Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2580

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
05/105979-22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor seksueel misbruik minderjarige en bezit kinderpornografisch materiaal

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor drie strafbare feiten: het plegen van ontuchtige handelingen met seksueel binnendringen bij een 13-jarig meisje, het verwerven, bezitten en toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal, en het bezit van dierpornografisch materiaal. Verdachte, 32 jaar oud, deed zich voor als een 15-jarige jongen en zocht via Instagram contact met het slachtoffer.

De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en vond voldoende steunbewijs in het dossier, waaronder verklaringen van getuigen en digitaal onderzoek. Verdachte werd vrijgesproken van het maken van een gewoonte van het bezit van kinderpornografisch materiaal. De redelijke termijn was overschreden, wat strafverminderend werd meegewogen.

De straf bestaat uit 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met het slachtoffer, en het vermijden van contact met minderjarigen en kinderporno. Daarnaast is verdachte veroordeeld tot betaling van €7.837,50 aan smartengeld aan het slachtoffer wegens immateriële schade door het misbruik.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en betaling van smartengeld wegens seksueel misbruik en bezit van kinderpornografisch materiaal.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/105979-22
Datum uitspraak : 1 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] .
Raadsman: mr. M. Bakhuis, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2021 tot en met 15 april 2021 te [woonplaats] , althans in Nederland, met [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige 1] , te weten
het brengen van één of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige 1] en/of
het (gedeeltelijk) brengen van zijn penis in de vagina van die [minderjarige 1] en/of
het betasten van de billen en/of borsten en/of vagina van die [minderjarige 1] en/of
het (tong)zoenen van die [minderjarige 1] en/of
het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [minderjarige 1] ;
subsidiair:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2021 tot en met 15 april 2021 te [woonplaats] , althans in Nederland, met [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2007, die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
het brengen van één of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige 1] en/of
het (gedeeltelijk) brengen van zijn penis in de vagina van die [minderjarige 1] en/of
het betasten van de billen en/of borsten en/of vagina van die [minderjarige 1] en/of
het (tong)zoenen van die [minderjarige 1] en/of
het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [minderjarige 1] ;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2020 tot en met 16 april 2021 te [woonplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens een gegevensdrager bevattende (249) afbeeldingen, te weten een Apple iPhone 11 Pro Max (goednummer 2502877) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van
achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft
verspreid en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een penis en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [document] ) en/of
het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [document] ) en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of (waarna) door het
camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [document] , [document] ,
[document] ) en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog
niet had bereikt, waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
( [document] ),
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2020 tot en met 16 april 2021 te [woonplaats] , althans in Nederland, (7) afbeeldingen in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij (een) mens(en) en/of een dier is/zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit:
- het verrichten van seksuele handelingen van een persoon met een hond en/of
