Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2751

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
11610049
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:750 BWArt. 7:754 BWArt. 7:760 lid 2 BWArt. 6:74 BWArt. 6:87 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid aannemer voor gebreken en lekkages bij dakbedekkingswerkzaamheden

Op 22 november 2021 sloot de aannemer een overeenkomst voor het vervangen van de bitumineuze dakbedekking en zinken zakgoot van een woning. Na uitvoering ontstonden diverse gebreken, waaronder lekkage door houtrot, een niet nageïsoleerde zakgoot die een koudebrug veroorzaakte, en een dakgoot zonder afschot.

De eiser stelde dat de aannemer tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst en vorderde vervangende schadevergoeding. De aannemer betwistte onder meer de omvang van haar werkzaamheden en aansprakelijkheid. Uit rapportages van deskundigen bleek dat de aannemer onvoldoende had geïsoleerd, geen afschot had gerealiseerd en dat vochtproblemen waren ontstaan door achtergebleven houtrot. De aannemer had haar waarschuwingsplicht geschonden door de eiser niet te informeren over de ongeschiktheid van het dakbeschot.

De rechtbank oordeelde dat de aannemer tekort was geschoten en aansprakelijk was voor de gevolgschade. De vordering tot vervangende schadevergoeding werd toegewezen, maar de eiser moet de schade nader specificeren. Vorderingen van de aannemer tot betaling van advocaat- en expertisekosten werden afgewezen. De aannemer werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. De zaak wordt aangehouden voor nadere specificatie van de schade.

Uitkomst: De aannemer is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en wordt veroordeeld tot vervangende schadevergoeding en proceskosten, met aanhouding voor nadere specificatie van de schade.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11610049 \ CV EXPL 25-837
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de eiser in conventie] ,
gemachtigde: mr. A.G.E. Verbart,
tegen
[naam gedaagd bedrijf in conventie / eisend in reconventie] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
gemachtigde: mr. H. den Besten.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 28 mei 2025,
- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en ter gelegenheid waarvan de kantonrechter de beslissing heeft aangehouden,
- de aktes van beide partijen waarin zij de kantonrechter vragen om vonnis te wijzen.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Op 22 november 2021 heeft [de gedaagde in conventie] een offerte aan [de eiser in conventie] uitgebracht voor het vervangen van de bitumineuze dakbedekking en de zinken zakgoot tussen de twee licht hellende daken van de woning van de echtgenote van [de eiser in conventie] (hierna: de woning). De aanleiding hiervoor was een lekkage die was ontstaan ter plaatse van de zinken zakgoot van de woning. In de offerte is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Dakbedekking dak (klein) vervangen, totaal ca. 45m2:
(…)
- Dakgoot na-isolkeren/uitvlakken
(…)
Totaal € 4.490,00
Dakbedekking dak (groot) vervangen, totaal ca. 55m2:
(…)
Totaal € 4.957,00
(…)
Genoemde prijzen hierboven zijn excl. BTW (…)
(…)”
2.2. [de eiser in conventie] is akkoord gegaan met een deel van de offerte, namelijk voor zover de offerte ziet op de uitvoering van de werkzaamheden aan het kleine dak. Voor wat betreft het grote bitumineus shingle dak zijn partijen overeengekomen dat [de gedaagde in conventie] daaraan ter plaatse van de gootzone aanvullend onderhoud zou gaan verrichten op regiebasis.
2.3. [de eiser in conventie] heeft een timmerman (hierna: de timmerman) ingeschakeld om voorbereidende werkzaamheden en bouwkundige aanpassingen te verrichten. De timmerman heeft de bestaande zinken zakgoot verwijderd. Hierna bleek dat een deel van het dakbeschot door houtrot was aangetast.
2.4. Op 16 en 17 december 2021 heeft [de gedaagde in conventie] de bitumineuze dakbedekking van het kleine dak in zijn geheel vervangen, waardoor er een ingepakte goot is ontstaan. Ter plaatse van de gootzone heeft [de gedaagde in conventie] voorts de bestaande dakbedekking van het grote dak gedeeltelijk vervangen.
2.5. In maart 2022 heeft de timmerman een nieuw Velux dakraam in het bestaande dakvlak van het grote dak ter plaatse van de badkamer aangebracht. Daarnaast heeft hij de bestaande zinken goot van het grote dakvlak verwijderd en de houten bakgootconstructie gerepareerd. Hierna heeft [de gedaagde in conventie] een zinken dakgoot in de houten bakgootconstructie gemonteerd.
