ECLI:NL:RBGEL:2026:2089
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling definitieve tegemoetkoming NOW-6 op nihil
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarbij de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-6, achtste tranche, werd vastgesteld op nihil vanwege een omzetdaling van minder dan 20%.
De rechtbank oordeelt dat de minister de omzetdaling op juiste wijze heeft vastgesteld, waarbij toepassing is gegeven aan het toerekeningsbeginsel zoals voorgeschreven in de NOW-6-regeling. De omzetdaling van 4% rechtvaardigt een vaststelling op nihil. Eiseres' betoog dat het kasstelsel had moeten worden gehanteerd, wordt verworpen omdat dit geen representatief beeld geeft van de omzetdaling over de korte meetperiode.
Verder is vastgesteld dat de minister niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank heeft verstrekt, wat een schending is van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb. Dit leidt tot vergoeding van het griffierecht aan eiseres. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit omtrent de belangenafweging bij terugvordering van het voorschot, maar passeert dit gebrek omdat de minister tijdens de zitting alsnog een belangenafweging heeft gegeven die de rechtbank volgt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de minister mag het voorschot terugvorderen en moet het griffierecht vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming NOW-6 op nihil wordt ongegrond verklaard en de minister moet het griffierecht vergoeden.