Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2924

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
05/257788-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 322 SrArt. 4 Penitentiaire beginselenwetArt. 6:2:10 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen geënsceneerde overval op winkel met verduistering

Op 10 januari 2025 vond een in scène gezette overval plaats in de Kruidvat in Lochem, waarbij verdachte, werkzaam als leidinggevende, medewerking verleende aan de medeverdachte die de rol van overvaller op zich nam. Verdachte gaf toegang tot de kantoorruimte met kluis, toetste de kluiscode in en liet de medeverdachte de inhoud meenemen, bestaande uit geld, postzegels en krasloten ter waarde van ruim 29.000 euro.

De rechtbank oordeelde dat verdachte niet het slachtoffer was, maar actief heeft meegewerkt aan de overval. Zij had meerdere momenten om alarm te slaan of hulp in te roepen, maar deed dit niet. De aanwezigheid van het telefoonnummer van de medeverdachte in haar telefoon en de locatiegegevens van haar eigen telefoon ondersteunden het scenario van samenwerking.

De rechtbank verklaarde verdachte schuldig aan medeplegen van verduistering in dienstbetrekking en veroordeelde haar tot een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd zij veroordeeld tot betaling van €29.403,80 aan materiële schade aan Kruidvat AS Watson, vermeerderd met wettelijke rente. De schadevergoedingsmaatregel werd niet opgelegd omdat de benadeelde partij een rechtspersoon is.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf en betaling van €29.403,80 schadevergoeding wegens medeplegen van een geënsceneerde overval.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-257788-25
Datum uitspraak : 13 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] [woonplaats] .
raadsman: mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat in Roosendaal.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
zij op of omstreeks 10 januari 2025 te Lochem ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
in uit/een winkel
- een hoeveelheid geld (in totaal 24.415,99 euro) en/of
- een of meer rollen muntgeld (in totaal 181,50 euro) en/of
- postzegels (met een totale waarde van 4.070,40 euro) en/of
- krasloten (met een totale waarde van 917,50 euro),
in elk geval enig goed,
dat geheel of ten dele toebehoorde aan Kruidvat Lochem AS Watson,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar
mededaders,
en welk goed verdachte en/of haar mededaders,
uit hoofde van haar/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten
verkoopmedewerkster in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich
hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
zij op of omstreeks 10 januari 2025 te Lochem ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in uit/een winkel
- een hoeveelheid geld (in totaal 24.415,99 euro) en/of
- een of meer rollen muntgeld (in totaal 181,50 euro) en/of
- postzegels (met een totale waarde van 4.070,40 euro) en/of
- krasloten (met een totale waarde van 917,50 euro),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat Lochem
AS Watson, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte het slachtoffer is. Er is geen sprake geweest van een vooropgezet plan met de medeverdachte [medeverdachte] , omdat verdachte pas op een later moment wist dat zij moest werken. Regels over of er klanten in het kantoor van de winkel mochten komen, waren niet duidelijk. De camerabeelden ondersteunen de verklaring van verdachte. Verdachte raakte in paniek door de overval en wist toen ze terugkwam in de winkel niet wat ze moest doen. Dat het nummer van medeverdachte [medeverdachte] in de telefoon van de verdachte stond opgeslagen, komt door haar ex-vriend [naam 1] , die destijds in de gevangenis zat.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft verklaard dat zij op 10 januari 2025 rond 19.00 uur aan het werk was als leidinggevende in de Kruidvat in Lochem . Een man sprak haar aan en vroeg of hij naar het toilet mocht. Verdachte heeft deze man vervolgens meegenomen naar de kantoorruimte, waar zich tevens de kluis bevindt. In het kantoor heeft verdachte de code van de kluis ingetoetst voor de man. Verdachte vertelde de man dat het een 10 minutenkluis betrof. De man ging daarop naar het toilet in het kantoor en bleef daar een paar minuten. Kort daarna kwam een collega van verdachte, [medewerker 1] , binnen en vroeg om een product. De man kwam, nadat [medewerker 1] weg was, weer uit het toilet, zag dat de kluis open was en gooide de inhoud daarvan in een tas. De man verliet de winkel met de gevulde tas en nam de telefoon van verdachte mee. Verdachte is daarna de winkel ingelopen en heeft alarm geslagen. [2]