- het verrichten van seksuele handelingen van een persoon met een paard.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten 1 primair, 2 en 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bij feit 1 het verweer gevoerd dat het ondervragingsrecht van de verdediging met betrekking tot getuige/aangeefster [minderjarige 1] ex artikel 6 lid 1 en Pro lid 3 sub d van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is geschonden. De raadsman heeft verder bepleit dat verdachte integraal wordt vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde onder feit 1. Daarbij is zijn primaire standpunt dat niet kan worden voldaan aan het wettelijk vereiste bewijsminimum. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [minderjarige 1] niet bruikbaar zijn voor een bewijsconstructie vanwege een gebrek aan overtuigingskracht. Voor de feiten 2 en 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft daarbij de kanttekening gemaakt dat onder feit 2 alleen het verwerven, het in bezit hebben en het zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen kan worden bewezen. Voor het onderdeel uit de tenlastelegging, eveneens onder feit 2, ‘het gewoonte maken van het plegen’ moet verdachte worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Op 16 april 2021 heeft [vader] , de vader van [minderjarige 1] (geboren op [geboortedag] 2007), de politie verzocht om naar zijn woning aan de [adres 2] in [woonplaats] te komen, omdat hij zojuist heeft vernomen dat zijn 13-jarige dochter [minderjarige 1] een relatie heeft gehad met de 32-jarige [verdachte] . De politie is ter plaatse gegaan en heeft gesproken met [minderjarige 1] en [verdachte] . In dat gesprek is het volgende duidelijk geworden. [verdachte] heeft [minderjarige 1] via Instagram benaderd. Hij heeft zich toen voorgedaan als de 15-jarige [naam 1] . Het contact tussen [verdachte] ( [naam 1] ) en [minderjarige 1] is uitgegroeid tot een relatie. [verdachte] heeft vervolgens gezegd dat hij geen 15, maar 18 jaar oud was. [minderjarige 1] is bij [verdachte] gaan logeren aan de [adres 3] in [woonplaats] . De overbuurvrouw van [verdachte] heeft [minderjarige 1] bij [verdachte] naar binnen zien gaan. Omdat zij wist dat haar overbuurman 32 jaar oud was, heeft zij haar zorgen geuit bij de moeder van [minderjarige 1] . Hierop zijn de ouders van [minderjarige 1] met [minderjarige 1] in gesprek gegaan. [minderjarige 1] heeft haar ouders toen verteld dat zij een relatie had met de 18-jarige [naam 1] . Toen de overbuurvrouw een foto stuurde van haar 32-jarige overbuurman kwam(en) [minderjarige 1] (en haar ouders) erachter dat haar 18-jarige vriendje [naam 1] in werkelijkheid de 32-jarige [verdachte] was. De vader van [minderjarige 1] heeft daarop [verdachte] gebeld en hem verzocht om te komen praten. [verdachte] is naar de woning van de familie [minderjarige 1] gegaan en heeft toegegeven dat hij 32 jaar was en dat hij niet [naam 1] , maar [verdachte] heet. De politie heeft [verdachte] vervolgens, vanwege oplopende emoties, uit de woning gehaald. [verdachte] heeft toen aangegeven ‘te beseffen dat het allemaal niet goed was en niet kon’. Verder heeft hij gezegd dat hij ook contact had met een 14-jarig meisje uit [plaats] . In de woning heeft de politie met [minderjarige 1] verder gepraat. Zij heeft toen aangegeven dat ze met [verdachte] heeft geknuffeld en gezoend, dat hij haar borsten heeft betast en dat ze bijna seks hebben gehad. [2]
Op 21 april 2021 heeft het informatief gesprek zeden plaatsgevonden. [minderjarige 1] heeft via Instagram de 15-jarige [naam 2] leren kennen. In februari 2021 heeft zij met hem voor het eerst een afspraak gemaakt. [naam 2] leek toen geen 15 jaar. Hij vertelde dat hij 18 jaar was. [minderjarige 1] en [naam 2] hebben een aantal keren afgesproken. [minderjarige 1] heeft thuis verteld dat ze in het paasweekend van 3 op 4 april bij een vriendinnetje zou logeren. In werkelijkheid is [minderjarige 1] toen bij [naam 2] gaan logeren. [minderjarige 1] heeft verteld dat [naam 2] aan de vrouwenplek heeft gezeten, met zijn handen en vingers aan haar borsten en vagina heeft gevoeld en met zijn vingers in haar vagina is geweest. Verder hebben ze getongzoend en heeft [minderjarige 1] de lul van [naam 2] aangeraakt. [3]
[moeder] , de moeder van [minderjarige 1] , heeft op 28 april 2021 aangifte gedaan en daarbij het volgende verklaard. De moeder van [minderjarige 1] heeft [minderjarige 1] op 16 april 2021 geconfronteerd met een logeerpartijtje bij een vriendinnetje met Pasen waarover [minderjarige 1] gelogen had. [minderjarige 1] heeft toen verteld dat zij een 18-jarig vriendje had, [naam 2] [naam 1] , en dat zij bij hem had gelogeerd. [minderjarige 1] heeft verteld dat hij haar haar borsten heeft betast. Op 18 april 2021 heeft moeder op de telefoon van [minderjarige 1] een bericht gelezen met daarin adviezen over ontmaagding. Moeder heeft [minderjarige 1] toen uit bed gehaald en haar geconfronteerd met het bericht. [minderjarige 1] heeft daarop verteld dat [verdachte] heeft geprobeerd om haar te ontmaagden. Hij is gestopt omdat het zeer deed bij [minderjarige 1] . Hij had het met een condoom gedaan. Moeder en [minderjarige 1] zijn toen in huilen uitgebarsten. [4]
