Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam verweerster 1] , handelend onder de naam [bedrijf verweerster 1] ,
3.
[naam verweerster 2], in persoon en in haar hoedanigheid van vennoot van
[naam verwerend vennootschap 1],
[naam verwerend vennootschap 1],
5. de vennootschap onder firma
6.
[naam verweerder 1], in persoon en in zijn hoedanigheid van vennoot van
[naam verwerend vennootschap 2]
7.
[naam verweerster 3], in persoon en in haar hoedanigheid van vennoot van
[naam verwerend vennootschap 2]
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
10.
[belanghebbende],
1.De procedure
2.De feiten
2.De feiten
[emailadres 3]of
[emailadres 3]. De e-mailberichten hadden allemaal - voor zover relevant - de volgende inhoud:
“Dear [groep verweerders 3] Graduate,
“Aangezien de ontvangers van de onderhavige berichten bij ons niet bekend waren en er in eerder verzoek is gevraagd naar andere ontvangers dan in de PSG rapportage benoemd is gevraagd deze vanuit [groep verweerders 3] te benaderen. Zolang de bestanden conform de instructie worden aangeleverd is er geen praktische reden om dit anders te doen.”De eerste vraag hangt samen met de tweede vraag, waarin is geïnformeerd of de mogelijkheid bestaat dat de deskundige een ander conclusie zou hebben getrokken als hij zou hebben gewerkt met rechtstreeks van de geadresseerden ontvangen e-mailberichten.
Op deze vraag heeft de deskundige geantwoord:
“Er is zijn conform onze instructie EML bestanden aangeleverd, door de DKIM controlesom te valideren, is vastgesteld dat de berichten authentiek zijn. De wijze waarop deze bij ons zijn binnengekomen heeft hier geen verdere invloed op.”Uit de beantwoording van de vragen blijkt niet waarom de deskundige in een eerder stadium te kennen heeft gegeven dat hij de mail bij de ontvangers zou opvragen. De antwoorden maken wel duidelijk dat het volgens de deskundige niet relevant is op welke wijze de EML-bestanden zijn aangeleverd, omdat hij door middel van de DKIM-methode heeft vastgesteld dat het om de authentieke berichten gaat.
“Het openen van de EML bestanden in een tekstverwerkingsprogramma, en het daarna vervolgens verwijderen, toevoegen of wijzigen van karakters en dan opslaan van deze wijzigingen zal inherent oorzaak zijn dat de DKIM-controlesom niet meer klopt. Derhalve is genoemde methode uitgesloten als de DKIM som klopt.”Hierna heeft de deskundige uitleg gegeven over de techniek achter DKIM:
“De DKIM controlesleutel bestaat uit algoritmische conversie van de volgende gegevens: Een publieke sleutel die de server zelf uitgeeft, de tijd, de onderwerpregel, de geadresseerde, de verzender, de inhoud van het bericht (inclusief eventuele bijlagen) en enkele technische gegevens (zogenaamde meta-data). Deze som blijft op de mailserver achter en kan worden gevalideerd door de ontvanger, maar ook door derden. (bijvoorbeeld een spamfilter of anti-virussoftware). De DKIM sleutel geeft onderzoekers de gelegenheid om e-mailberichten op integriteit, authenticiteit en inhoud te valideren. Zoals ook in de rapportage is toegepast. Deze techniek is destijds ontworpen om te voorkomen dat e-mailberichten onbedoeld in spamfilters terecht komen. Elke bewerking, ook al is het een extra leesteken, zal onherroepelijk leiden tot een foutieve controlesom tijdens het validatieproces (Ondanks dat er een vrijwel onmerkbare kleine wijziging aan het bericht heeft plaatsgevonden)”.
“Er is aan u gemeld dat de bestanden beschikbaar zijn en op verzoek door u dan gedownload kunnen worden. Daar er in deze bestanden gegevens van derden zijn opgenomen, verstrekken wij deze enkel op verzoek via een beveiligde downloadlink. Verzending via e-mail is vanwege compressie op bijgevoegde documenten op veel mailservers niet praktisch.”
Het klopt dat, zoals [de verzoekster] heeft aangevoerd, DKIM enkel aantoont dat de mails afkomstig zijn van een bepaald domein en niet van een specifieke gebruiker. Zoals de deskundige in zijn eerste rapport heeft opgemerkt, is het niet mogelijk om vast te stellen of [de verzoekster] de
3.De beslissing
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd;
b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na de uitspraak is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of;
c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.