De rechtbank Gelderland heeft op 27 maart 2026 uitspraak gedaan in twee bestuursrechtelijke zaken betreffende de omgevingsvergunning voor het gebruik van twee klaslokalen binnen een basisschool voor buitenschoolse opvang. De kinderopvangorganisatie [naam bedrijf] had een vergunning aangevraagd, die door het college van burgemeester en wethouders van Lochem was verleend, maar waarbij het college tevens een aanvullende voorwaarde had gesteld en het gebruik als vergunningplichtig had aangemerkt.
De familie [achternaam 1] en [naam bedrijf] hadden tegen dit besluit beroep ingesteld. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte had geoordeeld dat het gebruik vergunningplichtig was, omdat het gebruik van de gronden met bestemming 'Maatschappelijk' en functieaanduiding 'onderwijs' volgens het tijdelijke deel van het omgevingsplan ook activiteiten als jeugd- en kinderopvang toestaat. Hierdoor was het college niet bevoegd om een vergunning te verlenen voor een activiteit die niet vergunningplichtig is en had de aanvraag moeten worden afgewezen.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar van 15 april 2025, herroept het primaire besluit van 11 september 2024 en wijst de aanvraag af. Het beroep van [naam bedrijf] werd gegrond verklaard, terwijl het beroep van de familie [achternaam 1] ongegrond werd verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan [naam bedrijf].