Uit het verhoor van [minderjarige 1] op 2 juni 2021 volgt dat [minderjarige 1] [naam 2] in februari 2021 voor het eerst heeft ontmoet. Ze hebben toen samen geknuffeld en hij heeft haar op de mond gekust. De tweede keer dat ze elkaar zagen hebben ze gezoend met de tong. [minderjarige 1] heeft twee keer bij [naam 2] geslapen. De eerste keer heeft hij haar over de kleding aangeraakt bij haar vagina, borsten en kont. Hij heeft haar ook gevingerd. De tweede keer heeft hij haar borsten en vagina aangeraakt en haar gevingerd. [naam 2] heeft ook de hand van [minderjarige 1] gepakt en bij zijn lul gehouden. [minderjarige 1] moest met haar hand zijn lul strelen. Zij heeft zijn lul aangeraakt. Hij heeft geprobeerd om bij haar binnen te komen. Toen [minderjarige 1] te veel pijn kreeg, is hij gestopt. Hij is lichtjes met zijn lul in haar vagina geweest. Hij is voorbij haar schaamlippen geweest, maar niet verder naar binnen. Hij heeft toen een condoom gebruikt. [minderjarige 1] was erg kwaad toen ze hoorde dat verdachte 32 jaar was, omdat ze hem had vertrouwd en geloofd. [5]
Getuige [getuige] heeft gezien dat [minderjarige 1]
sneakynaar een woning in [adres 3] is gegaan. In die woning woont haar overbuurman [verdachte] . [getuige] heeft gezien dat [minderjarige 1] in maart 2021 twee à drie keer bij hem naar binnen ging. [6]
Uit onderzoek aan de telefoon van [minderjarige 1] volgt dat zij via Whatsapp contact had met [naam 2] , waaraan het telefoonnummer [telefoonnummer] was gekoppeld. Dit telefoonnummer werd gebruikt door [verdachte] . In de telefoon werd een afbeelding van [verdachte] aangetroffen met daaromheen hartjes. [7]
Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat [account naam] contact heeft met [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2006. Er is een chatgesprek via TikTok aangetroffen tussen [account naam] en een ander persoon, die aangeeft een meisje van 11 jaar te zijn. [account naam] heeft haar berichten gestuurd als “zal ik doen schatje”, “heb ik al aan je vagina gezeten” en “wil je uitkleden en neuken”. [account naam] en [account naam] is hoogst waarschijnlijk verdachte. [8]
Geen schending van het ondervragingsrecht met betrekking tot [minderjarige 1]
De verdediging heeft gesteld dat zij ondanks herhaalde en gemotiveerde verzoeken om [minderjarige 1] te horen geen mogelijkheid heeft gehad om [minderjarige 1] , een Keskin-getuige, te bevragen en dat voor het ontbreken van die mogelijkheid onvoldoende compensatie is geboden, terwijl de verklaringen van [minderjarige 1] in het licht van het overige bewijs
decisivezijn.
De rechtbank heeft de herhaalde verzoeken van de verdediging om [minderjarige 1] te horen telkens afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De rechtbank heeft bij deze beslissingen acht geslagen op de verklaring van orthopedagoog A.M. Lubbersen van S.P.E.L. Harderwijk en (later) het advies van dr. T.A.W. van der Schoot.
De verdediging heeft de rapportage van dr. Van der Schoot voorgelegd aan dr. Erens en vervolgens deze rapportage betwist. Volgens dr. Erens zouden de contextuele en persoonlijke factoren in het rapport onderbelicht zijn gebleven en zouden nuance en onderbouwing hebben ontbroken. De rechtbank is van oordeel dat deze bevindingen van dr. Erens, mede gelet op het feit dat zij geen inzage heeft gehad in het dossier, onvoldoende concreet zijn om te stellen dat de inhoud van de conclusie en het advies van dr. Van der Schoot niet goed zouden zijn gemotiveerd. De rechtbank ziet daarom geen reden om terug te komen op de eerdere beslissingen om [minderjarige 1] niet te horen.
Aan de verdediging zijn ter compensatie voor het ontbreken van de mogelijkheid om [minderjarige 1] te horen de mogelijkheden geboden om de opnames van de eerdere verklaringen van [minderjarige 1] uit te luisteren, de verhoren van [minderjarige 1]
verbatimte laten uitwerken en de verklaringen van [minderjarige 1] en de
verbatim-uitwerking daarvan door een rechtspsycholoog te laten beoordelen op betrouwbaarheid.
Daarmee zijn voldoende maatregelen geboden ter compensatie van het ontbreken van de mogelijkheid om [minderjarige 1] te bevragen. Van een schending van artikel 6 EVRM Pro is geen sprake.
Betrouwbaarheid van de verklaring van [minderjarige 1]
Ten laste is gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenfeit. Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde seksuele handelingen, in dit geval [minderjarige 1] en verdachte. Wanneer een verdachte de seksuele handelingen ontkent of wanneer een verdachte geen verklaring wil afleggen, zoals zich in deze zaak voordoet, leidt dat er in veel gevallen toe dat alleen het veronderstelde slachtoffer kan verklaren over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden.
De vraag die allereerst door de rechtbank dient te worden beantwoord is of die verklaring, in dit geval de verklaring van [minderjarige 1] , betrouwbaar kan worden geacht en kan worden gebruikt voor het bewijs.
