AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Betaling openstaande prijs keuken na opzegging overeenkomst
KüchenWelt verkocht op 3 februari 2022 een op maat gemaakte keuken aan gedaagde voor €13.323,00. Na een aanbetaling van €1.332,30 bleef de rest van de prijs onbetaald. De levering stond gepland op 28 februari 2023, maar gedaagde kon niet betalen en vroeg uitstel. KüchenWelt hield vast aan afname en betaling.
Eerder was een procedure gevoerd over een annuleringsvergoeding op basis van artikel 12 vanPro de algemene voorwaarden, die werd afgewezen wegens onredelijk bezwarend beding. In deze procedure vordert KüchenWelt nakoming van de overeenkomst of betaling van de openstaande prijs.
Gedaagde beroept zich op gezag van gewijsde en opzegging van de overeenkomst op grond van artikel 7:764 BWPro. De kantonrechter oordeelt dat het gezag van gewijsde niet aan de huidige vordering in de weg staat omdat het om andere grondslagen gaat. De opzegging is rechtsgeldig, waardoor afname niet verplicht is, maar betaling van de prijs minus besparingen wel.
De besparingen worden geschat op 50% van de koopsom, waardoor gedaagde €5.329,20 verschuldigd is. De vordering tot betaling van incassokosten wordt afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke eisen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het genoemde bedrag plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde moet €5.329,20 plus wettelijke rente betalen wegens opzegging van de overeenkomst, afname wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 11950428 \ CV EXPL 25-3038
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
KÜCHENWELT NEDERLAND B.V.,
te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: KüchenWelt,
gemachtigde: mr. W. Boeters,
tegen
[naam gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D. Kotterman.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De feiten
2.1.
Op 3 februari 2022 heeft KüchenWelt een op maat gemaakte keuken aan [de gedaagde] verkocht voor een prijs van € 13.323,00.
2.2.
Op 7 februari 2022 heeft [de gedaagde] een aanbetaling gedaan van € 1.332,30.
2.3.
Bij factuur van 16 februari 2023 heeft KüchenWelt een bedrag van € 12.090,70 aan [de gedaagde] in rekening gebracht wegens de nog openstaande prijs van de keuken. [de gedaagde] heeft dit factuurbedrag onbetaald gelaten.
2.4.
De levering van de keuken stond gepland op 28 februari 2023. Enkele dagen daarvoor heeft [de gedaagde] aan KüchenWelt bericht dat hij de koopsom van de keuken niet kon betalen en heeft hij KüchenWelt verzocht de levering uit te stellen. Daarop heeft KüchenWelt aan [de gedaagde] bericht dat hij gehouden blijft de keuken af te nemen en de koopsom volledig te betalen.
2.5.
Partijen hebben eerder een procedure gevoerd bij de kantonrechter te Zutphen (zaaknummer 10750392 CV EXPL 23-2742). In die procedure maakte KüchenWelt onder verwijzing naar artikel 12 vanPro haar algemene voorwaarden aanspraak op een annuleringsvergoeding van in totaal € 5.329,20. Deze vordering heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 8 januari 2025 afgewezen omdat KüchenWelt het vermoeden dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding niet heeft weerlegd en het annuleringsbeding daarom door de kantonrechter ambtshalve is vernietigd. KüchenWelt heeft geen hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
3.Het geschil
3.1.
KüchenWelt vordert, samengevat, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [de gedaagde] zal veroordelen tot: primair:
1. afname van de keuken,
zowel primair als subsidiair:
2. betaling van een bedrag van € 12.986,61 aan KüchenWelt, vermeerderd met wettelijke rente,
meer subsidiair:
3. betaling van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, en [de gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
[de gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van KüchenWelt, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van KüchenWelt, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van KüchenWelt in de kosten van deze procedure en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4.De beoordeling
4.1.
In deze procedure gaat het om de vraag of [de gedaagde] de door hem gekochte keuken van KüchenWelt moet afnemen en of hij de nog openstaande prijs van de keuken aan KüchenWelt moet betalen.
4.2.
KüchenWelt legt primair aan haar vordering ten grondslag dat [de gedaagde] zijn verplichtingen uit de overeenkomst moet nakomen.
