Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2490

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
447177
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:119a BWArt. 6:96 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Reparatie revisiemotor auto: wanprestatie en bewijsfactuur geschil

Eiser, eigenaar van een Volkswagen Transporter, gaf opdracht aan de gedaagde vennootschap onder firma om een defecte motor te vervangen door een revisiemotor, waarbij onderdelen van de originele motor werden hergebruikt. Na circa 9000 kilometer begaf de revisiemotor het, waarna onderzoek door een gespecialiseerd bedrijf en een expertiserapport van CED gebreken aan de hergebruikte brandstofinjectoren en turbo’s constateerden.

Eiser stelde dat de reparateur tekortgeschoten was door het hergebruiken van versleten onderdelen zonder waarschuwing, en vorderde schadevergoeding en betaling van een openstaande factuur. De reparateur betwistte tekortkoming en stelde dat de hergebruikte onderdelen vooraf waren getest en goed bevonden, en dat eiser onvoldoende onderbouwde waarom zij deze onderdelen had moeten vervangen of adviseren.

De rechtbank oordeelde dat de reparateur conform de instructies had gehandeld en dat de testresultaten van de onderdelen niet waren weersproken. Eiser had onvoldoende feiten aangevoerd om te bewijzen dat de reparateur tekort was geschoten. De vorderingen van eiser werden afgewezen. In reconventie werd de vordering van de reparateur tot betaling van een factuur deels afgewezen wegens onvoldoende bewijs van opdracht, maar toegestaan voor het deel betreffende de aircopompreparatie indien bewijs geleverd wordt.

De rechtbank gaf partijen de mogelijkheid tot schikking en bepaalde nadere bewijslevering over de aircopompreparatie. De zaak wordt voortgezet met getuigenverhoren en verdere procedurele stappen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming en houdt bewijslevering over factuurvordering aan.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/447177 / HA ZA 25-52
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
advocaat: mr. V.W.J.H. Kobossen,
tegen
1. de vennootschap onder firma
[gedaagd vennootschap in conventie / eisend reconventie],
te [vestigingsplaats] ,
2.
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie 1],
te [woonplaats] ,
3.
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
advocaat: mr. D. Coskun.
Eisende partij zal hierna [eiser in conventie] worden genoemd. Gedaagde partijen zullen hierna afzonderlijk [gedaagd vennootschap in conventie] , [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] worden genoemd. Gezamenlijk zullen zij [gedaagden in conventie] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juni 2025,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser in conventie] is eigenaar van een Volkswagen Transporter met bouwjaar 2012 (hierna: de bus). Hij gebruikt de bus zowel zakelijk (voor zijn klusbedrijf) als privé.
2.2.
[gedaagd vennootschap in conventie] is een vennootschap onder firma en exploiteert een autogarage. [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] zijn de vennoten van [gedaagd vennootschap in conventie] .
2.3.
Begin januari 2022 heeft [eiser in conventie] de bus bij [gedaagden in conventie] ter reparatie aangeboden vanwege motorproblemen. De auto had op dat moment een kilometerstand van ruim 298.000 kilometer.
2.4.
[eiser in conventie] en [gedaagden in conventie] hebben verschillende reparatiemogelijkheden besproken. Uiteindelijk hebben partijen in overleg gekozen voor het vervangen van de originele verbrandingsmotor door een revisiemotor.
2.5.
Vervolgens heeft [gedaagden in conventie] een revisiemotor (hierna: de revisiemotor) besteld bij [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). In de instructie ‘Motor inbouwen’ van [bedrijf] staat, voor zover van belang:
Bij het inbouwen van de motor is het raadzaam de volgende punten in acht te nemen:
[…]
* Oliekoeler dient u altijd te vervangen ivm slijpsel wat achter blijft!
[…]
* Injectoren/verstuivers altijd laten testen
2.6.
Na ontvangst van de revisiemotor heeft [gedaagden in conventie] de revisiemotor ingebouwd in de bus. Daarbij heeft [gedaagden in conventie] de oliekoeler en de EGR-koeler vervangen en de turbo’s en de brandstofinjectoren hergebruikt door deze van de originele verbrandingsmotor over te zetten naar de revisiemotor.
2.7.
De turbo’s en de brandstofinjectoren zijn voorafgaand aan het opnieuw inbouwen getest door Turbo Hulp Amersfoort in opdracht van [gedaagden in conventie] . Op de factuur die Turbo Hulp [gedaagden in conventie] heeft gestuurd voor het uitvoeren van de tests, staat: “
Injector Bosch Piezzo 0445116035 Testen Alleinjector goed” en “
Turbo controleren 03L145715 goed”.