Dr. Horselenberg heeft in zijn rapport van 18 juli 2024 een oordeel gegeven over de berouwbaarheid van de door [minderjarige 1] afgelegde verklaring. Hij heeft in het rapport enkele beperkingen van het verhoor genoemd. In zijn conclusie heeft dr. Horselenberg aangegeven dat het scenario dat [minderjarige 1] op andere gronden dan haar geheugen verteld heeft over hetgeen is voorgevallen meer steun lijkt te vinden in het dossier dan het scenario dat [minderjarige 1] uit haar geheugen heeft verklaard. Volgens de rechtbank is deze - in haar ogen voorzichtige - conclusie onvoldoende overtuigend om te stellen dat de verklaring van [minderjarige 1] niet betrouwbaar is. Anders dan dr. Horselenberg is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige 1] concreet, gedetailleerd en consistent heeft verklaard. In haar verklaring op 16 april 2021 tegenover de politie heeft zij direct verklaard dat zij en [verdachte] ‘bijna seks’ hebben gehad. [minderjarige 1] heeft verder tegen de politie gezegd dat ze met [verdachte] heeft gezoend en dat hij haar borsten heeft betast. Op 21 april 2021 heeft zij tijdens het informatief gesprek daaraan toegevoegd dat hij ook haar vagina heeft betast en haar heeft gevingerd en dat zij zijn lul heeft aangeraakt. Tijdens het gesprek met haar moeder op 18 april 2021 heeft [minderjarige 1] toen ze uit bed werd gehaald meteen gezegd dat [verdachte] geprobeerd had om haar te ontmaagden. Ook in haar getuigenverhoor van 2 juni 2021 heeft [minderjarige 1] verklaard dat ‘hij geprobeerd heeft bij haar binnen te komen’, maar dat het te veel pijn deed. [verdachte] ‘heeft geprobeerd seks te hebben’ en ‘is met zijn lul lichtjes in haar vagina geweest’.
De rechtbank stelt vast dat [minderjarige 1] meteen heeft verklaard dat er bijna seks heeft plaatsgevonden en aan die verklaring heeft vastgehouden. Dat zij verder niet meteen over alle seksuele handelingen open en expliciet heeft verklaard, en pas over verdergaande handelingen heeft verklaard toen zij daarmee geconfronteerd werd door haar ouders, vindt de rechtbank niet onbegrijpelijk. De verklaringen van [minderjarige 1] zijn specifiek als het gaat om data en locaties. Uit haar verklaring volgt een zekere opbouw in het vertellen over de seksuele handelingen. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat gezien de leeftijd van [minderjarige 1] de gebeurtenissen zoals het gesprek tussen haar ouders en verdachte bij hen thuis, het besef dat verdachte tegen haar heeft gelogen en de interventie daarna door de politie, grote indruk op haar hebben gemaakt, waardoor zij nog niet het hele verhaal durfde te vertellen. Na de latere confrontatie door haar moeder met wat er verder in de telefoon is aangetroffen, kon zij er kennelijk niet onderuit om dat alsnog wel te doen, en was zij wel zover en ook bereid om te vertellen wat er verder nog was voorgevallen, hetgeen gepaard is gegaan met de nodige emoties die authentiek op de rechtbank overkomen. Aldus valt de hiervoor genoemde opbouw naar het oordeel van de rechtbank goed te verklaren. De rechtbank acht de verklaringen van [minderjarige 1] dan ook betrouwbaar en in beginsel bruikbaar voor het bewijs.
Steunbewijs
In artikel 342, tweede lid, Sv is bepaald dat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Dit bewijsminimumvoorschrift houdt in dat de verklaring van die getuige steun moet vinden in een ander bewijsmiddel. Deze bepaling betreft de tenlastelegging in haar geheel. Niet is vereist dat elk onderdeel van de tenlastelegging afzonderlijk in ander bewijsmateriaal steun moet vinden. Wat betreft het bewijs in zedenzaken is niet vereist dat het seksueel binnendringen zelf steun vindt in ander bewijsmateriaal, mits de verklaring van de aangever maar op specifieke punten bevestiging vindt in het overige bewijsmateriaal en tussen een en ander niet een te ver verwijderd verband bestaat. Afweging en beoordeling daaromtrent moeten plaats vinden op basis van de concrete feiten en omstandigheden van het voorliggende geval.
