Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2655

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
227964-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVW 1994Art. 8 WVW 1994Art. 175 WVW 1994Art. 179 WVW 1994Art. 14a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens roekeloos rijden onder invloed met verkeersongeval en letsel

Op 20 juli 2025 veroorzaakte verdachte op de Maas en Waalweg/N322 te Afferden een verkeersongeval door zeer onvoorzichtig rijgedrag en rijden onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 985 microgram per liter. Hij overschreed een dubbele doorgetrokken streep bij een onbesuisde inhaalactie en botste met hoge snelheid op een voorliggend voertuig met vier inzittenden, waaronder twee kinderen.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuld had aan het ongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 en dat hij reed onder invloed in strijd met artikel 8 WVW Pro. De slachtoffers leden zwaar lichamelijk letsel en waren tijdelijk verhinderd in hun normale bezigheden. Verdachte erkende schuld en toonde oprechte spijt.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de gevolgen voor de slachtoffers, het hoge alcoholpromillage en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen. De straf werd vastgesteld op 7 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en een rijontzegging van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. De tijd dat het rijbewijs al was ingevorderd werd in mindering gebracht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf (waarvan 4 voorwaardelijk) en een rijontzegging van 3 jaar (waarvan 1 voorwaardelijk) wegens roekeloos rijden onder invloed met een verkeersongeval en letsel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/227964-25
Datum uitspraak : 3 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Afferden (GE), gemeente Druten, althans in Nederland, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de
richting van Nijmegen en gaande in de richting van Druten, daarmee rijdende over de weg, de
Maas en Waalweg/N322, roekeloos, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, na het gebruik van alcoholhoudende drank is gaan rijden en/of terwijl het donker was en/of terwijl hij ter plaatse bekend was en/of terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of terwijl het door hem bestuurde voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeerde,
- heeft gereden met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- in strijd met artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van Pro voormeld reglement de dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen,
-welke strepen op die weg (de Maas en Waalweg/N322) waren aangebracht tussen de
rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of
- ( daarbij) een of meerdere, voor hem rijdende, voertuigen heeft ingehaald en/of in strijd met het gestelde in artikel 62 jo Pro. bord F1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een of meerdere, voor hem rijdende, voertuigen, heeft ingehaald en/of een of meerdere malen tegen de verkeersrichting in/op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden en/of met het
door hem bestuurde motorrijtuig meerdere slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of
- zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige
voorzichtigheid heeft bestuurd en/of
- niet of in onvoldoende mate te letten en/of te blijven letten op het direct voor hem, verdachte,
gelegen weggedeelte van die weg (de Maas en Waalweg/N322) en/of op de voor hem rijdende
personenauto en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro voormeld reglement de snelheid van de door hem
bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij met een hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan die voor veilig verkeer ter plaatse geboden was, in aanrijding gekomen met een op voor hem rijdend, toen dicht genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Afferden (GE), gemeente Druten, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de
richting van Nijmegen en gaande in de richting van Druten, daarmee rijdende over de weg, de Maas en Waalweg/N322, na het gebruik van alcoholhoudende drank is gaan rijden en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl hij ter plaatse bekend was en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl het door hem bestuurde voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeerde,
- heeft gereden met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- in strijd met artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van Pro voormeld reglement de dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen,
-welke strepen op die weg (de Maas en Waalweg/N322) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of
- ( daarbij) een of meerdere, voor hem rijdende, voertuigen heeft ingehaald en/of in strijd met het gestelde in artikel 62 jo Pro. bord F1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een of meerdere, voor hem rijdende, voertuigen, heeft ingehaald en/of een of meerdere malen tegen de verkeersrichting in/op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden en/of met het
door hem bestuurde motorrijtuig meerdere slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of
- zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of
- niet of in onvoldoende mate te letten en/of te blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Maas en Waalweg/N322) en/of op de voor hem rijdende personenauto en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro voormeld reglement de snelheid van de door hem
bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij met een hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan die voor veilig verkeer ter plaatse geboden was, in aanrijding gekomen met een op voor hem rijdend, toen dicht
genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto), en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de
Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen
leiden:
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Afferden, gemeente Druten als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Maas- en Waalweg/N322, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij met een hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan die voor veilig verkeer ter plaatse geboden was, in aanrijding gekomen met een op voor hem rijdend, toen dicht genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto);
2.
