De broers en zussen zijn erfgenamen van een nalatenschap na het overlijden van hun ouders, die een landbouwbedrijf hadden. De broers vorderen inzage in alle onderliggende stukken bij de erfbelasting en administratie van het bedrijf, omdat de zussen deze ondanks verzoeken niet verstrekken.
De zussen betwisten de vordering, stellende dat de broers geen concreet verzoek hebben gedaan en dat zij niet over alle gevraagde stukken beschikken. Ook wijzen zij op het intrekken van een volmacht en het blokkeren van ervenrekeningen, waardoor zij zelf geen toegang meer hebben tot bepaalde informatie.
De rechtbank oordeelt dat de broers recht hebben op inzage in de stukken die gebruikt zijn voor de erfbelasting, maar dat de zussen niet kunnen worden veroordeeld tot het overleggen van stukken die zij niet bezitten. De zussen worden veroordeeld om de boekhouder toestemming te geven deze stukken aan de broers te verstrekken. De vordering tot inzage in de administratie van het landbouwbedrijf wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie en bewijs van beschikbaarheid.
Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat er geen reden is te veronderstellen dat de zussen het vonnis niet zullen naleven. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie en het onderwerp. De zaak wordt aangehouden voor verdere afwikkeling nadat de broers de gevraagde informatie hebben ontvangen.