Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2749

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/05/463588 / KG ZA 26-82
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering contact- en verspreidingsverbod wegens sextortion afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang

Partijen zijn gehuwd en voeren een echtscheidingsprocedure. De vrouw vordert in kort geding een contact- en verspreidingsverbod tegen de man wegens sextortion, omdat hij seksueel getinte beelden van haar aan familie heeft verspreid om haar te chanteren. De man betwist dit en stelt dat de beelden al verspreid waren en dat hij deze alleen deelde om zijn naam te zuiveren.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat partijen al twee maanden geen direct contact meer hebben buiten de echtscheidingsprocedure en de verspreiding van de beelden reeds heeft plaatsgevonden zonder dreiging van verdere verspreiding. Daarom wordt de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.

In reconventie vordert de man een schadevergoeding en een verbod op laster en smaad door de vrouw. Deze vorderingen zijn onvoldoende onderbouwd en het spoedeisend belang is niet aangetoond, zodat deze worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

De rechtbank benadrukt dat het handelen van de man, het delen van vertrouwelijke informatie met familie, kwalijk en onbehoorlijk is, en geeft hem in overweging dit in de toekomst na te laten.

Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen wegens ontbreken spoedeisend belang; de vorderingen van de man worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/463588 / KG ZA 26-82
Vonnis in kort geding van 24 maart 2026
in de zaak van
[naam vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij, hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. S. Kandemir te Dordrecht,
tegen
[naam man],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. G. Galjé-Deckers te Tiel.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 10 maart 2026;
- de akte overlegging producties tevens eis in reconventie namens de man van 13 maart 2026;
- het bericht met aanvullende productie namens de man van 14 maart 2026;
- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, waarbij partijen en hun advocaten zijn verschenen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Galjé-Deckers pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] in de gemeente [gemeentenaam] met elkaar gehuwd.
2.2.
Er is een echtscheidingsprocedure aanhangig gemaakt door de vrouw bij de rechtbank te Den Haag, bekend onder zaakkenmerk C/9/695397 en rekestnummer 25/9045. De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend en de man heeft een verweerschrift ingediend. [1]