De betrouwbare verklaring van [minderjarige 1] vindt steun in overige bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich op 32-jarige leeftijd heeft voorgedaan als de 15-jarige [naam 2] (in het proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2021 door de vader genoemd en door de politie genoteerd als [naam 1] ) [naam 1] en via Instagram contact heeft gezocht met [minderjarige 1] . Toen [minderjarige 1] hem gezegd heeft dat hij geen 15 jaar leek, heeft hij gezegd dat hij 18 jaar was. Verdachte heeft dit ten overstaan van de politie toegegeven en daarbij opgemerkt dat hij verkeerd heeft gehandeld. [minderjarige 1] is verschillende malen in de woning geweest van verdachte en heeft twee keer bij hem geslapen. De overbuurvrouw, getuige [getuige] , heeft [minderjarige 1] meermalen het huis van verdachte binnen zien gaan. Uit de verklaring van [minderjarige 1] blijkt van een opbouw in seksueel contact. De emoties die [minderjarige 1] heeft laten zien, het huilen met haar moeder en de boosheid die ze ervaren heeft toen ze er achter kwam dat verdachte gelogen had, vindt de rechtbank begrijpelijk en passend bij de situatie. Uit het dossier komt verder naar voren dat verdachte seksueel getinte gesprekken met andere minderjarige meisjes had. Dergelijke feiten en omstandigheden schreeuwen om uitleg van verdachte. Verdachte heeft deze uitleg niet willen geven. Hij heeft zich telkens beroepen op zijn zwijgrecht en geen enkel aanknopingspunt gegeven om de verdenking te ontzenuwen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het tenlastegelegde onder feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen.
Feiten 2 en 3
Op de onder verdachte inbeslaggenomen Apple iPhone 11 Pro Max (goednummer 2502877) zijn 115 foto’s (15 toegankelijk en 100 niet toegankelijk) en 127 video’s (72 toegankelijk en 55 niet toegankelijk) aangetroffen die pornografisch van aard zijn en 7 foto’s (niet toegankelijk) waarop porno tussen mens en dier te zien is. De kinderpornografische afbeeldingen hebben een aanmaakdatum in de periode tussen augustus 2020 en maart 2021. De dierpornografische afbeeldingen hebben een aanmaakdatum in de periode tussen november 2020 en januari 2021. Een groot deel van de afbeeldingen zijn aangetroffen in bestanden gerelateerd aan de applicaties Viber, Telegram en Safari. Inspecteur van politie, [verbalisant 1] , werkzaam als operationeel specialist A bij het team digitale opsporing, heeft geconcludeerd dat verdachte zich de toegang heeft verschaft tot de afbeeldingen met behulp van een geautomatiseerd werk en/of een communicatiedienst met als gevolg dat voornoemde afbeeldingen op de onderzochte gegevensdrager terecht zijn gekomen. Het feit dat niet toegankelijke thumbnails en cachebestanden van afbeeldingen werden aangetroffen die werden gekwalificeerd als kinderpornografisch, geeft aan dat de gebruiker van het inbeslaggenomen goed in het bezit is geweest van voor hem toegankelijke afbeeldingen die pornografisch van aard waren. [9]
Van de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen is 61% beoordeeld. Uit deze selectie is een representatieve doorsnede van tien afbeeldingen samengesteld en een inhoudelijke beoordeling gemaakt. De kinderen op de afbeeldingen hebben nagenoeg allemaal de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt.
Onder bestandsnaam [document] is penetratie te zien van het lichaam van een minderjarige (oraal met de penis, vaginaal met de penis, met de vinger/hand en met voorwerp en anaal met de penis en met de vinger/hand) door een minderjarige (oraal met de penis en vaginaal met de hand).
Onder bestandsnaam [document] is het betasten en aanraken van een minderjarige (geslachtsdelen en billen met de vinger/hand) door een minderjarige (geslachtsdelen met de vinger/hand).
Onder bestandsnaam [document] , [document] , [document] is te zien dat minderjarigen poseren met de nadruk (door de uitsnede van de afbeelding of door het camerastandpunt) op geslachtsdelen, borsten en billen. De personen op de afbeeldingen zijn geheel of gedeeltelijk naakt, dragen kleding die niet passend is voor de leeftijd of nemen een onnatuurlijke houding aan.
Onder bestandsnaam [document] is te zien dat personen dichtbij het lichaam/gezicht van een minderjarige masturberen, ejaculeren of hun penis dichtbij het lichaam van een minderjarige houden.
Van de aangetroffen dierpornografische afbeeldingen is een inhoudelijke beoordeling gemaakt. Het gaat om afbeeldingen van vrouwen die seksuele handelingen verrichten met honden en paarden. [10]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deelnam aan verschillende groepsapps op Telegram. De groepsapps hadden 30.000 à 40.000 deelnemers. In die groepsapps werd onder andere pornografisch materiaal gedeeld. Soms kwamen er ook ‘verkeerde’ pornografische plaatjes van jonge kinderen en dieren voorbij. [11] Verdachte was niet bewust naar die plaatjes op zoek.
