Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2761

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/05/456600 / HA ZA 25-368
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:159 BWArt. 6:101 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:96 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid subsidieadviseur voor nalaten verlenging projectperiode BOSA-subsidie

De Koninklijke Haagse Cricket en Voetbal Vereeniging sloot in juni 2022 een duurzame regieovereenkomst met Sportief Opgewekt B.V. voor verduurzaming van haar sportaccommodatie, inclusief het aanvragen van subsidies. Na het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. in oktober 2022 zette Op Naar Nul, onder dezelfde handelsnaam, de werkzaamheden voort. De vereniging ontving een voorschot op een BOSA-subsidie, maar deze werd uiteindelijk op nihil vastgesteld omdat de activiteiten buiten de projectperiode plaatsvonden.

De vereniging vorderde schadevergoeding van Op Naar Nul wegens het nalaten van tijdige verlenging van de projectperiode. De rechtbank oordeelde dat er geen contractsoverneming of nieuwe overeenkomst was tussen de vereniging en Op Naar Nul, maar dat Op Naar Nul wel onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig de verlenging aan te vragen of de vereniging hierover te informeren.

De rechtbank stelde vast dat de vereniging gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de deskundigheid van Op Naar Nul, die de subsidieaanvragen en begeleiding voortzette. De schade werd vastgesteld op € 47.833,20, zijnde het subsidiebedrag voor de gerealiseerde sportveldverlichting. De vorderingen tegen de overige gedaagden werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Op Naar Nul werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, wettelijke rente, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Op Naar Nul wordt veroordeeld tot betaling van € 47.833,20 schadevergoeding wegens nalaten verlenging projectperiode BOSA-subsidie.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/456600 / HA ZA 25-368
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
KONINKLIJKE HAAGSE CRICKET EN VOETBAL VEREENIGING,
gevestigd te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: de vereniging,
advocaten: mr. J.H. Burger en mr. P.M. Trooster,
tegen

1.OP NAAR NUL B.V.,

gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen: Op Naar Nul,
2.
[naam gedaagde 1],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
3.
[naam gedaagde 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
4.
[naam gedaagde 3],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 3] ,
5.
[naam gedaagde 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 4] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Op Naar Nul c.s. ,
advocaat: mr. K. Renssen.

1.De zaak in het kort

1.1.
De vereniging wilde haar sportaccommodatie (verder) verduurzamen. Zij heeft hiertoe op 6 juni 2022 een ‘duurzame regieovereenkomst’ gesloten met Sportief Opgewekt B.V. In deze overeenkomst staat onder meer dat de opdracht het aanvragen van subsidies omvat. Sportief Opgewekt B.V. is op 11 oktober 2022 in staat van faillissement verklaard. Een dag later, op 12 oktober 2022, is Op Naar Nul opgericht, tevens handelend onder de naam Sportief Opgewekt. [gedaagde 1] respectievelijk [gedaagde 3] zijn indirect bestuurders van Op Naar Nul. Zij zijn ook bestuurders van [gedaagde 2] respectievelijk [gedaagde 4] en die laatste vennootschappen waren bestuurder van Sportief Opgewekt B.V.
1.2.
In 2023 heeft Op Naar Nul een zogeheten BOSA-subsidie aangevraagd voor de vereniging. Deze subsidie van (na verhoging) € 130.717,60 zag op het realiseren van sportveldverlichting, warmtepompen en isolatiemaatregelen. Van dit bedrag is € 104.574,08 uitgekeerd als voorschot. De subsidie is uiteindelijk op nihil vastgesteld, omdat de activiteiten niet binnen de opgegeven projectperiode van 1 augustus 2023 tot 1 juni 2024 hadden plaatsgevonden. De vereniging heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking tot subsidievaststelling, maar dat is ongegrond verklaard. Als gevolg hiervan is de vereniging de subsidie misgelopen en moest zij het voorschot terugbetalen.
1.3.
In deze procedure vordert de vereniging dat Op Naar Nul c.s. wordt veroordeeld tot schadevergoeding ter hoogte van de misgelopen subsidie van € 130.717,60. Ook vordert zij vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, waaronder beslagkosten en nakosten, een en ander vermeerderd met de wettelijke (handels)rente. De vereniging stelt dat Op Naar Nul op grond van de duurzame regieovereenkomst, althans een nieuwe overeenkomst, een verlenging van de projectperiode had moeten aanvragen, althans haar had moeten waarschuwen na het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. zodat zij deze verlenging zelf had kunnen (doen) aanvragen. Op Naar Nul c.s. vindt dat alle vorderingen moeten worden afgewezen, onder meer omdat zij geen partij is bij enige overeenkomst en geen sprake is van een onrechtmatige daad.
1.4.
De rechtbank is van oordeel dat Op Naar Nul onrechtmatig heeft gehandeld en een schadevergoeding van € 47.833,20 moet betalen aan de vereniging. De overige gedaagden hoeven geen schadevergoeding te betalen. De rechtbank legt dit oordeel hierna uit.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 november 2025
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 maart 2026.
