ECLI:NL:RBGEL:2026:3037
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning kamerverhuur vier onzelfstandige woonruimtes
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep van omwonenden tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor kamerverhuur van vier onzelfstandige woonruimtes in een pand te Apeldoorn. Het college van burgemeester en wethouders had de vergunning verleend op grond van het TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels kamerverhuurpanden.
Eisers voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder onvoldoende zorgvuldigheid en motivering van het besluit, onvoldoende onderzoek naar parkeerdruk, woongenot, leefbaarheid, brandveiligheid, sociale veiligheid en de impact op de woningmarkt. De rechtbank heeft deze gronden afzonderlijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft getoetst aan het voorbereidingsbesluit en dat de vergunning niet leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu. Het deskundigenonderzoek naar parkeerdruk is voldoende gemotiveerd en het eigen onderzoek van eisers overtuigt niet. Ook de bezwaren over woongenot, brandveiligheid en sociale veiligheid slagen niet omdat het college voldoende waarborgen heeft getroffen en de situatie per aanvraag beoordeelt.
De financiële belangen van omwonenden kunnen niet worden betrokken bij de vergunningverlening, maar kunnen via planschadeprocedures worden behandeld. De rechtbank concludeert dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en de belangenafweging voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning kamerverhuur wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.