Voorwaardelijk opzet
Verdachte heeft bewust deelgenomen aan appgroepen, terwijl hij wist dat daarin kinderpornografisch en dierpornografisch materiaal werd gedeeld. Voor verdachte was dit kennelijk geen reden om uit de groepsapp te stappen. Met zijn deelname aan de groepsapps heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat er kinderpornografisch en dierpornografisch materiaal via de groepsapp op zijn telefoon terecht zou komen. Daarmee is op z’n minst genomen sprake van voorwaardelijk opzet.
Handelingen
De rechtbank concludeert dat verdachte beschikkingsmacht heeft verkregen over het kinderpornografisch materiaal en daartoe voorwaardelijk opzet heeft gehad. Daarmee is sprake van het verwerven van kinderpornografisch materiaal. De rechtbank neemt verder de conclusies van de expert van het team digitale opsporing over en komt tot een bewezenverklaring van het zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal en het in bezit hebben van kinderpornografische en dierpornografische afbeeldingen.
Het dossier biedt geen aanknopingspunten dat verdachte het (kinder)pornografisch materiaal heeft verspreid, in-, door- of uitgevoerd. Verdachte zal dan ook van die handelingen worden vrijgesproken.
Partiële vrijspraak voor het maken van een gewoonte onder feit 2
Ter beantwoording van de vraag of verdachte van het verwerven van, het bezitten van en het zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografische afbeeldingen een gewoonte heeft gemaakt overweegt de rechtbank als volgt.
Op de telefoon van verdachte zijn 242 afbeeldingen aangetroffen die kinderpornografisch van aard zijn. Deze afbeeldingen hebben een aanmaakdatum tussen augustus 2020 en maart 2021.
Naar het oordeel van de rechtbank is dit aantal afbeeldingen, gelet op de snelheid waarmee grote hoeveelheden afbeeldingen van het internet gedownload kunnen worden en gezien de lengte van de pleegperiode (acht maanden), niet dusdanig dat gezegd kan worden dat verdachte van het tenlastegelegde een gewoonte heeft gemaakt. Nu uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting verder niet voldoende kan worden afgeleid met welke frequentie de kinderpornografische afbeeldingen door verdachte werden gedownload of hoelang deze afbeeldingen toegankelijk zijn geweest alvorens verdachte deze heeft gedeletet, zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair.
hij op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 februari 2021 tot en met 15 april 2021 te [woonplaats]
, althans in Nederland,met [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,
een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, die
bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige 1] , te weten
het brengen van één of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige 1] en
/of
het
(gedeeltelijk
)brengen van zijn penis in de vagina van die [minderjarige 1] en
/of
het betasten van de billen en
/ofborsten en
/ofvagina van die [minderjarige 1] en
/of
het (tong)zoenen van die [minderjarige 1] en
/of
het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [minderjarige 1] ;
2.
hij op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 augustus 2020 tot en met 16 april 2021 te [woonplaats] , althans in Nederland, meermalen,
althans eenmaaltelkens een gegevensdrager bevattende (24
92) afbeeldingen, te weten een Apple iPhone 11 Pro Max (goednummer 2502877) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van
achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft
verspreid en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/ofverworven en
/ofin bezit gehad en
/ofzich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en
/ofmet gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en
/ofanaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
/of
het met de/een penis en/of vinger/hand oraal
,en vaginaal
en/of anaalpenetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [document] ) en
/of
het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en
/ofde billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
/ofhet met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt ( [document] ) en
/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of (waarna) door het
camerastandpunt en/of de
(onnatuurlijke
)pose en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en
/ofbillen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [document] , [document] ,
[document] ) en
/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij
/naasthet
gezicht en/oflichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog
niet had bereikt, waarbij op dat
gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
( [document] )
,
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
3.
hij in
of omstreeksde periode van 1 november 2020 tot en met 16 april 2021 te [woonplaats] , althans in Nederland,
(7
)afbeeldingen in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij
(een
)mens
(en)en
/ofeen dier
is/zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit:
- het verrichten van seksuele handelingen van een persoon met een hond en
/of
- het verrichten van seksuele handelingen van een persoon met een paard.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
feit 2:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;
feit 3:
een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met oplegging van de bijzondere voorwaarden die door de reclassering in haar rapport van 30 september 2022 zijn geadviseerd. Hierbij geldt een proeftijd van drie jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou allerlei verliessituaties betekenen en de positieve ontwikkeling van verdachte verstoren. Er is daarnaast sprake van een schending van de redelijke termijn, waarbij het tijdsverloop niet aan de verdediging te wijten is. De raadsman heeft verder gewezen op het blanco strafblad van verdachte, op de (psychische) gevolgen voor verdachte van de verdenking en van het lek bij de politie, en op de vrijwillige behandeling bij De Waag die verdachte heeft doorlopen.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 2 januari 2026 (het strafblad),
  • het reclasseringsadvies van 30 september 2022,
  • het voorlichtingsrapport van dhr. A.A.M. Koot van 5 november 2024.
