Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2950

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
AWB-24_7187-TUS
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 8:51a AwbArt. 8:51b AwbArt. 8:80a AwbArt. 2.16 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij afwijzing tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekte

Eiser heeft een aanvraag ingediend bij het ISBG voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten vanwege longkanker. De SVB wees de aanvraag af omdat volgens een deskundigenpanel van Lexces niet was voldaan aan de minimale blootstellingseis van vijf vezeljaren asbest.

Eiser werkte als automonteur en manager bij verschillende bedrijven en stelde dat hij langdurig en intensief aan asbest was blootgesteld, wat volgens hem onvoldoende in de berekening was meegenomen. Lexces beoordeelde de aanvraag meerdere keren volgens verschillende protocollen, waarbij de meest recente beoordeling uit 2025 een hogere blootstelling vaststelde, mede door toepassing van een correctiefactor.

De rechtbank constateert dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd omdat niet is toegelicht waarom de door eiser gestelde hogere blootstelling niet tot aanpassing van de berekening heeft geleid. Dit is in strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb. Daarom wordt de SVB in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar.

De rechtbank bepaalt een termijn van zes weken voor herstel en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Tevens wordt bepaald dat de SVB binnen twee weken moet melden of zij gebruik maakt van deze herstelmogelijkheid. De procedure blijft beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en stelt de SVB in de gelegenheid het gebrek binnen zes weken te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/7187 T

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB

(gemachtigde: mr. J.G. Starreveld).

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2024 (het primaire besluit) heeft de SVB de aanvraag van eiser voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (Regeling TSB) afgewezen.
Bij besluit van 12 september 2024 (bestreden besluit) heeft de SVB het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door
[persoon A] en [persoon B] van Bureau Lexces (Lexces). Bij de zitting was ook aanwezig
[persoon C] , [functietitel] van Asbestslachtoffers Vereniging Nederland, en gepensioneerd longarts.

