Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de akte vermeerdering van eis
- de akte uitlaten vermeerdering van eis.
2.De feiten
Aangezien op mijn eerdere brieven d.d. 12 en 19 november geen enkele reactie is gekomen, zend ik u deze brief zowel per aangetekende als per gewone post om er zeker van te zijn dat deze brief u bereikt(…)
In de aangiften zijn geen schulden terug te vinden. Dit maakt dat cliënte zich op het standpunt stelt dat de legitimaire massa op zijn minst € 93.109,-- bedraagt.(…)
De legitieme portie is dan ook op zijn minst € 23.277,25”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
alle daartoe strekkende inlichtingen”. Dit is echter wel beperkt tot stukken die voor de legitieme portie van belang zijn. Om
fishing expeditionste voorkomen moet het belang voldoende concreet gesteld en onderbouwd worden. In dit bijzondere geval, waarin de oorspronkelijke legitimaris en erfgenaam niet meer in leven zijn, is de onderbouwing van [eiser] dat erflaatster altijd gewerkt heeft, lage lasten had en dat het niet ondenkbaar is dat zij een deel van haar inkomen kon sparen voldoende om een deel van de gevorderde bankrekeningafschriften toe te wijzen. De rechtbank komt tot dat oordeel op basis van het volgende. Erflaatster had inkomen uit AOW en pensioen, volgens de aangifte inkomstenbelasting € 9.680,00 in 2022 tot haar overlijden. Het verweer van [gedaagde] dat het volledige inkomen van erflaatster opging aan boodschappen en andere kosten van de huishouding heeft hij niet onderbouwd, anders dan met een verklaring van de heer [partner erflaatster] (productie 7 bij dagvaarding). [eiser] heeft er recht op om te controleren of deze bewering klopt. [eiser] heeft ter zitting ook terecht aangevoerd dat zij, evenals [gedaagde] , niet weet hoe erflaatster en [partner erflaatster] leefden en dat echtelieden niet altijd leven naar de huwelijkse voorwaarden. Het is daarom gerechtvaardigd dat [eiser] inzage krijgt in de bankrekeningen van erflaatster.
5.De beslissing
7 oktober 2026voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 4.12, waarna [gedaagde] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,