2.8.
Op 22 januari 2022 heeft [gedaagden in conventie] de bus gereed gemeld bij [eiser in conventie] en hem een factuur gestuurd van € 6.470,73 inclusief btw voor de revisiemotor en de in verband met de inbouw daarvan door haar uitgevoerde werkzaamheden. [eiser in conventie] heeft deze factuur betaald.
2.9.
Tussen eind januari en mei 2022 is [eiser in conventie] meerdere keren bij [gedaagden in conventie] terug geweest met de bus, omdat hij problemen ervoer met de revisiemotor. Die problemen deden zich bij [gedaagden in conventie] ter plaatse niet voor.
2.10.
In mei 2022 heeft de revisiemotor het begeven. De bus had op dat moment circa 9000 kilometer gereden sinds het inbouwen van de revisiemotor. Omdat de bus niet meer kon rijden, heeft de ANWB de bus teruggebracht naar [gedaagden in conventie] .
2.11.
[gedaagden in conventie] heeft de boordcomputer van de bus daarna uitgelezen en daarbij een afwijking vastgesteld op cilinder 4 van de revisiemotor.
2.12.
De bus is vervolgens naar [bedrijf] getransporteerd voor verder onderzoek. [bedrijf] heeft de revisiemotor uitgebouwd en uit elkaar gehaald en onderzocht.
2.13.
Op 15 juni 2022 heeft [bedrijf] [gedaagden in conventie] een e-mail gestuurd met haar bevindingen. In deze e-mail staat:
Ik heb de uitslag ook binnen van de verstuivers. Ik heb de rapporten bijgevoegd.
Verstuiver van cilinder 1 drupt en die test is afgebroken. De verstuiver van cilinder 4 is goed maar die had jij al laten testen. Echter denk ik dat deze ook niet goed is geweest en dat die ook problemen heeft gehad echter zullen wij dat nooit weten. Wat we wel weten is dat we op cilinder 4 een gesmolten zuiger hebben en op cilinder 1 een zuiger die ook begint te smelten. ook is het apart dat de verstuivers er niet gelijk uitzien. Er is mijns inziens al eerder wat mee aan de hand geweest. Brandstof ziet er in het filter goed uit maar is niet geanalyseerd.
Bij het loshalen van de turbo zagen wij dat er behoorlijk veel speling op de kleine turbo zat en ook was daar veel olie vrij gekomen. Ook in de intercooler koeler komen wij meer olie tegen dan gebruikelijk.
In het roetfilter zit 117 Gram
Gezien bovenstaande kan er van garantie geen sprake zijn [bedrijf] heeft immers alleen Romprevisiemotor geleverd. Rm41953 Motor heeft in die tijd ongeveer 9000km gepresteerd. De ontstaande schade is door randdelen ontstaan garantie wordt daarom ook afgewezen.
2.14.
Op 18 november 2022 heeft de advocaat van [eiser in conventie] [gedaagden in conventie] per brief aansprakelijk gesteld voor alle door [eiser in conventie] geleden en nog te lijden schade. In de brief staat verder dat de bus hersteld aan [eiser in conventie] dient te worden geretourneerd, dat [eiser in conventie] eist in de gelegenheid te worden gesteld om de bus binnen 7 dagen bij [bedrijf] op te halen en dat als de bus dan niet voldoende hersteld is, [eiser in conventie] aanspraak maakt op de te maken herstelkosten. Op deze brief heeft [gedaagden in conventie] niet gereageerd.
2.15.
Op 11 april 2023 heeft de advocaat van [eiser in conventie] [gedaagden in conventie] gemaild dat hij graag uiterlijk op 26 april 2023 verneemt op welke wijze [gedaagden in conventie] de bus hersteld gaat retourneren en dat als [gedaagden in conventie] ook deze termijn ongebruikt laat verstrijken, hij [gedaagden in conventie] in rechte zal betrekken.
2.16.
In reactie op deze e-mail heeft [gedaagden in conventie] de advocaat van [eiser in conventie] op 13 april 2023 geschreven dat zij de vorige advocaat van [eiser in conventie] in juli 2022 heeft laten weten dat zij graag meewerkt aan een expertise door een derde partij en dat zij daarna niets meer heeft vernomen. Verder schrijft [gedaagden in conventie] dat de vorige advocaat van [eiser in conventie] tot de conclusie kwam dat de motor het heeft begeven doordat de randdelen niet zijn vervangen en dat zij zich daar niet in kan vinden. In dit verband wijst [gedaagden in conventie] erop dat de schade volgens [bedrijf] is ontstaan door randdelen en dat die destijds zijn getest en goed zijn bevonden en in overleg met [eiser in conventie] zijn hergebruikt. Tot slot deelt [gedaagden in conventie] mee dat de bus te allen tijde kan worden opgehaald bij [bedrijf] en dat de sleepkosten en de onderzoekskosten voor rekening zijn van [gedaagden in conventie] en dat dit ook bekend is bij [eiser in conventie] .
