ECLI:NL:RBGEL:2026:2091
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling nihil tegemoetkoming NOW-6, achtste tranche
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-6, achtste tranche, werd vastgesteld op nihil vanwege een omzetdaling van minder dan 20%.
De rechtbank oordeelt dat de minister de omzetdaling op juiste wijze heeft vastgesteld, waarbij de sponsoropbrengsten naar rato zijn toegerekend conform artikel 5, tiende lid, van de NOW-6. De omzetdaling van 12% rechtvaardigt een vaststelling op nihil. De minister heeft binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken gehandeld, waardoor geen sprake is van onzorgvuldigheid.
Hoewel de minister niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank heeft verstrekt, heeft eiseres deze zelf aangeleverd, zodat dit geen inhoudelijke gevolgen heeft. Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht wegens schending van artikel 8:42 Awb Pro.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit omtrent de belangenafweging bij terugvordering van het voorschot, maar passeert dit gebrek omdat de minister tijdens de zitting alsnog een belangenafweging heeft gegeven die de rechtbank volgt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming NOW-6 op nihil wordt ongegrond verklaard en de minister moet het griffierecht vergoeden.