2.2.
Aan het einde van de zitting is bepaald dat de rechtbank vandaag uitspraak doet.

3.De beoordeling

Geen contractsoverneming
3.1.
Primair stelt de vereniging dat de duurzame regieovereenkomst tussen haar en Sportief Opgewekt B.V. na het faillissement is overgenomen door Op Naar Nul.
3.2.
In artikel 6:159 BW Pro staat dat een partij bij een overeenkomst (hier: Sportief Opgewekt B.V.) haar rechtsverhouding tot de wederpartij (hier: de vereniging) met medewerking van deze laatste kan overdragen aan een derde (hier: Op Naar Nul) bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte.
3.3.
Volgens de vereniging blijkt uit een faillissementsverslag dat een akte is opgemaakt tussen de curator en Op Naar Nul. In dit verslag staat dat er een koopovereenkomst ter zake van de activiteiten en activa van Sportief Opgewekt B.V. tot stand is gekomen met Op Naar Nul. In de overeenkomst is door de curator gestipuleerd dat vanaf datum faillissement alle lusten en lasten verbonden aan de voortzetting van de onderneming voor rekening en risico van koper zijn. De handelsvoorraad, lopende projecten en nieuwe opdrachten zijn verkocht aan Op Naar Nul, aldus het verslag.
3.4.
Op Naar Nul betwist dit. Zij heeft de door de vereniging genoemde koopovereenkomst overgelegd en daarnaast een e-mail van de curator in het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. van 26 augustus 2025. Kort samengevat antwoordt de curator op vragen van de advocaat van Op Naar Nul dat zij het project van de vereniging niet heeft overgenomen uit de boedel, maar alleen het recht om dit over te nemen. Voor dit project is geen document van de indeplaatsstelling opgesteld en ondertekend, maar wel voor andere projecten, aldus de curator.
3.5.
Tegenover deze onderbouwde betwisting door Op Naar Nul heeft de vereniging haar stelling niet nader gemotiveerd. Zij heeft aldus onvoldoende toegelicht dat de koopovereenkomst tussen de curator en Op Naar Nul een akte is als bedoeld in artikel 6:159 BW Pro. Op Naar Nul is dus niet door contractoverneming partij geworden bij een overeenkomst met de vereniging.
Geen partijwissel of nieuwe overeenkomst
3.6.
De vereniging stelt verder dat zij gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat Op Naar Nul de overeenkomst en de daarbij behorende verplichtingen van Sportief Opgewekt B.V. had overgenomen. Zij stelt dat de contractuele relatie ongewijzigd is gebleven en werd voortgezet. De vereniging stelt ook dat een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen met (nagenoeg) dezelfde inhoud als de overeenkomst met Sportief Opgewekt B.V. Dit alles leidt de vereniging af uit de verklaringen en gedragingen van Op Naar Nul, die erop neerkomen dat de werkzaamheden van Sportief Opgewekt B.V. na het faillissement feitelijk zijn voortgezet. Op Naar Nul betwist dat zij partij is bij een overeenkomst met de vereniging.
3.7.
Vaststaat dat uitsluitend een schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen tussen de vereniging en Sportief Opgewekt B.V. Zowel het antwoord op de vraag of Op Naar Nul partij is geworden bij de aanvankelijke overeenkomst tussen de vereniging en Sportief Opgewekt B.V. [1] als het antwoord op de vraag of een nieuwe overeenkomst met Op Naar Nul tot stand is gekomen, [2] hangt ervan af wat de betrokken partijen daarover jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijs mochten afleiden. Aanbod en aanvaarding behoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden. Zij kunnen in elke vorm plaatsvinden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen. De totstandkoming van een overeenkomst kan dus in voorkomend geval mede worden afgeleid uit een bestaande feitelijke situatie. [3]
3.8.
In de dagvaarding heeft de vereniging herhaaldelijk benadrukt dat gedaagden nimmer aan haar kenbaar hebben gemaakt dat Sportief Opgewekt B.V. in 2022 failliet was verklaard, noch dat de onderneming was overgegaan naar Op Naar Nul. Zij wist dit niet en is hier pas op gewezen door haar advocaat bij e-mail van 12 februari 2025 nadat deze een uittreksel uit het Handelsregister had opgevraagd. Volgens de vereniging was er voor haar geen enkele aanleiding om aan te nemen dat zich achter de (handels)naam Sportief Opgewekt een wijziging van rechtspersoon had voorgedaan: de werkzaamheden, communicatie en presentatie van Sportief Opgewekt zijn na het faillissement onverminderd, zonder onderbreking of melding en op exact dezelfde wijze en door dezelfde (contact)personen voortgezet. De contactgegevens (met uitzondering van de e-mailadressen), website en huisstijl bleven hetzelfde en er vond gedurende de gehele periode intensief contact plaats met dezelfde personen. Feitelijk heeft Op Naar Nul de werkzaamheden van Sportief Opgewekt B.V. onder dezelfde handelsnaam ‘Sportief Opgewekt’ voortgezet. Voor de vereniging bleef aldus verborgen dat de oorspronkelijke contractspartij failliet was. Er was voor haar geen herkenbaar verschil, aldus de vereniging.