2.17.
Op 5 juli 2023 heeft [bedrijf] een bedrag van in totaal € 1.209,27 inclusief btw bij [gedaagden in conventie] in rekening gebracht voor ‘transport halen / brengen’ en ‘werkplaatstarief’.
2.18.
Op 16 juli 2023 heeft [gedaagden in conventie] [eiser in conventie] een factuur gestuurd van in totaal € 1.957,66 inclusief btw voor ‘doorbelasting kosten van de [bedrijf] ’ en ‘tevens de eerdere reparaties n.a.v. uw klachten /repara opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’. [eiser in conventie] heeft deze factuur niet betaald.
2.19.
Op 6 oktober 2023 heeft CED de revisiemotor in opdracht van [eiser in conventie] onderzocht in de werkplaats van [bedrijf] . Bij het onderzoek waren een medewerker van [bedrijf] , [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie 1] aanwezig.
2.20.
Op 3 november 2023 heeft CED een rapport uitgebracht met haar bevindingen. In dit rapport staat, voor zover van belang:
BEVINDINGEN
Ten tijde van onze expertise hebben we vastgesteld dat de relevante en beschadigde onderdelen reeds volledig gedemonteerd waren. Hierdoor was inspectie mogelijk. Tevens hebben we documentatie ontvangen met de testresultaten van de brandinjectors voor en na het ontstaan van de motorschade, evenals de vastgestelde diagnose van de leverancier. Daarnaast hebben we foto’s en video’s ontvangen die destijds zijn gemaakt van de schade door de betrokken partijen. Onze bevindingen zijn beschreven in het hoofdstuk ‘Technisch onderzoek’.
[…]
TECHNISCH ONDERZOEK ALGEMEEN
[…]
Brandstofinjectoren
De reparateur [gedaagden in conventie] heeft documentatie aangeleverd waaruit blijkt dat de brandstofinjectoren in vier fases zijn getest op 18-01-2022. Deze test is uitgevoerd voordat de brandstofinjectoren in de revisiemotor zijn geplaatst. De testwaardes werden als goed bevonden. Echter, kan niet uit de documentatie worden opgemaakt welke testresultaten tot welke brandstofinjector behoren.
Na het ontstaan van de schade aan de revisiemotor heeft de leverancier [bedrijf] de brandstofinjectoren laten testen. De documentatie hiervan hebben tevens ontvangen van de leverancier. Hieruit blijkt dat de brandstofinjector van de 1e cilinder defect is, de overige 3 brandstof injectoren zijn goed bevonden tijdens de test.
[…]
Turbocompressoren
Het voertuig is uitgerust met een twin-turbo systeem (twee turbo’s) tijdens de diagnose van de leverancier [bedrijf] blijkt de kleine turbo te veel speling te hebben op de turbine as. Hierdoor is er overmatig motorolie in het inlaatsysteem terecht gekomen. Tijdens ons bezoek stelden wij vast dat turbo’s rechtstreeks waren gedemonteerd. Wij hebben deze visueel gecontroleerd en hierbij stelden wij vast dat deze overmatig speling hebben zowel axiaal als verticaal. Verder hebben wij overmatig motorolie aangetroffen in het inlaatsysteem. Door de overmatige speling op de turbo as sluit deze niet correct af waardoor er motorolie het inlaatsysteem lekt. De gelekte motorolie komt vervolgens in de verbrandingsmotor terecht. Wat resulteert in een slechtere verbranding met gevolg dat de uitlaatgassen meer dan normaal vuil bevatten.
Revisiemotor
[…]
De zuigers van de 1e en 4e cilinder zijn beschadigd, terwijl de 2e en 3e cilinder niet beschadigd zijn. De beschadigingen aan de 1e en 4e cilinder betreffen versmelting van het metaal van de zuigerbodem door oververhitting. Deze versmelting heeft plaatsgevonden in de voorwervelkamer in de zuigerbodem. Het betreft hier een direct ingespoten dieselmotor, en daarom is er een voorvervelkamer in de zuigerbodem gemonteerd. De voorwervelkamer fungeert als ontbrandingsruimte, waar de brandstofinjectoren brandstof inspuiten voor verbranding.
