Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2390

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
458197
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 141 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeraar Achmea wijst schadevergoeding pluimveebedrijf af wegens onvoldoende adequaat handelen na alarm

In deze civiele verzekeringszaak staat centraal of Achmea Schadeverzekeringen N.V. aansprakelijk is voor de schade aan een pluimveebedrijf als gevolg van het overlijden van kippen door verstikking. De verzekerde ontving op 21 april 2019 meerdere alarmmeldingen van het klimaatreguleringssysteem, maar heeft volgens Achmea niet adequaat gehandeld. De verzekerde heeft een temperatuurvoeler verplaatst en het alarm gereset, terwijl het alarm betrekking had op een storing in de ventilatie.

De rechtbank stelt vast dat de alarmmeldingen correct waren en dat het hoofdalarm van het systeem was uitgeschakeld, waardoor geen verdere alarmen werden doorgegeven. De verzekerde heeft het probleem niet opgelost en de ingestelde alarmherhalingen zorgden ervoor dat na drie acceptaties geen nieuwe meldingen volgden. Hierdoor is de ventilatie uitgevallen en zijn de kippen gestorven door zuurstofgebrek.

De verzekerde voerde aan dat het alarmsysteem mogelijk een eigen gebrek of programmeerfout had, maar de rechtbank oordeelt dat dit onvoldoende is onderbouwd. Ook is vastgesteld dat de verzekerde onvoldoende kennis had van het alarmsysteem en niet aan zijn verplichting voldeed om het beveiligingssysteem ingeschakeld te houden. De rechtbank vernietigt het verstekvonnis en veroordeelt de verzekerde tot terugbetaling van de reeds betaalde schadevergoeding en proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het verstekvonnis en wijst de vordering van de verzekerde af wegens onvoldoende adequaat handelen na alarmmeldingen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/458197 / HZ ZA 25-295
Vonnis in verzet van 25 maart 2026
in de zaak van
[naam eisend vennootschap in verstek / gedaagde in verzet] VOF,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in de verstekzaak met nummer C/05/454794 / HZ ZA 25-197,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: [eiser in verstek] ,
advocaat: mr. N. Rensen.
tegen
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Apeldoorn,
gedaagde partij in de verstekzaak met nummer C/05/454794 / HZ ZA 25-197,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: Achmea,
advocaat: mr. E.H. Verweij,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 november 2025
- de mondelinge behandeling van 4 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser in verstek] exploiteert een pluimveebedrijf dat kuikens opfokt en kippen verkoopt. De heer [vennoot 1] (hierna: [vennoot 1] ) en mevrouw [vennoot 2] zijn de vennoten van [eiser in verstek] .
2.2.
[eiser in verstek] heeft een Bedrijven Compact Polis (productie 2 van [eiser in verstek] ) afgesloten bij Achmea – handelend onder de naam Interpolis – om onder meer haar gebouwen en bedrijfsmiddelen te verzekeren tegen schade (hierna de verzekeringsovereenkomst). In clausule
“016 Voorwaarden verstikking”van de verzekeringsovereenkomst is bepaald:
“In afwijking van de verzekeringsvoorwaarden van Hoofdstuk 2 (Bedrijfsmiddelen), Paragraaf 3 (Verstikking pluimveen en varkens) onderstaande regeling. (…)
Deze verzekering dekt schade aan pluimvee en varkens die volgens het verzekeringsbewijs op deze voorwaarden zijn gedekt als gevolg van een plotseling en onvoorzien uitvallen van of een plotselinge en onvoorziene storing in:
  • de INSTALLATIES VOOR AUTOMATISCHE KLIMAATREGELING, mits van de uitval of storing onmiddellijk een alarm is ontvangen, waarna iemand snel ter plaatse is geweest en adequaat heeft opgetreden
  • (…)
Er is dekking voor zover de schade bestaat uit:
-
dood van pluimvee of varkens of het noodzakelijk afmaken daarvan omdat hun dood spoedig wordt verwacht;
(…)
Wij zullen geen beroep doen op het feit dat er geen alarm is ontvangen als
  • De alarminstallatie is getroffen door dezelfde gebeurtenis als waardoor de INSTALLATIES VOOR AUTOMATISCHE KLIMAATREGELING of het automatisch inkomend noodstroomaggregaat zijn getroffen.
  • (…)
  • De alarminstallatie niet heeft gewerkt door een eigen gebrek, maar alleen als de accu’s van de alarminstallatie niet ouder zijn dan twee jaar en de verzekerde aantoont dat hij de alarminstallatie en de doormelding regelmatig, met een minimum van eenmaal per maand, heeft getest op bedrijfszekerheid;
  • De alarminstallatie niet heeft gewerkt doordat de installateur gegevens foutief heeft ingevoerd of een programmeerfout heeft gemaakt, maar alleen als verzekerde aantoont dat hij de alarminstallatie en de doormelding regelmatig, met een minimum van eenmaal per maand, heeft getest op bedrijfszekerheid;
(…)
De overige bepalingen van Hoofdstuk 2, Paragraaf 3 blijven van kracht, met uitzondering van de uitsluiting van schade door of als gevolg van het uitvallen van of een storing in de externe toelevering van de elektriciteit.
(…)”
In paragraaf 3 van hoofdstuk 2 (productie 5 van Achmea) is onder meer bepaald dat voor de verzekerde de verplichting geldt de beveiligingsapparatuur ingeschakeld te houden en deze regelmatig, met een minimum van eenmaal per maand, op bedrijfszekerheid te testen.
2.3.
Op 21 april 2019 heeft [vennoot 1] rond 21:30 uur, 22:00 uur en 22:30 uur op zijn telefoon alarm van het klimaatreguleringssysteem gekregen voor één van de stallen (stal 3). [vennoot 1] heeft de alarmmeldingen beluisterd en geaccepteerd en is na het alarm van 22:30 uur naar stal 3 gegaan. Op de schakelkast in de ruimte voor de stal heeft hij gezien dat het een IO6-alarmmelding betrof en dat er een rood licht knipperde. [vennoot 1] heeft toen één van de temperatuurvoelers in stal 3 hoger opgehangen, op de schakelkast bewerkstelligd dat het rood knipperende licht in een groen licht veranderde en daarna de stal verlaten.