Overwegingen

Nadere stukken ontvangen na sluiting onderzoek ter zitting
1. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft eiser bij e-mail van 26 maart 2026 een schrijven van [persoon C] naar de rechtbank gestuurd, waarin [persoon C] in het algemeen ingaat op de Regeling TSB en vervolgens kort ingaat om de situatie van eiser. Dit stuk geeft de rechtbank geen aanleiding tot heropening van het onderzoek. Dit betekent dat het onderzoek niet wordt heropend en dat deze e-mail met bijlage van eiser buiten beschouwing blijft. [1]
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser heeft bij de volgende werkgevers gewerkt: [naam bedrijf 1] van 1986 tot en met 1987 als automonteur, [naam bedrijf 2] van 1987 tot en met 1988 als medewerker spoelkeuken en [naam bedrijf 3] van maart 1988 tot heden als automonteur/manager/keurmeester. Op 19 oktober 2023 heeft eiser bij het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen (ISBG) een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling TSB, omdat bij hem de diagnose longkanker is gesteld.
2.1.
Naar aanleiding van deze aanvraag heeft het ISBG op 21 november 2023 bij eiser een arbeidsanamnese afgenomen, waarvan de bevindingen zijn vastgelegd in het Rapport blootstelling door arbeid (arbeidsanamnese).
Over zijn werk bij [naam bedrijf 1] heeft eiser daarbij verklaard dat hij daar fulltime heeft gewerkt. Zijn dagelijkse werkzaamheden bestonden uit het reviseren van koppelingsplaten. Eiser heeft verklaard dat hij daarbij aan asbest is blootgesteld. Hij boorde de oude voeringen los en verwijderde deze. Vervolgens bracht eiser de nieuwe voeringen aan op de koppelingsplaat. Deze voeringen bestonden uit asbesthoudend materiaal. Tijdens het demonteren van de oude voeringen en het monteren van de nieuwe remvoeringen kwamen asbestvezels vrij door de frictie van de boormachine. Het is de inschatting van eiser dat hij gedurende het hele dienstverband dagelijks 80 tot 100 asbesthoudende remvoeringen verving. Dit werk voerde hij uit zonder enige vorm van bescherming.
Over zijn werk bij horecagelegenheid [naam bedrijf 2] heeft eiser verklaard dat hij daar in de avonduren parttime als afwasmedewerker werkzaam was en daarbij niet in aanraking is gekomen met asbesthoudend materiaal.
Over zijn werk bij [naam bedrijf 3] heeft eiser verklaard dat hij daar fulltime werkt. Van 1988 tot en met 2001 heeft hij daar gewerkt als automonteur/remmenspecialist. Zijn werk bestond voornamelijk uit het controleren en vervangen van remvoeringen, remblokken en remschoenen. Omdat eiser een specialist was op het gebied van remmen en ook verschillende diploma’s heeft gehaald op dit onderdeel, werkte hij relatief veel aan remmen van voertuigen. Verder heeft hij vanaf ± 1997 ook roetmetingen verricht. In 2001 is eiser als manager bij verschillende vestigingen gaan werken en vanaf dat moment bestond zijn werk uit het maken van personeelsplanningen en het toezicht houden op het werk op de werkplaats. Ook in deze functie was hij nog dagelijks aan het werk op de werkplaats. Eiser heeft verklaard dat hij tijdens deze werkzaamheden aan asbest is blootgesteld. De remblokken en remschoenen bevatten asbesthoudend materiaal. Eiser heeft remblokken moeten veilen, wanneer de auto een piepend geluid maakte. Tijdens het veilen van de remblokken kwam er veel asbeststof vrij. Daarnaast heeft eiser de remblokken, de remtrommels en de remschoenen moeten afspuiten met een luchtdrukpistool om deze schoon te maken. Door de frictie van de remschoenen met de remtrommel ontstond er slijtage aan beide onderdelen. Deze slijtage zorgde ervoor dat de losgekomen asbestvezels van beide onderdelen daarop bleven liggen of plakken. Door het schoonblazen van deze onderdelen kwamen dan ook veel asbestvezels vrij. Eiser heeft deze asbestvezels ingeademd, aangezien hij niet beschikte over persoonlijke beschermingsmiddelen. Eiser is in 2018 ziek geworden en bijna twee jaar ziek gebleven. Daarna heeft hij zijn werkzaamheden bij [naam bedrijf 3] hervat en is hij APK-keurmeester geworden. Tijdens het verrichten van de keuringen is hij niet aan asbest blootgesteld, aldus eiser. Naar zijn mening, is eiser als automonteur tot ± 2001 nagenoeg dagelijks op zowel directe als indirecte wijze in zijn werkomgeving aan asbest blootgesteld. Wel verminderde in de loop van de jaren 90 de asbestblootstelling, omdat steeds minder auto’s asbesthoudende remvoeringen hadden. Na 2001 is de blootstelling nog verder verminderd, omdat eiser niet meer zelf aan voertuigen werkte. Wel was hij nog werkzaam in een omgeving waar nog wel asbesthoudende remvoeringen werden verwijderd. Echter door een nieuwe werkwijze, het werken met spoelbakken waarin de remmen werden schoongespoeld voordat ermee werd gewerkt, kwamen er minder asbestvezels vrij in de werkomgeving.