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Afferden, gemeente Druten, als bestuurder van een motorrijtuig,
(personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat
het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en
onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 985 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Afferden, gemeente Druten als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van
alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 1;
- het proces-verbaal rijden onder invloed, p. 10;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], p. 13;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 17;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 32;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 23;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 maart 2026.
Op basis van de hiervoor genoemde verklaringen en bevindingen staat vast dat verdachte op 20 juli 2025 een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De rechtbank zal hierna ingaan op enkele juridische punten die van belang zijn voor de juridische kwalificatie van de gedragingen van verdachte.
Overschrijding doorgetrokken streep
Uit het proces-verbaal aanrijding misdrijf volgt dat de weg waar het ongeval plaatsvond, is voorzien van dubbele doorgetrokken strepen. Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren of hij die doorgetrokken streep heeft overschreden. De rechtbank leidt uit de verklaring van getuige [getuige] af dat verdachte een inhaalactie plaatste, waarbij hij op de verkeerde weghelft terechtkwam. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte de dubbele doorgetrokken streep heeft overschreden, waarmee alle onder feit 1, primair ten laste gelegde feitelijke gedragingen bewezen kunnen worden.
Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 (WVW)
Om tot een oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro, moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid dan wel onoplettendheid. Bij de beantwoording van die vraag, moet volgens vaste jurisprudentie worden gekeken naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden van het geval. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
Verdachte reed op de Maas en Waalweg. Dit was een voor hem bekende weg, waarvan hij naar eigen zeggen wist dat deze als gevaarlijk te boek stond. Desondanks plaatste verdachte een inhaalactie, waarmee hij een dubbele doorgetrokken streep overschreed om vervolgens met hoge snelheid op de auto voor hem te botsen. Dit alles gebeurde terwijl verdachte onder invloed was van een forse hoeveelheid alcohol. De rechtbank is onder deze omstandigheden van oordeel dat sprake was van zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag van verdachte. Daarmee heeft verdachte schuld aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW Pro.
Verhindering normale bezigheden
Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] volgt dat zij beiden als direct gevolg van het ongeval door fysieke en psychische klachten geruime tijd niet hebben kunnen werken. Hiermee is vast komen te staan dat zij door het ongeval tijdelijk zijn verhinderd in de uitoefening van hun normale bezigheden.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1, primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW Pro.
Ten aanzien van feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van rijden onder invloed, p. 8-10;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 maart 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, primair en onder feit 2, primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1, primair
hij op
of omstreeks20 juli 2025 te Afferden (GE), gemeente Druten,
althans in Nederland,als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de
richting van Nijmegen en gaande in de richting van Druten, daarmee rijdende over de weg, de
Maas en Waalweg/N322,
roekeloos, althanszeer
dan wel aanmerkelijk,onvoorzichtig, onoplettend en
/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, na het gebruik van alcoholhoudende drank is gaan rijden en
/ofterwijl het donker was en
/ofterwijl hij ter plaatse bekend was en
/ofterwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en
/ofterwijl het door hem bestuurde voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeerde,
- heeft gereden met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid
, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden wasen
/of
- in strijd met artikel 3 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 76 van Pro voormeld reglement de dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en
/ofzich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen,
-welke strepen op die weg (de Maas en Waalweg/N322) waren aangebracht tussen de
rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en
/of
-
(daarbij) een of meerdere, voor hem rijdende, voertuigen heeft ingehaald en/ofin strijd met het gestelde in artikel 62 jo Pro. bord F1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
of meerdere,voor hem rijdend
e,voertuig
en,heeft ingehaald en
/of een ofmeerdere malen tegen de verkeersrichting in/op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden en
/ofmet het
door hem bestuurde motorrijtuig meerdere slingerende bewegingen heeft gemaakt en
/of
- zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige
voorzichtigheid heeft bestuurd en
/of
- niet of in onvoldoende mate
heeft opgelet en is blijven oplettente letten en/of te blijven lettenop het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Maas en Waalweg/N322) en
/ofop de voor hem rijdende personenauto en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro voormeld reglement de snelheid van de door hem
bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was
dehetmotorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij met een hoge snelheid
, althans met een hogere snelheid dan die voor veilig verkeer ter plaatse geboden was,in aanrijding gekomen met een
opvoor hem rijdend, toen dicht genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen (te weten [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2])
zwaar lichamelijk letsel ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke
ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;
2, primair
hij op
of omstreeks20 juli 2025 te Afferden, gemeente Druten, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 985 microgram
, in elk geval hoger dan 220 microgram,alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
De eendaadse samenloop van
feit 1 (primair):
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1996, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen tijdelijk verhinderd zijn in de uitoefening van de normale bezigheden en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid,
onderdeel a van deze wet;
feit 2 (primair):
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (985 microgram).

