Uitspraak
beschikking van de kantonrechter van 19 februari 2026
[curator] ,
[curandus/rechthebbende] ,
28 juli 2025:
[voormalig bewindvoerder] ,
De procedure
De feiten
inkomen via werkgever vs. Draagkracht. Aanvraag wajong, arbeidskracht beoordeling. (…) is momenteel alleen aan het “handje aan het meelopen” met moeder haar inzet (…) zijn inkomen is nu afhankelijk van zijn draagkracht of daadkracht. Nu geen inkomen meer! (…)”
Momenteel niet voldoen aan participatie-eisen; de arbeidsdraagkracht nader onderzoeken. Beoordeling arbeidsvermogen via UWV; en het loon-waardemeting onderzoeken; nu: 60/40%”.
Het verzoek en het verweer
De beoordeling
net als jij had ik de indruk dat hij werkte en dat ze beiden trots waren op eigen inkomen en hij was op kantoor in zijn werkkleding.” Onder die mail zitten mails uit maart 2025 tussen die andere bewindvoerder en (mogelijk) moeder, waarin staat dat rechthebbende niet meer in [plaats 1] maar in [plaats 2] werkt. Dat zegt echter niets over de stand van zaken op en na 15 mei 2025, de start van het bewind.
De beslissing
- veroordeelt [voormalig bewindvoerder] als voormalig bewindvoerder van [curandus/rechthebbende] tot betaling aan [curandus/rechthebbende] (op diens beheerrekening) van een bedrag van € 1.852,89 (zegge achttienhonderd tweeënvijftig euro en negenentachtig cent);
- wijst af het meer of anders gevorderde.