ECLI:NL:RBGEL:2026:2404

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
05/208732-21
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar wegens onvoltooide delictanalyse en behandeling

Betrokkene is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging, welke maatregel op 7 maart 2024 is ingegaan. De officier van justitie vordert verlenging van deze maatregel met twee jaar vanwege het nog niet afgeronde behandeltraject en de delictanalyse.

Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een pedofiele stoornis en dat de behandeling nog in een pril stadium verkeert. Betrokkene toont openheid over zijn problematiek, maar ervaart onvrede over het kliniekbeleid en de voortgang van het traject, wat zich uit in een negatieve houding. De delictanalyse is op initiatief van betrokkene gepauzeerd, waardoor verdere stappen zoals begeleid verlof niet mogelijk zijn.

De rechtbank weegt dat het recidivegevaar hoog is bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel en dat de veiligheid van anderen dit niet toelaat. Gezien de omvangrijke resterende behandelstappen en het ontbreken van een afgeronde delictanalyse acht de rechtbank een verlenging van twee jaar noodzakelijk, ondanks het pleidooi van de raadsman voor een verlenging van slechts één jaar.

De rechtbank besluit daarom de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, conform het advies van de kliniek en de vordering van de officier van justitie.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging met twee jaar wegens onvoltooide delictanalyse en behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummer: 05/208732-21
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in [de kliniek] ,
(hierna: de kliniek).
Raadsman: mr. W. Fleuren, advocaat te Apeldoorn.

Procedure

Betrokkene is op 4 februari 2022 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 7 maart 2024.
Bij vordering van 3 februari 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de kliniek van 23 december 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de wettelijke aantekeningen over de periode van 23 juli 2024 tot en met 1 juli 2025.
Ter zitting van 13 maart 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. W. Fleuren;
- de deskundige MSc, L. van der Kaaij, GZ-psycholoog, behandelcoördinator van [de kliniek] en;
- de officier van justitie, mr. E. Hooydonk.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft aangevoerd dat het dossier duidelijk maakt dat er nog veel stappen gemaakt moeten worden. Daarom is een verlenging met twee jaar noodzakelijk.
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar.
De raadsman heeft aangevoerd dat zijn cliënt aan therapie meewerkt. Ook heeft hij zelfinzicht en is hij open. Hij wil graag weten wat er mis is gegaan. Indien de behandeling snel tot stand kan komen is verlenging van één jaar voldoende, er zijn geen signalen dat dit met twee jaar verlengd zou moeten worden.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege
  • meerdere keren personen, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen;
  • meerdere keren schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd;
  • meerdere keren met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken vervaardigen door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;
  • wederspannigheid
Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De maatregel is niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een pedofiele stoornis, van het niet exclusieve type, waarbij hij zich seksueel aangetrokken voelt tot meisjes. De stoornis is nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is op 23 juli 2024 opgenomen op afdeling [afdeling] . Bij de vaardigheidstraining geeft patiënt aan dat de seksuele aantrekkingskracht naar minderjarige meisjes inderdaad bestaat, naast dat hij zich seksueel aangetrokken voelt tot volwassen vrouwen. Het behandelteam beschouwt zijn openheid hierover als een opvallende,positieve, stap, die erop wijst dat hij zijn proceshouding wat heeft kunnen loslaten. Hij stelt echter ook veel vragen niet, om vervolgens verontwaardigd te zijn dat sociotherapie of anderen hier niet zelf het initiatief toe nemen. Betrokkene krijgt echter in een korte tijd een herhaaldelijke wisseling van persoonlijk begeleiders te verwerken. Hij heeft hier (invoelbaar) last van; hij vindt de kliniek tekortschieten in personeelsbeleid. Zijn zelfzorg en zorg voor de leefomgeving is goed en hij houdt zich aan de regels en afspraken. Van incidenten of grensoverschrijdend gedrag is geen sprake. Vanaf oktober 2024 gaat het minder goed met betrokkene. Hij heeft er last van dat de opstart van hetassessment en een arbeidsprogramma traag verloopt, dat er al tweemaal een wisseling van persoonlijk begeleider heeft plaatsgevonden, en dat hij naar zijn mening teveel urinecontroles krijgt voor de vastgestelde frequentie. In de kliniek voelt betrokkene zich als een kind of nummer behandeld, omdat het ontbreekt aan de ruimte om zelfstandig acties en beslissingen te nemen. Zijn onvrede en last worden merkbaar in een sarcastische en koppige houding, het aangaan van discussies en dit niet willen loslaten, met een negatieve sfeer tot gevolg. Betrokkene wil graag meer regie over zijn eigen traject en geeft aan dat het tbs-systeem niet aansluit bij wat hij nodig heeft. Deze houding is ook zichtbaar bij de dagbesteding en therapie die hij volgt, waarbij hij de focus legt bij het proces/randzaken (zoals welke oefeningen, tijden en therapeuten hij wel of niet wil) en het daardoor beperkt kan gaan over de daadwerkelijk gewenste inhoud. Hij houdt het bespreken van seksualiteit in de gesprekken met zijn persoonlijk begeleider af, die hij niet als gekwalificeerd genoeg ziet om gesprekken op inhoud mee te voeren. Met betrokkene is besproken dat nu de delictanalyse nagenoeg is afgerond, en er meer zicht is gekomen op zijn problematiek en benodigde behandeling, de koers van het resocialisatietraject en uitstroomdoel op korte termijn in het Traject Expertise Team (TET) in de kliniek zal worden besproken en vastgesteld. Tevens zal begeleid verlof als eerste stap worden aangevraagd.Op de zitting is echter gebleken dat de delictanalyse op initiatief van betrokkene “on hold” is gezet en dus niet kan worden afgerond totdat betrokkene besluit om daar weer aan mee te werken. Zolang de delictanalyse niet is afgerond kunnen geen stappen worden gezet op het gebied van verlof.
Recidivegevaar
In geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. Er moet nog worden gestart met bewerking van de kernproblematiek/ delictfactoren en een voorwaardelijke beëindiging zal onvoldoende kaders bieden voor adequaat risicomanagement. Binnen het huidige kader laat betrokkene al zien dat hij zich niet altijd begeleidbaar opstelt en gevoelig is voor behoud van autonomie en regie.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De raadsman heeft verzocht de maatregel met één jaar te verlengen. In de jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd moet worden met twee jaar. Nu de delictanalyse nog niet is afgerond, behandeling nog niet gestart is en er nog een grote hoeveelheid stappen te zetten is voordat de maatregel op verantwoorde wijze opgeheven kan worden, is het aannemelijk dat de behandeling langer dan één jaar in beslag zal nemen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met
twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. Bril, als voorzitter, mr. A.P. Sno en mr. P. Verkroost, als rechters in tegenwoordigheid van mr. T.H. Boshuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.
mr. P. Verkroost is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.