Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2086

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/05/382614 / HZ ZA 21-35
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onteigening en vaststelling schadeloosstelling na minnelijke regeling

De Staat der Nederlanden heeft bij dagvaarding de vervroegde onteigening gevorderd van een gedeelte van 113 m² van een perceel van 1.000 m², eigendom van de gedaagde. De Staat bood aanvankelijk een schadeloosstelling van € 734,50 aan, welke door de gedaagde werd aanvaard. Na het onherroepelijk worden van het Tracébesluit werd de procedure hervat.

Gezien de verstreken tijd sinds de aanvaarding van het aanbod, bood de Staat een geïndexeerde schadeloosstelling van € 1.500,00 en een vergoeding van € 2.741,41 voor kosten van deskundige bijstand aan, welke door de gedaagde werd geaccepteerd. De rechtbank werd verzocht de onteigening uit te spreken en de schadeloosstelling en kostenvergoeding vast te stellen.

De rechtbank oordeelde conform de minnelijke regeling, sprak de onteigening uit, stelde de schadeloosstelling en kostenvergoeding vast en wees het dagblad De Gelderlander aan voor publicatie van het vonnis. Hiermee is de procedure afgerond met een eindvonnis in overeenstemming met de partijen.

Uitkomst: De rechtbank spreekt onteigening uit en stelt schadeloosstelling en kostenvergoeding vast conform minnelijke regeling.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/382614 / HZ ZA 21-35
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat),
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: de Staat,
advocaat: mr. R.C.K. van Andel,
tegen
[naam gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B.S. ten Kate.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de verwijzingen van de zaak naar achtereenvolgende parkeerrollen
- de akte van de Staat van 17 december 2025, waarin zij meedeelt dat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt en aan de rechtbank vraagt om bij vonnis in overeenstemming daarmee bij eindvonnis te beslissen bij eindvonnis.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De Staat heeft bij dagvaarding de vervroegde onteigening gevorderd van een gedeelte ter grootte van 113 m² (aangeduid met grondplannummer [nummer] ) van het perceel kadastraal bekend [gegevens kadaster] , in totaal groot 1.000 m². [gedaagde] is de eigenaar van de te onteigenen grond. De Staat heeft aan [gedaagde] een bedrag van € 734,50 aangeboden als schadeloosstelling.
2.2.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord de aangeboden schadeloosstelling aanvaard.
2.3.
De Staat heeft daarop de procedure op de parkeerrol laten plaatsen in afwachting van het onherroepelijk worden van (kort gezegd) het Tracébesluit dat de planologische grondslag vormt voor de onteigening. Met de einduitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 oktober 2024 is het Tracébesluit onherroepelijk geworden. De Staat wil daarom de onteigeningsprocedure hervatten.
2.4.
Gelet op de tijd die is verstreken sinds de aanvaarding van het aanbod door [gedaagde] begin 2021, heeft de Staat hem aangeboden om de werkelijke waarde van de te onteigenen grond te indexeren en de schadeloosstelling vast te stellen op € 1.500,00. Daarnaast heeft de Staat aangeboden een vergoeding van € 2.741,41 inclusief btw aan [gedaagde] te betalen voor de kosten van deskundige bijstand.
2.5.
[gedaagde] heeft dit aanbod op 28 november 2025 aanvaard.
2.6.
Met instemming van [gedaagde] verzoekt de Staat de rechtbank bij eindvonnis de onteigening uit te spreken en de schadeloosstelling en de kostenvergoeding vast te stellen op de hierboven genoemde bedragen. De rechtbank zal in overeenstemming hiermee beslissen.
2.7.
De Staat vordert dat aan het vonnis wordt gehecht de als productie 1 aan de dagvaarding gehechte kaartweergave, die ter inzage heeft gelegen. Deze kaartweergave en het bijbehorende GrensOvereenstemmingsFormulier zullen worden opgenomen in 2.9 en 2.10 van dit vonnis. Het in-/bijvoegen van deze kaartweergave in/bij het vonnis is van belang omdat het gaat om onteigening van een gedeelte van een kadastraal perceel. Bij de inschrijving van het onteigeningsvonnis in de openbare registers van het Kadaster is hierdoor ook voor derden duidelijk waarop de onteigening ziet.
2.8.
Ten slotte zal de rechtbank een nieuws- en advertentieblad aanwijzen waarin de griffier dit vonnis bij uittreksel zal moeten publiceren.
2.9 & 2.10
[ Grensovereenstemmings-Formulier & kaart verwijderd ter anonimisatie. ]

3.1.
De rechtbank spreekt uit ten name van de Staat en ten algemenen nutte, de onteigening van het ten name van [gedaagde] staande perceelsgedeelte:
(grondplannummer [nummer] ) een gedeelte ter grootte van 113 m² van het perceel kadastraal bekend [gegevens kadaster] , in totaal groot 1.000 m², zoals weergegeven op de kaartweergave en het bijbehorende GrensOvereenstemmingsFormulier die zijn opgenomen onder 2.9 en 2.10 van dit vonnis,
3.2.
stelt de door de Staat aan [gedaagde] verschuldigde schadeloosstelling vast op een bedrag van € 1.500,00 (duizendvijfhonderd euro) en veroordeelt de Staat tot betaling van dit bedrag aan [gedaagde] ,
3.3.
veroordeelt de Staat om aan [gedaagde] te betalen de kosten van juridische bijstand ten bedrage van € 2.741,41 inclusief btw,
3.4.
wijst het te Duiven verschijnende dagblad De Gelderlander aan als nieuwsblad waarin de griffier van de rechtbank dit vonnis bij uittreksel zal plaatsen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
JE/Vg
Tekst
Tekst