Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2745

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
459178
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor oproeping in vrijwaring van medegedaagde in civiele procedure over betaling werkzaamheden woningbouwproject

In deze civiele procedure draait het geschil om betaling voor werkzaamheden die Noordereng Holding B.V. heeft verricht voor een woningbouwproject in Zaltbommel. Noordereng vordert betaling van Bouwlinie c.s. en CircleWood, waarbij Bouwlinie c.s. betwisten dat zij de opdracht aan Noordereng hebben gegeven en stellen dat CircleWood verantwoordelijk is.

Bouwlinie c.s. vorderen in een incident toestemming om CircleWood in vrijwaring te mogen oproepen, stellende dat CircleWood contractueel gehouden is hen te vrijwaren voor claims zoals die van Noordereng. CircleWood en Noordereng voeren verweer tegen deze oproeping, onder meer vanwege het ontbreken van een aannemelijke rechtsverhouding en mogelijke vertraging van de hoofdprocedure.

De rechtbank oordeelt dat Bouwlinie c.s. voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er een rechtsverhouding bestaat waarin CircleWood gehouden kan zijn tot vrijwaring. Ook is het belang van Bouwlinie c.s. bij deze oproeping groot en wordt geen onredelijke vertraging verwacht. De vordering wordt daarom toegewezen, met aanhouding van de beslissing over de kosten tot de hoofdzaak is beslist.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat Bouwlinie c.s. CircleWood in vrijwaring mogen oproepen wegens een aannemelijke contractuele vrijwaringsverplichting.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/459178 / HA ZA 25-472
Vonnis in incident van 8 april 2026
in de zaak van
NOORDERENG HOLDING B.V.,
te Ede,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Noordereng,
advocaat: mr. H.R. Verschuur,
tegen

1.BOUWLINIE B.V.,

te Woudrichem,
2.
SMARTBUILDS PROJECT II B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna respectievelijk te noemen Bouwlinie en SmartBuilds en gezamenlijk Bouwlinie c.s.,
advocaat: mr. L.P. Wiggers,
3.
CIRCLEWOOD HOLDING B.V.,
te Ede,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: CircleWood,
advocaat: mr. J.F. van Nouhuys.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaardingen met producties
  • de conclusie van antwoord met producties zijdens CircleWood
  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties zijdens Bouwlinie c.s.
  • de incidentele conclusie van antwoord zijdens CircleWood
  • de incidentele conclusie van antwoord zijdens Noordereng.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De vordering en de grondslag daarvan in de hoofdzaak

