ECLI:NL:RBGEL:2026:2620
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechters na beslissing wrakingskamer
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de wrakingskamer die een eerdere wrakingsbeslissing hadden genomen. Hij stelde dat er sprake was van een gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid en partijdigheid, onder meer omdat alle beslissingen onterecht als processuele beslissingen werden gekwalificeerd.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen rechters die een zaak in behandeling hebben en dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat een einduitspraak is gedaan. Omdat de wrakingskamer reeds op 28 januari 2026 een beslissing had genomen, was de behandeling van het wrakingsverzoek beëindigd.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en werd niet inhoudelijk op de gronden ingegaan. Een mondelinge behandeling vond niet plaats omdat de niet-ontvankelijkheid het debat over de gegrondheid van het verzoek uitsloot.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking na een genomen beslissing niet mogelijk is.