Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
a) Oekraïense onderdanen die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne verbleven;
b) staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne internationale bescherming of gelijkwaardige nationale bescherming genoten;
c) gezinsleden van de in punten a) en b) genoemde personen.
In artikel 2, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit staat, kort gezegd, dat de (huwelijks)partner, minderjarige kinderen en andere naaste familieleden die met het gezin samenwoonden ten tijde van de omstandigheden rond de massale toestroom van ontheemden, en op dat tijdstip volledig of grotendeels afhankelijk waren van een in lid 1 onder a) of b) genoemd persoon, worden geacht gezinsleden te zijn, voor zover het gezin vóór 24 februari 2022 reeds in Oekraïne een gezin was en in Oekraïne verbleef.