ECLI:NL:RBGEL:2026:2023

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/05/463423 / JE RK 26-207
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging machtiging gesloten jeugdhulp na spoedmachtiging

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders om de gesloten jeugdhulpmachtiging voor een minderjarige te verlengen na een eerder verleende spoedmachtiging. De kinderrechter heeft op 20 februari 2026 een spoedmachtiging verleend voor een gesloten plaatsing tot 3 maart 2026 vanwege gedragsproblemen en een incident waarbij een groepsleider werd verwond.

Tijdens de zitting op 27 februari 2026 is gebleken dat er per 2 maart 2026 een plek beschikbaar is op een open behandelgroep voor jongeren met ASS, passend bij de problematiek van de minderjarige. Zowel de minderjarige als zijn grootmoeder steunen de overplaatsing naar deze open groep. De kinderrechter overweegt dat de gesloten plaatsing niet langer noodzakelijk is, mede omdat er de afgelopen week geen incidenten zijn geweest en de gedragswetenschapper slechts instemde met een maximale duur van een maand.

Het college heeft onvoldoende onderbouwd waarom de gesloten plaatsing na 2 maart 2026 nog noodzakelijk zou zijn, ondanks dat de open groep tijd nodig heeft voor voorbereiding. Het belang van de minderjarige om zo snel mogelijk meer vrijheid te krijgen en terug te keren naar school weegt zwaarder. Daarom wijst de kinderrechter het verzoek tot verlenging af, zodat de minderjarige uiterlijk op 2 maart 2026 kan worden overgeplaatst naar de open groep.

Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen en de minderjarige wordt uiterlijk 2 maart 2026 overgeplaatst naar een open behandelgroep.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/463423 / JE RK 26-207
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeentenaam] ,
hierna te noemen: het college,
over
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat mr. B.A.T. Brouwer uit Apeldoorn.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam grootmoeder] ,
hierna te noemen: de grootmoeder (mz),
wonende in [plaatsnaam] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 20 februari 2026 waarin een spoedmachtiging is verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 3 maart 2026. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
1.2.
De kinderrechter heeft na deze beschikking nog de volgende stukken ontvangen:
  • de brief van Pluryn van 26 februari 2026;
  • de brief van Pluryn van 27 februari 2026.
1.3.
Op 27 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren gehouden. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met zijn advocaat;
  • de grootmoeder;
  • twee vertegenwoordigsters van het college.
1.4.
Aan dhr. [naam oom] , de oom van [de minderjarige] , is bijzondere toegang verleend om de zitting bij te wonen.

2.Het verzoek

2.1.
De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het (ter zitting gewijzigde) verzoek van het college om een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van maximaal één week.

3.De standpunten

3.1.
De advocaat van [de minderjarige] verzoekt de machtiging voor een zo beperkt mogelijke duur af te geven. Het is in het belang van [de minderjarige] dat hij zo spoedig mogelijk wordt overgeplaatst naar een open setting. [de minderjarige] wil dit zelf ook graag en geeft aan rustiger te zijn geworden. Hij wil graag zo snel mogelijk school en zijn bijbaan hervatten. Hij wil in ieder geval niet terug naar groep [woonvoorziening] , de open groep van Pluryn waar hij verbleef vóór de gesloten plaatsing.
3.2.
Ook de grootmoeder is van mening dat [de minderjarige] zo snel mogelijk weer naar een open groep moet. [de minderjarige] doet het zowel op school als op zijn werk heel goed. De grootmoeder heeft al meerdere keren bij de groep aan de bel getrokken en gevraagd of de dosering van zijn medicatie wellicht te laag was, omdat het niet goed leek te gaan met [de minderjarige] op de groep en het niet de [de minderjarige] was die zij kende. [de minderjarige] deed het altijd heel goed op de groep tot het incident.