Gezien het feit dat de versmeltingen van het metaal van de zuiger vanuit deze locatie hebben plaatsgevonden, kunnen we concluderen dat de schade is ontstaan door een verkeerde inspuiting als gevolg van een slechte of defecte brandstofinjectoren. Als de brandstofinjector niet op het juiste moment brandstof in de cilinder spuit, kan dit leiden tot een vroegtijdige ontsteking. Hierdoor ontstaat er een ontregelde verbranding, wat tot gevolg heeft dat de druk en de hitte in de cilinder aanzienlijk verhoogt. Dit leid tot oververhitting van de zuigerbodem. Hierdoor is de zuigerbodem gesmolten. Dit komt overeen met het vastgestelde schadebeeld.
De schade aan de cilinderwand van de 4e cilinder is ontstaan doordat de zuiger van deze cilinder dermate gesmolten is dat het zuigermateriaal in contact is gekomen met de cilinderwand, met als gevolg dat deze ernstig is beschadigd.
SCHADE-OORZAAK EN CONCLUSIE
Naar aanleiding van ons technisch onderzoek zijn wij van mening dat de overmatige speling in de turbo’s heeft geleid tot lekkage van motorolie in het inlaatsysteem. Dit resulteerde in slechtere verbranding en verhoogde vervuiling van de uitlaatgassen. Als gevolg hiervan raakte zowel het inlaatsysteem als het uitlaatsysteem (roetfilter) overmatig vervuild. Het is echter belangrijk op te merken dat deze vervuiling niet direct heeft geleid tot de schade aan de revisiemotor.
De schade aan de revisiemotor op de 1e en 4e cilinder kan worden toegeschreven aan defecte en slecht werkende brandstofinjectoren. Deze defecte en slecht werkende brandstofinjectoren veroorzaakten een onjuiste brandstofinspuiting, wat leidde tot oververhitting van de zuigerbodem en uiteindelijk tot het smelten ervan. Het directe contact tussen het gesmolten zuigermateriaal en de cilinderwand veroorzaakte ernstige schade aan de 4e cilinder.
Het is belangrijk om op te merken dat de brandstofinjectoren test een momentopname is en dat deze is uitgevoerd in een testopstelling. Hierbij word geen rekening gehouden met de tegendruk die ontstaat door compressie van de verbrandingsmotor, en de verschillende temperaturen die ontstaan tijdens normale bedrijfsomstandigheden van de verbrandingsmotor.
CONCLUSIE
Na het plaatsen van de revisiemotor heeft de cliënt 8.514 kilometer gereden met het voertuig in een periode van ruim 3 maanden. Tijdens deze periode heeft de cliënt het voertuig meerdere keren aangeboden met verschillende klachten. Op basis van de aangeleverde informatie kunnen wij niet vaststellen of de tussentijdse klachten hebben geleid tot het defect raken van de revisiemotor.
De slechte turbo’s hebben vervuiling van het inlaatsysteem en uitlaatsysteem veroorzaakt, inclusief het roetfilter. Deze turbo’s zijn echter niet de oorzaak van de beschadigingen aan de revisiemotor. De schade aan de 1e en 4e cilinder is veroorzaakt door verkeerde inspuiting, wat te wijten is aan slechte en defecte brandstofinjectoren. Hieruit kan worden opgemaakt dat de schade aan de revisiemotor is ontstaan door randdelen (brandstofinjectoren). De schade aan de revisiemotor is hierom volgens ons niet te verwijten aan de leverancier [bedrijf] .
Het voertuig had tijdens het uitvoeren van de reparatie door reparateur [gedaagden in conventie] een kilometerstand van 299.355 kilometer. De reparateur heeft destijds de brandstofinjectoren en turbo’s laten testen, wat resulteerde in een goed resultaat. Echter, brandstofinjectoren en turbo’s zijn onderhevig aan slijtage als gevolg van leeftijd en kilometerstand. Aangezien deze onderdelen naar alle waarschijnlijkheid 299.355 kilometer oud zijn, had de reparateur de cliënt moeten waarschuwen voor de risico’s van het hergebruiken van deze oude brandstofinjectoren en turbo’s. Omdat het slijtageonderdelen betreffen en gezien de leeftijd en de kilometerstand van het voertuig, was de kans op vroegtijdig defect raken van de brandstofinjectoren aannemelijk.
2.21.
Op 6 november 2023 heeft CED [eiser in conventie] een factuur gestuurd van € 1.869,45 inclusief btw voor ‘expertisekosten’.
2.22.
