Gedaagde heeft een zorgverzekering bij FBTO en liet twee declaraties met eigen risico onbetaald. FBTO en gedaagde sloten een betalingsregeling van €25 per maand, die schriftelijk werd bevestigd. Gedaagde vertrok naar het buitenland, waarna FBTO de regeling stopzette vanwege een gestorneerde incasso. Gedaagde betwistte de stopzetting en de gevorderde buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde het verschuldigde bedrag aan eigen risico deels heeft voldaan en dat FBTO onvoldoende heeft onderbouwd waarom de betalingsregeling werd beëindigd. De regeling voorzag niet in stopzetting bij niet-betaling van een nieuwe zorgnota, en gedaagde betaalde premies en termijnen volgens afspraak.
De rechtbank oordeelt dat FBTO onredelijk heeft gehandeld en de betalingsregeling onterecht stopzette, waardoor het niet toewijzen van buitengerechtelijke kosten en het compenseren van proceskosten passend is. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van €166,52. De rechtbank gaat ervan uit dat de betalingsregeling wordt voortgezet.