ECLI:NL:RBGEL:2026:2240
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- M.J.M.
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs na betaling opleggingskosten
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarin zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van opleggingskosten voor een cursus.
Het CBR heeft dit besluit op 13 maart 2026 ambtshalve herroepen, waardoor het spoedeisend belang van het verzoek is komen te vervallen. Verzoeker erkent dit zelf in zijn brief, maar handhaaft toch zijn verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat zonder spoedeisend belang geen voorlopige voorziening kan worden getroffen en wijst het verzoek dan ook af. Tevens wordt overwogen dat verzoeker geen proceskostenvergoeding krijgt omdat hij het verzoek niet heeft ingetrokken ondanks het vervallen belang.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang na ambtshalve herroeping van het besluit.