Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2994

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ARN 25_2818
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13, eerste lid, onder a, van de ParticipatiewetArt. 18, eerste lid, van de ParticipatiewetArt. 24, onder a, van de Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag aanvullende bijstand wegens inkomen boven bijstandsnorm

Eiseres heeft op 19 september 2024 een aanvraag ingediend voor aanvullende bijstand omdat het inkomen van haar partner, die sinds september 2024 gedetineerd is, is weggevallen. Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk wees de aanvraag af op 27 november 2024 en handhaafde dit besluit bij bezwaar op 5 juni 2025. Eiseres stelde dat het college ten onrechte niet de gehuwdennorm hanteerde en dat haar inkomen niet boven de bijstandsnorm uitkomt.

De rechtbank oordeelt dat het college terecht niet de gehuwdennorm toepaste, omdat de partner van eiseres gedetineerd is en daarmee niet-rechthebbende is. De toepasselijke norm is daarom 50% van de gehuwdennorm, die het college vanwege bijzondere omstandigheden met 20% heeft verhoogd naar de norm voor een alleenstaande. De berekening van het college toont aan dat het inkomen van eiseres, bestaande uit haar WIA-uitkering en toeslag, boven deze norm ligt.

Verder heeft het college aangegeven dat eiseres bijzondere bijstand kan aanvragen voor reiskosten om haar man in de Penitentiaire Inrichting te bezoeken, wat zij ook heeft gedaan. Kosten voor boodschappen voor haar man in de PI worden niet betrokken bij de beoordeling van aanvullende bijstand omdat deze ten behoeve zijn van een niet-rechthebbende partner. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag aanvullende bijstand wordt ongegrond verklaard omdat haar inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm ligt.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2818

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. C. de Vries),
en

het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk, het college

(gemachtigde: A.J.L. Bakker).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor aanvullende bijstand op grond van de Participatiewet (Pw). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de aanvraag om aanvullende bijstand van eiseres heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 19 september 2024 een aanvraag ingediend voor aanvullende bijstand. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 27 november 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiseres en de gemachtigde van eiseres zijn, zonder bericht van afmelding, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is gehuwd. Eiseres en haar partner ontvingen allebei een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De partner van eiseres is sinds september 2024 gedetineerd. De WIA-uitkering van de partner van eiseres is daarop per 5 oktober 2024 stopgezet. Sinds 5 oktober 2024 ontvangt eiseres een toeslag op haar WIA-uitkering op grond van de Toeslagenwet.
3.1.
Op 19 september 2024 heeft eiseres een aanvraag gedaan voor aanvullende bijstand, omdat het inkomen van haar partner is weggevallen. Ze stelt daarom niet meer in haar levensonderhoud te kunnen voorzien. Verder heeft zij extra kosten, namelijk boodschappen voor haar man in de Penitentiaire Inrichting (PI) en reiskosten voor het bezoeken van haar man in de PI.
3.2.
Vervolgens is het college overgegaan tot de onder 2 vermelde besluitvorming.
Is het college bij de besluitvorming van de juiste bijstandsnorm uitgegaan?
4. Eiseres stelt zich allereerst op het standpunt dat het college bij de besluitvorming ten onrechte heeft nagelaten om de gehuwdennorm als de voor haar geldende bijstandsnorm te hanteren.
4.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat het college terecht niet de gehuwdennorm als bijstandsnorm heeft gehanteerd. De echtgenoot van eiseres is gedetineerd en daarmee uitgesloten van het recht op bijstand. [1] Voor een gehuwde met een partner in detentie is de toepasselijke norm die van een gehuwde met een niet-rechthebbende partner. [2] Deze norm is 50% van de gehuwdennorm. Dat het college de gehuwdennorm had moeten hanteren, volgt de rechtbank daarom niet. Verder merkt de rechtbank op dat het college vanwege bijzondere omstandigheden de te hanteren bijstandsnorm voor eiseres met 20% heeft opgehoogd naar de norm voor een (reguliere) alleenstaande. [3]
Overschrijdt het inkomen van eiseres de voor haar geldende bijstandsnorm?
5. Eiseres betwist verder dat haar inkomen uit WIA-uitkering en toeslag de voor haar geldende bijstandsnorm overschrijdt.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft voor de beantwoording van de vraag of het maandelijks inkomen van eiseres boven of onder de voor haar geldende bijstandsnorm ligt (en zij aldus geen of wel recht heeft op aanvullende bijstand) de hoogte van haar WIA-uitkering inclusief toeslag afgezet tegen de voor haar geldende bijstandsnorm. Uit deze berekening volgt dat het inkomen van eiseres niet onder de voor haar geldende bijstandsnorm uitkomt. Eiseres heeft op geen enkele manier onderbouwd waarom deze berekening onjuist zou zijn. Het college heeft dan ook terecht geweigerd om eiseres aanvullende bijstand toe te kennen.
Reiskosten en boodschappen
6. Het college heeft in het bestreden besluit vermeld dat eiseres bijzondere bijstand kan aanvragen voor reiskosten om haar man in de PI te bezoeken, wat eiseres – zo bleek tijdens de zitting – ook heeft gedaan. Verder meent het college dat kosten voor boodschappen voor de man van eiseres in de PI niet worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of eiseres recht heeft op aanvullende bijstand, omdat dit kosten zijn ten behoeve van de niet-rechthebbende partner. Eiseres heeft dit niet bestreden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond
.Dat betekent dat het college terecht de aanvraag van eiseres om aanvullende bijstand heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie artikel 13, eerste lid, onder a, van de Pw.
2.Zie artikel 24, onder a, van de Pw.
3.Op grond van artikel 18, eerste lid, van de Pw