Strafblad
Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De ernst van het feit
Verdachte, destijds 32 jaar, heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van een (destijds) 13-jarig meisje. Hij is daarbij berekenend te werk gegaan door zich voor te doen als een 15-jarige (en later 18-jarige) jongen met een andere naam en toenadering te zoeken via Instagram. Verdachte is voorbij gegaan aan de jonge leeftijd en de kwetsbaarheid van [minderjarige 1] . De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten gedurende een langere tijd daarvan de gevolgen ondervinden. Uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring volgt dat het misbruik niet alleen een grote impact heeft gehad op [minderjarige 1] , maar ook op de rest van haar gezin. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van en zich de toegang verschaffen tot kinderpornografische afbeeldingen en het bezitten van dierpornografische afbeeldingen. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen seksuele behoeften en zich niets aangetrokken van de vreselijke wereld die achter kinderporno en dierporno schuilgaat. Bij de vervaardiging van kinderpornografische afbeeldingen worden kinderen veelvuldig seksueel misbruikt en geëxploiteerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die seksuele handelingen moeten verrichten of moeten ondergaan ten behoeve van de kinderporno-industrie aanzienlijke psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Door de verspreiding van het beeldmateriaal wordt de schade voor de afgebeelde jeugdigen nog vergroot, omdat de beelden niet eenvoudig te verwijderen zijn van het internet en de gegevensdragers waarop ze zijn geplaatst. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen de personen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die de afbeeldingen downloaden. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij door kinderporno te downloaden heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Ook dit feit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Rapportages
Uit het reclasseringsadvies van 30 september 2022 volgt dat verdachte is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Hij heeft depressieve gevoelens en voelt zich vaak eenzaam en alleen. Sinds juni 2021 is verdachte op vrijwillige basis onder behandeling bij forensische polikliniek De Waag. Het risico op recidive wordt ingeschat als matig-laag. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer, het vermijden van contact met minderjarigen, en het vermijden van kinderporno.
Dhr. Koot heeft in zijn voorlichtingsrapport van 5 november 2024 gerapporteerd dat verdachte vanwege een autismespectrumstoornis (PDD-NOS) beperkingen heeft op interpersoonlijk vlak en achterstanden heeft op het gebied van communicatieve vaardigheden. Koot heeft het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, indien de ernst van de feiten zich daar niet tegen verzet, ontraden.
Redelijke termijn
In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem, ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. De redelijke termijn is aangevangen op 4 april 2022, de dag waarop verdachte is aangehouden en waarop hij voor de eerste keer is verhoord door de politie. Hij is hierdoor bekend geworden met de verdenking tegen hem. De termijn tussen het eerste verhoor en dit eindvonnis is nagenoeg vier jaar. Dit betekent dat de redelijke termijn is overschreden met twee jaar.
De rechtbank zal bij de oplegging van de straf in strafmatigende zin rekening houden met deze overschrijding van de redelijke termijn.
De straf
De rechtbank heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf geen recht doet aan de ernst van de feiten en het leed dat [minderjarige 1] is aangedaan. De rechtbank ziet wel meerwaarde in het opleggen van een deels voorwaardelijke straf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Op die manier wordt verdachte ervan weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast biedt een deels onvoorwaardelijke straf de mogelijkheid om meer zicht te krijgen op de persoon van verdachte en zo nodig behandeling te starten. De rechtbank vindt dat van belang omdat zij geen zicht heeft op de inhoud en uitkomsten van de vrijwillige behandeling bij De Waag. Daarbij komt dat het dossier aanknopingspunten biedt om te veronderstellen dat verdachte vaker contact heeft gezocht met jonge meisjes en er kinderporno op zijn telefoon is aangetroffen. Een pedofiele stoornis valt niet (zonder meer) uit te sluiten en er dient zicht te worden gekregen op verdachtes belevingswereld om het recidiverisico te verkleinen.
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank ook mee dat verdachte ter terechtzitting geen openheid van zaken heeft willen geven en geen verantwoordelijk heeft willen nemen.
De op te leggen straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank niet tot de bewezenverklaring gekomen van ‘een gewoonte maken van’ het hebben van kinderpornografische afbeeldingen onder feit 2. Daarnaast weegt de rechtbank het tijdsverloop zwaar mee, vermoedelijk zwaarder dan de officier van justitie. Verdachte heeft, evenals het slachtoffer en haar gezin, lange tijd moeten wachten op de behandeling van deze strafzaak.