3.9.
Deze stellingen sluiten uit dat tussen de vereniging en Op Naar Nul een overeenkomst tot stand is gekomen en dat Op Naar Nul partij is geworden bij de aanvankelijke overeenkomst met Sportief Opgewekt B.V. na diens faillissement. De vereniging wist naar eigen zeggen niet dat Sportief Opgewekt B.V. failliet was en ging er dus - ook na het faillissement - van uit dat alle werkzaamheden in de periode tot februari 2025 feitelijk door (werknemers van) Sportief Opgewekt B.V. werden uitgevoerd. Zij was niet bekend met het bestaan van de vennootschap Op Naar Nul met als handelsnaam Sportief Opgewekt en ging er dus op geen enkel moment van uit dat zij zaken deed met Op Naar Nul. De werkzaamheden zijn weliswaar na 12 oktober 2022 feitelijk verricht door (werknemers van) Op Naar Nul, maar dat wist de vereniging op dat moment niet. Dit heeft de vereniging eerst achteraf – dat wil zeggen: na februari 2025 – vastgesteld, maar dat betekent niet dat ook achteraf kan worden vastgesteld dat zij dat deden op basis van een overeenkomst tussen de vereniging en Op Naar Nul. Nu de vereniging niet wist dat het ging om verklaringen en gedragingen van Op Naar Nul heeft zij er niet op vertrouwd dat Op Naar Nul de verdere uitvoering van de overeenkomst op zich nam. Zij heeft Op Naar Nul tussen 2022 en 2025 nooit beschouwd als haar contractuele wederpartij. Er is dus geen overeenkomst in de nakoming waarvan Op Naar Nul is tekortgeschoten.
3.10.
De vereniging heeft nog opgemerkt dat deze uitkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar waarom dat zo zou zijn, heeft zij onvoldoende toegelicht, zodat de rechtbank hieraan voorbijgaat.
3.11.
Nu er geen overeenkomst is gesloten met Op Naar Nul behoeft geen bespreking of de aansprakelijkheidsbeperkingen van artikel 14 en Pro 15 van De Nieuwe Regeling 2011 zich verzetten tegen toewijzing van de vorderingen, zoals Op Naar Nul stelt en de vereniging betwist, en of deze algemene voorwaarden vernietigbaar zijn, zoals de vereniging stelt.
Op Naar Nul heeft onrechtmatig gehandeld
3.12.
Subsidiair stelt de vereniging dat Op Naar Nul onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Op Naar Nul heeft - ondanks waarschuwingen van de subsidieverstrekker en de vereniging - nagelaten handelingen te verrichten om de BOSA-subsidie veilig te stellen c.q. te behouden, waaronder het tijdig en volledig indienen van het wijzigingsformulier waarmee de projectperiode kon worden verlengd. Op Naar Nul had de vereniging moeten informeren over het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. en moeten mededelen dat Op Naar Nul geen verdere uitvoering zou geven aan de overeenkomst. Op Naar Nul wist dat de vereniging volledig op haar rekende en voor het bereiken van het eindresultaat van haar afhankelijk was. Als professionele dienstverlener die een sportvereniging adviseert en begeleidt, had Op Naar Nul moeten voorkomen dat de subsidie verloren ging, te meer omdat dit eenvoudig voorkomen had kunnen worden, aldus de vereniging.
3.13.
De rechtbank overweegt dat weliswaar sprake is van een identiteitsverschil tussen Sportief Opgewekt B.V., met wie de vereniging een overeenkomst had gesloten, en Op Naar Nul, maar dat verschil is relatief. De indirect bestuurders van beide vennootschappen zijn dezelfde natuurlijke personen, namelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 3] . En Op Naar Nul gebruikt Sportief Opgewekt als handelsnaam. De naam die de vereniging zag, bleef dus na het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. dezelfde. Dit geldt ook voor de contactpersonen, de website en het vestigingsadres. De vereniging heeft onbetwist gesteld dat zij na het faillissement intensief en frequent contact is blijven houden met dezelfde contactpersonen. Het enige zichtbare verschil was het e-mailadres. De extensie werd @isonn in plaats van @isopgewekt, maar daaruit hoefde de vereniging niet af te leiden dat de werkzaamheden inmiddels werden uitgevoerd door Op Naar Nul in plaats van Sportief Opgewekt B.V., ook omdat onder de e-mails van de contactpersonen voor en na het faillissement dezelfde handtekening met hetzelfde logo van Sportief Opgewekt stond.
3.14.
