Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2673

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
05/015284-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 Sr (oud)Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkrachting met vingeren en tongzoenen op parkeerplaats

Op 12 november 2022 heeft verdachte een jonge vrouw van 18 jaar, die autistisch is, op een parkeerplaats na een voetbalwedstrijd tegen haar wil betast en getongzoend. Ondanks meerdere uitingen van verzet heeft verdachte met zijn vingers de vagina van het slachtoffer binnengedrongen en haar gedwongen tot seksuele handelingen.

De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en wordt ondersteund door WhatsApp-berichten en getuigenverklaringen die direct na het incident ter plaatse waren. Verdachte ontkent binnendringen, maar erkent seksuele handelingen. De rechtbank concludeert dat verdachte door feitelijkheden en zijn fysieke overwicht dwang heeft uitgeoefend, waardoor het slachtoffer zich niet kon verzetten.

Verdachte wordt veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast worden een contactverbod en locatieverbod opgelegd. De rechtbank kent aan het slachtoffer € 923,85 materiële schade en € 5.000,- smartengeld toe, vermeerderd met wettelijke rente, en legt een schadevergoedingsmaatregel op.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met contact- en locatieverbod en schadevergoeding wegens verkrachting.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/015284-25
Datum uitspraak : 3 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats 1],
wonende aan de [adres], ([postcode]) in [woonplaats].
Raadsman: mr. S.A.S. Jansen, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 maart 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 november 2022 te [woonplaats] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer]
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten
- het brengen van zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer], waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte
- die [slachtoffer] heeft vastgepakt bij haar schouders en/of heeft meegenomen naar een stille/afgelegen plek en/of met haar rug tegen een auto heeft gezet/gedrukt en/of
- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [slachtoffer] hiermee heeft overrompeld en/of
- misbruik heeft gemaakt van zijn uit feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer], immers was hij veel ouder en/of forser dan die [slachtoffer] en/of
- zich opdringerig en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en/of
- ( meermaals) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 november 2022 te [woonplaats] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer]
heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten
- het betasten van de schaamlippen, althans de vulva van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer],
waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte
- die [slachtoffer] heeft vastgepakt bij haar schouders en/of heeft meegenomen naar een stille/afgelegen plek en/of met haar rug tegen een auto heeft gezet/gedrukt en/of
- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [slachtoffer] hiermee heeft overrompeld en/of
- misbruik heeft gemaakt van zijn uit feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer], immers was hij veel ouder en/of forser dan die [slachtoffer] en/of
- zich opdringerig en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en/of
- ( meermaals) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 12 november 2022 heeft verdachte met zijn hand in de broek gezeten van aangeefster [slachtoffer] en haar schaamlippen aangeraakt. Ook hebben zij getongzoend. Deze handelingen vonden plaats op de parkeerplaats van de voetbalclub in [woonplaats].
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Er is geen sprake geweest van dwang of bedreiging, er is sprake geweest van wederzijdse seksuele interactie en verdachte had niet hoeven of moeten begrijpen dat aangeefster deze interactie niet wilde. Zij hebben getongzoend en verdachte heeft de schaamlippen aangeraakt, maar hij is niet in haar geweest. Er is om die reden geen binnendringen van het lichaam van aangeefster.
Beoordeling door de rechtbank
Aangeefster heeft aangifte gedaan van verkrachting. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, maar dat dit met wederzijdse instemming heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft aangeefster wel betast, maar hij betwist het seksueel binnendringen van haar lichaam.
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zich in zedenzaken regelmatig de situatie voordoet dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een verdachte die ontkent brengt dit met zich dat extra zorgvuldig naar de afgelegde verklaring van aangeefster moet worden gekeken.
Verklaringen aangeefster
Aangeefster [slachtoffer] (op dat moment 18 jaar oud) heeft op 5 december 2022 contact opgenomen met de politie en melding gemaakt van een verkrachting. Later heeft zij op 15 december 2022 een informatief gesprek gehad met de politie en op 17 januari 2023 heeft zij aangifte gedaan. Deze aangifte is op 7 maart 2024 aangevuld en op 13 november 2025 is aangeefster gehoord door de rechter-commissaris. Aangeefster heeft verklaard dat de gebeurtenis zich heeft afgespeeld op 12 november 2022 na een voetbalwedstrijd in [woonplaats]. Na de wedstrijd was er een feestje in de kantine van [plaats]. Na dat feestje heeft ze een vriend uitgezwaaid bij de fietsenstalling. Toen die vriend weg was, kwam ze verdachte tegen die tegen haar begon te praten. Op een gegeven moment pakte hij haar bij haar arm en deed hij vervolgens ook zijn arm om haar schouders. Ze liepen toen richting de parkeerplaats. Op enig moment drukte hij haar tegen een auto aan. Verdachte ging met zijn hand in haar broek, terwijl haar riem en knoop van haar spijkerbroek dicht zaten. Later is de spijkerbroek wel open gegaan. Eerst voelde ze dat hij met zijn vingers tussen haar schaamlippen ging, later ging hij ook met zijn vingers in haar vagina, bewoog hij heen en weer en ging hij steeds dieper. Aangeefster verstijfde. Ze heeft meerdere keren “stoppen ik wil dit niet” gezegd, maar hij ging toch door en reageerde er niet op. Ook heeft hij haar getongzoend. Terwijl zij met verdachte was heeft ze in een WhatsAppgroep van haar voetbalclub een appje gestuurd met de tekst: “Help parkeerplaats” en “Nu aub”. Verdachte stopte uiteindelijk omdat aangeefster werd gebeld, door twee vriendinnen die het appje hadden gezien. Deze twee vriendinnen, [getuige 1] en [getuige 2], kwamen vervolgens ook naar de parkeerplaats. Toen zij aankwamen lopen, is verdachte weggegaan. Aangeefster is later te weten gekomen dat de man [verdachte] heet en ze noemt hem een klein ventje dat heel erg dik is. Aangeefster heeft autisme en zij zou uit zichzelf niemand tongzoenen, omdat dat haar teveel prikkels geeft. [2]
De rechtbank is van oordeel dat aangeefster gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd over zowel de handelingen die hebben plaatsgevonden als de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. Over deze concrete seksuele handelingen, waaronder ook het met zijn vingers in haar vagina gaan, heeft aangeefster al tijdens haar melding met de politie gesproken. Tijdens het latere informatieve gesprek en de aangifte heeft zij consistent verklaard over wat er gebeurd is. Aangeefster verklaringen komen ook authentiek over. Zo heeft aangeefster genoemd dat ze nooit uit zichzelf iemand zou tongzoenen, omdat dit, vanuit haar autisme, een vervelende prikkel geeft. Gelet op voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar.
Daarbij komt dat de verklaring van aangeefster op belangrijke onderdelen wordt bevestigd door het appje en de inhoud daarvan, zoals dat in het dossier is opgenomen en ook de verklaringen van de getuigen die vlak na dit appje bij aangeefster zijn gaan kijken en verdachte en aangeefster hebben gezien en ten slotte de verklaring van verdachte zelf, die heeft verklaard dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.
Bewijsminimum
Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is de enkele verklaring van één getuige in beginsel onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaringen van de aangever voldoende wettig bewijs kan opleveren. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat het steunbewijs geen betrekking hoeft te hebben op de tenlastegelegde gedragingen. Wel moet er een voldoende duidelijk verband zijn tussen de verklaring van de aangever en het steunbewijs. De rechtbank is van oordeel dat voldaan is aan dit bewijsminimum. De verklaring van [slachtoffer] wordt op cruciale punten ondersteund door de volgende bewijsmiddelen, afkomstig uit andere bronnen.
Steunbewijs
De verklaring van aangeefster wordt allereerst ondersteund door een screenshot van WhatsApp, waaruit blijkt dat om 20.45 uur twee appjes zijn gestuurd: “Help parkeerplaats” en “Nu aub”. Daarop wordt door onder andere [getuige 1] gereageerd: “Heb dr gered. Ze was even niet zo fit”. [3]
De verklaring van aangeefster wordt ook ondersteund door de verklaring van [getuige 3]. Zij heeft verklaard dat ze appje kreeg met “Help parkeerplaats nu.”. Ze liet dit appje aan [getuige 2] zien en ze zijn samen naar buiten gelopen. Toen ze aankwamen stonden aangeefster en een man achter een auto. Ze deden allebei hun broek dicht en één van de twee hees de broek op, ze dacht de man. Aangeefster stond een beetje te shaken, was geschokt en blij dat zij er waren. Aangeefster liep toen met hen mee en ze gaf aan dat ze niets mochten zeggen. Om die reden hebben ze in WhatsApp gezegd dat aangeefster niet lekker was geworden. [4]
De verklaring van aangeefster wordt verder ondersteund door de verklaring van [getuige 2]. Zij heeft verklaard dat ze op 12 november 2022 ergens met [getuige 1] stond en dat [getuige 1] zei dat ze een appje kreeg met “Help parkeerplaats”. Ze zijn naar aangeefster toegegaan en ze zagen een man bij aangeefster staan, bij een grijze auto achter op de parkeerplaats. Ze waren beiden hun broek aan het dicht doen. Aangeefster kwam niet goed uit haar woorden en ze was overstuur. Haar stem trilde en zag dat ze tranen inhield. Ze leek iets van verwilderd. Aangeefster zei op dat moment “Die man was ineens hier en hij zat met zijn vingers in mij” en “Ik ken hem niet en hij was hier ineens. Ik zwaaide een vriend uit en toen stond hij er”. Toen ze “in mij” zei wees ze naar haar vagina. Ze vertelde ook dat ze niet weg kon, omdat het een grote man was en ze toen een appje had gestuurd of er iemand kon komen. [5]
[getuige 4], de moeder van aangeefster, heeft verklaard dat zij op 12 november 2022 thuis was toen aangeefster aangaf iets te willen vertellen. Aangeefster vertelde haar dat ze was aangeraakt door een man en [getuige 4] zag dat ze ontdaan was. Bij het doorvragen blokkeerde aangeefster. [getuige 4] ziet aan aangeefster dat ze na het incident banger is geworden. [getuige 4] heeft de onderbroek, die aangeefster droeg, bewaard in een plastic IKEA-zakje. [6]
Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat zij met verdachte heeft gesproken in een café waarbij hij haar gevraagd naar het meisje van de grensrechter. De getuige wist dat dit om aangeefster ging. Zij hoorde vervolgens dat verdachte in de groep zei dat hij dat meisje gewoon een beetje had gevingerd op de parkeerplaats. [7]
Voorts acht de rechtbank de verklaring van verdachte steunbewijs voor de verklaring van aangeefster. Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 november 2022 bij het feest is geweest en zijn fiets wilde pakken. Hij raakte met aangeefster in gesprek en ze begonnen te (tong)zoenen. Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn handen in haar broekje is gegaan en toen met zijn vingers tussen en tegen haar schaamlippen is gegaan. [8]
Conclusie
De verklaring van aangeefster wordt op belangrijke onderdelen ondersteund door bewijs uit andere bronnen: de WhatsAppberichten van aangeefster, waarbij de rechtbank ervanuit gaat dat de berichten zijn verstuurd door aangeefster op de avond van het ten laste gelegde feit, de verklaringen van de twee getuigen die gelijk na dit appje naar aangeefster toe zijn gegaan en haar met verdachte buiten hebben zien staan terwijl zij hun broek weer dicht deden en aangeefster overstuur/geschokt op hen overkwam, de verklaring van getuige Epskamp die verdachte zelf dit hoorde bevestigen en de verklaring van verdachte, dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft om die redenen geen reden te twijfelen aan de aangifte. Bovendien is het niet aannemelijk dat aangeefster, gelet op de persoon die zijn is, destijds 18 jaar en autistisch, seksuele avances zou maken jegens een haar onbekende man van toen 49 jaar. De rechtbank acht de door verdachte afgelegde verklaring van deze strekking dan ook ongeloofwaardig. Zijn verklaring wordt, anders dan die van aangeefster, ook op geen enkele manier ondersteund,
Gelet op dit steunbewijs gaat de rechtbank uit van de omstandigheden en handelingen zoals deze door aangeefster zijn beschreven dus ook van het daadwerkelijk seksueel binnendringen van aangeefster.
Dwang
Om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te komen moet, nu van geweld geen sprake is geweest, kunnen worden vastgesteld dat verdachte door een feitelijkheid of door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.
