Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
e-mail van 11 juni 2025. Verder heeft hij in zijn e-mail van 19 juni 2025 weliswaar aangegeven dat hij in staat is om de financiering te regelen, maar hij heeft dit niet onderbouwd met stukken, zoals [eiser in conventie] als voorwaarde had gesteld. [gedaagde in conventie] heeft de benodigde financiering bovendien niet daadwerkelijk geregeld. Tot slot heeft [gedaagde in conventie] bij zijn aanvaarding van het aanbod van [eiser in conventie] een wezenlijk nieuw element betrokken, te weten de verrekening van de waarde van de Turkse onroerende zaken, zodat van een zuivere aanvaarding geen sprake is. Om deze redenen kan niet worden geoordeeld dat in de genoemde e-mails een afwijkende afspraak tussen partijen besloten ligt.