Na het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. heeft Op Naar Nul een groot aantal aanvragen ingediend namens de vereniging. De BOSA-subsidie is aangevraagd door [medewerker gedaagd bedrijf 1] op 6 juni 2023. [medewerker gedaagd bedrijf 1] werkte eerst voor Sportief Opgewekt B.V. en vervolgens voor Op Naar Nul. Op 24 juli 2023 is een ISDE-subsidie voor warmtepompen aangevraagd, op 26 juli 2023 heeft Op Naar Nul een verzoek tot wijziging van de installatiedatum ingediend bij RVO en op 25 september 2023 heeft Op Naar Nul aanvullende gegevens verstrekt aan RVO. Op 20 december 2023 heeft Op Naar Nul een tweede ISDE-subsidie voor een warmtepomp aangevraagd. Op 1 juni 2023 heeft Op Naar Nul een IAS-subsidie aangevraagd bij de gemeente Den Haag. Op Naar Nul heeft ook een omgevingsvergunning aangevraagd bij deze gemeente. Uit deze gang van zaken volgt dat Op Naar Nul onverminderd verantwoordelijkheid nam voor het indienen en begeleiden van meerdere subsidieaanvragen van de vereniging.
3.15.
De vereniging wijst verder op een machtingsformulier dat dateert van 18 mei 2023 en dus van na het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. Met dit formulier machtigt de vereniging Sportief Opgewekt B.V. en [medewerker gedaagd bedrijf 1] als penvoerder. De machtiging omvat het indienen van de subsidieaanvraag, het uitvoeren van (rechts)handelingen die te maken hebben met de aanvraag tot en met de subsidieverlening en het uitvoeren van (rechts)handelingen die te maken hebben met de subsidieverlening gedurende de gehele projectlooptijd. Als voorbeeld wordt genoemd het indienen van rapportages, het melden van veranderingen en het indienen van een aanvraag tot het vaststellen van de subsidie. Partijen zijn het er niet over eens op welke subsidieaanvraag dit machtigingsformulier ziet. Ook als dit formulier niet ziet op de BOSA-aanvraag van juni 2023 (maar op de ISDE-aanvraag) geldt dat [medewerker gedaagd bedrijf 1] ter zitting heeft verklaard dat Op Naar Nul ook een machtiging had voor de BOSA-aanvraag met een sterk vergelijkbare tekst. Uit dit machtigingsformulier volgt te meer dat Op Naar Nul niet alleen het indienen van aanvragen maar ook het begeleiden van het subsidietraject gedurende de gehele projectlooptijd tot haar taak rekende.
3.16.
Ter zitting heeft Op Naar Nul naar voren gebracht dat zij de hiervoor (in 3.14) genoemde aanvragen niet uit eigen beweging heeft gedaan maar steeds na een telefonisch verzoek daartoe van de vereniging. Deze verzoeken waren telkens nieuwe overeenkomsten van opdracht en zo’n verzoek lag er niet voor het indienen van een aanvraag om verlenging van de projectperiode, aldus Op Naar Nul. In dit standpunt wordt zij niet gevolgd.
3.17.
In het dossier zit namelijk een e-mail van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) van 4 mei 2024. Deze e-mail is gericht aan mevrouw [medewerker gedaagd bedrijf 2] van Op Naar Nul en de heer [medewerker vereniging] van de vereniging en heeft als onderwerp ‘herinnering einde projectdatum’. Hierin staat dat de projectperiode van de subsidieaanvraag op 1 juni 2024 eindigt, dat bij het indienen van de aanvraag een projectperiode van 1 augustus 2023 tot en met 1 juni 2024 is opgegeven en dat het van belang is dat alle kosten binnen deze periode zijn gemaakt. Verder staat er dat mocht het project uitlopen, dit met het wijzigingsformulier kan worden doorgegeven en dat dan de projectperiode wordt verlengd zodat alle kosten daarbinnen vallen. Voor kosten buiten de projectperiode wordt geen subsidie toegekend, aldus de e-mail. [medewerker vereniging] heeft deze e-mail op 4 mei 2024 doorgestuurd aan [medewerker gedaagd bedrijf 1] : “
Graag je aandacht m.b.t. onderstaand schrijven van BOSA. Het mag toch niet zo zijn dat als we de vergunning hopelijk rond de zomer hebben we de BOSA gaan mislopen.”
3.18.
Zowel DUS-I als de vereniging heeft het verstrijken van de projectperiode en het eventueel mislopen van de subsidie dus uitdrukkelijk onder de aandacht gebracht van Op Naar Nul. Uit de e-mail van [medewerker vereniging] blijkt dat hij ervan uitging dat [medewerker gedaagd bedrijf 1] dit zou adresseren en ter zitting heeft Op Naar Nul ook erkend dat zij telkens gehoor gaf aan verzoeken van de vereniging. In dit kader is van belang dat [medewerker gedaagd bedrijf 1] bij e-mail van 17 oktober 2024 en wijzigingsformulier van 18 oktober 2024 alsnog (en dus te laat) een verlenging van de projectperiode tot 1 december 2024 heeft aangevraagd. Dit verzoek is niet gehonoreerd. Weliswaar voert Op Naar Nul aan dat zij deze tardieve aanvraag op telefonisch verzoek van [medewerker vereniging] heeft gedaan, terwijl de vereniging stelt zij er niet van op de hoogte was dat Op Naar Nul deze aanvraag deed, maar het feit dát Op Naar Nul alsnog een verlengingsverzoek heeft gedaan, onderstreept op zichzelf al dat zij het indienen van deze aanvraag in de onderlinge verhouding met de vereniging als haar taak zag.
