ECLI:NL:RBGEL:2026:2508
Rechtbank Gelderland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Terugvordering geldlening en gevolgen bewindvoering in civiele procedure
De eisers vorderden betaling van geldbedragen van twee gedaagden, stellende onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking, en subsidiair terugbetaling van geldleningen. De rechtbank constateerde dat onvoldoende concrete rechtsfeiten waren gesteld om de primaire en subsidiaire grondslagen te dragen. Wel werd erkend dat sprake was van geldleningen.
Een van de gedaagden stond ten tijde van de lening onder bewind. De rechtbank oordeelde dat de geldleningsovereenkomst rechtsgeldig was, maar dat op grond van artikel 1:440 BW Pro de schuldeiser geen verhaal kan halen op het onder bewind staande vermogen als hij het bewind kende of behoorde te kennen. Dit was hier het geval, waardoor de vordering tegen deze gedaagde werd afgewezen.
Tegen de andere gedaagde werd de vordering toegewezen tot betaling van €7.125, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de opeisbaarheidsdatum. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens niet voldoen aan de wettelijke vereisten. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tegen gedaagde 1 toegewezen tot betaling van €7.125 met rente, vordering tegen gedaagde 2 afgewezen wegens bewind.