Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3083

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
ARN 25_1662
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar tegen maatwerkvoorschriften geluidsonderzoek

Eiseres, eigenaar van een pand, is het niet eens met het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre waarin maatwerkvoorschriften zijn opgelegd aan een andere B.V. voor het aanleveren van een geluidsonderzoek in verband met een bedrijfsverandering.

Het college heeft deze maatwerkvoorschriften opgelegd omdat de wijziging van het bedrijf kan leiden tot een wijziging van de geluidbelasting op omliggende woningen. Tegen dit besluit heeft de betreffende B.V. bezwaar gemaakt, dat door het college is afgewezen.

Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar, maar heeft zelf geen bezwaar gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt en ook niet heeft gesteld rechtsopvolger te zijn van de B.V. aan wie het besluit is opgelegd.

De rechtbank behandelt daarom niet de inhoudelijke beroepsgronden en wijst het beroep af zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaar tegen het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1662

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre

(gemachtigden: mr. L. Laansma en W. Kaastra).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een besluit van het college waarbij aan [naam bedrijf] B.V. maatwerkvoorschriften zijn opgelegd over het aanleveren van een geluidsonderzoek voor het veranderen van het bedrijf aan de [locatie] in [plaats]. Eiseres is eigenaar van het pand en is het niet eens met de oplegging van de maatwerkvoorschriften. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit over de maatwerkvoorschriften. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 29 december 2023 heeft eiseres een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer gedaan voor het veranderen van het horecabedrijf door het realiseren van hotelkamers, een ontbijtruimte en een keuken. Hierbij worden ook luchtbehandelingskasten en warmtepompen geplaatst op zeer korte afstand van woningen van derden.
2.1.
Bij besluit van 18 april 2024 heeft het college maatwerkvoorschriften voor het aanleveren van een geluidsonderzoek aan [naam bedrijf] B.V. opgelegd. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat wijziging van het bedrijf kan leiden tot een wijziging van de geluidbelasting op de omliggende woningen en daarom aanleiding kan geven tot aanpassing van de eerder bij besluit van 12 juli 2022 opgelegde maatwerkvoorschriften.
2.2.
Tegen het besluit van 18 april 2024 is bezwaar gemaakt door [naam bedrijf] B.V. Bij beslissing op het bezwaar van 11 maart 2025 heeft het college het besluit over de maatwerkvoorschriften in stand gelaten.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.
2.4.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
2.5.
Bij brief van 16 juli 2025 heeft de rechtbank partijen voorgehouden dat zij een zitting niet nodig vindt. Bij brief van 4 augustus 2025 heeft de gemachtigde van eiseres laten weten dat eiseres een zitting wenst.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank ambtshalve of het beroep ontvankelijk is.
4. Vast staat dat het college het besluit over de maatwerkvoorschriften heeft opgelegd aan [naam bedrijf] B.V. en dat die B.V. ook bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit. Vervolgens is tegen het besluit op bezwaar beroep ingesteld door een andere B.V., namelijk eiseres. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt. Geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt. [1] Eiseres heeft ook niet gesteld dat zij de rechtsopvolger van [naam bedrijf] B.V. is. De rechtbank is daarom van oordeel dat het eiseres valt te verwijten dat zij geen bezwaar heeft gemaakt. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden van eiseres. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.