2.2.
Op verzoek van het ISGB heeft een deskundigenpanel van Lexces (Deskundigenpanel) een oordeel gegeven, dat is vastgelegd in de brief van 4 april 2024 aan het ISBG. Daarin komt het Deskundigenpanel, met inachtneming van het afwegingskader causaliteit en het protocol Longkanker door asbest en conform de opgestelde werkwijze van het Deskundigenpanel, tot het oordeel dat er geen sprake is van een beroepsziekte in de zin de van de Regeling TSB. Op basis van medische diagnostiek is primair longkanker vastgesteld. Echter vanuit de blootstellingsbepaling van arbeid verricht in Nederland blijkt dat de minimale blootstellingseis van vijf vezeljaren [2] niet is aangetoond. Daarom is het, volgens het Deskundigenpanel, niet voldoende aannemelijk dat de longkanker is veroorzaakt door de asbestblootstelling tijdens het werk in Nederland. Met de huidige informatie kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van longkanker door asbestblootstelling in de zin van de Regeling TSB. Vervolgens heeft de SVB de aanvraag van eiser, met het besluit van 11 april 2024 afgewezen.
2.3.
In bezwaar heeft het Deskundigenpanel nadere toelichtingen verstrekt op 5 juli 2024 en 5 september 2024. Hierin is een uitleg gegeven over de berekening van het aantal vezeljaren, en is meegedeeld dat aan de asbestblootstelling die eiser heeft ondergaan in totaal 0,9 vezeljaren wordt toegekend. Vervolgens is de SVB overgegaan tot afgifte van het bestreden besluit.
2.4.
De SVB heeft aan het bestreden besluit – kort samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden om voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling TSB in aanmerking te komen. Het Deskundigenpanel heeft een oordeel uitgebracht. Het panel oordeelt dat er geen sprake is van een beroepsziekte in de zin van de TSB-Regeling. Op basis van medische diagnostiek is primair longcarcinoom vastgesteld, echter vanuit de blootstellingsbepaling van arbeid verricht in Nederland blijkt dat de minimale blootstellingseis van vijf vezeljaren niet is aangetoond. Daarom is het niet voldoende aannemelijk dat de longkanker is veroorzaakt door de asbestblootstelling tijdens het werk in Nederland. Met de huidige informatie kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van longkanker door asbestblootstelling in de zin van de Regeling TSB.
Rapporten Lexces en de vragen daarover van de rechtbank
3. Lexces heeft drie keer een oordeel uitgebracht over de aanvraag van eiser.
Het oordeel van 4 april 2024 is gebaseerd op het Protocol longkanker door asbest in het kader van Regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten van 9 januari 2023 [3] (Protocol 2023). Nadat eiser beroep had ingesteld is het Protocol 2023 gewijzigd. Daarom heeft het ISBG besloten om aan Lexces te vragen ook een beoordeling te maken volgens het Protocol voor de behandeling van aanvragen in het kader van de ziekte longkanker door asbest en/of silica bij de regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB) van 26 mei 2025 [4] (Protocol 2025). Het oordeel van 24 juli 2025 is gebaseerd op het Protocol 2025. Omdat bij de beoordeling van 24 juli 2025 de mogelijke blootstelling van eiser aan respirabel kristallijn silica niet was meegenomen, heeft Lexces de aanvraag op 14 oktober 2025 nogmaals beoordeeld volgens het Protocol 2025.
3.1
In de brieven van 3 maart 2026 en 5 maart 2026 heeft de rechtbank vragen gesteld aan de SVB. Met de brief van 11 maart 2026 heeft de SVB de Reactie aanvullende vragen dossier [dossiernummer] van Lexces van 10 maart 2026 aan de rechtbank gestuurd. Uit de beantwoording van de vragen van de rechtbank blijkt onder meer het volgende.
Tabel juli 2025 en tabel oktober 2025
3.2