3.Het geschil

In conventie
3.1.
De vrouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de man te verbieden op welke wijze dan ook, direct dan wel indirect contact te hebben met de vrouw, gedurende de één jaar na betekening van het door de rechtbank in deze te wijzen vonnis;
II. de man te verbieden mondeling, schriftelijk, per e-mail, sms, Facebook, WhatsApp, sociale media, althans op enige wijze, de vrouw te benaderen of contact te hebben met de vrouw of zich uit te laten over de man, gedurende één jaar na betekening van het te wijzen vonnis;
III. de man te verbieden foto’s en/of beeldmateriaal van de vrouw te verspreiden, gedurende één jaar na betekening van het te wijzen vonnis;
IV. te bepalen dat de man een dwangsom van € 10.000,- per keer zal verbeuren voor iedere overtreding van enig deel van het in deze door de rechtbank te wijzen vonnis, met een maximum van € 100.000,-.
3.2.
De man voert verweer en verzoekt de vorderingen van de vrouw af te wijzen.
In reconventie
3.3.
De man vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de vrouw te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, aan de man te betalen, een voorschot vergoeding ad € 300.000 wegens laster en smaad en de emotionele schade die daardoor is veroorzaakt, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor elke dag – een gedeelte van een dag daaronder begrepen – met een maximum van € 25.000,-, dan wel een periode en geldbedrag als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, gedurende de periode dat eiseres in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
II. de vrouw te verbieden leugens en negatieve verhalen te verspreiden over de man vanaf het moment van betekening van het in deze te wijzen vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor elke overtreding en met een maximum van € 500.000,-, dan wel een periode en geldbedrag als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, gedurende de periode dat de vrouw in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
III. de vrouw te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, de kosten van de advocaat van gedaagde en de nakosten daaronder begrepen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 254 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de voorzieningenrechter bevoegd een voorziening te geven in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist.
4.2.
Partijen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. In dat kader bestaat tussen hen een geschil dat betrekking heeft op sieraden en een vordering van de man op de vrouw van afgerond €40.000,- euro. De vrouw heeft gesteld dat er sprake is van sextortion. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de man een usb-stick met daarop seksueel getinte beelden, waaronder seksueel getinte beelden van de vrouw, heeft overgelegd aan de zwager van de vrouw en aan de ouders van de vrouw in Turkije, via de zus van de man. Volgens de vrouw had de man daarmee het doel haar af te persen en te chanteren, om zo de sieraden en de vordering terug te krijgen. De man heeft dit gemotiveerd betwist. Hij heeft aangevoerd dat hij de vrouw nimmer heeft gedwongen of getracht iets van haar af te dwingen door middel van bedreigingen, aangezien de informatie op de usb-stick al was verspreid. Daarnaast stelt hij dat deze informatie, anders dan door de vrouw is gesteld, geen seksueel getinte beelden van de vrouw bevatte, zodat van sextortion geen sprake kan zijn. Tot slot heeft de man aangevoerd dat hij de informatie alleen heeft gedeeld om zijn naam te zuiveren.
In conventie
4.3.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient de vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. De voorzieningenrechter zal de vrouw in haar vorderingen in conventie niet-ontvankelijk verklaren, omdat het spoedeisend belang ontbreekt. De voorzieningenrechter zal dat hieronder toelichten.
4.4.
De vrouw vordert, samengevat, een zowel direct als indirect contactverbod tegen de man. Tijdens de mondelinge behandeling is echter gebleken dat partijen inmiddels al geen contact meer met elkaar hebben, anders dan in het kader van de echtscheidingsprocedure, waarbij het contact via de advocaten verloopt. Beide partijen hebben dit tijdens de mondelinge behandeling bevestigd. Het laatste contact tussen partijen heeft inmiddels twee maanden geleden plaatsgevonden. Daarmee is een spoedeisend belang bij deze vordering niet aangetoond.
4.5.
De vrouw heeft daarnaast gevorderd de man te verbieden foto’s en/of beeldmateriaal van haar te verspreiden. Vaststaat echter dat deze beelden reeds door de man zijn verspreid, doordat hij de usb-stick aan de ouders en de zwager van de vrouw heeft overhandigd. Voor zover in de vordering van de vrouw gelezen moet worden dat zij de man wil verbieden tot
verdereverspreiding van de informatie, geldt dat onvoldoende is gebleken van een dreiging dat de man de beelden verder zal verspreiden. Op de zitting heeft de man ook nog verklaard dat hij niet tot verdere verspreiding overgaat. Ook voor deze vordering ontbreekt om die reden het spoedeisend belang.
4.6.
De vrouw heeft tot slot gevorderd aan de man een dwangsom op te leggen van €10.000,- voor iedere overtreding, met een maximum van €100.000,-. Aangezien de voorzieningenrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil, wordt evenmin toegekomen aan de beoordeling van de verzochte dwangsom.
In reconventie
4.7.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vrouw opgemerkt dat de namens de man ingediende stukken, gelet op het Landelijke procesreglement kort gedingen rechtbanken, te laat zijn ingediend en daarom buiten beschouwing dienen te worden gelaten. In het procesreglement is immers bepaalt dat processtukken die binnen 24 uur (één werkdag) vóór de mondelinge behandeling worden ingediend, in beginsel buiten beschouwing worden gelaten. [2] De voorzieningenrechter is van oordeel dat de stukken inderdaad niet tijdig zijn ingediend. Desondanks worden de stukken in de beoordeling betrokken, omdat deze zien op hetzelfde feitencomplex. Daarnaast hebben de vrouw en haar advocaat tijdens de mondelinge behandeling voldoende gelegenheid gehad om op de vorderingen van de man te reageren.
4.8.
Nog daargelaten dat het spoedeisend belang van de vorderingen van de man niet is komen vast te staan, zijn de vorderingen op geen enkele wijze onderbouwd. Niet in de stukken en niet tijdens de mondelinge behandeling. De man heeft daarom in het kader van dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vrouw zich schuldig heeft gemaakt aan laster en smaad tegenover hem en dat hij daardoor emotionele heeft geleden. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de man daarom afwijzen.
4.9.
De man heeft daarnaast gevorderd de vrouw te veroordelen tot betaling van de proceskosten. Gelet op de (voormalige) relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.1
Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Het handelen van de man, bestaande uit het delen van een vertrouwelijk appwisseling tussen partijen over hun seksleven met familie van de vrouw, terwijl hij weet dat dit indruist tegen hun traditionele normen, is op zijn minst kwalijk en onbehoorlijk. Dergelijke berichten zijn in vertrouwelijkheid uitgewisseld en dienen ook binnen die vertrouwelijke sfeer te blijven. De man wordt dan ook dringend in overweging gegeven zich hiervan in de toekomst te onthouden.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:
in conventie
5.1.
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar vorderingen;
in reconventie
5.2.
wijst de vorderingen van de man af;
in conventie en in reconventie
5.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.S. van Nijen en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

Voetnoten

1.Productie 1 en 2 van de dagvaarding.
2.Pagina 16 van het landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken.