ECLI:NL:RBGEL:2026:2174

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
AWB 26/766
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening huisvesting niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep

In deze bestuursrechtelijke zaak verzoekt de vader van een minderjarige om een voorlopige voorziening die het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst verplicht tot het bieden van huisvesting aan de moeder van de minderjarige, dan wel het verbiedt eerder verleende huisvesting te beëindigen.

Het college heeft aangegeven dat er twee besluiten zijn genomen: een besluit tot beëindiging van jeugdhulp en een besluit tot tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De griffier heeft de verzoeker verzocht om nadere toelichting en bewijsstukken, waaronder een wettelijke grondslag voor het verzoek en informatie over bezwaar- of beroepsprocedures, maar de verzoeker heeft niet gereageerd.

De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd indien tegen het besluit bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld. Omdat in deze zaak geen bezwaar- of beroepsprocedure is gestart, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en kan het niet inhoudelijk worden behandeld.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk, wijst het griffierecht af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar of beroep.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/766

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

de vader van minderjarige [naam minderjarige], uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het college aan de moeder van [naam minderjarige] huisvesting biedt dan wel dat de voorzieningenrechter het college verbiedt om eerder verleende huisvesting aan de moeder van [naam minderjarige] te beëindigen.
2.1.
Het college heeft in reactie op het verzoek aangegeven dat er twee besluiten in de zin van de Awb zijn genomen. Het gaat om een besluit tot beëindiging van de jeugdhulp en een besluit tot tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang.
2.2.
De griffier van de rechtbank heeft verzoeker per brief van 19 februari 2026 gevraagd om een toelichting op zijn verzoek. Er is gevraagd naar een wettelijke grondslag voor het verzoek om huisvesting, om een afschrift van een melding en/of aanvraag voor huisvesting en of er bezwaar of beroep is ingesteld tegen een beslissing van het college tot weigering of beëindiging van huisvesting. Verzoeker heeft niet op deze brief gereageerd.
3. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb volgt dat een betrokkene een voorlopige voorziening kan vragen indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld. In de zaak van verzoeker is niet gebleken dat er sprake is van een bezwaar- of beroepsprocedure waar het verzoek mee samenhangt. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het verzoek niet inhoudelijk behandeld kan worden en dus niet-ontvankelijk is.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Verzoeker krijgt zijn griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.