In juli 2025 heeft een herbeoordeling door Lexces plaatsgevonden, omdat de TSB-Regeling en de protocollen waren gewijzigd. In de tabel bij het rapport van Lexces is de secundaire belasting in de functie ‘manager/keurmeester’ berekend op 0,95 vezeljaren en de veroorzakingswaarschijnlijkheid op 24%. Bij het rapport van Lexces van oktober 2025 is
een tabel gevoegd, waarin de secundaire belasting in de functie ‘manager/keurmeester’ is berekend op 0,69 vezeljaren en de veroorzakingswaarschijnlijkheid op 20%.
3.3.
In de reactie van Lexces van 10 maart 2026 is vermeld dat de tabel van oktober 2025 juist is. In de blootstellingsbepaling van juli 2025 is, per abuis, de blootstelling berekend tot aan het moment dat de aanvraag is ingediend. Het Deskundigenpanel heeft dit aangepast, aangezien alleen gegevens over de beroepshistorie tot aan de diagnosestelling longkanker meegerekend dienen te worden. Dit is te lezen in hoofdstuk ‘3. Bevestiging blootstelling’ van het Protocol 2025. De blootstelling ná de diagnose longkanker kan namelijk niet bijgedragen hebben in de veroorzaken van de initiële diagnose longkanker. De berekening van de blootstelling in de functie bij [naam bedrijf 3] is daarom bijgesteld tot aan de datum van diagnose, te weten 28 februari 2018. Dit levert het benoemde verschil op. De rechtbank is van oordeel dat deze toelichting begrijpelijk en overtuigend is. Daarom zal de rechtbank de herbeoordeling van juli 2025 verder buiten beschouwing laten.
Protocol 2025, stap 3
3.4.
Stap 3 van het Protocol 2025 voorziet in de mogelijkheid om in individuele gevallen een correctiefactor toe te passen van 2,5. Deze correctiefactor is, volgens de toelichting bij het Protocol 2025, bedoeld voor de gevallen waarbij aan de hand van het beroep van de aanvrager en de duur van de uitoefening van het beroep duidelijk is dat het langdurige blootstelling betreft. Uit de reactie van Lexces van 10 maart 2026 blijkt echter dat in de SYN-JEM applicatie versie 2.0 de factor automatisch op 2,5 is gezet. Tijdens de zitting hebben de SVB en de vertegenwoordigers van Lexces dat verder toegelicht. Deze wijziging van SYN-JEM betekent dat in alle gevallen, waarin een blootstellingsberekening volgens SYN-JEM wordt gemaakt, de correctiefactor 2,5 van stap 3 van het Protocol 2025 automatisch wordt toegepast. Dat betekent in het geval van eiser dat bij de berekening van de vezeljaren in de tabel bij het rapport van Lexces van 14 oktober 2025 de correctiefactor van 2,5 is toegepast.
Beoordeling door Lexces volgens Protocol 2023
3.5.
Bij de beoordeling door Lexces van 4 april 2024 behoort een tabel van 3 april 2024, waarin het aantal vezeljaren uitkomt op (afgerond) 0,93. In de tabel bij het rapport van Lexces van 14 oktober 2025 komt het totaal aantal vezeljaren uit op 1,42. In de reactie van 10 maart 2026 heeft Lexces uitgelegd dat het verschil in vezeljaren komt, doordat in 2024 geen correctiefactor werd toegepast en bij de berekening van oktober 2025 automatisch de correctiefactor van 2,5 is toegepast. De rechtbank stelt vast dat toepassing van het Protocol 2025 gunstiger is voor eiser en zal daarom de beoordeling door Lexces van 4 april 2024 buiten beschouwing laten. De rechtbank beschouwt de beoordeling van 14 oktober 2025 als een aanvullende motivering van het bestreden besluit.
Arbeidsanamnese
4. Het ISGB heeft een arbeidsanamnese afgenomen. In de tekst over de werkzaamheden van eiser bij [naam bedrijf 1] staat in de derde alinea twee keer het woord ‘remvoeringen’. Dat is vreemd, want eiser beschrijft dat hij bij [naam bedrijf 1] grote hoeveelheden voeringen van koppelingsplaten heeft vervangen. Desgevraagd heeft eiser tijdens de zitting bevestigd dat in plaats van ‘remvoeringen’ gelezen moet worden ‘voeringen van koppelingsplaten’.
Standpunt eiser
5. In de arbeidsanamnese heeft eiser benadrukt dat hij in zijn werk van automonteur bij [naam bedrijf 1] en bij [naam bedrijf 3] relatief veel aan asbest is blootgesteld, omdat hij bij [naam bedrijf 1] vooral voeringen van koppelingsplaten verving en bij [naam bedrijf 3] vooral remmen verving en repareerde. In zijn aanvullend bezwaarschrift van 22 augustus 2024 heeft eiser dit ook benadrukt. Ook tijdens de zitting heeft eiser nogmaals uiteengezet dat hij bij [naam bedrijf 1] de klinknagels uit de koppelingsplaten boorde, dat de asbesthoudende voeringen daardoor beschadigd raakten en dat hij grote aantallen koppelingsplaten bewerkte. Bij [naam bedrijf 3] bestond zijn werk voornamelijk uit het controleren en vervangen van remvoeringen, remblokken en remschoenen, die destijds allemaal asbesthoudend waren. In de arbeidsanamnese is verder uiteengezet dat bij verschillende werkzaamheden veel asbeststof vrijkwam.