2.6. Bij brief van 3 september 2023 heeft [de eiser in conventie] aan [de gedaagde in conventie] gemeld dat de zinken dakgoot niet op afschot ligt en dat een lekkage of schimmel is ontstaan in de woning. [de eiser in conventie] heeft [de gedaagde in conventie] in de gelegenheid gesteld deze punten binnen een termijn van veertien dagen te herstellen. [de gedaagde in conventie] heeft hieraan geen gevolg gegeven.
2.7. Op 27 november 2023 heeft ZNEB Expertise en Taxatie BV (hierna: ZNEB) de gestelde gebreken aan het dak onderzocht. Bij dit onderzoek was namens [de gedaagde in conventie] [medewerker] van A2 Experts aanwezig. [de gedaagde in conventie] en zijn gemachtigde werden – zoals vooraf door de gemachtigde van [de eiser in conventie] al was aangekondigd – door [de eiser in conventie] niet in de woning toegelaten wegens de gezondheidstoestand van de echtgenote van [de eiser in conventie] . In de door ZNEB opgestelde rapportage d.d. 5 april 2024 is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
1. Welke gebreken in het overeengekomen werk hebt u geconstateerd? Wat is de daaruit voortvloeiende schade/gevolgschade?
(…)
Het vervangen van de bestaande dakbedekking, zakgoot en daktrimmen is uitgevoerd.
In de offerte wordt genoemd het na-isoleren van de dakgoot. Van [de eiser in conventie] hebben wij een aantal foto’s mogen ontvangen die tijdens de uitvoering van de renovatiewerkzaamheden zijn genomen (…) Hieruit blijkt niet dat de vervangen zakgoot is nageïsoleerd.
Een gedeelte van het door houtrot aangetaste dakbeschot is vervangen gezien de aangeleverde foto’s (…)
(…)
De vervangen zinken goot ter plaatste van de rechterzijgevel heeft geen afschot richting de hemelwaterafvoer (…)
2. Het causaal verband tussen ontstaan schade/gebrek en handelen/nalaten [de gedaagde in conventie] .
De dakbedekking en shingles zijn vervangen op het kleine en grote dak van de woning. Tijdens het renoveren van de daken en de zakgoot is er houtrot aangetroffen aan het dakbeschot en/of de zakgoot. De oude zakgoot heeft vermoedelijk geruime tijd een lekkage veroorzaakt waardoor het hemelwater in het dakbeschot en het plaatmateriaal van de zakgoot is getrokken en deze is gaan rotten.
Het aangetaste houten plaatmateriaal is maar gedeeltelijk vervangen door [de gedaagde in conventie] . Het overige plaatmateriaal op het hellend dak en de zakgoot is gehandhaafd waardoor het vocht, wat reeds door de oude defecte zakgoot houtrot had veroorzaakt, is achtergebleven na de renovatie. Het vocht kon hierdoor niet drogen/verdampen en is uiteindelijk in de serre terechtgekomen ter hoogte van de zakgoot en in de wand. Het vocht, wat in de loop der tijd in de houten constructie is getrokken, had nooit volledig tijdens de renovatie verwijderd kunnen worden.
Echter het plaatmateriaal welke visueel waarneembaar was aangetast door houtrot had vervangen moeten worden.
De zakgoot is niet nageïsoleerd waardoor er een koudebrug is ontstaan. Volgens de bouwtekening (…) diende de zakgoot tijdens de verbouwing te zijn nageïsoleerd.
De nieuw aangebrachte zinken goot gelegen aan de rechterzijgevel heeft een verkeerd afschot. Wij achten een causaal verband aangetoond tussen de uitgevoerde werkzaamheden en deels de gevolgschade ten gevolge van het handelen/nalaten van [de gedaagde in conventie] .
(…)
Volgens het Bouwbesluit geldt dat er voor goten geen water in/op mag blijven staan behalve tijdens of direct na regenval.
Artikel 3.21 in het Bouwbesluit heeft ten doel te voorkomen dat er in gebouwen vochtoverlast optreedt door regen, sneeuw of hagel.
(…)
Volgens het Bouwbesluit en Woningborg geldt dat er voor goten geen water in/op mag blijven staan behalve tijdens of direct na regenval. Het afschot in de richting van de hemelwaterafvoer(en) dient minimaal 2 mm per meter gootlengte te zijn.
Wij zijn van mening dat [de gedaagde in conventie] het werk niet deugdelijk heeft opgeleverd. Een goot dient uitgevoerd te zijn met een afschot.

9.CONCLUSIE

(…)
Een gedeelte van het door houtrot aangetaste dakbeschot is niet vervangen waardoor het aanwezige water onder de voormalige dakgoot achterwege is gebleven en in de wanden en plafonds op de 1e verdieping is getrokken. Hemelwater wat gedurende langere tijd in de constructie is getrokken zal echter niet geheel zijn verwijderd, ondanks dat het aangetaste plaatmateriaal geheel vervangen zou zijn.
Er zijn lichte lekkages geconstateerd rondom het Velux dakraam in de badkamer.
De zinken goot aan de rechterzijgevel heeft een verkeerd afschot. Het hemelwater loopt niet richting de hemelwaterafvoer.
Ter plaatse van het glazen dak ontstaat enige condensatie waardoor dit ook lichte vochtoverlast zal geven rondom de aansluitingen van het glazen dak in de serre.
[de eiser in conventie] heeft in maart 2024 zelf een destructief onderzoek uitgevoerd. Hierbij is de afdekkap van het daklicht (serre) verwijderd. De shingles zijn niet geheel vervangen tot aan het daklicht en ter plaatse van aansluiting shingels/loodslabbe/zakgoot is een opening aanwezig en zijn geen nieuwe shingles/dakbedekking aangebracht om een waterdichte aansluiting te realiseren.
Er is gevolgschade geconstateerd op de 1e verdieping aan de wanden/plafond in de badkamer en de serre. De wanden en het plafond dienen te worden behandeld met isoleerverf en op kleur te worden gesausd. In de andere ruimte dient het stucwerk partieel te worden hersteld en de wanden op kleur te sauzen. Dit is toe te rekenen aan [de gedaagde in conventie] .
De ingeplakte dakbedekking in de zakgoot dient verwijderd te worden, het door houtrot aangetaste plaatmateriaal vervangen, de bodem van de zakgoot isoleren met deugdelijk afschot richting hemelwaterafvoer en de zakgoot opnieuw inplakken met de dakbedekking.
De aansluitingen rondom het Velux dakraam nazien en waterdicht maken.
De zinken goot aan de rechterzijgevel op een juist afschot aanbrengen.

10.SCHADEVASTSTELLING/-RAMING

(…)
Totaal inclusief btw € 3.131,00.
(…)”
2.8.
Op 1 juli 2024 heeft [medewerker] van A2 Experts een rapportage uitgebracht. Daarin is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
(Groot) dakvlak;
(…)
In het ontwerp is in het dakvlak een kozijn geplaatst welke voor extra lichtinval zorgdraagt.
  • De opstand is ter plaatse van de gootzone > 120 mm en voldoet aan de eisen,
  • Het lood hangt 30 mm vrij boven het watervoerend niveau en voldoet aan de eisen.
  • Het dakleer is voldoende, tot aan onderzijde kozijn doorgeplakt
(…)
(Klein) dakvlak;
(…)
De algehele indruk is dat het gehele dak in goede conditie verkeerd. Er zijn geen (constructieve) vervormingen in de dakbedekking die duiden op vochtinsluiting of vochtopbouw in de constructie of thermische lekken.
Rapportage ZNEB:
De volgende zaken zijnnietbenoemd in de rapportage van ZNEB:
(…)

Op de houten dakconstructie is rechtstreeks een dampdichte bedekking aangebracht, bij voldoende ventilatie wordt voorkomen dat de constructie van binnenuit wordt aangetast als gevolg van condensvorming, dit is niet gecontroleerd. Aan de bovenzijde zijn geen vervormingen in de bitumineuze dakbedekking zichtbaar die duiden op cumulatieve vochtopbouw in de constructie. Aan de onderzijde van de dakconstructie is geen vervorming, waterschade geconstateerd.
(…)
Ten tijde van en voor de inspectie regende het. Hierdoor werd door het watervoerend effect van het hellend dak de gootzone belast met hemelwater ten tijde van de inspectie.
(…)
Afschot gootzone
(…)
Door deze weerssituatie en een verminderde afvoercapaciteit van het HWA kon de werkelijke situatie in de gootzone niet worden vastgesteld.
(…)
Schade wanden binnenzijde:
In 2020 zijn er constructieve werkzaamheden uitgevoerd aan de achterzijde van de woning. Bestaande constructieve wanden zijn verwijderd en vervangen door houten HSB-wanden. De (bestaande) scheurvorming rondom de opening in het wanddeel duidt op spanningsopbouw in het wanddeel.
De betimmering van de negges kon deze spanning niet opvangen en daardoor is het stucwerk gaan scheuren direct achter de hoekbeschermer.
Door de scheurvorming zien we dat er geen gaasverband is toegepast op de naden.
Door cumulatieve vochtopbouw in de wand wordt de wandafwerking door dampspanning van de ondergrond gedrukt wat resulteert in blaasvorming of loszittende delen. Gezien het schadebeeld; scheurvorming rondom kozijn, kunnen we het ontstaan door vochtbelasting uitsluiten en is er een andere oorzaak.
