Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
[eiseres], uit [plaats 1], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Op 16 januari 2025 heeft de toezichthouder de recreatiewoning bezocht. Eiseres was aanwezig. Zij heeft aangegeven daar te verblijven ter recreatie en dat haar woonadres in [plaats 2] is.
- Op 18 februari 2025 heeft de toezichthouder de recreatiewoning bezocht. Eiseres was aanwezig. Zij heeft aangegeven dat zij daar is gekomen na een relatiebreuk en daar tijdelijk woont sinds 2006. Ze gaat vanaf de recreatiewoning naar haar werk. Ze komt af en toe bij de ex-partner als zijn nieuwe vriendin er niet is.
- Op 26 mei 2025 heeft de toezichthouder de woning aan de [locatie 2] in [plaats 2] bezocht. De toezichthouder heeft de eigenaar, [naam ex-partner], gesproken. [naam ex-partner] heeft verklaard dat eiseres op het adres staat ingeschreven, een ingerichte kamer heeft, maar niet in de woning woont, verblijft of slaapt.
- Op 16 september 2025 hebben toezichthouders de recreatiewoning bezocht. De auto van eiseres is op de parkeerplaats van het park aangetroffen. Bij de woning is gezien dat de raamverduisteringen dicht zaten, dat er verlichting brandde en het erop leek dat een televisie aan stond. Er is gezien dat een persoon door de woning liep. Hierna zijn de toezichthouders naar [locatie 3] in [plaats 1] gegaan en hebben daar gesproken met de zus van eiseres, [naam zus]. Zij heeft verklaard dat eiseres op dat moment aan het werk was. Eiseres staat sinds 8 september 2025 ingeschreven, omdat het niet meer goed ging bij de ex-partner in [plaats 2]. Eiseres slaapt regelmatig in de woning, maar slaapt ook nog wel bij de ouders of in de recreatiewoning. Eiseres beschikt over een slaapkamer op zolder.
- Zij geeft aan dat de verklaring van 18 februari 2025 haaks staat op het rapport van 16 februari 2025 en betwist dat zij verklaard zou hebben dat ze in de recreatiewoning woont.
- Over de verklaring van de ex-partner [naam ex-partner] op 26 mei 2025 geeft zij aan dat de verstandhouding op dat moment niet goed was en dat ze wel in [plaats 2] woonde, maar niet iedere dag aanwezig was.
- Eiseres stelt dat de controles van 2 en 10 september 2025 niet meegewogen kunnen worden, omdat het rapport ontbreekt.
- Over de controle op 16 september 2025 geeft zij aan dat ze die dag aan het werk was en de auto van haar ouders in gebruik had. Ten tijde van de controle was zij pas acht dagen geleden verhuisd.
En zij vindt het moeilijk, maar geeft eigenlijk toe dat [eiseres] daar niet verblijft. Of eigenlijk wel, want ze heeft daar een kamer, maar het liefst zo min mogelijk.” Vervolgens staat onder de bevindingen van het huisbezoek dat [naam ex-partner] verklaart dat eiseres op een camping in [plaats 1] zit, zich niet mag inschrijven en hier een kamer heeft ingericht maar niet woont/verblijft/slaapt. Tot slot volgt uit het verweerschrift in bezwaar van het college van 21 mei 2025 dat vanuit de gemeente Culemborg contact is geweest met [naam ex-partner] en dat zij heeft aangegeven dat eiseres een kamer heeft en welkom is zolang zij geen passende woning heeft gevonden. Eiseres zou af en toe verblijven op dit adres. De voorzieningenrechter overweegt dat deze bevindingen inhoudelijk niet met elkaar te rijmen zijn en daarbij ook geen inzicht geven in het verblijf van eiseres in [plaats 2] en eventuele afspraken met de ex-partner.