5.1.
De rechtbank begrijpt het standpunt van eiser aldus, dat hij heel veel meer dan de gemiddelde automonteur is blootgesteld aan asbest en dat de correctiefactor van 2,5 onvoldoende is om die blootstelling mee te nemen in de berekening van de vezeljaren.
Beoordeling door de rechtbank
6. Tijdens de zitting is door de SVB en door de vertegenwoordigers van Lexces toegelicht hoe de beoordeling door het Deskundigenpanel van de blootstelling aan asbest plaatsvindt. De rechtbank begrijpt hieruit dat na de berekening van de blootstelling volgens de stappen 1 tot en met 4 van het Protocol 2025, wordt beoordeeld of de uitkomsten van die berekening, mede in aanmerking genomen de informatie die de aanvrager in de arbeidsanamnese heeft verstrekt, in orde zijn en dat zo nodig een aanpassing kan plaatsvinden. Ook is tijdens de zitting door de vertegenwoordigers van Lexces aangegeven dat deze aanpassing bijvoorbeeld kan plaatsvinden wanneer de aanvrager bepaalde type werkzaamheden heeft verricht.
6.1.
Tijdens de zitting is meegedeeld dat ook in het geval van eiser is gekeken of de gegevens uit de arbeidsanamnese tot een aanpassing van de uitkomst moesten leiden, maar dat dit niet het geval was. Daarbij is aangegeven dat deze beoordeling niet is vastgelegd in het rapport van Lexces.
6.2.
De rechtbank stelt vast dat in het bestreden besluit en het onderliggende rapport van Lexces van 14 oktober 2025 geen motivering is gegeven waarom, ondanks de uiteenzetting van eiser in de arbeidsanamnese over de grote blootstelling aan asbest, er geen reden was voor aanpassing van de uitkomst van de blootstellingsberekening volgens de stappen 1 tot en met 4 van het Protocol 2025. Dat betekent dat het bestreden besluit, in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet berust op een deugdelijke motivering. Dit besluit kent daarom een gebrek.
7. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om de SVB in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet de SVB nader onderzoeken en motiveren of het feit dat eiser tijdens de arbeidsanamnese, tijdens de bezwaarprocedure en in beroep heeft gesteld dat hij veel meer dan de gemiddelde automonteur is blootgesteld aan asbest, aanleiding geeft tot aanpassing van de uitkomst van de blootstellingsberekening. Als de SVB dat nodig vindt, kan eiser (door het ISGB) worden uitgenodigd voor een gesprek, waarin nader kan worden ingegaan op de werkzaamheden die eiser heeft verricht en de omstandigheden waaronder die werkzaamheden plaatsvonden. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de SVB het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
8. De SVB moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als de SVB gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de SVB. In beginsel, ook in de situatie dat de SVB de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
9. Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2013. [5]
10. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- draagt de SVB op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt de SVB in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzitter , en mr. J.M. Hollebrandse en
mr. L. van den Berg, leden, in aanwezigheid van mr. H. Peters, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

1.Artikel 2.16, derde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2025.
2.Een vezeljaar is een eenheid die wordt gebruikt bij het vaststellen van de cumulatieve blootstelling aan (asbest)vezels. Een vezeljaar is te berekenen door: blootstellingsconcentratie (in vezels per milliliter) x blootstellingsduur (in arbeidsjaren). Eén vezeljaar is dus 1 vezel per ml x 1 arbeidsjaar of 0,1 vezel per ml x 10 arbeidsjaren. Eén arbeidsjaar bestaat hierin uit 240 werkdagen van acht uur (bron: toelichting door het deskundigenpanel van 5 juli 2024, pagina 2, voetnoot 1).
3.Staatscourant 2023, 46.
4.Staatscourant 2025, 18096.