(…)
De scheurvorming in het plafonddeel van de badkamer is ontstaan tijdens het vervangen van het bestaand dakvenster door een externe partij/partij 3. Tijdens de inspectie is aangegeven dat dit niet te wijten was aan partij 2.
Reparatie gootzone:
(…)
Door de cumulatieve vochtopbouw is de bestaande houten dakconstructie aangetast. Het aangetaste plaatmateriaal is door partij 3[de timmerman, toevoeging kantonrechter]
vervangen. Door partij 2 is er een gesloten dakbedekkingssysteem op aangebracht.
In de constructie was volgens partij 1[ [de eiser in conventie] , toevoeging kantonrechter]
nog restvocht aanwezig. De droging hiervan, of eventuele bouwkundige voorzieningen om natuurlijke-, of geforceerde droging te krijgen, had partij 2 moeten bewerkstelligen.
Partij 1 was terdege op de hoogte van de vochtindringing. Partij 3 heeft de bouwkundige werkzaamheden uitgevoerd en geen bouwkundige maatregelen getroffen voor een natuurlijke droging. Dit kan partij 2 niet worden aangerekend.
Oorzaak lekkage:
Er is geen onderzoek gedaan naar de oorzaak van de lekkage. Op basis van de aangeleverde informatie kan de oorzaak en toedracht niet worden vastgesteld.
(…)”
2.9.
Op 21 januari 2025 heeft ZNEB een aanvullende rapportage uitgebracht in verband met door [de eiser in conventie] gestelde aanvullende gevolgschade.
2.10.
Bij brief van 22 januari 2025 heeft de gemachtigde van [de eiser in conventie] de verbintenis tot nakoming omgezet in een vervangende schadevergoeding. [de gedaagde in conventie] is gesommeerd om tot betaling van een bedrag van in totaal € 14.096,22 over te gaan. [de gedaagde in conventie] heeft hieraan geen gevolg gegeven.
3. Het geschil
in conventie
3.1.
[de eiser in conventie] vordert, samengevat, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
1. [de gedaagde in conventie] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 17.920,25 (€ 14.096,22 + € 1.108,31 + € 2.715,72), vermeerderd met wettelijke rente,
subsidiair
2. [de gedaagde in conventie] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 12.403,77 (€ 8.707,50 + € 980,55 + € 2.715,72), vermeerderd met wettelijke rente,
alsmede [de gedaagde in conventie] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
in reconventie
3.2.
[de gedaagde in conventie] vordert, dat de kantonrechter [de eiser in conventie] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.045,85 (€ 2.338,00 + € 707,85), vermeerderd met wettelijke rente en [de eiser in conventie] zal veroordelen in de proceskosten en nakosten.
in conventie en in reconventie
3.3.
Partijen voeren over en weer verweer. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van elkaars vorderingen, met veroordeling van de wederpartij in de proces- en nakosten. [de eiser in conventie] concludeert tevens tot een veroordeling van [de gedaagde in conventie] tot betaling van de wettelijke rente over de proces- en nakosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
4.1.
In deze procedure gaat het om de vraag of [de gedaagde in conventie] tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst die zij met [de eiser in conventie] heeft gesloten.
4.2.
Vooropgesteld wordt dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [de gedaagde in conventie] de verbintenis op zich heeft genomen om dakbedekkingswerkzaamheden te verrichten voor een door [de eiser in conventie] te betalen geldsom. Gelet op de aard van deze prestaties dient de overeenkomst tussen partijen te worden aangemerkt als een overeenkomst van aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit brengt met zich dat de bepalingen van titel 12 afdeling 1 van boek 7 van het BW in dit geval van toepassing zijn.
4.3.
[de eiser in conventie] stelt dat [de gedaagde in conventie] ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst omdat sprake is van gebreken in het opleverde werk. Zij legt ter onderbouwing van het bestaan van de door haar gestelde gebreken onder meer de rapportage van 5 april 2024 van ZNEB over. [de gedaagde in conventie] voert daartegen verweer. Volgens [de gedaagde in conventie] mag geen waarde aan deze rapportage worden gehecht omdat ZNEB geen hoor- en wederhoor heeft toegepast aangezien [de gedaagde in conventie] en haar gemachtigde niet bij het onderzoek ter plaatse werden toegelaten in de woning. Dit verweer faalt. Vast staat immers dat namens [de gedaagde in conventie] [medewerker] van A2 Experts aanwezig was bij het onderzoek ter plaatse en dat ook door [medewerker] een rapportage is opgesteld waarin de zienswijze van [de gedaagde in conventie] naar voren komt en diverse bevindingen van ZNEB zijn bestreden. In het licht van deze omstandigheden valt niet in te zien waarom geen waarde kan worden gehecht aan de rapportage van ZNEB enkel omdat [de gedaagde in conventie] en haar gemachtigde niet bij het onderzoek ter plaatse aanwezig mochten zijn.