2.4.
Op 23 april 2019 heeft [vennoot 1] in de ochtend geconstateerd dat een groot deel van de kippen in stal 3 niet meer in leven was, waarna hij melding heeft gedaan bij Achmea.
2.5.
Op 23 april 2019 heeft L. [dierenarts] , dierenarts, om 13:30 uur het bedrijf van [eiser in verstek] bezocht en op basis van het gedrag van de nog levende kippen in stal 3 (trillen, moeite met evenwicht houden) en de situering van de dode kippen (over de gehele stal verspreid) geconstateerd dat het waarschijnlijk is dat in de donkere periode de ventilatie is uitgevallen, waardoor de kippen op hun plek zijn gebleven en daar door een gebrek aan zuurstof dood zijn gegaan (productie 9 van [eiser in verstek] ). Hij heeft daarbij verklaard dat het niet mogelijk is om het exacte moment vast te stellen waarop de kippen dood zijn gegaan.
2.6.
Nadat [vennoot 1] het incident aan Achmea had gemeld is de heer ing. [medewerker Interpolis] , schade-expert van Interpolis de situatie ter plekke komen bekijken. Op verzoek van [medewerker Interpolis] is de heer [specialist] van [bedrijf] op 23 april 2019 ook naar [eiser in verstek] gekomen om de instellingen van de klimaatcomputer en de alarminstallatie te onderzoeken. Op 6 mei 2019 heeft [specialist] aan de hand van de logbestanden van het alarmsysteem van de klimaatcomputer als volgt geconcludeerd (productie 5 van [eiser in verstek] ):
Conclusie
De veehouder heeft in de avond van 21 april 2019 een alarm van Stal 3 ontvangen op zijn mobiele telefoon. Dit alarm heeft hij geaccepteerd en daarna (in herhaling) nog 2 maal geaccepteerd. Het alarm werd niet nogmaals herhaald omdat dit zo ingesteld staat op de alarmkiezer (OctAlarm). Het alarm van Stal 3 is op 23 april 7:53 uur opgeheven. Dat is ruim 34 uur na het ontvangen van de eerste alarmmelding.
(…)
Indien de alarmmelding van Stal 3, betreffende een IO-Net (Liermotor voor luchtinlaten) volledig was opgelost zou de “weg” voor een nieuwe alarmmelding weer vrij zijn geweest.
Met andere woorden: Het OctAlarm zou melding hebben gekregen dat de alarmsituatie was opgelost en had bij een nieuw alarm opnieuw kunnen gaan uitbellen.
Gezien volgens de logbestanden van FarmManager het hoofalarm van de klimaatcomputer in Stal 3 uitgeschakeld stond zouden er alleen systeemalarmen zoals een IO-Net alarm worden doorgemeld.
Indien het hoofdalarm van de klimaatcomputer in Stal 3 wel aan had gestaan hadden er ook alarmen als Temperatuuralarm en Uitval Ventilatiekast Achter (…) doorgemeld kunnen worden.”
[specialist] heeft daarbij de volgende reconstructie van de gebeurtenissen gemaakt op grond van data in het alarmsysteem (het alarmlog van FarmManager):
“Op 21-04-2019 omstreeks 21:44 (logtijd is om de 15 minuten) valt de druk in Stal 3 terug naar 1 Pascal.
Gezien het aantal Errorcouts, het oplopen van de temperatuur en RV (Relatieve Luchtvochtigheid) en het wegvallen van de onderdruk zijn de ventilatoren vanaf dit moment uitgevallen.
(…2 tabellen, rb
)
Op 22-04-2019 omstreeks 08:29 bereikt de temperatuur zijn hoogtepunt van 39,4 graden Celsius. De RV waardes in Stal 3 bereiken op 22-04-2019 omstreeks 07:29 het hoogtepunt.
(…tabel, rb
)
Op 23-04-2019 omstreeks 07:44 is er weer onderdruk in Stal 3.
De ventilatoren op dat moment weer te worden ingeschakeld.
(…)”
2.7.
Op 27 mei 2019 heeft de heer [onderzoeker Achmea] , toedrachtonderzoeker van Achmea, [vennoot 1] geïnterviewd (productie 6 van [eiser in verstek] ). [vennoot 1] heeft toen onder meer het volgende verklaard:
“(…)
Zoals ik eerder heb verteld kreeg ik rond 21:30 uur (op 21 april 2019, rb
) een alarm van stal 3 op mijn mobiele telefoon. Ik werd 2 keer gebeld, heb het alarm geaccepteerd en ben rond 22:30 uur in de stal geweest. Ik zag op de schakelkast de alarmmelding IO 6, wat voor mij betekende dat er een thermodif storing was. De themperatuurvoelers zijn genummerd van 1 tot en met 6. Nr. 6 hangt rechts achterin de stal. Ik ben daarna de stal ingegaan. (…) Ik ben rechtstreeks naar de desbetreffende voeler gelopen. Ik zag dat de voeler laag hing, tussen de kippen. Ik heb wel vaker een soortgelijk alarm gehad doordat de kippen de voeler raken. Ik heb de voeler toen iets hoger gehangen. Dat was in totaal 5 minuten werk, langer ben ik niet in de stal geweest. Ik heb niet gemerkt dat de ventilatoren of een van beide die in de achterwand zitten niet draaiden .’s Nachts draaien de ventilatoren langzamer omdat de dieren stilzitten. En nu draaide er hooguit 1. Als je tussen de kippen loopt maken ze geluid. Als de ventilator 10 tot 15% van zijn vermogen draait hoor je die niet. Ik heb in elk geval niet gemerkt dat er geen ventilatie was.
Daarna ben ik de stal uitgelopen en heb het alarm gereset. Ik heb u voorgedaan hoe ik dat heb gedaan. Ik zag alleen de melding IO 6 en nadat het LED groen werd heb ik mij omgedraaid en verder geen alarm meer gehad.
(…) Doordat het alarm op 21 april geblokkeerd was duurde het langer voordat het alarm terugkwam. We kwamen er na de schade pas achter dat het hoofdalarm uitgeschakeld was in maart van dit jaar en dus niet alle meldingen doorgaf, zoals de ventilatie. Je ziet niet als het hoofdalarm uit staat omdat de meldingen wel doorgegeven worden. Blijkbaar niet alle meldingen maar dat bleek pas later. Hij geeft dan alleen de melding als de voeler te warm wordt en een systeemalarm als de klepmotor niet functioneert omdat de communicatie ontbreekt. Dan heb je ook een reden om verder te kijken wat er aan de hand is. Nu niet, omdat het een voeleralarm was en ik dit had opgelost.
(… op de vraag of [vennoot 1] op 22 april niet had gemerkt dat het in de stal 39,2 graden Celsius was met een luchtvochtigheid van 100%, rb:
)
Ja, daar blijf ik bij. Ik ben echt om 8 uur met mijn zoon daarbinnen geweest. Ik heb niet op de schakelkast gekeken. Ik weet ook niet of het LED licht groen of rood was. Ik ben in de stal geweest en heb met mijn zoon de kippen gevoerd. (…) We zijn ongeveer een half uur in stal 3 geweest. Er was niets aan de hand. Ik had zeker gemerkt als het meer dan 39 graden was geweest, ook met een luchtvochtigheid van 100%. De registratie van de temperatuur en de luchtvochtigheid kloppen niet. Ik merkte niets aan het gedrag van de kippen. (…) Na het voeren zijn we de stal uitgelopen en naar de volgende stal gelopen. Ook toen heb ik niet op de schakelkast gekeken.
Toen ik de volgende morgen 23 april tussen 07:45 en 08:00 uur in de hal bij stal 3 kwam zag ik een storing was op de voerlijn. Ik zag dat het lampje op de kast niet groen brandde. (…) Toen ik in stal 3 kwam zag ik dat de meeste kippen dood waren. De verlichting brandde wel in de stal. Er draaiden geen ventilatoren (…)
Ik had geen reden om eerder naar stal 3 te gaan op dinsdagmorgen 23 april. (…) achteraf bleek dat de melding IO-NET Ad 6 een klepmotorstoring was en niet een voeler storing. Ik dacht dat 6 een voeler was omdat ik 6 voelers heb en ze afzonderlijk een alarm kunnen genereren.”
2.8.
In zijn “Rapport Toedrachtonderzoek” van 12 juni 2019 (productie 8 van [eiser in verstek] ) is [onderzoeker Achmea] op basis van de bevindingen van [medewerker Interpolis] en [specialist] , de logbestanden van de klimaatcomputer van stal 3 en verklaringen van [vennoot 1] onder meer tot de volgende bevindingen gekomen onder “
6. Resumé van de feiten en onderzoeksbevindingen”:
“(…)
Op basis van de onderzoeksbevindingen kan worden gesteld dat verzekerde [vennoot 1] niet adequaat heeft opgetreden bij een storing in de installatie voor automatische klimaatregeling. Verzekerde heeft een klepmotorstoring geïnterpreteerd als een temperatuurvoeleralarm. Hij heeft dit alarm naar eigen zeggen gereset, echter in feite is dit niet gebeurd. Zijn handelingen waardoor het alarm LED licht op de schakelkast van rood naar groen kleurde kan niet worden geverifieerd aan de hand van de klimaatlogbestanden.
Bij de test op 27 mei 2019 zagen wij (rapporteur en schade-expert [medewerker Interpolis] ) dat de led strook van rood naar groen knipperde bij de instellingen bij hoofalarm uit. Dit kon 2 seconden duren, maar ook 20 seconden. Daarna hebben we een test gedaan met Hoofdalarm AAN. Toen zagen we dat er, naast het IO-Net adr:6 alarm ook andere alarmen werden geregistreerd. (…) Met andere woorden: als verzekerde [vennoot 1] het Hoofalarm had ingeschakeld, wat nu niet het geval was, dan had hij kunnen zien dat de storing niet werd opgelost. Omdat de ventilatoren waren uitgevallen en dit niet werd opgelost, bleef de storing actief. Er volgden echter geen herhaalde alarmmeldingen omdat zo was ingesteld. Maximaal 3 meldingen werden doorgegeven en als deze werden geaccepteerd (en dat deed [vennoot 1] ) volgen er geen nieuwe.
Daarnaast kan worden gesteld dat verzekerde [vennoot 1] na het alarm niet snel ter plaatse is geweest. Verzekerde verklaart na ruim 1 uur opvolging te hebben gegeven aan de alarmmelding. En dan ook nog nadat de 2 ingeschakelde herhalingen zijn geaccepteerd door hem. Het alarmsysteem kon verzekerde daardoor niet meer “helpen” met het sturen van een alarmmelding omdat dit station al gepasseerd was. (…)
Het is onmogelijk dat verzekerde [vennoot 1] op 2e Paasdag 22 april vanaf 07:00 uur gedurende drie kwartier in Stal 3 is geweest en niets heeft gemerkt van de hoge temperatuur en luchtvochtigheid. (…)”
2.9.
Bij e-mailbericht van 25 juni 2019 (productie 22 van [eiser in verstek] ) heeft Achmea [eiser in verstek] medegedeeld dat polisdekking in verband met de melding op 23 april 2019 ontbreekt omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat er na het alarm voor de verandering van de ventilatie iemand snel ter plaatse is geweest en adequaat heeft opgetreden.
2.10.