3.19.
Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden mocht de vereniging er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Op Naar Nul tijdig verlenging van de aanvankelijk opgegeven projectperiode zou vragen, te meer omdat partijen het erover eens zijn dat dit een eenvoudige administratieve handeling is. Dat Op Naar Nul geen partij was bij een overeenkomst met de vereniging, dat Sportief Opgewekt B.V. op grond van de overeenkomst geen termijnen behoefde te bewaken en dat Op Naar Nul niet betaald kreeg voor haar werkzaamheden maakt dat niet anders. In dit kader heeft Op Naar Nul naar voren gebracht dat zij haar werkzaamheden onbezoldigd heeft verricht, omdat alleen Sportief Opgewekt een factuur aan de vereniging heeft gestuurd voor een bedrag van € 5.747,50 en dat de daarbij gedeclareerde vijftig uur “meer dan gemaakt zijn in de oude entiteit.” Maar ook als Op Naar Nul haar werkzaamheden coulancehalve en uit service, fatsoen en welwillendheid heeft verricht, zoals zij aanvoert, mocht van haar worden verwacht dat zij in het zicht van het verstrijken van de projectperiode actie zou ondernemen.
3.20.
Op Naar Nul wist namelijk, althans moest weten, dat de vereniging rekende op haar deskundigheid en afhankelijk was van haar inspanningen op dit vlak. Hierbij is de hoedanigheid van partijen relevant: enerzijds een sportvereniging en anderzijds een professionele partij met deskundigheid en ervaring op het gebied van subsidietrajecten, waaronder de BOSA-subsidie. Verder is van belang dat de potentiële schade als de projectperiode niet zou worden verlengd, namelijk het verlies van de volledige BOSA-subsidie, voorzienbaar, groot en eenvoudig vermijdbaar was. En als Op Naar Nul het wijzigingsformulier om wat voor reden dan ook niet (tijdig) wilde of kon indienen, moest zij dit gezien de voorgeschiedenis in elk geval laten weten aan de vereniging, zodat de vereniging zelf kon zorgdragen voor het indienen van het bedoelde formulier. Gelet op het voorgaande is de conclusie dat Op Naar Nul een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens de vereniging door niet tijdig een aanvraag om verlenging van de projectperiode in te dienen althans niet tegen de vereniging te zeggen dat zij dit zelf moest doen.
3.21.
Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of de vereniging in oktober 2022 op de hoogte is gesteld van het faillissement van Sportief Opgewekt B.V. Op de zitting is hierover gesproken met partijen. Volgens [medewerker gedaagd bedrijf 1] heeft hij de dag na het faillissement gebeld met [medewerker vereniging] . Hij heeft gezegd dat Sportief Opgewekt B.V. failliet was verklaard en dat ze gingen kijken of de activiteiten konden worden voorgezet. [medewerker vereniging] heeft echter gezegd dat dit gesprek met [medewerker gedaagd bedrijf 1] nooit heeft plaatsgevonden. Wat hiervan ook zij: ook als de vereniging wist van het faillissement in oktober 2022 mocht zij, gezien het hiervoor omschreven handelen van Op Naar Nul in de periode daarna, erop vertrouwen dat Op Naar Nul tijdig een aanvraag tot verlenging van de projectperiode voor haar zou indienen.
De overige gedaagden hebben niet onrechtmatig gehandeld
3.22.
De vereniging heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de overige gedaagden, te weten [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] , ook onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld. In de dagvaarding stelt zij slechts dat de overige gedaagden als voormalig bestuurders en feitelijk beleidsbepalers van Sportief Opgewekt B.V. de vereniging hadden moeten informeren over het faillissement en over het feit dat verder geen uitvoering zou worden gegeven aan de overeenkomst. Volgens de vereniging is bovendien de schijn gewekt dat onverkort uitvoering werd gegeven aan de overeenkomst met Sportief Opgewekt B.V. Hiermee miskent de vereniging dat een fout van Sportief Opgewekt B.V. althans Op Naar Nul niet automatisch een fout van haar (indirect) bestuurders oplevert. Zij heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot het oordeel dat dit tevens als onrechtmatig handelen van de (indirect) bestuurders van Sportief Opgewekt B.V. moet worden aangemerkt. Zij merkt slechts op dat de onrechtmatige daad van Op Naar Nul ook als ernstig verwijtbaar handelen van de overige gedaagden geldt, maar heeft dit tegenover de betwisting door de overige gedaagden op geen enkele manier nader uitgewerkt. De vorderingen tegen de overige gedaagden zullen dan ook worden afgewezen.
Causaal verband: de subsidievaststelling zou alleen voor de sportveldverlichting anders zijn geweest
3.23.
Volgens de vereniging bestaat causaal verband tussen de onrechtmatige daad van Op Naar Nul en de (gestelde) schade, omdat de subsidie behouden was gebleven en de schade niet zou zijn ontstaan indien tijdig een verlenging van de projectperiode zou zijn aangevraagd.