4.4.
De door [de eiser in conventie] naar voren gebrachte gebreken zullen hierna afzonderlijk aan de orde komen.
Lekkage als gevolg van houtrot in het dakbeschot en plaatmateriaal
4.5.
[de eiser in conventie] stelt dat ter plaatse van de door [de gedaagde in conventie] vervangen zakgoot een lekkage is ontstaan omdat het dakbeschot waarover [de gedaagde in conventie] de dakbedekking heeft aangebracht, was aangetast door houtrot en niet voldoende was gedroogd. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden werd dit duidelijk en daarop zijn partijen mondeling overeengekomen dat [de gedaagde in conventie] het houtrot aan het dakbeschot ter plaatse van de zakgoot zou vervangen. Die werkzaamheden zijn vervolgens ondeugdelijk verricht door [de gedaagde in conventie] , aldus [de eiser in conventie] .
4.6.
[de gedaagde in conventie] betwist dat [de eiser in conventie] aan haar de opdracht heeft gegeven om het door houtrot aangetaste dakbeschot en plaatmateriaal te vervangen en dat zij die werkzaamheden vervolgens deels heeft uitgevoerd. Volgens [de gedaagde in conventie] zijn die werkzaamheden door de timmerman verricht, aldus [de gedaagde in conventie] .
4.7.
Waar het [de eiser in conventie] is die stelt dat [de gedaagde in conventie] in haar opdracht het door houtrot aangetaste plaatmateriaal en dakbeschot zou vervangen en dit ook deels heeft uitgevoerd, lag het, gelet op de gemotiveerde betwisting van die stelling door [de gedaagde in conventie] , op haar weg die stelling nader te onderbouwen. [de eiser in conventie] heeft dat echter niet gedaan. Uit niets blijkt dat [de eiser in conventie] [de gedaagde in conventie] voormelde opdracht heeft gegeven en dat [de gedaagde in conventie] de werkzaamheden ook deels heeft uitgevoerd. Niet gebleken is dan ook dat voormelde werkzaamheden onderdeel uitmaken van de overeengekomen en door [de gedaagde in conventie] uitgevoerde werkzaamheden.
4.8.
Het voorgaande betekent echter niet dat [de gedaagde in conventie] niet aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan als gevolg van het door vocht aangetaste dakbeschot en plaatmateriaal. De ongeschiktheid van dit materiaal komt namelijk wel voor haar rekening. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.9.
In de rapportage van 5 april 2024 van ZNEB is vermeld dat het dakbeschot en het plaatmateriaal waarop [de gedaagde in conventie] de dakbedekking heeft aangebracht, was aangetast door houtrot omdat gedurende een langere periode vocht in de houten constructie was getrokken. Dit was volgens ZNEB visueel waarneembaar. Omdat [de gedaagde in conventie] direct de dakbedekking op het dakbeschot en het plaatmateriaal heeft aangebracht kon het vocht niet drogen/verdampen en is het vocht uiteindelijk in de serre terechtgekomen ter hoogte van de zakgoot en in de wand, aldus ZNEB. [de gedaagde in conventie] heeft deze bevindingen van ZNEB niet, althans niet gemotiveerd, weersproken. Daarmee staat vast dat [de gedaagde in conventie] ermee bekend was, althans had moeten zijn, dat het dakbeschot en het plaatmateriaal was aangetast door vocht/houtrot en dat het dakbeschot daarom ongeschikt was om daarop, zonder dat het dakbeschot eerst voldoende was gedroogd, de dakbedekking aan te brengen. Niet gesteld of gebleken is dat [de gedaagde in conventie] [de eiser in conventie] hierop heeft gewezen terwijl dit gezien haar deskundigheid wel van haar had mocht verwacht. Door [de eiser in conventie] niet te waarschuwen, heeft [de gedaagde in conventie] haar waarschuwingsplicht als bedoeld in artikel 7:754 BW Pro geschonden. Dit betekent dat de gevolgen van de ongeschiktheid van het door houtrot aangetaste dakbeschot en plaatmateriaal voor rekening van [de gedaagde in conventie] komen, ongeacht de vraag of zij schuld heeft aan de ondeugdelijke uitvoering van het werk (artikel 7:760 lid 2 BW Pro).
Lekkage als gevolg van een koudebrug
4.10.