Op 7 mei 2021 heeft de heer [specialist 2] van Brand Technisch Bureau in opdracht van [eiser in verstek] gerapporteerd over de gebeurtenissen op 21, 22 en 23 april 2019 op basis van het van [eiser in verstek] ontvangen dossier en onderzoek door Safetyspec naar de elektrische installaties van [eiser in verstek] . [specialist 2] heeft zijn het rapport (productie 16 van [eiser in verstek] ) als volgt geconcludeerd:
“(…)
I. het in opdracht van (…) Achmea ingestelde feitenonderzoek dient als onvolledig en ontoereikend te worden gekwalificeerd. Met name is geen of onvoldoende onderzoek uitgevoerd naar mogelijke programmeerfouten, evenmin is onderzocht of het alarmsysteem onder de specifieke bedrijfsomstandigheden in de door [eiser in verstek] (…) geëxploiteerde pluimveestallen storingen op adequate wijze is te signaleren en onder alle (bedrijfs)omstandigheden een eveneens adequate alarmering kon genereren;
II. met voldoende zekerheid hebben de onderzoekers namens Achmea vastgesteld dat ten minste de led-signalering, die aangeeft of het alarmsysteem al dan niet op juiste wijze is gereset en in bedrijfsvaardige toestand verkeert – en dus alarmmeldingen op adequate wijze zal doorgeven – ten minste als onbetrouwbaar moet worden gekwalificeerd;
III. het namens Achmea ingestelde feitenonderzoek heeft zich niet gericht op de van toepassing zijnde clausule 016 voorwaarden verstikking;
IV. het namens Achmea ingestelde feitenonderzoek heeft niet met voldoende zekerheid aangetoond of het ontstaan van de schade moet worden toegerekend aan de heer [vennoot 1] , hij mocht immers vertrouwen op de led-signalering die – zo hebben onderzoekers namens Achmea onomstotelijk vastgesteld – als onbetrouwbaar moet worden gekwalificeerd;
V. bij de in opdracht van Achmea uitgevoerde inspectie in 2016, is kennelijk niet onderzocht of sprake was van programmeerfouten in het alarmsysteem, althans dat blijkt niet uit het Adviesrapport Risicobeheersing en continuïteit onderdeel verstikking. Zeker is dat de onbetrouwbare led-signalering tijdens die inspectienietis vastgesteld.
(…)
Het namens Achmea ingestelde feitenonderzoek heeft geen, of onvoldoende rekening gehouden met eventuele programmeerfouten èn de op dat punt van toepassing zijnde clausule(s). (…)”
In 4.4. heeft [specialist 2] over de door Safetyspec uitgevoerde inspectie het volgende verklaard:
“In opdracht van de heer [vennoot 1] heeft de heer [specialist 3] van Safetyspec de elektrische installatie geïnspecteerd en het geheugen van het alarmsysteem onderzocht. Volgens opdrachtgever zijn gedurende de tijd alle gelogde (alarm)gegevens verloren gegaan. Bij de inspectie van de elektrische installatie zijn geen gebreken vastgesteld die in verband kunnen worden gemaakt met de oorzaak of verloop van onderhavige evenement.”
2.11.
Op 5 juni 2021 heeft de heer [specialist 3] van Safetyspec een rapport opgesteld (productie 17 van [eiser in verstek] ) van het onderzoek naar de elektrische installaties van [eiser in verstek] .
Vervolgens heeft [specialist 2] bij aanvullend rapport van 4 september 2021 (productie 18 van [eiser in verstek] ) de volgende conclusie getrokken:
“Op grond van de (alarm- en reset)meldingen van het alarmsysteem, mocht de heer [vennoot 1] er destijds van uitgegaan dat hij na de door hem op zondag 21 april 2019 ontvangen alarmmeldingen, hij het alarmsysteem op correcte wijze had gereset en dat hij eventuele nieuwe alarmmeldingen op zijn mobiel zou ontvangen. (…)
Thans is vastgesteld dat ook het disfunctioneren van voeding F38 ertoe kan hebben geleid, dat de heer [vennoot 1] door de (reset)meldingen van het alarmsysteem in de veronderstelling is gebracht dat hij het alarmsysteem op correcte wijze had ingeschakeld en dus eventuele nieuwe alarmmeldingen op zijn mobiel zou ontvangen. Hoe het ook zij, in het in opdracht van Achmea uitgevoerde feitenonderzoek is noch aandacht besteed aan programmeerfouten, noch aan een eigen gebrek in het alarmsysteem. (…)”
2.12.
Op 4 juli 2022 heeft een overleg plaatsgevonden over de technische werking van de technische systemen van [eiser in verstek] , waarbij onder meer [vennoot 1] , [medewerker Interpolis] , [specialist] , [specialist 2] en [specialist 3] aanwezig waren. Uit de notulen die daarvan zijn gemaakt (productie 19 van [eiser in verstek] ) blijkt onder andere dat [specialist] een schematische weergave heeft gegeven van het alarmsysteem van de F38 (de klimaatcomputer) en dat [vennoot 1] daarop reageerde dat hij het verwarrend vindt hoe de alarmering op de F38 precies werkt. In de notulen is opgenomen:
“(…) Ter vergadering verklaart hij( [vennoot 1] , rb)
dat hem niet bekend was hoe een systeemalarm exact werkt. Ook wist hij niet dat een knipperende led verlichting op de F38 erop duidt dat het hoofdalarm is uitgeschakeld. Hij dacht “groen is goed, ook al knippert de led verlichting”. Maar nu weet hij dat dit dus niet zo is. (…)
(…) [vennoot 1] geeft aan dat hij geen uitleg over de alarmeringen heeft gekregen van zijn installateur [installateur] bij de oplevering. Hij heeft wel getekend voor akkoord van de installatie bij zijn installateur. [specialist 2] vraagt of de instellingen van de F38 en alarmkiezer dan als programmeerfout kunnen worden gezien. [specialist] reageert hierop dat er geen sprake is van een programmeerfout, het zijn (gebruikers)instellingen waar geen norm voor is. (…)”
Verder is tijdens het overleg gesproken over het tijdstip waarop de kippen zijn overleden en dat de verklaring van de dierenarts (dat de kippen op 23 april 2019 zijn overleden) en de constatering van [vennoot 1] dat de kippen op 22 april 2019 nog leefden, niet kloppen met de data over de temperatuur en luchtvochtigheid uit het klimaatsysteem (waaruit is af te leiden dat de kippen in de ochtend van 22 april 2019 zijn overleden).
2.13.
