Uitspraak
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2.1. Verzoekster heeft zich tot het college gewend met een verzoek om een maatwerkvoorziening toe te kennen op grond van artikel 2.3.3. van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na een incident in de huiselijke sfeer is verzoekster samen met haar dochter ondergebracht in een hotel. Dit verblijf eindigt op 1 april 2026.
2.2. Verzoekster heeft na 1 april 2026 geen onderdak meer. Zij wil met het verzoek om voorlopige voorziening bereiken dat het verblijf in het hotel wordt verlengd tot in alternatieve huisvesting is voorzien. Ook wil zij een schadevergoeding van het college wegens schending van artikel 6, van het EVRM.
2.3. Niet in geschil is dat verzoekster en haar dochter niet terug kunnen naar de woning van haar voormalige partner waar zij voorheen verbleven. De voorzieningenrechter ziet in de gestelde omstandigheden en in afwachting van de door verzoekster in te dienen aanvraag om een woonurgentie aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en te bepalen dat met toepassing van artikel 2.3.3 van de Wmo het verblijf in het hotel wordt verlengd tot en met 15 april 2026. In de tussentijd zal door het college aanvullend onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden om verzoekster toe te laten tot de maatschappelijke opvang. Hierbij bepaalt de voorzieningenrechter dat verzoekster haar volledige medewerking dient te verlenen aan het onderzoek, en daarbij dient te accepteren dat medewerkers van het college een gesprek voeren met de dochter van verzoekster, zonder dat verzoekster hierbij aanwezig is. Ook zal verzoekster zelf de echtscheiding dienen aan te vragen en moet zij een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor woonurgentie.
2.4. Voor het toekennen van een schadevergoeding is in een procedure in het kader van een voorlopige voorziening geen ruimte. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in zoverre af.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening gedeeltelijk toe;
- bepaalt dat het verblijf in het hotel wordt verlengd tot en met 15 april 2026;
- wijst het verzoek voor het overige af.