Alles overziend zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [minderjarige 1] , vertegenwoordigd door haar ouders [vader] en [moeder] , heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 7.837,50 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Zij heeft daarbij aangevoerd dat de aangepaste toelichting op de vordering tot schadevergoeding van 17 maart 2026 is ingediend door de ouders van [minderjarige 1] in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers, terwijl [minderjarige 1] inmiddels zelf meerderjarig is. Uit de overgelegde stukken blijkt niet of [minderjarige 1] nog altijd last heeft van posttraumatische stressstoornis (PTSS). Met het bedrag dat verdachte ter zekerheid heeft gesteld ter afwending van conservatoir beslag (€ 3.500,00) moet rekening worden gehouden bij toewijzing van de vordering tot schadevergoeding.
Overweging van de rechtbank
De aangepaste toelichting op de vordering is namens de heer en mevrouw [moeder] (namens hun minderjarige kind) ingediend op 17 maart 2026, terwijl [minderjarige 1] inmiddels de leeftijd van 18 jaar had bereikt. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank hierin geen beletsel om de vordering te beoordelen, nu de rechtbank ervan uitgaat dat de vordering is ingediend door een advocaat die gemachtigd is om de belangen van [minderjarige 1] te behartigen.
Immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking indien er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 6:106 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). De rechtbank vindt dat sprake is van aantasting van de persoon ‘op andere wijze’. Uit de onderbouwing bij de vordering volgt dat [minderjarige 1] geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij de stukken zit een verklaring van de psycholoog van S.P.E.L Harderwijk, waaruit volgt dat [minderjarige 1] is gediagnosticeerd met posttraumatische stressstoornis (PTSS) en hiervoor is behandeld. Daarmee is er een grondslag voor de vordering.
Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal. De Rotterdamse schaal is immers een uitwerking van nieuwe inzichten over de gepaste hoogte van schadevergoedingen. Deze schaal hanteert voor ontucht met binnendringen (art 245 oud Pro), categorie tamelijk ernstig, een bandbreedte van € 1.500,00 tot € 5.500,00. Voor PTSS, categorie minder ernstig, hanteert de Rotterdamse schaal een bandbreedte van € 2.675,00 tot € 5.500,00. De rechtbank houdt er bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld rekening mee dat het gaat om meermaals seksueel misbruik van een zeer jong meisje. Ook houdt de rechtbank rekening met de gevolgen voor [minderjarige 1] . De rechtbank vindt het namens [minderjarige 1] gevorderde bedrag van € 7.837,50 aan smartengeld in deze zaak een passend bedrag.
De rechtbank overweegt tot slot dat zij bij de veroordeling tot betaling van deze schadevergoeding geen rekening hoeft te houden met het bedrag dat verdachte ter zekerheid heeft gesteld.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 240b (oud), 245 (oud) en 254a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;
  • bepaalt dat
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als
bijzondere voorwaardendat:
-
meldplicht bij reclassering
verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland meldt op het adres Rosariumstraat 41 te Apeldoorn. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren, ook als dit inhoudt dat hij openheid van zaken geeft over het indexdelict. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken;
-
ambulante behandeling
verdachte zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
-
contactverbod
verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met het slachtoffer [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2007, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
-
vermijden contact met minderjarigen
verdachte op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat een ouder hierbij aanwezig is;
-
vermijden kinderporno
verdachte vermijdt dat hij in aanraking komt met kinderpornografisch materiaal en vermijdt dat er kinderpornografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt. Verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van:
• het seksueel getint communiceren met minderjarigen
• het bezoeken van een digitale omgeving waarin kinder-/dierpornografisch materiaal kan worden verkregen
• het bezoeken van een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd
Verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek. Verdachte verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers
waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. Verdachte verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle.
De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal drie keer per jaar plaats. De controle is gericht op de vraag of verdachte kinderpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinderpornografisch materiaal aanwezig is;
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 1] van
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 1] , een bedrag te betalen van € 7.837,50 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 64 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W.R. Koch (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 april 2026.
mr. Marijs en de griffier zijn buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, Team Zeden, opgemaakte proces-verbaal Zaaksdossier KANO / ONRBC21444 met BVH-nummer 2021170150, gesloten op 15 april 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1 en 2; proces-verbaal van bevindingen, p. 3.
3.Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 8.
4.Proces-verbaal van aangifte, p. 13 en 14.
5.Proces-verbaal van het verhoor van [minderjarige 1] , p. 19 t/m 22.
6.Proces-verbaal van het verhoor van getuige [getuige] , p. 29 en 30.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 7.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 43.
9.Proces-verbaal, p. 31 t/m 34.
10.Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 36 t/m 39 met bijlage collectiescan aangetroffen kinderpornografisch materiaal.
11.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 maart 2026.