In zijn verklaring van 6 juli 2022 heeft dierenarts [dierenarts] aan zijn verklaring van 23 april 2019 toegevoegd dat hij op grond van de vulling van het maagdarmstelsel van de dode dieren kan verklaren dat de dieren de dag ervoor normaal voer hadden opgenomen. Daarnaast heeft [dierenarts] op 6 juli 2022 als volgt verklaard:
“(…)
Ik heb 5 dieren opengemaakt om te controleren of er inwendig bijzonderheden waren. Dit zag er gelijk en normaal uit. Hierbij is niet speciaal gelet op de vulling van het maagdarmstelsel, omdat daar toen geen aanleiding voor was. (…)
Aangezien de dode dieren er nog vers uitzagen en niet stonken, moet gelet op mijn ervaring in andere gevallen van verstikking, geconcludeerd worden dat de dieren in de laatste 24 uur voor mijn bezoek zijn overleden. Een exacter moment is helaas niet vast te stellen. (…)”
2.14.
Bij e-mailbericht van 14 maart 2024 (productie 30 van [eiser in verstek] ) heeft de advocaat van [eiser in verstek] Achmea bericht dat [eiser in verstek] zich onverkort beroept op nakoming van de verplichtingen van Interpolis (Achmea) uit de verzekeringsovereenkomst en voorgesteld om nader onderzoek te laten uitvoeren. In het bericht zijn tien aanvullende vragen geformuleerd over technische feiten en omstandigheden met het verzoek die voor te leggen aan [bedrijf] .
2.15.
Bij brief van 23 september 2024 (productie 7 van [eiser in verstek] ) heeft Achmea – nadat zij de vragen aan [specialist] ( [bedrijf] ) had voorgelegd– antwoord gegeven op de vragen.
2.16.
Op 26 augustus 2025 heeft [specialist] naar aanleiding van aanvullende vragen van [eiser in verstek] onder meer als volgt verklaard (productie 3 van Achmea):
“(…)
Als opmerking zou ik graag nog aan willen halen dat er compleet voorbij wordt gegaan aan het feit dat het Hoofdalarm ten tijde van het evenement compleet uitgeschakeld stond. En de eindgebruiker naar eigen zeggen ook geen idee heeft hoe het alarmsysteem eigenlijk werkt.
Tevens zijn de instellingen in het OctAlarm erg summier. Wanneer het aantal herhalingen hoger had gestaan was het heel waarschijnlijk geweest dat dit evenement nooit had plaatsgevonden. (…)”
Op de vraag of de melding IO-Net ADR:6 betekende dat de op de volgkasten aangesloten apparatuur (klepmotoren, inlaatventielen en ventilatoren) zouden zijn uitgevallen ten gevolge van stroomuitval, heeft [specialist] het volgende verklaard:
“IO-NET ADR: 6 is het adres van een Liermotor van de luchtinlaat, niet van de gehele kast, hier zit meer op aangesloten. In onze conclusie laten we zien dat we aan de Errorcounts kunnen afleiden dat er meer IO-net aangesloten apparaten zonder spanning zijn komen te zitten. (…)”
Daarbij is een schematische weergave opgenomen van de volgkast waarop via IO-net twee liermotoren luchtinlaat (in het communicatiesysteem aangegeven als iM60 met adres 6 en 7) zijn aangesloten en twee IFans (aangegeven als IF met adres 8 en 9) en twee niet via IO-net direct aangestuurde ventilatoren.
Op de vraag of het hoofalarm is geblokkeerd door een gebrek aan het alarmsysteem is verklaard dat wanneer het hoofdalarm en uitgeschakeld of geblokkeerd, de F38 (klimaatcomputer) geen enkel door de gebruiker ingesteld alarm meer doorgeeft,
“zoals temperatuuralarm, onderdrukalarm, ventilatiekast achter”, maar dat alleen systeemalarmen nog worden doorgegeven zoals een IO-net alarm. [specialist] heeft verklaard dat het alarm zeker niet is uitgeschakeld door een gebrek in het alarmsysteem maar een doelbewuste actie is geweest van de gebruiker.
Op de vraag over hoe het kan dat na het resetten van het systeem op 23 april 2019 er een IO-net 8-melding kwam heeft [specialist] verklaard dat de systeemmeldingen achter elkaar worden gezet, waarbij IO-net 6-meldingen vóór IO-net 8-meldingen komen. Nadat de spanning weer op het systeem was gezet, moest de IO-net 8-melding (die in de rij stond) nog geaccepteerd worden. Uit de Errorcounts blijkt dat de voeding van de twee IFans en de 2 liermotoren op hetzelfde moment is verdwenen, zo heeft [specialist] verklaard.

3.Het geschil

3.1.
[eiser in verstek] heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat Achmea toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst jegens [eiser in verstek] , alsmede;
II. Achmea te veroordelen om tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst over te gaan door middel van uitkering van de door [eiser in verstek] geleden schade te vermeerderen met de wettelijke rente, en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser in verstek] te voldoen een bedrag van € 248.222,90, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 6 februari 2021, althans 17 maart 2021, tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede:
III. Achmea te veroordelen in de kosten van [eiser in verstek] van het geding, met nakosten en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente indien Achmea die kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis voldoet.
3.2.
In het verstekvonnis is de gevorderde verklaring voor recht toegewezen en is Achmea uitvoerbaar bij voorraad veroordeeld tot betaling aan [eiser in verstek] van een bedrag van € 228.313,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2021 en in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in verstek] begroot op € 9.872,40, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente voor zover Achmea niet binnen veertien dagen na aanschrijving betaalt.
3.3.
Achmea vordert in deze verzetprocedure dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het verstekvonnis van 3 september 2025 vernietigt met veroordeling van [eiser in verstek] tot terugbetaling van al hetgeen Achmea in het kader van de uitvoering van het verstekvonnis heeft voldaan, evenals de proceskosten.
3.4.
[eiser in verstek] voert verweer. [eiser in verstek] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Achmea, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Achmea, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Achmea in de kosten van deze procedure.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Verzet Achmea
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, nu het tegendeel niet is gesteld of gebleken. Achmea wordt daarom in haar verzet ontvangen.
4.2.
[eiser in verstek] heeft in de inleidende dagvaarding aan haar vorderingen (samengevat) ten grondslag gelegd dat zij recht heeft op schade-uitkering door Achmea omdat zij schade heeft geleden als gevolg van een plotselinge en onvoorziene uitval van de klimaatinstallatie waardoor [eiser in verstek] geen alarm heeft gekregen van de schadeveroorzakende gebeurtenis.
