de kerncompetenties en selectiecriteria dienen te worden opgegeven met behulp van bijlage 3 en welk maximumaantal woorden daarbij geldt.
5.6.
Hieromtrent wordt het volgende overwogen. In paragraaf 4.4 van de Selectieleidraad staat beschreven dat van de gegadigde wordt verlangd dat hij vergelijkbare ervaring en voldoende capaciteit heeft om de opdracht te kunnen uitvoeren. Om dat te kunnen toetsen dient de gegadigde een opgave te doen van maximaal drie verschillende voor de opgave relevante referentieprojecten en daarbij mag een referentie worden ingediend voor meer dan één kerncompetentie (A, B, C). Verder staat in paragraaf 4.4. dat de aldaar vermelde gegevens moeten worden aangeleverd door middel van het invulformulier bijlage 3 waarbij maximaal 200 woorden per project, exclusief beeldmateriaal, mogen worden gebruikt. In paragraaf 4.5. van de Selectieleidraad zijn een drietal nadere selectiecriteria opgenomen, eveneens aangeduid als competenties A, B en C. Deze selectiecriteria borduren voort c.q. zoomen nader in op de kerncompetentie-eisen van paragraaf 4.4 van de Selectieleidraad en vallen ieder voor zich uiteen in drie respectievelijk twee beoordelingsaspecten waarop kan worden gescoord. In paragraaf 4.5 is voor het invullen van bijlage 3 geen woordlimiet opgenomen. Verder staat beschreven dat een referentieproject voor meerdere selectiecriteria mag worden gebruikt.
5.7.
Naar aanleiding van de paragrafen 4.4 en 4.5 van de Selectieleidraad zijn door verschillende gegadigden vragen gesteld, welke door de Gemeente zijn beantwoord in de NvI onder 4, 5 en 6. De vragen zien allen op het te hanteren maximumaantal woorden bij het invullen van bijlage 3 ten aanzien van de ‘Motivatie van de kerncompetentie/selectiecriteria’. De Gemeente heeft op deze vragen telkens dezelfde antwoorden gegeven. Het antwoord op deze vragen luidt dat in bijlage 3 bij ‘Kenmerken’ en Beschrijving werkzaamheden en rol in project’ 100 woorden per onderdeel mogen worden gebruikt en bij ‘Motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’ 200 woorden. De kopjes ‘Kenmerken’, ‘Beschrijving werkzaamheden en rol in project’ en ‘Motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’ in de antwoorden in 4, 5 en 6 komen precies overeen met de kopjes in bijlage 3. Gegadigden dienen voor het opgeven van referentieprojecten zowel in het kader van paragraaf 4.4 als 4.5 bijlage 3 te gebruiken.
5.8.
Vastgesteld moet worden dat de gegadigden op verschillende wijze bijlage 3 hebben ingevuld. Zo zijn er gegadigden, waaronder in ieder geval Common Affairs c.s. en Next, die voor iedere kerncompetentie-eis (competenties A, B en C) een aparte bijlage 3 hebben ingediend en voor ieder selectiecriterium (eveneens A, B en C) een aparte bijlage 3. Er is echter ook een gegadigde, te weten Kraaijvanger, die in één bijlage 3 telkens een kerncompetentie-eis èn een selectiecriterium heeft beschreven en daarbij per motivatie onder het maximumaantal woorden van 200 is gebleven, maar waarbij in totaal onder het kopje ‘Motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’ (aanzienlijk) meer dan 200 woorden zijn gebruikt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de relevante aanbestedingstukken echter niet eenduidig welke wijze juist is. Hiervoor is redengevend dat in de Selectieleidraad nergens wordt gerept over de mogelijkheid om bijlage 3 gecombineerd in te vullen. In de artikelen 4.4 en 4.5 wordt juist separaat en gedetailleerd beschreven op welke wijze referentieprojecten dienen te worden opgegeven door middel van bijlage 3. Ook in het gelijkluidende antwoord op de vragen 4, 5 en 6 in de NvI staat uitdrukkelijk beschreven dat bij ‘Motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’ maximaal 200 woorden mogen worden gebruikt, zodat ook de NvI geen aanknopingspunten biedt voor de gedachte dat bijlage 3 gecombineerd mag worden ingevuld. Het gecombineerd invullen van bijlage 3 zou immers betekenen dat er in totaal maximaal 400 woorden mogen worden gebruikt bij ‘Motivatie ten aanzien van de competentie/selectiecriterium’. Echter, de kop bovenaan bijlage 3 in blauwe tekst wekt de indruk dat het wel is toegestaan om bijlage 3 gecombineerd in te vullen. Daar staat beschreven dat referentieprojecten op basis van het format moeten worden ingediend als ‘