[de eiser in conventie] stelt, althans zo worden haar stellingen begrepen, dat voorts een lekkage ter plaatse van de zakgoot is ontstaan omdat de zakgoot niet is nageïsoleerd door [de gedaagde in conventie] . Ter onderbouwing van deze stelling heeft [de eiser in conventie] verwezen naar de rapportage van 5 april 2024 van ZNEB. Daarin schrijft ZNEB dat de vervangen zakgoot – in tegenstelling tot de voorschriften van de bouwtekening en de offerte van [de gedaagde in conventie] – niet is nageïsoleerd en dat daardoor een koudebrug is ontstaan. [de gedaagde in conventie] heeft deze bevindingen niet, althans niet gemotiveerd, weersproken. Daarmee staat vast dat in het dak ter plaatse van de zakgoot een koudebrug is ontstaan omdat [de gedaagde in conventie] de zakgoot niet heeft nageïsoleerd. Niet in geschil is dat het naisoleren van de zakgoot wel onderdeel uitmaakt van de door partijen overeengekomen werkzaamheden (zie de offerte van 22 november 2021). [de gedaagde in conventie] heeft haar werkzaamheden op dit punt dan ook ondeugdelijk verricht.
Geen afschot dakgoot
4.11.
[de eiser in conventie] stelt dat de door [de gedaagde in conventie] vervangen zinken dakgoot geen afschot heeft richting de hemelwaterafvoer. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst zij naar de rapportage van 5 april 2024 van ZNEB. Volgens ZNEB heeft de door [de gedaagde in conventie] vervangen dakgoot geen afschot terwijl een afschot van een dakgoot in de richting van de hemelwaterafvoer(en) minimaal twee millimeter per meter gootlengte moet zijn zodat het regenwater alleen tijdens of direct na regenval in de goten staat. [de gedaagde in conventie] betwist de juistheid van deze bevinding niet, althans niet gemotiveerd. Daarmee staat vast dat de door [de gedaagde in conventie] vervangen zinken dakgoot geen afschot heeft terwijl zij dit wel had moeten realiseren. Dit levert een gebrek op.
4.12.
[de gedaagde in conventie] voert als verweer aan dat de timmerman ervoor verantwoordelijk is dat geen afschot gerealiseerd kon worden omdat hij de zinken dakgoot heeft verwijderd en de houten bakgootconstructie heeft gerepareerd. Dit verweer faalt. Ook wanneer vast komt te staan dat [de gedaagde in conventie] geen afschot kon realiseren omdat de houten bakgootconstructie daarvoor ongeschikt was, dan had [de gedaagde in conventie] [de eiser in conventie] hiervoor moeten waarschuwen als bedoeld in artikel 7:754 lid 1 BW Pro. Niet gesteld of gebleken is dat [de gedaagde in conventie] dit heeft gedaan. Daarom geldt ook indien en voor zover de houten bakgootconstructie niet geschikt was om daarin een afschot te realiseren, de gevolgen daarvan voor rekening van [de gedaagde in conventie] komen (artikel 7:760 lid 2 BW Pro).
Lekkage ter plaatste van de aansluiting rondom het Velux-dakraam
4.13.
[de eiser in conventie] stelt dat [de gedaagde in conventie] de aansluiting van het dak bij het Velux-dakraam van de badkamer niet waterdicht heeft uitgevoerd.
4.14.
[de gedaagde in conventie] betwist op haar beurt dat zij ter plaatse van het Velux-dakraam werkzaamheden aan het dak heeft verricht. Volgens [de gedaagde in conventie] heeft [de eiser in conventie] daarvoor geen opdracht aan [de gedaagde in conventie] gegeven. De timmerman heeft het Velux-dakraam vervangen en de daarvoor benodigde werkzaamheden uitgevoerd, aldus [de gedaagde in conventie] .
4.15.
Waar het [de eiser in conventie] is die stelt dat [de gedaagde in conventie] werkzaamheden heeft verricht aan het dak ter plaatse van het Velux-dakraam, lag het, gelet op de gemotiveerde betwisting van die stelling door [de gedaagde in conventie] , op haar weg die stelling nader te onderbouwen. Dat heeft zij onvoldoende gedaan. Uit niets blijkt dat [de gedaagde in conventie] werkzaamheden heeft verricht aan het dak ter plaatse van het Velux-dakraam. Dit blijkt in elk geval niet uit de offerte van 22 november 2021 aangezien het Velex-dakraam zich bevindt op het grote dak en [de eiser in conventie] niet met dit onderdeel van de offerte heeft ingestemd. [de eiser in conventie] heeft daarmee haar stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd. Van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst aan de zijde van [de gedaagde in conventie] op dit punt is dus niet gebleken.
Lekkage ter plaatse van het dak van de serre
4.16.