[eiser in verstek] stelt zich op het standpunt dat Achmea haar niet kan tegenwerpen dat na het ontvangen van alarm op 21 april 2019 niet adequaat is opgetreden. [vennoot 1] is immers die avond na ontvangst van alarm naar stal 3 gegaan en heeft daar geconstateerd dat op de schakelkast een rood LED-licht knipperde en alarmmelding IO 6 stond en heeft – ervan uitgaande dat de melding te maken had met de temperatuur – één van de temperatuurvoelers hoger opgehangen en het alarmsysteem gereset. Daarna kleurde het LED-licht van de schakelkast groen. Van de schadeveroorzakende gebeurtenis in de periode tussen 22 april 2019 14:30 uur en 23 april 2019 06:30 uur, zijnde de uitval van de apparatuur waardoor er geen verse luchttoevoer in stal 3 kwam en de kippen zijn gestikt, is vervolgens geen alarm meer ontvangen. Primair stelt [eiser in verstek] dat de alarminstallatie is getroffen door dezelfde gebeurtenis (zoals een stroomuitval) als waardoor de klimaatregeling is getroffen, althans (subsidiair) door een eigen gebrek aan de installatie of (meer subsidiair) door een invoer- of programmeerfout van de installateur. Daardoor heeft zij van de schadeveroorzakende gebeurtenis geen alarm ontvangen. Dat betekent dat Achmea op grond van de polisvoorwaarden gehouden is om schade aan de kippen te vergoeden, aldus [eiser in verstek] .
4.3.
Achmea stelt zich op het standpunt dat [eiser in verstek] niet adequaat heeft gehandeld na de alarmmelding op 21 april 2019. Die melding – een IO-net alarm – had geen betrekking op de temperatuur, zoals [vennoot 1] dacht, maar was een systeemmelding die betrekking had op de ventilatie (liermotor van de luchtinlaat). Dat [eiser in verstek] daarna geen alarm meer heeft ontvangen kwam doordat in het systeem was ingesteld dat na twee herhalingen niet nogmaals werd herhaald. Bovendien was het hoofalarm uitgeschakeld, waardoor er ook geen temperatuuralarmen afgingen. [vennoot 1] heeft het probleem waarvoor hij op 21 april 2019 om 21:35 uur het (eerste) alarm kreeg, niet goed opgelost. Hij heeft niet onderkend dat er sprake was van een alarmmelding in de ventilatie en hier dus niet op geacteerd. Als gevolg van het niet adequaat handelen zijn de kippen vervolgens door verstikking overleden. Achmea betwist dat sprake was van een storing of gebrek in de klimaatcomputer of in het alarmsysteem of van een programmeerfout.
Oorzaak dood van de kippen
4.4.
Vast staat dat [eiser in verstek] een verzekeringsovereenkomst heeft gesloten met Achmea. [eiser in verstek] stelt dat Achmea op grond van de verzekeringsovereenkomst de schade die zij heeft geleden als gevolg van het overlijden van de kippen aan haar dient te vergoeden.
Niet in geschil is dat de kippen zijn overleden door verstikking ten gevolg van een zuurstofgebrek in stal 3. Dat is geconstateerd door dierenarts [dierenarts] , die op 23 april 2019 ter plaatse is geweest, en partijen gaan er beiden ook van uit dat dit de doodsoorzaak is geweest van de kippen. Dat betekent dat bij de beoordeling van de vraag, of de door [eiser in verstek] geleden schade door de verzekering wordt gedekt, clausule
“016 Voorwaarden verstikking”van de verzekeringsovereenkomst van toepassing is.
4.5.
Partijen zijn verdeeld over de vraag of de schade die [eiser in verstek] als gevolg van de dood van de kippen heeft geleden, is gedekt door de verzekering. [eiser in verstek] stelt dat de schade gedekt is omdat het zuurstoftekort in stal 3 is ontstaan door het plotseling en onvoorzien uitvallen van het klimaatreguleringssysteem en dat zij daarvan geen alarmmelding heeft gekregen. Achmea beroept zich op clausule 016 en stelt dat er geen dekking is omdat [eiser in verstek] niet adequaat heeft gereageerd op de alarmmeldingen. Daarnaast stelt Achmea dat [eiser in verstek] niet aan haar verplichtingen als verzekerde heeft voldaan doordat het hoofdalarm was uitgeschakeld.
[eiser in verstek] heeft de stellingen van Achmea betwist. De rechtbank zal achtereenvolgens oordelen over de vraag of (1) [eiser in verstek] voldoende adequaat heeft gehandeld na de alarmmeldingen van 21 april 2019, (2) of die alarmmeldingen verband hielden met de schadeveroorzakende gebeurtenis en (3) of gebleken is van een storing, gebrek of invoer- of programmeerfout van de installateur in de alarminstallatie.
Adequaat handelen op 21 april 2019
4.6.
[eiser in verstek] stelt dat na de alarmmeldingen van 21 april 2019 adequaat is gehandeld omdat [vennoot 1] naar aanleiding daarvan naar stal 3 is gegaan en één van de temperatuurvoelers anders heeft opgehangen. Achmea heeft echter onderbouwd betoogd dat dit geen adequaat optreden was. Uit de overgelegde stukken (onder andere het rapport van [specialist] van 6 mei 2019) blijkt dat de alarmmelding een OI-Net ADR: 6 alarm betrof. [vennoot 1] erkent ook te hebben gezien dat op de display van de schakelkast IO 6 stond. Achmea heeft (met de verklaringen van [specialist] ) onderbouwd gesteld dat dat alarm geen betrekking heeft op de temperatuur (waarvoor geen IO-alarmen worden gegenereerd), maar een systeemalarm is dat betrekking heeft op een liermotor van de luchtinlaat. [vennoot 1] heeft dat probleem niet aangepakt omdat hij dacht dat het alarm betrekking had op de temperatuur en daarom – na acceptatie van de drie alarmen – één van de temperatuurvoelers verplaatste. Uit de verklaringen van [specialist] blijkt verder dat het alarmsysteem zó ingesteld was dat het alarm, na acceptatie van drie meldingen, niet nogmaals werd herhaald en vervolgens geen meldingen meer doorgaf. Met andere woorden: [vennoot 1] heeft op 21 april 2019 alarm ontvangen met betrekking tot de luchtinlaat van stal 3, maar heeft dat probleem niet opgelost, maar de alarmen wél geaccepteerd, waardoor er vervolgens geen alarmmeldingen meer werden doorgegeven. [vennoot 1] heeft op de zitting verklaard dat hij dat zo heeft gedaan omdat hij dacht dat hij het probleem had opgelost en niet van alle stallen precies de IO gegevens uit zijn hoofd kent. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat [vennoot 1] ( [eiser in verstek] ) de alarmmeldingen op 21 april 2019 niet goed heeft geïnterpreteerd en als gevolg daarvan niet adequaat heeft opgetreden.
Verband tussen alarm op 21 april 2019 en dood kippen
4.7.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of het alarm op 21 april 2019 betrekking had op de gebeurtenis waardoor [eiser in verstek] schade heeft geleden en waarvoor zij vergoeding van Achmea vraagt. De rechtbank begrijpt dat [eiser in verstek] zich op het standpunt stelt dat de gebeurtenissen op 21 april 2019 los staan van de schadeveroorzakende gebeurtenis en dat zij in verband met de schadeveroorzakende gebeurtenis geen alarm heeft gekregen omdat het systeem is getroffen door dezelfde gebeurtenis als waardoor de klimaatregeling is getroffen, althans door een gebrek of invoer- of programmeerfout in het alarmsysteem.
Achmea betwist dat de schadeveroorzakende gebeurtenis (de uitval van de ventilatie) los staat van het alarm op 21 april 2019. Zij betwist ook dat het alarm niet werkte door dezelfde gebeurtenis als waardoor de ventilatie niet meer werkte. Het alarm van 21 april 2019 (een IO-Net 6-melding) had immers te maken met een storing aan een liermotor van de luchtinlaat, waardoor de ventilatie wegviel met een zuurstoftekort tot gevolg. [vennoot 1] kreeg daarna geen andere alarmen meer doordat hij drie keer het IO-Net 6-alarm had geaccepteerd op 21 april 2019 en door de instelling van het systeem. Bovendien was het hoofdalarm uitgeschakeld. Van een storing of gebrek in het systeem was geen sprake, aldus Achmea.
4.8.
Achmea heeft haar stellingen onderbouwd met de verklaringen van [specialist] , het rapport van [onderzoeker Achmea] op basis van bevindingen van [medewerker Interpolis] en de logbestanden. Naast wat in r.o. 4.6 al is overwogen blijkt daaruit dat volgens het logboek op 21 april 2019 om 21:35 uur liermotoren zijn uitgevallen, dat er daarna meer alarmmeldingen hadden moeten zijn, maar dat die niet werden doorgegeven doordat [vennoot 1] al drie keer een alarmmelding had geaccepteerd zonder die op te lossen en doordat het hoofdalarm was uitgeschakeld. Zo blijkt uit de rapporten van [specialist] dat in het communicatiescherm van de klimaatcomputer een IO-net 8-melding (in de rij) stond. Daarvan heeft [vennoot 1] geen melding gekregen doordat hij op 21 april 2019 drie maal de IO-Net 6-melding had geaccepteerd zonder het probleem op te lossen. Uit de data is gebleken dat de twee IFans – de ventilatie – en de 2 liermotoren op hetzelfde moment een storing hebben gekregen, namelijk op 21 april 2019 rond 21:35 uur. Omdat voldoende is komen vast te staan dat op dat moment sprake was van een storing aan de liermotoren en de ventilatie én dat de kippen zijn overleden als gevolg van een zuurstofgebrek, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gebleken dat de kippen zijn gestikt als gevolg van de storing waarvan [vennoot 1] in de avond van 21 april 2019 alarmmeldingen heeft ontvangen.
Storing, gebrek, invoer/programmeerfout alarminstallatie
4.9.
[eiser in verstek] stelt voorts dat de alarminstallatie is getroffen door dezelfde storing als waardoor de klimaatregeling is getroffen, althans dat sprake is van een eigen gebrek of een invoer- of programmeerfout van het alarmsysteem, waardoor Achmea de dekking niet kan weigeren omdat er geen alarm is ontvangen.
4.10.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Achmea die stelling voldoende onderbouwd betwist. Zoals hiervoor in r.o. 4.7 en 4.8 is overwogen heeft [vennoot 1] juist wél alarmmeldingen ontvangen van de schadeveroorzakende gebeurtenis. Dat [vennoot 1] na de drie meldingen op 21 april 2019 geen IO-Net-meldingen meer kreeg, had bovendien niet te maken met een storing aan het alarmsysteem – zoals [eiser in verstek] stelt –, maar met het accepteren door [vennoot 1] van de drie IO-net 6-meldingen zonder het probleem op te lossen en de instellingen van het systeem waardoor er niet meer dan drie alarmmeldingen werden afgegeven. [vennoot 1] heeft daardoor zelf bewerkstelligd dat hij geen IO-Netmeldingen meer kreeg.
4.11.
Verder is gebleken dat het klimaatsysteem geen alarmmeldingen heeft gestuurd met betrekking tot het klimaat in de stal (o.a. temperatuur en onderdruk). Achmea heeft aan de hand van de systeemdata onderbouwd gesteld dat dit werd veroorzaakt doordat het hoofdalarm van stal 3 van 31 maart 2019 tot 23 april 2019 uitgeschakeld was. Als het hoofdalarm is uitgeschakeld geeft de F38 klimaatcomputer geen enkel door de gebruiker ingesteld alarm meer door, zoals temperatuuralarm, onderdrukalarm, ventilatie achter (zo blijkt uit de verklaring van [specialist] , zie r.o. 2.15). Door [eiser in verstek] is niet betwist dat het hoofdalarm was uitgeschakeld. [vennoot 1] heeft daarover verklaard dat hij niet wist dat het hoofdalarm uit stond omdat hij wél meldingen kreeg. [vennoot 1] wist kennelijk niet dat hij bij een uitgeschakeld hoofdalarm wél systeemmeldingen (IO-Net-meldingen) kreeg, maar geen meldingen over het klimaat in de stallen. Voldoende gebleken is dat [vennoot 1] geen meldingen kreeg over het klimaat in de stal kreeg als gevolg van de uitschakeling van het hoofdalarm en niet door een storing, gebrek of fout van het systeem.