2.1.
Het geschil in de hoofdzaak draait om het volgende. Bouwlinie c.s. realiseren een woningbouwproject in Zaltbommel (hierna: het project). Noordereng stelt dat zij in opdracht van Bouwlinie c.s. werkzaamheden heeft verricht voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het project, bestaande uit het maken van tekeningen, berekeningen en rapporten. Volgens Noordereng is tussen haar en Bouwlinie c.s. een prijs voor die werkzaamheden overeengekomen en heeft zij de werkzaamheden ook uitgevoerd, maar daarvoor ten onrechte geen betaling ontvangen. Bouwlinie c.s. betalen niet omdat zij zich op het standpunt stellen dat de opdracht niet is verleend aan Noordereng, maar (indirect) aan CircleWood. Aan haar vordering op CircleWood legt Noordereng primair ten grondslag dat CircleWood op grond van een tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst de verplichting heeft om ieder bedrag dat zij van Bouwlinie c.s. ontvangt aan haar door te betalen.
2.2.
Noordereng vordert, samengevat, betaling door Bouwlinie en/of SmartBuilds en/of CircleWood van een bedrag van € 164.722,00 en een bedrag van € 210.628,00, vermeerderd met btw en wettelijke handelsrente. Zij vordert voorts betaling van de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Primair beroept zij zich op nakoming van de door haar gestelde overeenkomst van opdracht door Bouwlinie c.s. en van de doorstortverplichting uit de vaststellingsovereenkomst door CircleWood. Subsidiair vordert zij schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad en meer subsidiair op grond van ongerechtvaardigde verrijking.
2.3.
Bouwlinie c.s. hebben in de hoofdzaak nog geen (inhoudelijk) verweer gevoerd. CircleWood heeft wel reeds een conclusie van antwoord genomen en daarin gemotiveerd verweer gevoerd in de hoofdzaak.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
Bouwlinie c.s. vorderen toestemming om CircleWood in vrijwaring te mogen oproepen. Daartoe hebben Bouwlinie c.s. het volgende aangevoerd. Ten eerste stellen Bouwlinie c.s. dat CircleWood jegens hen een contractuele vrijwaringsverplichting heeft met betrekking tot claims van derden uit hoofde van (intellectuele eigendoms)rechten op concepten en documenten die verband houden met het project. De vordering van Noordereng tot betaling voor de door haar verrichte werkzaamheden valt volgens Bouwlinie c.s. onder deze vrijwaringsverplichting. Ten tweede stellen Bouwlinie c.s. dat CircleWood ongerechtvaardigd wordt verrijkt, dan wel dat sprake zou zijn van onverschuldigde betaling, indien Bouwlinie c.s. in de hoofdzaak worden veroordeeld tot betaling aan Noordereng, omdat zij CircleWood reeds hebben betaald voor diezelfde werkzaamheden. Verder stellen Bouwlinie c.s. nog dat CircleWood jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld en dat er mogelijk sprake is geweest van bedrog door CircleWood, dan wel dwaling aan de zijde van Bouwlinie c.s. bij het aangaan van een (via een derde) met CircleWood gesloten overeenkomst die ziet op de door Noordereng verrichte werkzaamheden.
3.2.
CircleWood heeft daartegen het volgende verweer gevoerd. Volgens CircleWood is het bestaan van een rechtsverhouding tussen haar en Bouwlinie c.s., op grond waarvan zij verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van Bouwlinie c.s. in de hoofdzaak te dragen, onaannemelijk. CircleWood stelt geen contractuele vrijwaringsverplichting jegens Bouwlinie c.s. te hebben, omdat zij geen partij is bij de overeenkomsten die aan Bouwlinie c.s. het recht op vrijwaring verschaffen, dan wel omdat de vordering van Noordereng tot betaling voor de door haar verrichte werkzaamheden überhaupt niet onder de reikwijdte van de vrijwaringsverplichting valt. Daarnaast hebben Bouwlinie c.s. volgens CircleWood onvoldoende gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van een onrechtmatige daad, dwaling en bedrog. Bovendien stelt CircleWood zich op het standpunt dat haar oproeping in vrijwaring tot nodeloze vertraging van de procedure in de hoofdzaak zal leiden en derhalve strijdig is met de eisen van een doelmatige procesvoering.
3.3.
Ook Noordereng heeft verweer gevoerd. Volgens Noordereng kunnen Bouwlinie c.s. zich in het onderhavige geschil niet op contractuele vrijwaring beroepen, omdat die vrijwaring niet is afgegeven in het kader van de opdracht tussen Noordereng en Bouwlinie c.s. Daarnaast is volgens Noordereng onvoldoende onderbouwd dat CircleWood een contractuele vrijwaringsverplichting jegens Bouwlinie c.s. heeft. Bovendien stelt Noordereng dat Bouwlinie c.s. onvoldoende hebben gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking, onrechtmatige daad, dwaling en bedrog. Net als CircleWood betwist Noordereng aldus de aannemelijkheid van het bestaan van de voor oproeping in vrijwaring vereiste rechtsverhouding tussen CircleWood en Bouwlinie c.s. waaruit voor CircleWood een verplichting tot vrijwaring zou kunnen voortvloeien. Verder stelt ook Noordereng zich op het standpunt dat de oproeping in vrijwaring van CircleWood zal resulteren in onredelijke en onnodige vertraging van de procedure in de hoofdzaak. Om die reden verzoekt Noordereng subsidiair, voor het geval de incidentele vordering wordt toegewezen, om afsplitsing van de vrijwaringszaak van de hoofdzaak.
3.4.
De rechtbank zal de vordering tot oproeping van CircleWood in vrijwaring toewijzen, omdat Bouwlinie c.s. voldoende onderbouwd hebben gesteld dat voor CircleWood krachtens een tussen hen en haar bestaande rechtsverhouding de verplichting kan bestaan om de nadelige gevolgen van een veroordeling van Bouwlinie c.s. in de hoofdzaak (gedeeltelijk) te dragen en Bouwlinie c.s. ook voldoende belang hebben bij het mogen starten van een vrijwaringsprocedure. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het volgende.
3.5.
