Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2651

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
AWB 26 _ 1316
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening gehandicaptenparkeerkaart passagier wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, waarin de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier is afgewezen. Verzoeker stelt afhankelijk te zijn van vervoer van deur tot deur en kan vanwege medische beperkingen niet alleen wachten totdat de bestuurder de auto heeft geparkeerd.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tot 23 maart 2026 beschikte over een gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder en dat de hoorzitting bij de bezwaarschriftencommissie gepland staat op 10 april 2026. De beslissing op bezwaar wordt binnen één of twee weken na de hoorzitting verwacht. Gezien deze korte termijn acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de voorlopige voorziening sneller kan worden afgerond dan de bezwaarprocedure.

Hoewel de medische beperkingen van verzoeker worden erkend, is het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd, met name omdat niet is aangetoond dat verzoeker niet kan deelnemen aan de hoorzitting. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af, met de mogelijkheid voor verzoeker om bij vertraging van de bezwaarprocedure een nieuw verzoek in te dienen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1316

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college van 18 februari 2026, waarin de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier is afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Zij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3.1.
Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat de gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier is geweigerd. Hij is voor vervoer van deur tot deur afhankelijk van de bestuurder van de auto. Hij kan, vanwege zijn medische beperkingen, niet alleen wachten totdat de bestuurder de auto heeft geparkeerd.
3.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat verzoeker beperkingen heeft. Wel is tussen partijen in geschil of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier.
3.3.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tot 23 maart 2026 over een gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder kon beschikken en dat de hoorzitting bij de bezwaarschriftencommissie staat gepland op 10 april 2026. Het college heeft te kennen gegeven dat binnen één of twee weken daarna de beslissing op bezwaar wordt verwacht.
De voorzieningenrechter overweegt dat tussen het aflopen van de termijn van de gehandicaptenparkeerplaats voor een bestuurder, de hoorzitting en de verwachte beslissing op bezwaar, een vrij korte periode zit. Gelet op de planning bij de rechtbank en de uitspraaktermijn van maximaal twee weken is niet te verwachten dat de voorlopige voorzieningenprocedure is afgerond voor de hoorzitting en de beslissing op bezwaar. Dat het college de mogelijkheid heeft om de beslistermijn te verlengen maakt dit niet anders. Gelet op de door het college gedane toezegging gaat de voorzieningenrechter er niet vanuit dat het college van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker ernstige beperkingen heeft, acht de voorzieningenrechter de situatie niet dermate spoedeisend dat verzoeker de korte tijd tot de hoorzitting en de kort daarna te verwachten beslissing op bezwaar niet zou kunnen afwachten. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat weliswaar is gesteld dat verzoeker hierdoor niet zou kunnen deelnemen aan de geplande hoorzitting maar dat dit niet is onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt daarom op dit moment het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter merkt ten overvloede nog op dat, mocht de beslissing op bezwaar toch langer op zich laten wachten dan eerder is toegezegd, het verzoeker vrij staat om een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. De spoedeisendheid zal dan opnieuw worden beoordeeld.

Conclusie en gevolgen

4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.