Op 27 februari 2025 heeft [gedaagden in conventie] [eiser in conventie] per brief gesommeerd de hiervoor onder 2.18. genoemde openstaande factuur van € 1.957,66 te betalen. Aan deze sommatie heeft [eiser in conventie] geen gehoor gegeven.
2.23.
De bus staat nog steeds bij [bedrijf] .

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser in conventie] vordert – samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat [gedaagd vennootschap in conventie] , dan wel [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] , in relatie tot [eiser in conventie] toerekenbaar is tekortgeschoten,
II. [gedaagden in conventie] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eiser in conventie] van een bedrag van € 8.430,18, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,
III. [gedaagden in conventie] hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de schade die [eiser in conventie] heeft geleden en nog lijdt, nader op te maken bij staat,
IV. [gedaagden in conventie] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten,
V. [gedaagden in conventie] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Aan deze vorderingen legt [eiser in conventie] het volgende ten grondslag. [gedaagden in conventie] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Ook is [gedaagden in conventie] in verzuim geraakt. Door de tekortkoming van [gedaagden in conventie] heeft [eiser in conventie] schade geleden. [gedaagden in conventie] dient die schade aan [eiser in conventie] te vergoeden (artikel 6:74 BW Pro). De schade van [eiser in conventie] omvat de kosten van het plaatsen van de revisiemotor door [gedaagden in conventie] (€ 6.470,73), de kosten van onderzoek door CED (€ 1.869,45) en overige, nog nader te bepalen schade. Deze overige schade omvat onder meer reparatie- en bergingskosten, rente over het aankoopbedrag van de bus en afschrijving/waardedaling van de bus in relatie tot de aankoopwaarde. De omvang van deze schade zal in de schadestaatprocedure moeten worden vastgesteld.
3.3.
[gedaagden in conventie] voert verweer. Zij betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Ook betwist zij dat een causaal verband bestaat tussen haar handelen (of nalaten) en de gestelde schade. Verder voert [gedaagden in conventie] aan dat [eiser in conventie] zijn rechten heeft verwerkt en zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden en dat elke onderbouwing voor de gestelde schade ontbreekt.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
[gedaagden in conventie] vordert – samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser in conventie] veroordeelt tot betaling aan [gedaagden in conventie] van een bedrag van € 1.957,66, vermeerderd met rente en kosten.
3.6.
Aan deze vordering legt [gedaagden in conventie] het volgende ten grondslag. [gedaagden in conventie] heeft in opdracht van [eiser in conventie] de aircopomp van de bus vervangen. Daarnaast heeft [gedaagden in conventie] met [eiser in conventie] besproken dat zij de kosten voor het transport en het onderzoek door [bedrijf] aan hem zou doorbelasten. [gedaagden in conventie] heeft de daarmee gemoeide kosten van in totaal € 1.957,66 inclusief btw daarom aan [eiser in conventie] gefactureerd. [eiser in conventie] heeft deze factuur niet betaald. [eiser in conventie] dient de openstaande factuur (alsnog) te betalen.
3.7.
[eiser in conventie] voert verweer. Hij betwist dat hij gehouden is de openstaande factuur te betalen.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Vast staat dat [gedaagden in conventie] in januari 2022 een revisiemotor in de bus heeft geplaatst in opdracht van [eiser in conventie] en dat [gedaagden in conventie] daarbij de EGR-koeler en de oliekoeler heeft vervangen en de turbo’s en brandstofinjectoren van de originele verbrandingsmotor heeft hergebruikt door deze over te zetten op de revisiemotor. Ook staat vast dat er in mei 2022 schade aan de motor is opgetreden. [eiser in conventie] stelt dat deze schade is ontstaan door de onderdelen die [gedaagden in conventie] heeft hergebruikt. Ter onderbouwing van deze stelling heeft hij verwezen naar de e-mail van [bedrijf] van 15 juni 2022 (zie onder 2.13) en het rapport van CED (zie onder 2.20). De hergebruikte onderdelen waren in vergelijking met de revisiemotor sterk versleten. [gedaagden in conventie] had deze onderdelen dan ook moeten vervangen, althans [eiser in conventie] moeten adviseren deze onderdelen te laten vervangen. Dit heeft [gedaagden in conventie] niet gedaan en daarom is zij tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, aldus [eiser in conventie] .
4.2.