[de eiser in conventie] stelt dat de shingles op het dak van de serre niet geheel zijn vervangen tot aan het daklicht en dat dit een lekkage veroorzaakt. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst zij naar de rapportage van 5 april 2024 van ZNEB. Daarin is vermeld dat uit destructief onderzoek door [de eiser in conventie] in maart 2024 blijkt dat de shingles niet geheel zijn vervangen tot aan het daklicht en dat ter plaatse van de shingles/loodslabbe/zakgoot een opening aanwezig is, alsmede dat geen nieuwe shingsles/dakbedekking is aangebracht om een waterdichte afsluiting te realiseren. [de gedaagde in conventie] heeft hiertegen ingebracht dat het glazen dak een opstand heeft van meer dan twaalf centimeter, aan de bouwkundige eisen voldoet en niet kan worden belast met water uit de goot. Hiermee heeft zij voormelde bevindingen van ZNEB echter niet betwist. De inhoud van de rapportage van 1 juli 2024 van A2 Experts leidt niet tot een ander oordeel. Daarin heeft [medewerker] weliswaar vermeld dat het dakleer voldoende tot aan de onderzijde van het kozijn is doorgeplakt maar hij heeft die stelling niet verder toegelicht. In de rapportage van A2 Experts is niet ingegaan op de bevinding van ZNEB dat ter plaatse van de shingles/loodslabbe/zakgoot een opening aanwezig is en evenmin op het feit dat sprake is van een lekkage ter plaatste van het daklicht. Als onvoldoende gemotiveerd weersproken staat daarom vast dat [de gedaagde in conventie] de dakshingles niet helemaal heeft dichtgeplakt naar het daklicht en daardoor geen waterdichte afsluiting heeft gerealiseerd zodat een lekkage is ontstaan. Dit levert een gebrek op.
Tussenconclusie
4.17.
Het voorgaande leidt tot de tussenconclusie dat [de gedaagde in conventie] een deel van de door haar verrichte werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd, dan wel dat de gevolgen van de ongeschiktheid van het materiaal waarop [de gedaagde in conventie] de werkzaamheden heeft verricht, voor haar rekening komen. [de gedaagde in conventie] is derhalve tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst.
Vervangende schadevergoeding
4.18.
[de eiser in conventie] maakt aanspraak op een vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW Pro. Op grond van dit artikel wordt de verbintenis tot nakoming omgezet in een vervangende schadevergoeding wanneer de schuldenaar (in dit geval [de gedaagde in conventie] ) in verzuim is en de schuldeiser (in dit geval [de eiser in conventie] ) haar schriftelijk mededeelt dat zij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert. Niet in geschil is dat [de gedaagde in conventie] in verzuim verkeert. Ook heeft [de eiser in conventie] haar vordering tot nakoming van de overeenkomst omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding, namelijk bij brief van 22 januari 2025. Aan de vereisten van artikel 6:87 BW Pro is derhalve voldaan.
4.19.
Bij de bepaling van de omvang van de vervangende schadevergoeding is uitgangspunt dat de vervangende schadevergoeding in de plaats treedt van de prestatie zelf en dat het in beginsel moet gaan om vergoeding van de waarde van de prestatie, die in dit geval bestaat uit herstel van de ondeugdelijk verrichte werkzaamheden. Met inachtneming van het voorgaande gaat het in deze procedure dus om vergoeding van de waarde van de volgende prestaties:
het verwijderen van de ingeplakte dakbedekking in de zakgoot,
het isoleren van de zakgoot,
het opnieuw inplakken van de zakgoot,
het waterdicht maken van de aansluiting van de zakgoot,
het aanbrengen van een juist afschot van de zinken dakgoot.
4.20.
[de eiser in conventie] heeft onder verwijzing naar de rapportages van ZNEB van 5 april 2024 en 21 januari 2025 en de offerte van Bouwbedrijf [bouwbedrijf] bv de kosten voor het herstel van de werkzaamheden en de gevolgschade gesteld op een totaalbedrag van € 14.096,22. Uit deze stukken kan echter de waarde van de hiervoor onder r.o. 4.19. opgesomde prestaties niet worden bepaald omdat daarin ook kosten zijn begroot voor het herstel van gebreken waarvoor [de gedaagde in conventie] niet aansprakelijk is. [de eiser in conventie] zal daarom in de gelegenheid worden gesteld om bij akte nader te (laten) specificeren welke kosten zijn begroot voor enkel de hiervoor opgesomde prestaties. Daarbij wordt opgemerkt dat de kosten voor het vervangen van het door houtrot aangetaste plaatmateriaal niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat, zoals hiervoor reeds is overwogen, niet is gebleken dat deze werkzaamheden onderdeel uitmaken van de overeengekomen werkzaamheden. [de gedaagde in conventie] zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren op de akte van [de eiser in conventie] .
Gevolgschade
4.21.