4.3.
[de gedaagde] voert verweer tegen de vordering van KüchenWelt. Daartoe doet hij in de eerste plaats een beroep op het gezag van gewijsde van het vonnis van 8 januari 2025 van de kantonrechter te Zutphen (zie hiervoor randnummer 2.5.). Volgens [de gedaagde] staat het gezag van gewijsde aan een hernieuwde beoordeling van de vordering van KüchenWelt in de weg. Zowel in voormelde procedure als in de huidige procedure gaat het, zo stelt [de gedaagde] , om dezelfde contractuele verhouding en dezelfde betalingsverplichting omdat KüchenWelt wederom betaling vordert naar aanleiding van het niet doorgaan van de levering van de keuken. Dit betreft dezelfde rechtsverhouding, aldus [de gedaagde] .
4.4.
Het gezag van gewijsde houdt in dat een onherroepelijke beslissing in een eerdere procedure tussen dezelfde partijen bindende kracht heeft als in een andere procedure tussen dezelfde partijen eenzelfde geschilpunt wordt voorgelegd (artikel 236 lid 1 RvPro). Zoals KüchenWelt terecht aanvoert, betekent dit niet dat het gezag van gewijsde eraan in de weg staat dat in een andere procedure dezelfde of een soortgelijke vordering wordt ingesteld op basis van een andere grondslag, waarover de rechter zich nog niet heeft uitgelaten. Dit geldt ongeacht of deze andere grondslag ook reeds in de eerdere procedure aangevoerd had kunnen worden (zie in dit verband HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2099).
4.5.
Uit het vonnis van 8 januari 2025 volgt dat KüchenWelt in die procedure als grondslag voor de vordering artikel 12 vanPro de algemene voorwaarden van KüchenWelt heeft aangevoerd en dat zij op grond van dat artikel een annuleringsvergoeding heeft gevorderd. In de huidige procedure legt KüchenWelt aan haar vordering primair nakoming van de overeenkomst en subsidiair (naar de kantonrechter begrijpt:) wanprestatie ten grondslag en op deze grondslagen vordert zij betaling van de nog openstaande prijs van de keuken. Op deze geschilpunten heeft de kantonrechter in de eerdere procedure tussen partijen niet beslist. Daarmee is in de huidige procedure dus sprake van andere grondslagen waarover een rechter zich nog niet eerder heeft uitgelaten. Het beroep op het gezag van gewijsde faalt daarom.
4.6.
[de gedaagde] voert verder als verweer aan dat hij de overeenkomst heeft opgezegd in de zin van artikel 7:764 lid 1 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat hij daarom de daaruit voortvloeiende verbintenissen niet meer hoeft na te komen.
4.7.
Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan KüchenWelt de verbintenis op zich heeft genomen om een keuken op maat te maken en de onderdelen daarvan, inclusief apparatuur, te leveren aan [de gedaagde] . Daarmee is sprake van een gemengde overeenkomst, met kenmerken van zowel koop (artikel 7:1 BWPro) als aanneming van werk (artikel 7:750 BWPro). Het gevolg hiervan is dat de wettelijke bepalingen van aanneming van werk en koop naast elkaar van toepassing zijn.
4.8.
Op grond van artikel 7:764 lid 1 BWPro was [de gedaagde] bevoegd de overeenkomst op te zeggen. Niet in geschil is dat [de gedaagde] dit ook heeft gedaan. Daarmee is de overeenkomst tussen partijen voortijdig geëindigd door opzegging. Dit betekent dat KüchenWelt de keuken niet meer aan [de gedaagde] hoeft te leveren en dat [de gedaagde] op zijn beurt niet meer gehouden is de keuken af te nemen. De vordering die strekt tot afname van de keuken zal daarom worden afgewezen.
4.9.
Vervolgens is de vraag aan de orde of [de gedaagde] de nog openstaande prijs van de keuken aan KüchenWelt is verschuldigd. Omdat partijen een vaste prijs voor de keuken zijn overeengekomen en [de gedaagde] de overeenkomst heeft opgezegd, is [de gedaagde] op grond van artikel 7:764 lid 2 BWPro gehouden de gehele prijs te betalen, verminderd met de besparingen die voor KüchenWelt uit de opzegging voortvloeien.