Uit de kluis is weggenomen een geldbedrag van € 24.415,99,- aan biljetten, € 181,50,- aan rollen muntgeld, € 917,50,- aan krasloten en € 4.070,40,- aan postzegels. [3]
Uit de camerabeelden bleek dat verdachte om 19:08 uur met de man het kantoor binnen ging. Om 19:13 uur opende verdachte de deur van het kantoor en keek zij de winkel in, waarna ze de deur weer dicht deed. Om 19:15 uur kwam [medewerker 1] het kantoor binnen. [4] Om 19:23 uur liep verdachte de winkel weer in en sloeg zij alarm. [5]
De districtsmanager van de Kruidvat, [naam 2] , heeft verklaard dat geen klanten toegelaten mogen worden in de kantoorruimte en dat alle medewerkers van die regel op de hoogte zijn. Ook [medewerker 2] , medewerker van de Kruidvat in Lochem , heeft verklaard dat dit niet mag en dat deze regel in het handboek staat. [6] De kluis wordt 1 keer per maand geleegd en dat stond gepland voor 25 januari 2025. In de kluis zat de opbrengst van kerst en oud en nieuw, waardoor er meer geld in de kluis zat dan normaal. [7]
Verdachte heeft verklaard dat op het moment dat zij aan het werk was en in het kantoor met de overvaller stond, dat zij haar telefoon in haar zak had. Als verdachte de winkel moest openen, was zij op de hoogte van de hoeveelheid geld in de kluis. Dat was ongeveer 2 keer in de week. [8] Verdachte verklaarde ook dat zij wist dat als er een code met één cijfer hoger of lager wordt ingetoetst op de kluis, deze opengaat én dat er een onopvallend signaal naar de meldkamer van de politie gaat. [9]
Verdachte wilde niet haar inloggegevens van Find my Iphone aan de politie geven, ondanks dat de politie liet weten dat ze niet geïnteresseerd waren in foto’s, maar haar telefoon wilde opsporen zodat ze verder zouden kunnen met het onderzoek. [10]
Verdachte zag dat haar weggenomen telefoon zich in de nacht van 10 op 11 januari 2025 bevond aan [adres 2] in [plaats 1] en aan [adres 3] in [plaats 2] . Daarop werden de mastgegevens opgevraagd over deze locaties. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] bleek het enige telefoonnummer te zijn dat die nacht heeft aangestraald op beide masten op de locaties in [plaats 1] en [plaats 2] . Dit telefoonnummer bleek in gebruik te zijn bij [naam 1] . [11] Verdachte heeft verklaard dat zij [naam 1] kende en in januari 2025 een relatie met hem had. [12]
In de iPhone 11 van verdachte, die zij na de overval tijdelijk in gebruik had, stond het telefoonnummer [telefoonnummer 2] opgeslagen onder de naam ‘‘
M’’. [13] Uit de politiesystemen kwam naar voren dat telefoonnummer [telefoonnummer 2] in 2024 is gekoppeld aan medeverdachte [medeverdachte] . [medeverdachte] is een contact van [naam 1] [14]
Door verbalisanten werd op de camerabeelden van de Kruidvat de overvaller herkend als medeverdachte [medeverdachte] . Verbalisant [verbalisant 1] herkende [medeverdachte] onder meer aan de vorm van zijn wenkbrauwen en zijn ooghoeken die naar beneden wijzen. [15] Verbalisant [verbalisant 3] herkende [medeverdachte] ook als de overvaller aan de baardgroei, vorm van zijn neus, vollere lippen en dikke wenkbrauwen. [16]
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat verdachte in strijd met de bedrijfsregels medeverdachte [medeverdachte] toegang heeft verschaft tot de kantoorruimte waarin zich de kluis bevond. Anders dan de verdediging heeft bepleit, is uit de verklaringen van de districtsmanager en een medewerker naar voren gekomen dat deze regels voor alle medewerkers golden en duidelijk waren. Daarnaast had verdachte op meerdere momenten tijdens de overval de gelegenheid om zich aan de situatie te onttrekken of hulp in te roepen, door bijvoorbeeld het stilalarm op de kluis te activeren of haar collega [medewerker 1] in te seinen toen hij het kantoor binnen kwam. Maar ook had zij weg kunnen lopen uit het kantoor of haar telefoon kunnen gebruiken toen de overvaller op het toilet verstopt zat. De telefoon zat immers in haar zak. Bovendien verklaart verdachte niet dat zij is bedreigd vóórdat ze de code van de kluis intoetste. Verdachte kan ook niet verklaren waarom zij, tijdens de overval, de deur van het kantoor heeft geopend om de winkel in te kijken. Ook kan zij niet verklaren waarom zij toen niet de winkel in is gegaan om hulp te roepen of om uit de volgens haar dreigende situatie te stappen.