3.24.
De rechtbank moet een vergelijking maken tussen (i) de feitelijke situatie na de normschending en (ii) de hypothetische situatie zoals die zou zijn geweest als de normschending zou zijn uitgebleven. Wat de feitelijke situatie betreft, gaat het om de vaststelling van wat daadwerkelijk is voorgevallen. Wat de hypothetische situatie betreft, gaat het om de vaststelling van wat feitelijk zou zijn gebeurd zonder de normschending. [4]
3.25.
In de feitelijke situatie is niet vóór het verstrijken van de projectperiode een verlenging van die periode aangevraagd bij DUS-I, niet door Op Naar Nul en niet door de vereniging. De subsidie is vervolgens op nihil vastgesteld bij beschikking van 5 juni 2025. In deze beschikking staat onder meer dat alle uitgevoerde activiteiten buiten de projectperiode hebben plaatsgevonden. Het bezwaar van de vereniging tegen de vaststellingsbeschikking is op 13 november 2025 ongegrond verklaard. In de beslissing op bezwaar staat dat de projectperiode niet alsnog kan worden verlengd in de bezwaarfase en dat de activiteiten met betrekking tot de sportveldverlichting hebben plaatsgevonden in de periode van 10 oktober 2024 tot 16 december 2024 en dus buiten de projectperiode. De beslissing om de subsidie op nihil vast te stellen, is gehandhaafd. Tegen de beslissing op bezwaar is geen beroep ingesteld, zo heeft de vereniging op de zitting verklaard.
3.26.
In de hypothetische situatie zou Op Naar Nul, althans de vereniging, tijdig – dat wil zeggen: binnen de projectperiode van 1 augustus 2023 tot 1 juni 2024 – een verlenging van die periode hebben aangevraagd. Voldoende aannemelijk is dat DUS-I hiermee zou hebben ingestemd. Hoewel Op Naar Nul aanvoert dat de projectperiode niet automatisch zou zijn verlengd, heeft zij ter zitting bevestigd dat DUS-I toetst aan de voorwaarden die zijn genoemd in de e-mail van de heer [ambtenaar] , subsidiemedewerker BOSA, van 9 februari 2026. In deze e-mail staat het volgende: “
Als u enkel de einddatum projectperiode wilt wijzigen, dan volstaat het als u alleen de nieuwe einddatum invult. We toetsen of het verzoek tot wijziging binnen de projectperiode is gedaan, of de ondertekening op het wijzigingsformulier conform bevoegdheid KvK is en of de nieuwe einddatum projectperiode wel binnen de maximale 3 jaar projectperiode valt. Als de nieuwe einddatum projectperiode een stuk verder in de toekomst ligt kan er een vraag worden gesteld of de werkzaamheden wel zijn gestart binnen 9 maanden na verlening. Dit is een van de eisen van een BOSA subsidieaanvraag vooraf.” Ter zitting heeft Op Naar Nul bevestigd dat aan deze voorwaarden zou zijn voldaan, zodat de verlenging zou zijn toegewezen.
3.27.
De vervolgvraag is of de subsidie op een ander bedrag (dan nihil) zou zijn vastgesteld, indien de projectperiode zou zijn verlengd. Op Naar Nul heeft aangevoerd dat de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, niet zijn uitgevoerd, zodat er hoe dan ook geen recht op subsidie bestond. Vervolgens heeft de vereniging facturen en betalingsbewijzen van verlichting en aanverwante werkzaamheden van 10 oktober 2024 tot en met 24 januari 2025 in het geding gebracht. Hieruit volgt volgens haar dat nieuwe led-verlichting is geïnstalleerd op de sportvelden van de vereniging. Ter zitting heeft zij verklaard dat dit project op 16 december 2024 is afgerond en dat vindt bevestiging in de voornoemde beslissing op bezwaar. Op Naar Nul heeft vervolgens niet meer betwist dat de sportveldverlichting daadwerkelijk is gerealiseerd in de genoemde periode, zodat dit vaststaat. Gezien de hiervoor in 3.26 geciteerde e-mail is voldoende aannemelijk dat een verlenging van de projectperiode, in die zin dat het realiseren van de sportveldverlichting binnen de verlengde projectperiode zou zijn afgerond, tot de mogelijkheden behoorde. Dit betekent dat aannemelijk is dat de subsidie in de hypothetische situatie niet op nihil zou zijn vastgesteld, en dat een subsidiebedrag voor de sportveldverlichting zou zijn vastgesteld.
3.28.
Dit is anders voor de subsidie voor de warmtepompen en isolatiemaatregelen. Vaststaat dat de vereniging deze werkzaamheden niet heeft uitgevoerd. Op vragen van de rechtbank heeft de vereniging op de zitting geantwoord dat deze werkzaamheden niet zijn uitgevoerd omdat zij het voorschot van de BOSA-subsidie moest terugbetalen. Het was de bedoeling om eerst de veldverlichting te realiseren en daarna pas de warmtepompen en isolatiemaatregelen. Hiervoor had zij bij een verlenging met twee jaar genoeg tijd gehad. Er waren al offertes en een besluit van het hoofdbestuur, aldus de vereniging.