Bijlage 4/A en/of 4/1: referentieproject competentie en/of selectiecriterium’,
‘Bijlage 4/B en/of 4/2: referentieproject competentie en/of selectiecriterium’en
‘Bijlage 4/C en/of 4/3: referentieproject competentie en/of selectiecriterium’. Uit de woorden ‘en/of’, kunnen gegadigden afleiden dat ten aanzien van een op te geven referentieproject in plaats van aparte bijlagen ook één bijlage kan worden ingediend voor de beschrijving van telkens één kerncompetentie-eis èn één selectiecriterium. Nu de Selectieleidraad daarover geen duidelijkheid biedt en ook de NvI op dat punt geen uitkomst geeft, moet worden geconcludeerd dat de paragrafen 4.4 en 4.5 van de Selectieleidraad, in samenhang gelezen met bijlage 3 en de NvI, voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Deze conclusie wordt ondersteund door het feit dat ook de beoordelingscommissie bij de initiële beoordeling van de aanmeldingen van de gegadigden uitging van de uitleg van Common Affairs c.s. en Next en dat zij pas ná het bezwaar van Kraaijvanger en het door de Gemeente gevraagde juridisch advies daarover aan een derde tot de conclusie kwam dat bijlage 3 óók gecombineerd mocht worden ingevuld.
5.9.
Het voorgaande kan dan ook tot geen andere conclusie leiden dan dat met inachtneming van de CAO-norm niet onmiskenbaar is dat de paragrafen 4.4 en 4.5 van de Selectieleidraad moeten worden uitgelegd zoals Common Affairs c.s. en Next voorstaan. Zowel de uitleg van Common Affairs c.s. en Next als de uitleg van de Gemeente zijn indenkbaar. Onder deze omstandigheden moet worden vastgesteld dat niet alle voorwaarden en modaliteiten van de aanbestedingsprocedure zijn geformuleerd op een zodanig duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, dat behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigden voor de opdracht de juiste reikwijdte ervan hebben kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier hebben kunnen interpreteren. Dit is een gebrek in de aanbestedingsprocedure dat zich uitsluitend via een heraanbesteding laat herstellen. Dit betekent dat de primaire vorderingen van Common Affairs c.s., die strekken tot intrekking van de besluiten van 12 en 13 januari 2026 en gestanddoening van het selectiebesluit van 7 januari 2026, worden afgewezen. Aangezien Common Affairs c.s. geen vordering tot heraanbesteding hebben ingediend, betekent dit dat de subsidiaire vordering onder iv. zal worden toegewezen en dat de Gemeente zal worden veroordeeld om de aanbestedingsprocedure te staken. Het is dan vervolgens aan de Gemeente of zij opnieuw een aanbesteding wenst te organiseren. De overige subsidiaire vorderingen zullen worden afgewezen.
5.10.
Er bestaat geen aanleiding om een dwangsom op te leggen, nu de Gemeente ter zitting heeft verklaard dat zij het vonnis stipt en onverkort zal nakomen en geen reden wordt gezien om aan deze toezegging te twijfelen.
5.11.
De Gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Common Affairs c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
128,65
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.229,65
5.12.
De proceskosten aan de zijde van Next worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
5.13.
De door Common Affairs c.s. en Next gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
In het incident tot voeging
6.1.
laat Next toe als voegende partij in het geschil tussen Common Affairs c.s. en de Gemeente aan de zijde van Common Affairs c.s.,
6.2.
veroordeelt Common Affairs c.s. en de Gemeente in de proceskosten in het incident tot voeging, aan de zijde van Next tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil,
In de hoofdzaak
6.3.
gebiedt de Gemeente de Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure ‘aanbesteding Architect gemeente Beuningen’ binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis te staken,
6.4.
veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van Common Affairs c.s. van € 2.229,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van Next van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
veroordeelt de Gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten van Common Affairs c.s. en Next als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
506

Voetnoten

1.HR 28-03-2014, ECLI:NL:HR:2014:768