4.12.
Het voorgaande brengt met zich dat geen sprake is van één van de gevallen waarin Achmea geen beroep zal doen op de omstandigheid dat geen alarm is ontvangen als bedoeld in
Clausule 016 Voorwaarden verstikkingvan de verzekering (zijnde een storing door dezelfde gebeurtenis als waardoor de installatie is getroffen, een eigen gebrek, een foute invoer door de installateur of programmeerfout). Hoewel partijen het erover eens zijn dat de instelling van het systeem, waardoor een alarm maar twee keer herhaald werd, riskant was en dat het beter zou zijn geweest als het systeem anders was ingesteld, betekent dat niet dat sprake is geweest van een gebrekkig systeem of van een installatie- of programmeerfout. Daarbij wordt van belang geacht dat [vennoot 1] meerdere keren heeft verklaard dat hij niet goed wist hoe het systeem werkte en hoe hij precies moest handelen in geval van een alarmmelding en wat de consequenties van zijn handelen waren. Van [vennoot 1] mag als verzekerde worden verwacht dat hij zich heeft verdiept in het systeem waardoor hij op de hoogte is van de instellingen ervan en de te volgen werkwijze in geval van een alarmmelding en/of dat hij daarover uitleg vraagt aan zijn installateur. Dat heeft hij niet gedaan, zo blijkt uit de notulen van het overleg dat op 4 juli 2022 heeft plaatsgevonden. De rechtbank stelt vast dat [vennoot 1] niet goed op de hoogte was van het alarmsysteem. Dat heeft tot gevolg gehad dat hij op 21 april 2019 niet adequaat heeft gereageerd op de alarmmeldingen. Daar komt bij dat [eiser in verstek] niet heeft voldaan aan de verplichting van de verzekerde om het beveiligingssysteem (waaronder het hoofdalarm) ingeschakeld te houden. Dat betekent dat Achmea op grond van de polis dekking heeft kunnen weigeren.
4.13.
Partijen hebben nog gediscussieerd over het precieze moment waarop de kippen zijn overleden. [eiser in verstek] stelt dat de kippen in de ochtend van 22 april 2019 nog niet dood hebben kunnen zijn omdat [vennoot 1] toen nog in de stal is geweest met zijn zoon en er volgens hem toen niets geks aan de hand was. Daarnaast blijkt uit de aanvullende verklaring van veearts [dierenarts] dat de kippen in de nacht van 22 op 23 april 2019 moeten zijn overleden. Achmea stelt hier gemotiveerd – middels de data van de temperatuur en luchtvochtigheid – tegenover dat de kippen in de nacht van 21 op 22 april 2019 moeten zijn overleden, dit gezien de temperatuur- en luchtvochtigheidspiek in de vroege ochtend van 22 april 2019.
Naar het oordeel van de rechtbank is het precieze moment waarop de kippen zijn overleden voor deze beoordeling niet relevant. Nu vaststaat dat de kippen door verstikking zijn omgekomen en duidelijk is dat dit is veroorzaakt doordat de luchtinvoer/ventilatie niet werkte en [vennoot 1] van de storing van de luchtinvoer alarm heeft gekregen, maar daar niet adequaat op heeft gereageerd, kan [eiser in verstek] op grond van de
Clausule 016 Voorwaarden verstikkinggeen aanspraak maken op vergoeding van haar schade door Achmea.
4.14.
[eiser in verstek] heeft verder nog gesteld dat de systeemdata waarop Achmea zich baseert niet betrouwbaar zijn. [eiser in verstek] heeft dat onderbouwd met de verklaring van [vennoot 1] dat hij en zijn zoon op 22 april 2019 niets hebben gemerkt van de hoge temperatuur en luchtvochtigheid in stal 3. Daarnaast heeft [eiser in verstek] gewezen op allerlei storingen die het systeem na april 2019 heeft gehad en de verklaring van de veearts die niet strookt met de temperatuurgegevens. Een en ander kan niet tot een ander oordeel leiden omdat vaststaat dat [vennoot 1] de melding over de luchtinlaat van stal 3 heeft gekregen, maar het probleem aan de luchtinlaat niet heeft opgelost, waarmee hij niet adequaat heeft gehandeld en de kippen als gevolg daarvan door verstikking zijn overleden.
Vernietiging verstekvonnis
4.15.
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank het op 3 september 2025 onder zaaknummer / rolnummer C/05/454794 / HZ ZA 25-197 gewezen verstekvonnis zal vernietigen. [eiser in verstek] wordt daarnaast veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen Achmea aan haar heeft betaald in het kader van de uitvoering van dat vonnis, met uitzondering van de kosten van betekening van dat vonnis omdat die kosten zijn veroorzaakt door het niet verschijnen van Achmea, hetgeen niet aan [eiser in verstek] was te wijten, en [eiser in verstek] die kosten niet zou hebben hoeven maken als Achmea in de oorspronkelijke zaak was verschenen (art. 141 Rv Pro).
Proceskosten
4.16.
[eiser in verstek] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, voor zover die niet zijn veroorzaakt door het niet verschijnen van Achmea in de verstekzaak (de kosten van de verzetdagvaarding). De door [eiser in verstek] aldus te vergoeden proceskosten van Achmea worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
5.770,00
(2 punt × € 2.885,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
6.673,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
vernietigt het door deze rechtbank tussen partijen op 3 september 2025 onder zaaknummer / rolnummer C/05/454794 / HZ ZA 25-197 gewezen verstekvonnis,
en, opnieuw beslissend:
5.2.
veroordeelt [eiser in verstek] tot terugbetaling van hetgeen Achmea in het kader van de uitvoering van het vonnis van 3 september 2025 heeft voldaan met uitzondering van de kosten van betekening van dat vonnis,
5.3.
veroordeelt [eiser in verstek] in de proceskosten van € 6.673,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser in verstek] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J.M. Weijnen en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2026.
JO/AW