3.29.
Hiermee heeft de vereniging tegenover de betwisting door Op Naar Nul onvoldoende gesteld voor de conclusie dat ook voor de warmtepompen en isolatiemaatregelen subsidie zou zijn vastgesteld. Weliswaar werd de subsidie voor maximaal drie jaar verstrekt, maar uit de voornoemde e-mail van [ambtenaar] blijkt ook dat, als de nieuwe einddatum een stuk verder in de toekomst ligt, de vraag kan worden gesteld of de werkzaamheden wel zijn gestart binnen negen maanden na verlening (in dit geval: op 13 september 2023). Hieraan wordt ook getoetst bij de vaststelling van de subsidie. Daaruit blijkt enerzijds dat de verlenging van de projectperiode tot de maximale termijn van drie jaar geen automatisme was, en anderzijds dat de werkzaamheden wel later mochten eindigen maar niettemin binnen negen maanden na subsidieverlening moesten worden gestart. Hierover heeft de vereniging echter geen stellingen geformuleerd. De vereniging heeft evenmin inzicht gegeven in het tijdspad voor het realiseren van de warmtepompen en isolatiemaatregelen. Zij heeft niet met stukken onderbouwd dat en wanneer de warmtepompen en isolatiemaatregelen zouden zijn gerealiseerd, noch dat de terugbetaling van het voorschot van € 104.574,08 op 25 juni 2025 feitelijk in de weg heeft gestaan aan het uitvoeren van deze werkzaamheden. Daarbij is van belang dat de totale kosten in de subsidiebeschikking op € 439.636,00 zijn begroot, waarvan € 159.444,00 voor de sportveldverlichting. Ter zitting is duidelijk geworden dat de vereniging voor het realiseren van de maatregelen zowel afhankelijk was van de BOSA-subsidie van maximaal 30% van de kosten, als van een IAS-subsidie van de gemeente Den Haag voor 60% van de kosten. Wat het verlengen van de projectperiode van de BOSA-subsidie zou betekenen voor het verkrijgen en behouden van de IAS-subsidie heeft de vereniging niet toegelicht. Al met al is onvoldoende onderbouwd dat de warmtepompen en isolatiemaatregelen wél zouden zijn gerealiseerd en dat de werkzaamheden voldoende tijdig zouden zijn gestart én afgerond om aanspraak te kunnen maken op subsidie voor deze werkzaamheden, indien de projectperiode zou zijn verlengd en het voorschot op de BOSA-subsidie niet zou zijn terugbetaald in juni 2025. Dat in de hypothetische situatie wél subsidie zou zijn vastgesteld voor de warmtepompen en isolatiemaatregelen is dan niet aannemelijk.
De schade is € 47.833,20
3.30.
De vereniging stelt dat daadwerkelijk kosten zijn gemaakt voor het installeren van de sportveldverlichting tot een bedrag van € 190.000,00. Op Naar Nul betwist dit niet. Zij voert wel aan dat de kosten van de sportveldverlichting in de beschikking van 6 oktober 2023 zijn vastgesteld op maximaal € 159.444,00, waarvan 30% en dus € 47.833,20 zou zijn gesubsidieerd, zodat dit het daadwerkelijke schadebedrag is. Dit is niet weersproken door de vereniging, zodat de rechtbank hiervan uitgaat. Dit betekent dat de schade die de vereniging heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige daad van Op Naar Nul € 47.833,20 bedraagt.
3.31.
Waar Op Naar Nul stelt dat de vereniging voordeel heeft genoten in de vorm van rente over het voorschotbedrag dat zij lange tijd op haar rekening heeft gehad, miskent zij dat de vereniging dit voorschotbedrag óók (en ten minste even lang) op haar rekening zou hebben gehad indien de projectperiode wel tijdig zou zijn verlengd. Van een voordeel als gevolg van de onrechtmatige daad van Op Naar Nul is aldus geen sprake. [5] Voor het verminderen van de schade met de ontvangen rente bestaat dan ook geen grond.
De schadebeperkingsplicht van de vereniging
3.32.
Op Naar Nul stelt dat de vereniging haar schadebeperkingsplicht heeft geschonden: zij had zelf om verlenging van de projectperiode moeten vragen en had DUMAVA- en IAS-subsidies moeten aanvragen, waarmee subsidie zou zijn verkregen voor een deel van de schade, aldus Op Naar Nul. Voor vermindering van de schadevergoeding op grond van artikel 6:101 lid 1 BW Pro bestaat echter geen grond. De rechtbank licht dat toe.
3.33.
Weliswaar was de vereniging op de hoogte van het naderende einde van de projectperiode en had zij ook zelf verlenging van de projectperiode kunnen aanvragen, maar zij ging er nu juist van uit - en mocht ervan uitgaan - dat Op Naar Nul dit zou doen (zie 3.19 en 3.20). Daarom had zij geen aanleiding om de verlengingsaanvraag zelf in te dienen en kan haar niet worden tegengeworpen dat zij dit niet heeft gedaan.
