Uitspraak
1.De procedure
- de aanvullende producties 24-36 van [de eiseres] ,
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,
- de pleitnota van (de gemachtigde van) [de eiseres] ,
- de pleitnota van (de gemachtigde van) Groeisaam.
2.De feiten
“(…)Het voorstelHet voorstel is een onderzoek naar de veiligheid binnen het team (…)”. [de eiseres] heeft haar zienswijze op het onderzoeksverslag schriftelijk kenbaar gemaakt (productie 9 bij de dagvaarding), waarin zij onder andere bezwaar aantekende tegen de aanpassing in de onderzoeksopzet. Daarna is de onderzoeksopzet veranderd naar:
“(…)Het voorstelHet voorstel is een onderzoek n.a.v. meldingen van onveiligheid binnen het team (…)”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Chelbi/Klene)). In het algemeen geldt dat een non-actiefstelling of vrijstelling van werk tegen de zin van de werknemer een zeer ingrijpende maatregel is die voor de werknemer vaak een diffamerend karakter heeft. Voor een dergelijke ingrijpende maatregel moet sprake zijn van een redelijke en zwaarwegende grond, gelet op het in beginsel zwaarwegende belang van de werknemer om de bedongen arbeid te kunnen blijven verrichten.
De problematiek’ op de laatste pagina van de eindversie van het onderzoekrapport, productie 10 bij de dagvaarding). Al vanaf haar kennisname van de eerste versie van het onderzoeksrapport heeft [de eiseres] bezwaar gemaakt tegen diverse facetten van het onderzoek, in het bijzonder wat betreft de onderzoeksvraag- en opzet, de uitvoering van het onderzoek en het daarop gebaseerde rapport. Het voert het bestek van deze procedure te ver om na te gaan in hoeverre de door [de eiseres] opgeworpen bezwaren tegen het onderzoek gegrond zijn. Daarvoor is nader feitenonderzoek nodig, waarvoor in deze kortgedingprocedure naar haar aard geen plaats is. Wat ook zij van (de zorgvuldigheid van) het onderzoek, de uitkomst daarvan (het onderzoeksrapport) is gedeeld met het (aanwezige deel van het) MT en heeft geleid tot het ontvallen van diens commitment/draagvlak voor [de eiseres] . In dat licht kan de wens van Groeisaam om [de eiseres] ‘uit de school te halen’ rekenen op begrip van de kantonrechter. Aan die wens is aanvankelijk vormgegeven door afspraken met [de eiseres] te maken over haar aanwezigheid op De Peppel – [de eiseres] zou haar werkzaamheden tot