ECLI:NL:RBGEL:2026:205

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
ARN 24/8312
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser, die een VOG aanvroeg voor vrijwilligerswerk in de gezondheidszorg, is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser bij de afgifte van de VOG. De rechtbank legt uit dat de staatssecretaris bij zijn besluit rekening heeft gehouden met de strafbare feiten van eiser, die recentelijk zijn gepleegd, en dat deze een risico voor de samenleving met zich meebrengen. Eiser heeft een aantal beroepsgronden aangevoerd, maar de rechtbank komt tot de conclusie dat de staatssecretaris zijn belangen in voldoende mate heeft meegewogen. De rechtbank wijst erop dat eiser in de toekomst mogelijk opnieuw een aanvraag kan indienen, mits hij gedurende een langere periode geen strafbare feiten pleegt en kan aantonen dat het goed met hem gaat.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8312

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

(gemachtigde: mr. A.L. de Gier).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser bij de afgifte van de gevraagde VOG. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 16 april 2024 een aanvraag ingediend voor een VOG, voor vrijwilliger bij [naam stichting] in [plaats]. De staatssecretaris heeft deze aanvraag beoordeeld en eiser met de brief van 26 april 2024 op de hoogte gesteld van het voornemen om eiser geen VOG te geven. Eiser heeft niet op het voornemen gereageerd. De staatssecretaris heeft met het besluit van 11 juni 2024 de aanvraag afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 11 oktober 2024 is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