Verder is ook het tijdsverloop van betekenis. Uit de camerabeelden blijkt dat tussen het moment van het kantoor ingaan en het naar buiten lopen door verdachte ruim 15 minuten zit, terwijl de kluis door het tijdslot na 10 minuten opengaat. De rechtbank stelt vast dat verdachte aldus niet direct na afloop van het incident alarm heeft geslagen, iets wat wel voor de hand ligt in een dergelijke dreigende situatie. De rechtbank volgt de verdediging niet in het standpunt dat dit kan worden verklaard door paniek bij verdachte. Verdachte had, zoals in de vorige alinea overwogen, niet alleen na afloop, maar ook gedurende het incident meerdere momenten de gelegenheid om hulp in te roepen of alarm te slaan, zonder dat zij daarvan gebruik heeft gemaakt. De rechtbank acht al met al niet aannemelijk geworden dat verdachte door de medeverdachte werd bedreigd.
De rechtbank overweegt verder dat er een relatie lijkt te bestaan tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , de man die haar volgens haar zou hebben overvallen. Verdachte had niet alleen het nummer dat gekoppeld kan worden aan [medeverdachte] in haar tijdelijke telefoon opgeslagen, ook bevond haar eigen telefoon, die door de overvaller was meegenomen, zich kort na het incident op dezelfde locaties als van [naam 1] , met wie verdachte op dat moment een relatie had, kennen medeverdachte [medeverdachte] en [naam 1] elkaar. Deze omstandigheden wijzen op een onderling verband dat het scenario van een willekeurige overval onaannemelijk maakt. Dat wordt verder onderstreept door het feit dat medeverdachte [medeverdachte] in [plaats 2] woonachtig is, maar een overval heeft gepleegd in Lochem , precies bij de Kruidvat waar verdachte werkzaam was en waar er veel geld in de kluis lag. Door haar leidinggevende functie was verdachte bekend met de hoeveelheid geld in de kluis en dat er op dat moment meer geld in de kluis lag dan normaal. Dat verdachte op een later moment pas wist dat zij moest werken, zoals de verdediging heeft bepleit, doet hieraan niet af. Verdachte had voldoende tijd en gelegenheid om medeverdachte [medeverdachte] in te seinen dat de overval de betreffende avond kon worden gepleegd.
Tot slot is het opmerkelijk dat verdachte niet de inloggegevens van Find my Iphone wilde geven aan de politie, ondanks het gegeven dat de politie liet weten niet op zoek te zijn naar foto’s, maar te willen onderzoeken waar haar telefoon die zou zijn weggenomen zich bevond.