4.De verdere beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat het verzoek om de gesloten plaatsing van [de minderjarige] te laten voortduren na maandag 2 maart 2026 moet worden afgewezen. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
4.2.
In de spoedbeschikking van 20 februari 2026 is de kinderrechter kritisch geweest over de noodzaak van de gesloten plaatsing. Daarbij is overwogen dat uit de verklaring van de gedragswetenschapper is gebleken dat de escalatie op de open groep waarbij [de minderjarige] doormiddel van een steekvlam een groepsleider heeft verwond (ook) het gevolg is geweest van het niet adequaat handelen van de groepsleiding. Het is de vraag of een gesloten plaatsing nodig zou zijn geweest als er anders was omgegaan met de problematiek van [de minderjarige] . De kinderrechter heeft uiteindelijk toch de machtiging afgegeven, omdat er op dat moment weinig keuze was. Als er geen spoedmachtiging werd afgegeven, dan zou [de minderjarige] in de justitiële inrichting moeten blijven waar hij slechter af zou zijn dat op een gesloten groep binnen Pluryn. De machtiging is om die reden voor een zeer beperkte duur van elf dagen toegewezen tot 3 maart 2026. Daarbij is overwogen dat in de tussentijd alle betrokken volwassenen op zoek moeten naar een geschikte, bij voorkeur niet gesloten, plek voor [de minderjarige] . De kinderrechter neemt deze overwegingen als vertrekpunt bij de beoordeling van het verzoek zoals dat nu voorligt.
4.3.
Tijdens de zitting heeft het college gesteld dat eerder die dag is gebleken dat er per maandag 2 maart 2026 een plek beschikbaar is voor [de minderjarige] bij de [groepnaam] groep van Pluryn locatie [locatienaam] in [plaatsnaam] . Dit is een open behandelgroep voor jongeren met ASS. Het college heeft aangegeven dat dit volgens Pluryn een passende plek is voor [de minderjarige] . Dit leest de kinderrechter ook terug in een door het college overgelegde brief van de gedragswetenschapper en hoofd behandeling van Pluryn van 26 februari 2026 waarin staat dat er daar voor [de minderjarige] een plek vrijkomt, dat zij menen dat dit een bij [de minderjarige] problematiek passende plek is en hem daar ook gerichte behandeling geboden kan worden. [de minderjarige] wil hier zelf ook heen en ook zijn grootmoeder is het daarmee eens. Nu deze plek beschikbaar is per 2 maart 2026, de einddatum van de huidige spoedmachtiging gesloten jeugdhulp, en er zich de afgelopen week geen incidenten hebben voorgedaan, is de kinderrechter van oordeel dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de gedragsproblemen van [de minderjarige] te behandelen. [1] Daarmee wordt niet langer voldaan aan het wettelijk criterium om de gesloten plaatsing te laten voortduren.
4.4.
Dat in voornoemde brief van Pluryn staat dat de [groepnaam] groep tijd nodig heeft om de plaatsing van [de minderjarige] voor te bereiden en te zorgen dat er daar een goede start kan plaatsvinden - zoals een dagprogramma en een zorgvuldige overdracht - en de gesloten plaatsing daarom nog een maand zou moeten voortduren, weegt minder zwaar dan [de minderjarige] belang om de gesloten plaatsing zo snel mogelijk te laten eindigen, zodat hij weer meer vrijheden heeft en ook weer naar school kan. Daarbij is naast het hiervoor benoemde vertrekpunt in het bijzonder van belang dat de onafhankelijk gedragswetenschapper alleen heeft ingestemd met een gesloten plaatsing voor de maximale duur van een maand (te rekenen vanaf 20 februari 2026). Ook is van belang dat het college zelf ter zitting heeft gepleit voor een aansluitende machtiging van maximaal één week na 2 maart 2026. Ter zitting heeft het college vervolgens niet concreet onderbouwd waarom een plaatsing op de [groepnaam] groep met ingang van 2 maart 2026 niet mogelijk of wenselijk zou zijn en er (gerekend vanaf de uitspraak ter zitting op 27 februari) meer dan de beschikbare drie dagen voorbereidingstijd noodzakelijk is om de plaatsing aldaar zorgvuldig te realiseren. De door het college overgelegde brief van Pluryn is daarom ontoereikend om tot een ander oordeel te komen.
4.5.
Voorgaande betekent dat de kinderrechter het verzoek om de gesloten machtiging te laten voortduren na 2 maart 2026 zal afwijzen, zodat [de minderjarige] uiterlijk op 2 maart 2026 overgeplaatst kan worden naar voornoemde open groep.

5.De beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door
mr. R. Raat, kinderrechter, in aanwezigheid van R.G.A. Bergevoet-Welling als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).