[gedaagden in conventie] betwist niet dat de schade aan de revisiemotor is ontstaan door de hergebruikte onderdelen. Wel betwist zij dat er een verband bestaat tussen de schade aan de revisiemotor en de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Daartoe voert zij aan dat zij de inbouw van de revisiemotor heeft uitgevoerd conform de instructie van [bedrijf] . In die instructie is vastgelegd dat randonderdelen zoals turbo’s en brandstofinjectoren mogen worden hergebruikt, mits vooraf getest. [gedaagden in conventie] heeft de turbo’s en brandstofinjectoren hergebruikt, nadat zij deze onderdelen extern had laten testen en deze goed waren bevonden. Volgens [gedaagden in conventie] kan haar dan ook niet worden verweten dat deze onderdelen (later) zijn gaan falen.
4.3.
[eiser in conventie] heeft niet weersproken dat [gedaagden in conventie] de revisiemotor heeft ingebouwd conform de instructie van [bedrijf] en dat zij de turbo’s en de brandstofinjectoren vooraf extern heeft laten testen. Hij stelt zich echter op het standpunt dat de tests niet goed kunnen zijn geweest, omdat uit de e-mail van [bedrijf] en het rapport van CED blijkt dat er evident iets mis is met deze onderdelen. De rechtbank volgt [eiser in conventie] daarin niet. Weliswaar kan uit de e-mail van [bedrijf] en het rapport van CED worden afgeleid dat zij tijdens hun onderzoek in mei 2022 respectievelijk oktober 2023 hebben vastgesteld dat er (op dat moment) iets mis was met de hergebruikte onderdelen, maar dat wil nog niet zeggen dat er met die onderdelen dus ook al iets mis is geweest op het moment van testen in januari 2022. Daar komt bij dat op de factuur van TurboHulp (het bedrijf dat de tests heeft uitgevoerd) staat vermeld dat zowel de turbo’s als de brandstofinjectoren goed zijn bevonden. Zonder concrete aanwijzingen voor het tegendeel heeft de rechtbank geen reden om eraan te twijfelen dat die informatie juist is en dat de tests correct zijn uitgevoerd. Op grond van het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat de turbo’s en de brandstofinjectoren ten tijde van het inbouwen van de revisiemotor in januari 2022 in orde waren. Dat, en zo ja waarom, [gedaagden in conventie] de turbo’s en de brandstofinjectoren desondanks toch had moeten vervangen dan wel [eiser in conventie] had moeten adviseren die onderdelen te laten vervangen, heeft [eiser in conventie] onvoldoende toegelicht. De enkele stelling dat de onderdelen oud waren, is in het licht van het voorgaande (instructie gevolgd en onderdelen getest en goed bevonden) niet voldoende.
4.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat er na inbouw van de revisiemotor in januari 2022 en mei 2022 iets met de turbo’s en de brandstofinjectoren is gebeurd. [eiser in conventie] heeft echter geen verklaring gegeven voor wat er daarmee in die tussenliggende periode dan is gebeurd en waarom dat te wijten zou zijn aan het handelen of nalaten van [gedaagden in conventie] . Ook uit de e-mail van [bedrijf] of het rapport van CED kan dit niet worden afgeleid. [bedrijf] schrijft in haar e-mail immers alleen dat zij heeft vastgesteld dat de zuiger van cilinder 1 begint te smelten, dat de zuiger van cilinder 4 al gesmolten is en dat er speling op de kleine turbo zit, maar zij legt niet uit wat de oorzaak hiervan is en of, en zo ja hoe, dit verband houdt met de werkzaamheden van [gedaagden in conventie] . Bovendien blijkt uit de e-mail van [bedrijf] niet wat [bedrijf] precies heeft onderzocht en op welke wijze dat onderzoek heeft plaatsgevonden, zodat aan die mail ook overigens weinig waarde kan worden gehecht. Datzelfde geldt voor het rapport van CED, nu [gedaagden in conventie] niet in de gelegenheid is geweest op het (concept)rapport te reageren en het rapport op bepaalde punten niet te volgen is. CED schrijft in haar rapport dat uit de documentatie van [bedrijf] blijkt dat de brandstofinjector van cilinder 1 defect is en dat de overige 3 brandstofinjectoren goed zijn bevonden (zie onder het kopje ‘Brandstofinjectoren’). Vervolgens concludeert CED dat de zuigers van cilinder 1 en 4 gesmolten zijn en dat die schade kan worden toegeschreven aan defecte en slecht werkende brandstofinjectoren (zie onder het kopje ‘schade-oorzaak en conclusie’). Niet duidelijk is echter waarom (ook) cilinder 4 is beschadigd, terwijl die cilinder nu juist geen defecte brandstofinjector had. Ten aanzien van de turbo’s schrijft CED dat zij deze visueel heeft gecontroleerd en daarbij heeft vastgesteld dat deze overmatig speling hebben (onder het kopje ‘Turbocompressoren’). Uit het rapport blijkt echter niet hoe en wanneer die speling is ontstaan en dat dit verband houdt met de werkzaamheden van [gedaagden in conventie] . Evenmin blijkt uit het rapport dat [gedaagden in conventie] werkzaamheden die zij wel had moeten verrichten rondom het inbouwen van de revisiemotor niet heeft verricht, dat de instructie van [bedrijf] niet correct is, dat er iets mis is geweest met de tests door TurboHulp of dat [gedaagden in conventie] niet enkel op basis van deze tests tot hergebruik van de turbo’s en injectoren had mogen beslissen.