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd is geweest.
Het standpunt van verdachte
Verdachte heeft opgemerkt dat hij hoopt dat de rechters anders bepalen dan het opleggen van een gevangenisstraf van 8 maanden omdat dat onder meer gevolgen zou hebben voor zijn werk.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft met zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval veroorzaakt. Onder invloed van een zeer forse hoeveelheid alcohol, deed hij een onbesuisde inhaalactie. Daarbij overschreed hij de dubbele doorgetrokken strepen op de weg. Verdachte botste vervolgens met hoge snelheid op de auto die voor hem reed. In die auto zaten vier personen, waaronder twee kinderen. Verdachte mag, mede gelet op de foto’s van de auto in het dossier, van geluk spreken dat de slachtoffers levend uit hun auto zijn gekomen. De gevolgen van het ongeval hadden vele malen ernstiger kunnen zijn. De slachtoffers hebben tot op heden nog (mentale) last van het ongeval, zo blijkt ook uit de verklaring van [slachtoffer 2] ter zitting. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij met deze hoeveelheid alcohol in zijn lichaam achter het stuur is gestapt.
Bij het bepalen van de hoogte van de straf is gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten die de rechtbanken in Nederland hanteren. Bij een ‘zeer ernstige mate van schuld’ aan het ongeval, tijdelijke verhindering in de normale bezigheden van de slachtoffers en een alcoholpromillage van meer dan 570 μg/l geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden en een rijontzegging voor de duur van 3 jaren. De rechtbank ziet aanleiding om in het voordeel van verdachte af te wijken van dit oriëntatiepunt. Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke (verkeers)misdrijven. Dat maakt hem een zogenaamde ‘first offender’. Verder heeft verdachte na het ongeval direct erkend dat hij had gedronken. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, door bij de politie en op de terechtzitting open en eerlijk te antwoorden op vragen. Ook heeft hij zijn spijt betuigd aan de slachtoffers en de schade aan de auto vergoed. Hoewel de rechtbank de indruk kreeg dat het voor verdachte met momenten lastig was om zich een houding te geven op de terechtzitting, kwam zijn spijtbetuiging oprecht over. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte zijn belofte om nooit meer in de auto te stappen met alcohol op, nakomt.
Alles afwegende en rekening houdend met de gevolgen van de strafoplegging voor verdachtes werk, zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden opleggen, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Dit betekent dat verdachte 3 maanden naar de gevangenis moet. De overige 4 maanden hoeft verdachte niet uit te zitten, tenzij hij binnen de proeftijd van 2 jaren opnieuw een strafbaar feit pleegt. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een rijontzegging voor de duur van 3 jaren opleggen, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. De tijd dat verdachte zijn rijbewijs al kwijt is geweest, gaat hier vanaf. De rechtbank begrijpt dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk maar heeft in de periode dat hij zijn rijbewijs al kwijt was hier een praktische oplossing voor weten te vinden. De risico’s die verdachte heeft genomen door in de auto te stappen met deze hoeveelheid alcohol in zijn lichaam, maken echter dat de rechtbank wel overgaat tot oplegging van een (deels voorwaardelijke) rijontzegging.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 8, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden;
 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf,
te weten 4 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen
voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest;
 bepaalt dat een gedeelte van de rijontzegging,
te weten 1 jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.D. Leen (voorzitter), mr. M.E. Snijders en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2026.
Mr. G.L.C. van den Bosch en mr. H. Jansen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025344680, gesloten op 8 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.