Omdat [de gedaagde in conventie] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, is zij op grond van artikel 6:74 BW Pro tevens gehouden om de gevolgschade die daardoor is ontstaan, aan [de eiser in conventie] te vergoeden. [de eiser in conventie] heeft onder verwijzing naar de rapportage van 5 april 2024 van ZNEB voldoende gemotiveerd gesteld dat als gevolg van de ondeugdelijk verrichte werkzaamheden waterschade is ontstaan aan de wanden en het plafond van de serre van de woning. Omdat in de rapportage van ZNEB en de offerte van Bouwbedrijf [bouwbedrijf] bv ook kosten zijn begroot voor het herstellen van de waterschade in de badkamer en niet vast staat dat [de gedaagde in conventie] daarvoor aansprakelijk is, kan daaruit niet worden afgeleid welk deel van de begrote kosten ziet op het enkele herstel van de waterschade aan de wanden en het plafond in de serre. [de eiser in conventie] zal in de gelegenheid worden gesteld om bij akte nader te (laten) specificeren welke kosten zijn begroot voor het herstel van de waterschade aan de wanden en het plafond van de serre. [de gedaagde in conventie] mag daarop bij antwoordakte reageren.
4.22.
[de eiser in conventie] stelt dat ook gevolgschade is ontstaan aan de voormalige buitengevel in de serre, het stukwerk in de slaapkamer op de voormalige buitengevel en de wanden en de houten parketvloer in de serre. [de eiser in conventie] verwijst ter onderbouwing van deze gevolgschade naar de rapportage van 21 januari 2025 van ZNEB. Deze rapportage wordt echter buiten beschouwing gelaten. Uit de rapportage blijkt namelijk niet dat de door [de eiser in conventie] gestelde (aanvullende) gevolgschade is veroorzaakt als gevolg van de ondeugdelijk door [de gedaagde in conventie] verrichte werkzaamheden. De oorzaak wordt in de rapportage in het midden gelaten. Het tweede onderzoek ter plaatse door ZNEB heeft bovendien bijna drie jaar na uitvoering van de werkzaamheden door [de gedaagde in conventie] plaatsgevonden. Uit de rapportage blijkt bovendien niet waarom de aanvullende geconstateerde schade niet al eerder tijdens het eerste onderzoek zichtbaar was. [de eiser in conventie] heeft ook voor het overige geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat tussen tekortkoming aan de zijde van [de gedaagde in conventie] en de gevorderde aanvullende gevolgschade causaal verband bestaat. [de eiser in conventie] heeft haar stellingen op dit punt daarmee onvoldoende onderbouwd. Om deze reden zal de gevorderde gevolgschade aan de voormalige buitengevel in de serre en het stukwerk in de slaapkamer op de voormalige buitengevel en de wanden, alsmede aan de houten parketvloer in de serre in het eindvonnis worden afgewezen.
4.23.
Gelet op hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 4.20. en 4.21. is overwogen, zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
in reconventie
4.24.
In reconventie maakt [de gedaagde in conventie] aanspraak op betaling van een deel van de door haar gemaakte advocaatkosten ter hoogte van € 2.338,00. Deze vordering zal worden afgewezen. Daarvoor is redengevend dat geen grondslag is gesteld en evenmin is gebleken voor toewijzing van deze vordering. Van een onrechtmatig handelen door [de eiser in conventie] is in elk geval niet gebleken, temeer omdat vast staat dat de gemachtigde van [de eiser in conventie] vooraf heeft aangekondigd dat tijdens het onderzoek door ZNEB namens [de gedaagde in conventie] maximaal één persoon in de woning zou worden toegelaten.
4.25.
[de gedaagde in conventie] vordert voorts betaling van een bedrag van € 707,85 wegens de expertisekosten van A2 Experts. Ook deze vordering zal worden afgewezen omdat daarvoor een grondslag ontbreekt. Voormelde kosten zijn namelijk niet aan te merken als kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro. De in dit bedoelde artikel vergoeding strekt ertoe dat de benadeelde ook op het punt van de gemaakte kosten komt te verkeren in de vermogenspositie waarin hij zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis zou hebben verkeerd. In dit geval is [de gedaagde in conventie] geen benadeelde partij maar juist de aansprakelijke partij. Artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro mist daarom toepassing.
4.26.
[de gedaagde in conventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de eiser in conventie] worden vastgesteld en begroot op:
- salaris gemachtigde
253,00
(2 punten × factor 0,5 x € 253,00)
- nakosten
127,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
380,00
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
[datum] 2026voor het nemen van een akte door [de eiser in conventie] als bedoeld in r.o. 4.20. en r.o. 4.21.,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen van [de gedaagde in conventie] af,
5.4.
veroordeelt [de gedaagde in conventie] in de proceskosten van € 380,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagde in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [de gedaagde in conventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
lt