Voor toewijzing van de incidentele vordering is in de eerste plaats vereist dat Bouwlinie c.s. zich beroepen op een rechtsverhouding met Circlewood die meebrengt dat de laatstgenoemde verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele beslissing tegen Bouwlinie c.s. in de hoofdzaak te dragen. Of die rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat hoeft in dit incident niet komen vast te staan en is een onderwerp dat door CircleWood in een vrijwaringsprocedure (opnieuw) aan de orde kan worden gesteld. Wel kan de mate van aannemelijkheid van het bestaan van de gestelde rechtsverhouding een rol spelen bij de door de rechtbank te maken afweging bij het al dan niet toestaan van de oproeping in vrijwaring.
De rechtbank dient de beslissing op de incidentele vordering namelijk ook te baseren op een afweging van de belangen van partijen en de eisen van een doelmatige procesvoering, waarbij het met name gaat om een afweging van het belang van Bouwlinie c.s. bij de vrijwaring en dat van de overige partijen in de hoofdzaak bij een voortvarend verloop van de procedure. In dat kader ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of in de omstandigheden van dit concrete geval als gevolg van de vrijwaring een onredelijke of onnodige vertraging van de procedure in de hoofdzaak te verwachten is.
3.6.
Volgens de stellingen van Bouwlinie c.s. bestaan er tussen CircleWood en hen meerdere rechtsverhoudingen op grond waarvan CircleWood hen voor de gevolgen van een eventuele veroordeling in de hoofdzaak moet vrijwaren. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Bouwlinie c.s. vooralsnog voldoende onderbouwd gesteld dat CircleWood, op grond van tussen Aannemingsmaatschappij Friso B.V. (hierna: Friso) en respectievelijk Bouwlinie en SmartBuilds gesloten overeenkomsten van opdracht, waarbij eveneens CircleWood partij is, gehouden is tot vrijwaring van Bouwlinie c.s. voor de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak. Bouwlinie c.s. stellen namelijk, onder verwijzing naar schriftelijke overeenkomsten die mede door CircleWood zijn ondertekend, dat Friso jegens hen (onder meer) heeft gegarandeerd dat zij gebruik mogen maken van het daarin genoemde bouwconcept en ontwikkelde documenten (die volgens Bouwlinie c.s. zien op het door Noordereng voor het project verrichte werk) en zich heeft verplicht hen te vrijwaren voor claims van derden (zoals Noordereng) ter zake van rechten op dat bouwconcept en die documenten. Zij stellen dat die (vrijwarings)verplichting “back to back is doorgelegd” aan CircleWood, waarmee zij, gelet op hun benadrukking van de mede-ondertekening van de betreffende overeenkomsten door CircleWood, kennelijk (mede) bedoelen dat ook CircleWood die verplichting jegens hen op zich heeft genomen. Gelet op het feit dat Noordereng haar vorderingen in de hoofdzaak onder meer (subsidiair) baseert op een onrechtmatige daad die erin zou bestaan dat onder meer Bouwlinie c.s. inbreuk maken op een gebruiksrecht van Noordereng met betrekking tot het door haar gemaakte samenstel van tekeningen, berekeningen en rapporten voor het project, en (meer subsidiair) op de stelling dat Bouwlinie c.s. ongerechtvaardigd zijn verrijkt doordat zij de door Noordereng opgestelde documenten hebben gebruikt zonder haar daarvoor te betalen, hebben Bouwlinie c.s. in het kader van dit incident voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is van een verplichting tot vrijwaring aan de zijde van CircleWood. Het bestaan van deze rechtsverhouding is naar het voorshandse oordeel van de rechtbank niet dermate onaannemelijk dat toewijzing van de incidentele vordering achterwege dient te blijven.
3.7.
De rechtbank is bovendien van oordeel dat Bouwlinie c.s. belang hebben bij het mogen oproepen van CircleWood in vrijwaring, nu een veroordeling van Bouwlinie c.s. in de hoofdzaak er volgens hen toe zou leiden dat zij twee keer betalen voor dezelfde werkzaamheden. Daarbij valt niet op voorhand te verwachten dat de vrijwaringszaak zo ingewikkeld en tijdrovend zal zijn dat zij een onredelijke of nodeloze vertraging van de procedure in de hoofdzaak zal veroorzaken. In dat verband merkt de rechtbank op dat het in dit geval niet gaat om een derde die in vrijwaring wordt opgeroepen, maar om een medegedaagde in de hoofdzaak.
3.8.
Mede om die reden ziet de rechtbank vooralsnog ook geen aanleiding om, zoals door Noordereng subsidiair is verzocht, de behandeling van de vrijwaringszaak te splitsen van die van de hoofdzaak, dit nog daargelaten of de rechtbank reeds op voorhand tot afsplitsing kan beslissen nu de door Bouwlinie c.s. te entameren vrijwaringszaak nog niet aanhangig is. Daarbij komt dat door splitsing van de behandeling van de hoofdzaak en een (eventuele) vrijwaringsprocedure één van de belangrijkste doelstellingen van een vrijwaringsprocedure, namelijk het meteen kunnen afwentelen van de (eventuele) nadelige gevolgen van een voor de gewaarborgde nadelige veroordeling in de hoofdzaak op de waarborg, zou worden doorkruist. Tot slot overweegt de rechtbank nog dat er in de hoofdzaak alsnog om splitsing van de hoofd- en vrijwaringszaak kan worden verzocht, mocht de vrijwaringszaak de procedure in de hoofdzaak toch op onredelijke of nodeloze wijze blijken te vertragen.
3.9.
Nu de incidentele vordering, zoals hiervoor is overwogen, reeds op grond van de eerste van de door Bouwlinie c.s. gestelde rechtsverhoudingen toewijsbaar is, behoeven de overige door haar gestelde rechtsverhoudingen in het kader van dit incident geen beoordeling.
3.10.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
staat toe dat CircleWood door Bouwlinie c.s. wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 20 mei 2026 om 10.00 uur,
4.2.
houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de einduitspraak,
in de hoofdzaak
4.3.
verwijst de zaak naar de rol van 20 mei 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Bouwlinie c.s.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.