Alle feiten en omstandigheden in onderling samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte en de medeverdachte de overval in scène hebben gezet. Verdachte heeft zich door haar handelen schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. Zij had namelijk vanwege haar functie regelmatig de beschikking over de inhoud van de kluis en maakte ook regelmatig gebruik van die kluis. Daarbij is ook sprake van medeplegen. Verdachte heeft door medeverdachte [medeverdachte] toegang te verschaffen tot de kantoorruimte en de kluiscode voor hem in te toetsen, waarna medeverdachte [medeverdachte] de inhoud meenam, nauw en bewust met hem samengewerkt. De rechtbank acht dan ook het primaire feit onder 1 wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
zij op
of omstreeks10 januari 2025 te Lochem ,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,
opzettelijk
in/uit een winkel
- een hoeveelheid geld (in totaal 24.415,99 euro) en
/of
-
een of meerrollen muntgeld (in totaal 181,50 euro) en
/of
- postzegels (met een totale waarde van 4.070,40 euro) en
/of
- krasloten (met een totale waarde van 917,50 euro),
in elk geval enig goed,
dat geheel
of ten deletoebehoorde aan Kruidvat Lochem AS Watson,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar
mededaders,
en welk goed verdachte en
/ofhaar mededader
s,
uit hoofde van haar/
hunpersoonlijke dienstbetrekking, te weten
verkoopmedewerkster
in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich
hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair:
medeplegen van verduistering gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het plegen van een geënsceneerde overval op de Kruidvat waar zij werkzaam was. Daarbij is zij erg geraffineerd te werk gegaan: niet alleen moest verdachte op het moment van de overval aan het werk zijn, ook heeft zij de overvaller toegang verleend tot de kantoorruimte met de kluis, de code van de kluis ingetoetst en heeft zij het geld door medeverdachte [medeverdachte] laten meenemen. Daarbij was de hoeveelheid geld door de feestdagen in de kluis aanzienlijk hoger dan normaal. Door het geldbedrag, postzegels en loten weg te nemen is er inbreuk gemaakt op het eigendom van de Kruidvat.
De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij haar positie als leidinggevende heeft misbruikt om de overval mogelijk te maken. Juist doordat zij toegang had tot de kluis en bekend was met de code, kon zij het plan faciliteren. Daarmee heeft zij niet alleen het vertrouwen van haar werkgever geschonden, maar ook bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid van haar collega’s op de werkvloer. Verdachte heeft daarbij uitsluitend gehandeld uit financieel gewin en geen oog gehad voor de gevolgen.
Persoon van verdachte
Uit het uittreksel justitiële documentatie van 24 februari 2026 blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Uit het reclasseringsrapport van 12 maart 2026 volgt dat de reclassering geen advies kan uitbrengen gelet op de ontkennende proceshouding van verdachte.
De straf
In strafverminderende zin weegt de rechtbank mee de relatief jonge leeftijd van verdachte. Daartegenover staat dat verdachte een actieve rol heeft vervuld bij het plegen van het feit en daarbij heeft samengewerkt met een ander. De rechtbank rekent het verdachte bovendien aan dat zij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar handelen. Gelet op de ernst van het feit en rekening houdend met de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, ziet de rechtbank geen aanleiding om te volstaan met een andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Alles afwegende is door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De rechtbank zal daarom aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij Kruidvat AS Watson heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 29.403,80,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en vordert de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijkheid.
De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering benadeelde partij.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat (de hoogte van) de schadevordering niet is betwist. De schadeposten zijn verder voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade volledig kan worden toegewezen voor het bedrag van € 29.403,80,-.
Verdachte is vanaf 10 januari 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet af van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. Omdat de benadeelde partij een rechtspersoon is, gaat de rechtbank ervan uit dat in deze zaak geen extra inspanning van de Staat nodig zal zijn bij het incasseren van het geld bij verdachte, als verdachte niet uit zichzelf betaalt.
De rechtbank overweegt dat verdachte en haar medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag hoofdelijk kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover haar medeverdachte de schade heeft vergoed.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Kruidvat AS Watson van € 29.403,80,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon en mr. A.T.G van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 april 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL202508050942, gesloten op 30 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte, p. 201-202.
3.Het proces-verbaal van bevindingen, 233-236.
4.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 282 t/m 290.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 270.
6.Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 259.
7.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 232.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 120 en p. 122.
9.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor, p. 5.
10.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, p. 220.
11.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 392-393.
12.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2026.
13.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 454.
14.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 435-436.
15.Het proces-verbaal van herkenning persoon, p. 448-449.
16.Het proces-verbaal van herkenning persoon, p. 451-452.