Vooropgesteld moet worden dat van door een ‘feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’ van het slachtoffer zoals bedoeld in artikel 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) slechts sprake kan zijn als de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen zoals hiervoor bedoeld kan sprake zijn als de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
Anders dan het standpunt van de raadsman, acht de rechtbank de tenlastegelegde dwang wel bewezen. Uit de verklaring van aangeefster blijkt in voldoende mate van feitelijkheden die ertoe hebben geleid dat aangeefster de seksuele handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Zo heeft verdachte aangeefster bij haar arm gepakt en vervolgens ook zijn arm om haar schouders gelegd en zijn ze beiden naar een parkeerplaats gelopen. Vervolgens werd zij ineens tegen een auto aangeduwd en hebben de seksuele handelingen plaatsgevonden. Voldoende duidelijk is geworden dat aangeefster hierdoor was overdonderd, mede gelet op de persoon die zij is. Toen dit gebeurde heeft zij meerdere keren gezegd dat ze het niet wilde en dat verdachte moest stoppen. Verdachte is echter steeds voorbij gegaan aan de (non-)verbale signalen van weerstand van aangeefster. Dat aangeefster het niet wilde blijkt ook uit de WhatsAppberichten, waarmee zij een acute kreet om hulp doet. Kennelijk zag zij geen kans verdachte zonder hulp tegen te houden. Het vragen om hulp past zonder meer in het verhaal van aangeefster en in het geheel niet in het verhaal van verdachte, die heeft verklaard dat de handelingen met wederzijdse instemming zouden hebben plaatsgevonden. Ook het grote leeftijdsverschil tussen beiden (18 jaar en 49 jaar) en het fysieke overwicht van verdachte dragen bij aan het dwingende karakter van verdachtes gedrag. Verdachte heeft met dit alles aangeefster in een zodanige situatie gebracht dat zij zich naar redelijke verwachting niet aan de tenlastegelegde handelingen heeft kunnen onttrekken.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde verkrachting.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks12 november 2022 te [woonplaats] door
geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld ofeen andere feitelijkheid [slachtoffer]
heeft gedwongen tot het ondergaan van
een of meerhandelingen die
bestonden uit ofmede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
te weten
- het brengen van zijn vingers in de vagina en
/oftussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het
(tong
)zoenen van die [slachtoffer],
waarbij
dat geweld en/ofdie andere feitelijkheid
en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheider in heeft
/hebbenbestaan dat verdachte
- die [slachtoffer] heeft vastgepakt bij haar schouders en
/ofheeft meegenomen naar een stille/afgelegen plek en
/ofmet haar rug tegen een auto heeft
gezet/gedrukt en
/of
- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en
/ofdie [slachtoffer] hiermee heeft overrompeld en
/of
- misbruik heeft gemaakt van zijn uit feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer], immers was hij veel ouder en/of forser dan die [slachtoffer] en
/of
- zich opdringerig en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en
/of
-
(meermaals
)voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van
verzet/weerstand van die [slachtoffer] en
/of
-
(hierdoor
)een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op, primair:
Verkrachting

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden. Daarnaast vordert zij een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod ten aanzien van aangeefster en een locatieverbod in [plaats] voor de duur van twee jaren, met oplegging van hechtenis voor de duur van een week voor iedere overtreding, met een maximum van 6 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat rekening dient te worden gehouden met het feit dat sprake is van een zeer beperkte duur, geen geweld is toegepast en geen sprake is van letsel. Daarnaast heeft verdachte geen noemenswaardig strafblad en is de redelijke termijn ruimschoots overschreden, nu het strafbare feit zich op 12 november 2022 heeft afgespeeld en nu drie jaren en drie maanden zijn verstreken.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer]. Hij heeft en hem onbekende jonge vrouw aangesproken, zich met een tongzoen opgedrongen, tegen een auto geduwd en haar toen gevingerd. Hoewel zij meermaals heeft aangegeven dit niet te willen, heeft verdachte (terwijl hij onder invloed van alcohol was) forse grensoverschrijdende handelingen gepleegd door haar te vingeren en te tongzoenen. Het handelen is pas gestopt toen zij werd gebeld en er twee mensen de parkeerplaats op kwamen lopen. Verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met aangeefster en de grenzen die zij aangaf, maar heeft enkel aan zichzelf gedacht. Door aldus te handelen heeft de verdachte op een zeer ernstige wijze inbreuk gemaakt op haar persoonlijke en lichamelijke integriteit van een jonge vrouw die, mede gelet op haar autisme, geen raad wist met dit voor haar onverwachte en onbekende gedrag. Verkrachting is een schokkende, ingrijpende en beangstigende gebeurtenis die vaak langdurig fysieke, psychische en emotionele gevolgen heeft voor het slachtoffer. Er is sprake van een zeer ernstig feit. Verdachte heeft voor zijn handelen geen verantwoordelijkheid genomen en een onwaarschijnlijke verklaring afgelegd. De rechtbank rekent hem dit zeer aan.
Persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte van 13 februari 2026 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
Strafoplegging
Voor de bepaling van de modaliteit en de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gezien de ernst van het feit en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, kan dan ook niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal echter wel een lagere straf opleggen dan de voor verkrachting geldende oriëntatiepunten van het LOVS en de eis van de officier van justitie, nu de bewezen verkrachting slechts een relatief korte tijd heeft geduurd, er geen fysiek geweld tegen het slachtoffer is aangewend en er een lang tijdsverloop is geweest sinds het bewezenverklaarde feit is gepleegd en verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie of justitie is aanraking is geweest en zich sinds het feit geen nieuwe incidenten hebben voorgedaan. De rechtbank merkt daarbij wel op dat van een schending van de redelijke termijn geen sprake is nu verdachte pas op 9 december 2024 is aangehouden en verhoord (het startpunt voor de redelijke termijn).
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, passend. De rechtbank zal in plaats van de gevorderde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel aan het voorwaardelijke strafdeel bijzondere voorwaarden verbinden, namelijk een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod voor [plaats]. Het gevoel van veiligheid van [slachtoffer] is daarbij voor de rechtbank een belangrijke overweging. De voorwaardelijke gevangenisstraf strekt ertoe zoveel als mogelijk te waarborgen dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal begaan en zich zal houden aan het contact- en locatieverbod. Voor overige bijzondere voorwaarden ziet de rechtbank, mede gelet op het rapport van de reclassering van 10 juni 2025, geen aanleiding.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 923,85 aan materiële schade en € 5.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat de zorgkosten aan eigen risico gemaakt zijn naar aanleiding van het ten laste gelegde feit. Om dat te kunnen vaststellen zouden ook de behandelingen vermeld in 2021, 2022 en 2023 bijgevoegd moeten zijn. Benadeelde partij heeft een psychische voorgeschiedenis. Een onderzoek hiernaar zou zoveel tijd innemen dat dit een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De opgevoerde reiskosten en de kosten voor eigen risico zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Zo volgt uit de overgelegde bijlagen dat voor de GGZ consulten het eigen risico is geïnd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de tot een hoogte van € 923,85 kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 1 januari 2024 (ongeveer het midden van de periode) wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Smartengeld
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de bewezenverklaarde verkrachting meebrengen dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen, dat zonder meer kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW Pro. Dit is aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Uit de Rotterdamse schaal blijkt dat een bedrag aan schadevergoeding tussen de € 2.500,- en € 7.500,- billijk kan zijn bij een verkrachting (categorie c, tamelijk ernstige verkrachting). De immateriële schade zal daarom naar billijkheid vastgesteld worden op een bedrag van € 5.000,-.
Verdachte is vanaf 12 november 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden;
  • bepaalt dat een
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt als bijzondere voorwaarden dat:

contactverbod

- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met:
[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2004 te [geboorteplaats 2].
locatieverbod
- verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de plaats [plaats], gelegen in de gemeente Barneveld;
Vordering benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 923,85 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 5.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 5.923,85 aan materiële schade/ smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 c.q.12 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 50 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. R.D. Leen en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2026.
mr. G.L.C. van den Bosch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2022566171, gesloten op 31 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van relaas, p. 4; proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek [slachtoffer], p. 8-10; proces-verbaal van aangifte, p. 11-24 en 26-27; verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris op 13 november 2025.
3.Screenshot WhatsApp op p. 20 van het procesdossier, bijlage bij het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 11-24.
4.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 45-51.
5.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 33-36.
6.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 29-32.
7.Proces-verbaal van verhoor getuige, p.55.
8.Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 maart 2026.