Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel
[derde-partij]uit [plaats 3], vergunninghouder
Rechtbank Gelderland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel heeft verleend voor het bouwen van 59 woningen aan een locatie in de gemeente. De vergunning werd op 3 april 2025 verleend met een afwijking van de bouwhoogte voor twee woningen, waarna op 19 juni 2025 een gewijzigde vergunning werd verleend die binnen de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan viel.
Eisers voerden aan dat het college ten onrechte niet heeft gewacht met de beslissing op bezwaar vanwege een lopend beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak over het bestemmingsplan en dat er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de vaste Tegelenrechtspraak rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat het bestemmingsplan op het moment van de beslissing op bezwaar al in werking was getreden en dat de gewijzigde vergunning conform het bestemmingsplan is verleend.
Daarnaast stelden eisers dat de locatie ongeschikt is voor woningbouw vanwege nabijheid van bedrijvigheid en mogelijke belemmeringen voor hun bedrijfsvoering. De rechtbank stelt dat deze gronden niet in deze procedure aan de orde kunnen komen en dat de Afdeling bestuursrechtspraak hierover moet oordelen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.M. Verhoeven op 18 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning voor woningbouw.