3.34.
Uit de randnummers 40, 41 en 66 van de conclusie van antwoord en wat op zitting met partijen is besproken, leidt de rechtbank af dat de stelling dat de vereniging DUMAVA-subsidie had moeten aanvragen, ziet op de nog niet uitgevoerde activiteiten (warmtepompen en isolatiemaatregelen) en dus niet op de schade in de vorm van de misgelopen subsidie voor de sportveldverlichting. Nu alleen laatstgenoemde schadepost voor vergoeding in aanmerking komt, behoeft het verweer in zoverre geen verdere bespreking.
3.35.
De stelling dat de vereniging gehouden is om IAS-subsidie aan te vragen bij de gemeente Den Haag wordt niet gevolgd. Niet alleen is deze subsidie daadwerkelijk aangevraagd op 1 juni 2023 en verleend op 4 oktober 2024, maar ter zitting is ook vast komen te staan dat voor dezelfde activiteiten zowel BOSA- als IAS-subsidie kan worden verleend. Hoe het aanvragen van IAS-subsidie de schade als gevolg van het mislopen van de BOSA-subsidie had kunnen voorkomen, is dan onvoldoende toegelicht.
Op Naar Nul moet € 47.833,20 betalen plus wettelijke rente vanaf 2 juli 2025
3.36.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering van de vereniging toewijsbaar is ten opzichte van Op Naar Nul. Zij moet een schadevergoeding van € 47.833,20 betalen.
3.37.
De vereniging vordert dat Op Naar Nul wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente over het toewijsbare bedrag vanaf 2 juli 2025 althans vanaf de dag van dagvaarding. Wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW is echter niet verschuldigd over schadevergoeding uit onrechtmatige daad. [6] In plaats hiervan is de wettelijke rente toewijsbaar vanaf 2 juli 2025, zoals is gevorderd, omdat vaststaat dat het voorschot op de BOSA-subsidie op 25 juni 2025 is terugbetaald door de vereniging.
Op Naar Nul hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen
3.38.
De vereniging vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke (handels)rente. Deze vordering wordt afgewezen. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en ter zake van verrichtingen waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv een vergoeding plegen in te sluiten, kan geen vergoeding op grond van artikel 6:96 lid 2 BW Pro worden toegekend (zie artikel 241 Rv Pro). De werkzaamheden die de vereniging noemt in randnummer 84 van de dagvaarding vallen onder verrichtingen ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak en komen daarom niet afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking.
Op Naar Nul moet de beslagkosten van € 3.023,11 betalen
3.39.
De vereniging vordert Op Naar Nul te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is, gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro, toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 305,11 voor kosten deurwaardersexploten, € 1.428,00 voor griffierecht en € 1.290,00 voor salaris advocaat (1 punt × € 1.290,00), totaal € 3.023,11.
Op Naar Nul moet de proceskosten van € 9.782,57,57 betalen
3.40.
Op Naar Nul krijgt ongelijk. Zij daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vereniging worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,57
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
9.782,57
3.41.
De gevorderde wettelijke rente over de beslagkosten, proceskosten en nakosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.42.
De vorderingen van de vereniging tegen de overige gedaagden zullen worden afgewezen. Zij krijgt in zoverre ongelijk en zal worden veroordeeld in de proceskosten van de overige gedaagden. Nu alle gedaagden dezelfde advocaat hebben en niet bij afzonderlijke processtukken verweer hebben gevoerd, zullen de proceskosten worden begroot op nihil.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.43.
Dit vonnis zal, zoals de vereniging heeft gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dit betekent dat dit vonnis meteen ten uitvoer kan worden gelegd, ook als een van partijen hoger beroep instelt. Uitgangspunt is namelijk dat een veroordeling hangende hoger beroep uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidsstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Wat Op Naar Nul aanvoert, namelijk dat zij van een toewijzend vonnis ‘zeker in hoger beroep zal komen’ en dat er conservatoir beslag is gelegd door de vereniging, is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. Hiermee heeft zij namelijk onvoldoende toegelicht dat haar belang zwaarder weegt dan dat van de vereniging.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
veroordeelt Op Naar Nul tot betaling aan de vereniging van een schadevergoeding van € 47.833,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 2 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Op Naar Nul in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.023,11, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt Op Naar Nul in de proceskosten van € 9.782,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Op Naar Nul niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt Op Naar Nul tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
veroordeelt de vereniging in de proceskosten van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] , tot op heden begroot op nihil,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.L. van de Sande en in het openbaar uitgesproken op
15 april 2026.
1906

Voetnoten

1.Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2034, overweging 3.1.2.
2.Hoge Raad 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2213, overweging 3.4.
3.Hoge Raad 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1889, overweging 3.2.2.
4.Vgl. Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987.
5.Vgl. Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483, overweging 4.4.3.
6.Vgl. Hoge Raad 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:596, overweging 3.2.