Hoe is de staatssecretaris tot zijn besluit gekomen?
3. Eiser heeft een VOG aangevraagd voor de functie van vrijwilliger. Daarbij is het screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ aangegeven.
3.1.
De staatssecretaris heeft beoordeeld of er een risico is voor de samenleving, als eiser in aanraking is geweest met justitie en het strafbare feit herhaalt. Hij kijkt daarbij naar het tijdsverloop, hoe vaak eiser te maken had met justitie en waarvoor, hoe hoog de straf was en waarom eiser een VOG wil. De staatssecretaris hanteert daarbij een terugkijktermijn van vier jaar. Hij is bij zijn besluit uitgegaan van de volgende strafbare feiten.
  • Op 4 april 2024 is een zaak wegens diefstal geseponeerd op grond van ‘recente bestraffing’. Pleegdatum oktober 2023.
  • Op 10 januari 2024 is eiser veroordeeld wegens diefstal en 3 gevallen van beschadiging goederen tot een gevangenisstraf van 14 dagen, waarvan 12 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze proeftijd is nog van kracht tot 22 januari 2026. Daarnaast is aan eiser een maatregel van schadevergoeding opgelegd van € 1.000 bij niet voldoen 20 dagen gijzeling. Deze uitspraak is op 10 januari 2024 onherroepelijk geworden. Pleegdata oktober/november 2023.
  • Bij strafbeschikking van 12 juli 2023 is aan eiser een boete van € 200 opgelegd wegens diefstal. Pleegdatum 12 juli 2023.
3.2.
De staatssecretaris is van mening dat er een risico voor de samenleving is als aan eiser een VOG wordt afgegeven. Als vrijwilliger bij de [naam stichting] in [plaats], werkt eiser in de gezondheidszorg. Eiser is daarbij verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van personen. Volgens de staatssecretaris bestaat het risico dat de personen waarvoor eiser verantwoordelijk is geweld zien of slachtoffer worden van geweld. Ook bestaat het risico dat eiser geld of spullen steelt van personen waarvoor hij verantwoordelijk is.
Wat is het toetsingskader?
4. Wanneer de aanvrager van een VOG in de justitiële documentatie voorkomt, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium. Met het objectieve criterium wordt beoordeeld of de aangetroffen justitiële gegevens binnen de geldende terugkijktermijn, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak, dan wel bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd. In beginsel wordt de afgifte van de VOG geweigerd als voldaan wordt aan het objectieve criterium. [1] Bij het subjectieve criterium wordt beoordeeld of het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het eerder genoemde risico voor de samenleving. Als dat zo is, wordt de VOG afgegeven, ook al wordt voldaan aan het objectieve criterium. Bij de toepassing van het subjectieve criterium worden als relevante omstandigheden betrokken de wijze waarop de strafzaak is afgedaan, het tijdsverloop en de hoeveelheid antecedenten. Bij de beoordeling van een aanvraag om afgifte van een VOG worden door de staatssecretaris de criteria gehanteerd die zijn neergelegd in de beleidsregels VOG-NP-RP 2024 (de beleidsregels), zoals deze golden ten tijde van het bestreden besluit.
Het objectieve criterium
5. Tussen partijen is niet in geschil dat aan het objectieve criterium wordt voldaan. Dit betekent dat de staatssecretaris in beginsel de VOG mocht weigeren. Dit is alleen anders als het belang van eiser zwaarder weegt dan het belang van de samenleving. Of dit zo is, daar gaat de rechtbank hieronder op in.
Het subjectieve criterium
6. Eiser betoogt dat de strafbare feiten zijn gepleegd in een periode van onstabiliteit. Eiser verkeerde in een psychose, waarvoor hij in november 2023 ook is opgenomen. Eiser is nu weer uit psychose, in behandeling en heeft sinds zijn ontslag bij de kliniek geen enkel politiecontact meer gehad. Eiser stelt dat hij destijds door de politierechter ontoerekeningsvatbaar is verklaard. Op basis van zijn goede gedrag en zijn welwillendheid om te participeren in de samenleving stelt eiser het juist te vinden dat aan hem weer een VOG wordt verstrekt om zijn herstelproces positieve daadkracht bij te zetten. Volgens eiser zijn de behandelaren van Pro Persona ook van mening dat aan hem een VOG kan worden verstrekt.
6.1.
De rechtbank merkt allereerst op dat zij moet beoordelen of de staatssecretaris ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar eisers belangen in voldoende mate heeft meegewogen. Dat betekent dat de rechtbank het tijdsverloop sinds het nemen van dit besluit (inmiddels meer dan een jaar) niet kan meenemen bij haar beoordeling. De rechtbank zal dan ook uitgaan van de situatie op 11 oktober 2024 (de datum van het bestreden besluit).
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris eisers belangen, ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar, in voldoende mate heeft meegewogen in zijn beoordeling. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat hij deze belangen minder zwaar laat wegen dan het belang van de beperking van de risico’s voor de samenleving. De staatssecretaris heeft betrokken dat eiser erg gemotiveerd is om van zijn leven een succesvol leven te maken. En dat hij graag wil participeren in de maatschappij door vrijwilligerswerk te verrichten bij de [naam stichting] in [plaats]. De rechtbank ziet eisers belang, maar vindt dit een beperkt belang. Eiser beoogt vrijwilligerswerk en is bijvoorbeeld geen kostwinner. Bovendien is eiser als vrijwilliger in de gezondheidszorg verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van personen. De strafbare feiten zoals door eiser begaan passen hier niet bij. Dat eiser deze onder invloed van een psychose heeft gepleegd wordt door de staatssecretaris niet betwist. Dat betekent echter niet dat de staatssecretaris hier geen waarde aan heeft hoeven hechten. Dat eiser zijn leven heeft gebeterd, wat ook blijkt uit de door hem overgelegde verklaring van zijn familie, is bewonderingswaardig. De staatssecretaris ontkent dat ook niet. Maar de staatssecretaris heeft wel in redelijkheid kunnen oordelen dat de gepleegde strafbare feiten op het moment van de beslissing op bezwaar nog te recent zijn om het belang van de risico’s voor de samenleving kleiner te achten dan eisers persoonlijke belang. Eiser moet voor een langere periode laten zien dat hij geen strafbare feiten meer pleegt.
6.2.
De rechtbank wijst erop dat het voorgaande niet betekent dat eiser nooit een VOG zou kunnen krijgen. Als eiser de positieve lijn doorzet en gedurende een langere periode laat zien dat hij niet meer met justitie in aanraking komt, kan hij een nieuwe aanvraag doen. Er geldt een terugkijktermijn van vier jaar, maar de staatssecretaris heeft op de zitting aangegeven dat niet zonder meer vast wordt gehouden aan die termijn en dat tijdsverloop een rol speelt. De staatssecretaris heeft op zitting een termijn van twee jaar genoemd. Ook documenten waaruit blijkt dat het goed met eiser gaat en een eventuele verklaring van het bejaardenhuis waar eiser vrijwilligerswerk wil doen kan helpend zijn bij een nieuwe aanvraag.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie paragraaf 3.1.3. Het objectieve criterium van de beleidsregels.