4.5.
De conclusie is dan dat [eiser in conventie] zijn stelling dat [gedaagden in conventie] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst onvoldoende met feiten heeft onderbouwd. Daardoor wordt aan nader onderzoek of bewijslevering niet toegekomen. Daarmee ontvalt de grondslag aan de vorderingen van [eiser in conventie] . Die vorderingen zullen daarom (bij eindvonnis) worden afgewezen.
4.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie
4.7.
[gedaagden in conventie] maakt aanspraak op betaling door [eiser in conventie] van de factuur van
16 juli 2023 van € 1.957,66 inclusief btw. Deze factuur bestaat uit twee posten, namelijk de post ‘doorbelasting kosten van de [bedrijf] ’ en de post ‘tevens de eerdere reparaties n.a.v. uw klachten /repara opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’.
Kosten [bedrijf]
4.8.
Ten aanzien van de post ‘doorbelasting kosten van de [bedrijf] ’ stelt [gedaagden in conventie] zich op het standpunt dat zij met [eiser in conventie] heeft besproken dat zij de transport- en onderzoekskosten die [bedrijf] bij haar in rekening zou brengen aan [eiser in conventie] zou doorbelasten. Volgens [gedaagden in conventie] is [eiser in conventie] daarom gehouden dit gedeelte van de factuur te betalen. Dit standpunt strookt echter, zoals door [eiser in conventie] terecht is aangevoerd, niet met de brief die [gedaagden in conventie] op 13 april 2023 aan (de advocaat van) [eiser in conventie] heeft gestuurd, waarin zij schrijft dat de sleepkosten en de onderzoekskosten van [bedrijf] voor haar rekening zijn en dat dit ook bekend is bij [eiser in conventie] (zie onder 2.16). Bij die stand van zaken heeft [gedaagden in conventie] de grondslag van dit gedeelte van haar vordering onvoldoende onderbouwd. De vordering tot betaling van het bedrag van € 1.957,66 inclusief btw zal dan ook worden afgewezen, voor zover dat bedrag betrekking heeft op de kosten van [bedrijf] .
Vervangen aircopomp
4.9.
Ten aanzien van de post ‘tevens de eerdere reparaties n.a.v. uw klachten /repara opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’ geldt dat [gedaagden in conventie] alleen aanspraak kan maken op betaling door [eiser in conventie] van dit deel van de factuur wanneer zij met [eiser in conventie] een overeenkomst heeft gesloten tot uitvoering van de werkzaamheden die op de factuur vermeld staan onder deze post. Weliswaar heeft [gedaagden in conventie] gesteld dat [eiser in conventie] opdracht heeft gegeven voor het vervangen van de aircopomp en dat zij daartoe diverse werkzaamheden heeft uitgevoerd, maar dit heeft [eiser in conventie] betwist. [eiser in conventie] heeft ter zitting aangevoerd dat de bus nooit problemen heeft gehad met de airco en dat er daaraan dus ook niets is veranderd.
4.10.
Gelet op deze betwisting van [eiser in conventie] is (vooralsnog) niet komen vast te staan dat [eiser in conventie] opdracht heeft gegeven voor de werkzaamheden die op de factuur vermeld staan onder de post ‘tevens de eerdere reparaties n.a.v. uw klachten /repara opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’ en dat [gedaagden in conventie] deze werkzaamheden daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Nu op [gedaagden in conventie] de last rust te bewijzen dat opdracht is gegeven voor de gefactureerde werkzaamheden en dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en zij bewijs heeft aangeboden van deze stellingen zal zij tot dit bewijs worden toegelaten.
4.11.
Wanneer [gedaagden in conventie] niet in het leveren van dit bewijs slaagt, zal haar vordering tot betaling van de factuur worden afgewezen, ook voor zover die factuur betrekking heeft op de post ‘tevens de eerdere reparaties n.a.v. uw klachten /repara opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’.