4.10.
Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de besparingen die uit de opzegging van de overeenkomst voortvloeien. [de gedaagde] stelt dat KüchenWelt als gevolg van de opzegging 100% van de prijs van de keuken heeft bespaard. KüchenWelt stelt daarentegen dat de besparingen nihil zijn. Van de juistheid van beide stellingen kan echter niet worden uitgegaan. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.11.
KüchenWelt heeft de keuken specifiek voor [de gedaagde] op maat ontworpen, in productie genomen en gereed gemaakt voor levering. KüchenWelt heeft daarmee nagenoeg alle, op het verzenden van de keuken na, overeengekomen werkzaamheden verricht. [de gedaagde] meent kennelijk dat KüchenWelt de keuken voor dezelfde prijs kan doorverkopen aan een derde en daarmee alsnog de volledige prijs van de keuken betaald krijgt. [de gedaagde] wordt niet in dit standpunt gevolgd. De marktwaarde van een volledig op maat gemaakte keuken ligt bij doorverkoop immers lager omdat dergelijke keukens wegens specifieke maatvoering en samenstelling van de onderdelen moeilijker zijn door te verkopen. Niet gezegd kan dus worden dat KüchenWelt als gevolg van de opzegging de volledig overeengekomen prijs bespaart. Anders dan KüchenWelt meent, is het ook niet zo dat de keuken helemaal geen marktwaarde meer heeft. Zonder verdere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom KüchenWelt de keuken, dan wel de onderdelen daarvan, niet tegen een lagere prijs kan doorverkopen. In het licht van deze omstandigheden zal in redelijkheid een schatting worden gemaakt van de besparingen die voor KüchenWelt uit de opzegging voortvloeien. Uitgegaan wordt van een restwaarde van de keuken van 50%. Dit is een marktconforme schatting die is gebaseerd op de algemene voorwaarden van de Centrale Branchevereniging Wonen (CBW) waarin de schade aan de zijde van de verkoper bij annulering na gereedmelding van het product op 50% van de koopsom is bepaald. Met inachtneming van dit percentage wordt de uit de opzegging voortvloeiende besparing geschat op een bedrag van € 6.661,50. Dit betekent dat [de gedaagde] een bedrag van € 6.661,50 (€ 13.323,00 -/- € 6.661,50) aan KüchenWelt is verschuldigd. [de gedaagde] heeft een bedrag van € 1.332,30 aanbetaald, zodat hij nog een bedrag van € 5.329,20 aan KüchenWelt moet betalen. Dit deel van de hoofdsom is toewijsbaar.
4.12.
De resterende hoofdsom kan niet op basis van de subsidiair door KüchenWelt aangevoerde grondslag (naar de kantonrechter begrijpt: wanprestatie) worden toegewezen. Zonder verdere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom [de gedaagde] naast de overeengekomen prijs van de keuken minus de besparingen die uit de opzegging voortvloeien nog een schadevergoeding aan KüchenWelt is verschuldigd.
4.13.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de hoofdsom tot een bedrag van € 5.329,20 zal worden toegewezen en voor het overige zal worden afgewezen. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over de toegewezen hoofdsom vanaf de datum waarin [de gedaagde] in verzuim verkeert, in dit geval 16 juni 2023.
4.14.
KüchenWelt vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BWPro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). KüchenWelt heeft aan [de gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BWPro. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [de gedaagde] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BWPro. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
4.15.
[de gedaagde] is voor een deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Gelet op de hoogte van de toegewezen hoofdsom blijft van het aan KüchenWelt in rekening gebrachte griffierecht een bedrag van € 947,00 (€ 1.461,00 -/- € 514,00) voor haar rekening. De proceskosten van KüchenWelt worden vastgesteld en begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
740,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.518,78
5.De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [de gedaagde] om aan KüchenWelt te betalen een bedrag van € 5.329,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over het toegewezen bedrag vanaf 16 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 1.518,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [de gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026. lt