Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2645

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
K/5004/12015420
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 lid 5 BWRichtlijn 93/13/EEGArtikel 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningArtikel 3 Internationaal Verdrag Rechten van het Kind (IVRK)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand ondanks belangen minderjarige kinderen

Portaal verhuurt sinds december 2023 een woning aan de gedaagde, die een huurachterstand heeft opgebouwd van zes maanden. Ondanks aanmaningen en schuldhulpverlening is de achterstand niet ingelopen. Portaal vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstallige huur inclusief rente en incassokosten.

De gedaagde erkent de achterstand maar verzet zich tegen ontbinding vanwege persoonlijke omstandigheden en de belangen van zijn minderjarige kinderen. De kantonrechter weegt deze belangen mee, maar stelt vast dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben en dat de achterstand ernstig is.

Het incassobeding in de algemene voorwaarden wordt als oneerlijk beoordeeld en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De huurachterstand en wettelijke rente worden toegewezen. De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst en veroordeelt de gedaagde tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van een gebruiksvergoeding tot ontruiming. Proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, rente, gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 12015420 \ CV EXPL 25-3519
Vonnis van 6 maart 2026
in de zaak van
STICHTING PORTAAL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Portaal,
gemachtigde: Jongerius Gerechtsdeurwaarders Juristen/Incasso,
tegen
[naam gedaagde] , H.O.D.N. [naam gedaagd bedrijf],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 december 2025
- de e-mail van 29 januari 2026 van de kant van Portaal, met aanvullende producties ten behoeve van de mondelinge behandeling, waaronder een actueel overzicht van huurachterstand
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Portaal verhuurt met ingang van 28 december 2023 aan [de gedaagde] de woning aan het adres [adres] in [plaatsnaam] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 748,76 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[de gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Portaal heeft [de gedaagde] aangemaand op 12 augustus 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Portaal heeft [de gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [de gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Portaal heeft [de gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Portaal vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis en betaling van € 3.743,80 aan huurachterstand. Verder vordert Portaal de veroordeling van [de gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2.
Portaal legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [de gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Portaal de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[de gedaagde] erkent de hoogte van de huurachterstand maar voert verweer tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming. Hij wijst op zijn persoonlijke omstandigheden en hij wijst erop dat hij twee zonen van 10 en 14 jaar heeft en dat zijn jongste zoon bij hem woont.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[de gedaagde] is opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar zonder bericht van verhindering niet verschenen. Uit het niet-verschijnen van partijen kan de kantonrechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
4.2.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Een oneerlijk beding moet, zo nodig ambtshalve, buiten toepassing worden gelaten. Een op een oneerlijk beding gegronde vordering is in dat geval niet toewijsbaar. Evenmin kan dan nog aanspraak worden gemaakt op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, waaronder in het bijzonder het Dexia-arrest (ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (ECLI:EU:C:2022:971).
4.3.
Het voor de vordering relevante incassobeding in artikel 15.6 van de algemene voorwaarden is getoetst en oneerlijk bevonden. In het beding is namelijk bepaald dat de kosten van de schriftelijke aanmaning voor huurders rekening komen, ook als in het geval huurder alsnog aan zijn verplichtingen voldoet. Dit kan resulteren in een hoger bedrag dan volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is toegestaan. Dat Portaal de buitengerechtelijke kosten thans vordert op grond van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW maakt dit niet anders. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
4.4.
De gevorderde huurachterstand van € 3.743,80 is erkend door [de gedaagde] en wordt daarom toegewezen.
4.5.
[de gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen, waaronder de verschenen rente van € 38,66 tot 9 december 2025.
4.6.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Portaal heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.7.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.8.
Op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal verdrag van de rechten van het kind (IVRK) wegen de belangen van een kind bij het behoud van de woning zwaar. Dit betekent echter niet dat de aanwezigheid van een minderjarig kind in de woning zonder meer ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van die woning in de weg staat.
Portaal heeft onweersproken ter zitting gesteld dat beide kinderen van [de gedaagde] hun hoofdverblijf bij hun moeder hebben. Door Portaal wordt, gelet op uitlatingen van de betrokken hulpverlening, betwijfeld of de kinderen een relevant deel van de tijd bij [de gedaagde] verblijven. Om die reden staat artikel 3 IVRK Pro niet in de weg aan ontruiming van het gehuurde.
4.9.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand vijf maanden.
Uit het door Portaal bij e-mail van 29 januari 2026 overgelegde overzicht, waartegen [de gedaagde] geen verweer heeft gevoerd, blijkt dat de huurachterstand tot en met januari 2026 is toegenomen (In het overzicht staat weliswaar
“januari 2025”maar de kantonrechter gaat ervan uit dat dat een kennelijke schrijffout betreft). De huurachterstand van zes maanden is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [de gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.10.
Portaal wil ook dat [de gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 748,76, te rekenen vanaf de maand januari 2026 tot het moment dat [de gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [de gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.11.
[de gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.380,14

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [plaatsnaam] ,
5.2.
veroordeelt [de gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Portaal zijn, en de sleutels af te geven aan Portaal,
5.3.
veroordeelt [de gedaagde] om te betalen aan Portaal:
- € 3.743,80 aan achterstallige huur tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 december 2025 tot aan de dag van volledige betaling,
- € 38,66 aan wettelijke rente tot 9 december 2025,
- € 748,76 per maand vanaf januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 1.380,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
858/560

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)