4.12.
Wanneer [gedaagden in conventie] er wel in slaagt het haar opgedragen bewijs te leveren, zal haar vordering tot betaling van dit gedeelte van de factuur worden toegewezen. Dit komt neer op een bedrag van € 710,88 inclusief btw (de bedragen die onder de post ‘opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’ vermeld staan bij elkaar opgeteld en vermeerderd met 21% btw). Ook zal de door [gedaagden in conventie] gevorderde wettelijke handelsrente worden toegewezen. Daarvoor is het volgende redengevend. De wettelijke handelsrente is op grond van artikel 6:119a BW verschuldigd als er sprake is van een handelsovereenkomst. Dat is een overeenkomst die is gesloten tussen één of meer natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf of rechtspersonen. Als komt vast te staan dat [eiser in conventie] opdracht heeft gegeven voor de werkzaamheden die op de factuur vermeld staan onder de post ‘opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’, mocht [gedaagden in conventie] naar het oordeel van de rechtbank begrijpen dat [eiser in conventie] bij het sluiten van deze overeenkomst in het kader van zijn eenmanszaak en dus in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf heeft gehandeld. [gedaagden in conventie] heeft onweersproken gesteld dat de bus een grijs kenteken en beperkte zitcapaciteit heeft en dat [eiser in conventie] telkens heeft aangegeven dat de bus snel gerepareerd moest worden, omdat hij de bus nodig had voor zijn bedrijf. Daar komt bij dat de factuur op naam staat van de eenmanszaak van [eiser in conventie] , net als de factuur voor het plaatsen van de revisiemotor. Op grond van het voorgaande is de wettelijke handelsrente toewijsbaar. Omdat [gedaagden in conventie] niet heeft gesteld vanaf welke datum [eiser in conventie] de rente verschuldigd is, zal de wettelijke handelsrente worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. Aan buitengerechtelijke incassokosten zal in dat geval een bedrag van € 40,00 worden toegewezen. [gedaagden in conventie] heeft niet gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom is [eiser in conventie] in beginsel geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. Nu er, zoals hiervoor is overwogen, sprake is van een handelsovereenkomst, is echter een bedrag van € 40,00 toewijsbaar is, ook als geen incassowerkzaamheden zijn verricht (artikel 6:96 lid 4 BW Pro).
4.13.
Omdat met dit laatste nog te beslechten geschilpunt een relatief (zeer) beperkt financieel belang is gemoeid, geeft de rechtbank partijen in overweging een nadere schikkingspoging te ondernemen ter besparing van verdere tijd en kosten die gemoeid zouden zijn met het leveren van bewijs door [gedaagden in conventie] en de voortzetting van de procedure in deze instantie en een eventueel hoger beroep. Indien partijen erin zijn geslaagd om (al dan niet alleen op het punt van de factuur van [gedaagden in conventie] ) overeenstemming te bereiken, verneemt de rechtbank dit graag uiterlijk op de rol van 22 april 2026 van beide partijen. Indien partijen op alle punten overeenstemming bereiken kunnen zij een tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst desgewenst toezenden aan de rechtbank met het verzoek die op te nemen in een (schikkings)proces-verbaal en de zaak door te halen.
4.14.
Indien partijen er niet in geslaagd zijn overeenstemming te bereiken, dient [gedaagden in conventie] zich op de rol van 22 april 2026 uit te laten over de wijze waarop zij bewijs wenst te leveren op de wijze als hierna in de beslissing in reconventie bepaald.
4.15.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.2.
draagt [gedaagden in conventie] op te bewijzen a) dat [eiser in conventie] haar opdracht heeft gegeven voor de op de factuur van 16 juli 2023 onder ‘tevens de eerdere reparaties n.a.v. uw klachten /repara opdracht vervangen aircopomp geluid afkostig van de dynamo’ genoemde werkzaamheden en b) dat zij die werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht.
5.3.
bepaalt dat, voor zover [gedaagden in conventie] dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. E. Boerwinkel in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,
5.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
22 april 2026voor het opgeven door [gedaagden in conventie] van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op in de maanden
september 2026tot en met
november 2026, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
verwijst voor het geval [gedaagden in conventie] op die roldatum heeft medegedeeld geen getuigenbewijs te willen leveren of geen getuigen of verhinderdata heeft opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis of,
maar alleen indien [gedaagden in conventie] daarom op de onder 5.4. bedoelde roldatum heeft verzocht,naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [gedaagden in conventie] , waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren,
5.6.
bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,
5.7.
bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben,
5.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2025.
943 / 1787