Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2990

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
11976700 \ CV EXPL 25-9339
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering woningstichting wegens niet-oneerlijke algemene voorwaarden

De woningstichting Nijkerk vordert betaling van een bedrag van gedaagde partijen die niet zijn verschenen in de procedure. Na een tussenvonnis waarbij de woningstichting de gelegenheid kreeg zich uit te laten over artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden, heeft zij haar vordering nader toegelicht.

De kantonrechter beoordeelt dat artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden geen oneerlijke bedingen bevat. Hoewel artikel 13.1 spreekt over 'alle kosten', wordt in artikel 13.2 gespecificeerd dat het gaat om wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, waardoor het beding eerlijk is.

De vordering wordt verder niet onrechtmatig of ongegrond geacht en wordt toegewezen. Gedaagde partijen worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 4.774,97, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 november 2025, en tot betaling van proceskosten van € 1.203,31. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Vordering woningstichting toegewezen, gedaagden veroordeeld tot betaling van €4.774,97 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11976700 \ CV EXPL 25-9339
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING NIJKERK,
gevestigd te Nijkerk,
eisende partij,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn Harderwijk,
tegen

1.[naam gedaagde 1]

en
2.
[naam gedaagde 2],
beide wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
niet verschenen.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Op 17 december 2025 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen, waarin de eisende partij in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden.
1.2.
Bij akte van 14 januari 2026 heeft de eisende partij haar vordering nader toegelicht.
1.3.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Naar aanleiding van de akte van de eisende partij overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden geen oneerlijke bedingen bevat. Hoewel in artikel 13.1 gesproken wordt over ‘alle kosten’, specificeert eisende partij in artikel 13.2 om welke dit gaat, namelijk wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Artikel 13.1 is in samenhang gezien met artikel 13.2 daardoor wel eerlijk. Dit betekent dat de kantonrechter artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden niet zal vernietigen.
2.2.
De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
2.3.
Gedaagde partijen worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,81
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
406,50
(1,5 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.203,31
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen, zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partijen hoofdelijk om aan Woningstichting Nijkerk een bedrag van € 4.774,97 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 10 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partijen hoofdelijk in de proceskosten van € 1.203,31, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde partijen niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagde partijen ook de kosten van betekening betalen,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
68348 53331