Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3101

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11754126 \ CV EXPL 25-5039
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens vallende takken door zorgplicht gemeente niet geschonden

Eiser vordert schadevergoeding van €6.268,65 wegens schade aan zijn auto veroorzaakt door vallende takken van bomen aan het Zwarte Laantje, eigendom van gemeente Ede. Eiser stelt dat de gemeente onvoldoende onderhoud en controle heeft uitgevoerd ondanks meerdere meldingen.

De gemeente voert aan dat zij een inspanningsverplichting heeft nagekomen door periodieke controles en onderhoud, waaronder een Visual Tree Assessment, en dat er geen sprake is van een resultaatsverplichting. De rechtbank overweegt dat een eigenaar van bomen een zorgplicht heeft om risico's te beperken, maar geen risicoaansprakelijkheid draagt voor vallende takken zonder gebreken of achterstallig onderhoud.

De rechtbank concludeert dat de gemeente voldoende maatregelen heeft genomen, waaronder controles na meldingen en regulier onderhoud. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom extra maatregelen noodzakelijk waren. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat de gemeente haar zorgplicht niet heeft geschonden.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11754126 \ CV EXPL 25-5039
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
[naam eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: H. van Hunnik,
tegen
GEMEENTE EDE,
gevestigd te Ede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Gemeente Ede,
gemachtigde: M. Keizer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 23 juli 2025 en de daarin genoemde processtukken,
  • de akte overlegging nadere producties van 14 oktober 2025 van [de eiser] .
1.2.
Op 5 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [de eiser] was hierbij aanwezig met zijn gemachtigde. Namens de Gemeente Ede was [vertegenwoordiger gedaagde] (adviseur verzekeringen) aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de mondelinge behandeling.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
Op 26 februari 2023 meldt [de eiser] bij Gemeente Ede dat takken uit een of meerdere bomen langs het Zwarte Laantje zijn gevallen waardoor de auto van [de eiser] beschadigd is geraakt. Gemeente Ede voert naar aanleiding van de melding op 9 maart 2023 een visuele controle uit aan de bomen rondom de aan [de eiser] toegewezen parkeerplaats bij zijn appartement.
2.2.
Op 8 januari 2024 en 9 februari 2024 meldt [de eiser] wederom bij Gemeente Ede dat takken uit bomen vallen die schade veroorzaken aan zijn auto. Naar aanleiding van de melding controleert een medewerker van Gemeente Ede meerdere bomen op 13 februari 2024. Ook vindt er op 30 april 2024 een Visual Tree Assesment inspectie (hierna: VTA-inspectie) plaats waarbij bomen aan het Zwarte Laantje wordt gecontroleerd en onderhouden.
2.3.
Op 5 september 2024 vallen wederom takken uit een of meerdere bomen waardoor de auto van [de eiser] beschadigd raakt. Gemeente Ede heeft hierna op 25 oktober 2024 en 28 november 2024 controles uitgevoerd. Ook op 1 januari 2025 vallen er takken uit de boom, deze richten geen schade aan doordat ze op lager hangende takken blijven steken.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert na eisvermindering (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:
Gemeente Ede veroordeelt tot betaling van € 6.268,65, te vermeerderen met de wettelijke rente,
Gemeente Ede veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
[de eiser] legt aan zijn vordering (samengevat) ten grondslag dat Gemeente Ede niet voldaan heeft aan de zorgplicht die op haar rust als eigenaar van de bomen aan het Zwarte Laantje, waardoor hij schade ter hoogte van € 6.268,25 heeft geleden aan zijn auto. Volgens [de eiser] heeft Gemeente Ede niet adequaat gehandeld nadat hij meermaals meldingen heeft gemaakt van vallende takken.
3.3.
Gemeente Ede voert (samengevat) aan dat de zorgplicht die op haar rust een inspanningsverplichting is en geen resultaatsverplichting. De bomen aan het Zwarte Laantje zijn periodiek gecontroleerd en onderhouden waarbij geen bijzonderheden zijn opgemerkt. Naar aanleiding van de meldingen van [de eiser] hebben medewerkers van Gemeente Ede ook visuele controles uitgevoerd en daarnaast heeft Gemeente Ede de geplande VTA-controle eerder uitgevoerd. Gemeente Ede voert dan ook aan niet aansprakelijk te zijn voor de geleden schade van [de eiser] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Zorgplicht Gemeente Ede
4.1.
De beukebomen aan het Zwarte Laantje betreffen monumentale bomen van ruim 100 jaar oud. De aan [de eiser] toegewezen parkeerplaats van het appartementencomplex grenst aan het Zwarte Laantje. Tussen partijen is niet in geschil dat de schade van [de eiser] is veroorzaakt doordat takken van de bomen op zijn auto is gevallen. In deze procedure ligt de vraag voor of de Gemeente Ede de schade van [de eiser] moet vergoeden. Ten aanzien hiervan overweegt de kantonrechter als volgt. [de eiser] stelt dat sprake is van een flinke hoeveelheid dood hout en dat forse takken blijven vallen, zonder dat sprake is van storm of harde wind. Gemeente Ede heeft volgens [de eiser] de noodzakelijke controle en het onderhoud niet tijdig uitgevoerd. Ook is het gepleegde onderhoud aantoonbaar onvoldoende gebleken, de takken bleven immers vallen. Hierbij speelt volgens [de eiser] ook een rol dat voorafgaand aan de incidenten sprake is geweest van droge zomers, dit heeft ook impact op de bomen en dit zou reden moeten zijn voor Gemeente Ede om extra maatregelen te treffen. Gelet op de hoeveelheid meldingen had Gemeente Ede dus meer moeten doen om te voorkomen dat forse takken uit de bomen vielen. Als Gemeente Ede dit adequaat had gedaan, dan had de schade aan de auto van [de eiser] voorkomen kunnen worden.
4.2.
De kantonrechter stelt het volgende voorop. Het enkele feit dat een tak van de boom is afgebroken en op de auto van [de eiser] is gevallen, levert niet direct een onrechtmatige daad op. Op een eigenaar van een boom rust namelijk een zorgplicht om het risico te beperken dat een tak van een boom schade veroorzaakt aan mensen en/of zaken. De boomeigenaar moet, ter beperking van dit risico, alle maatregelen treffen die van hem als zorgvuldig handelend eigenaar van de boom op deze plaats redelijkerwijze mogen worden verlangd. Bij de vraag of een boomeigenaar alle maatregelen heeft getroffen die haar als zorgvuldig handelend eigenaar redelijkerwijze mochten worden verlangd, dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Dit is het toepasselijke beoordelingskader. Aldus rust op een boomeigenaar geen risicoaansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van vallende taken uit bomen.
4.3.
De schade die [de eiser] vordert is, blijkens de door hem overgelegde onderbouwing, ontstaan door takken die op 8 januari 2024 en 9 februari 2024 uit een of meerdere bomen zijn gevallen. Voor het antwoord op de vraag of Gemeente Ede aan haar zorgplicht heeft voldaan, is dus van belang welke maatregelen Gemeente Ede heeft genomen tot en met 9 februari 2024. Gemeente Ede heeft bij haar conclusie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling nader gemotiveerd dat zij periodiek de bomen controleert. Deze periodieke controle wordt uitgevoerd door een boomdeskundige en dit gebeurt met een hoogwerker op hoogte. Daarnaast wordt gelijktijdig ook onderhoud gepleegd aan de bomen. Het gaat om een frequentie van één keer per drie jaar. Op 24 november 2021 is de boom gecontroleerd, waarbij uit het systeem van Gemeente Ede blijkt dat de conditie van de boom goed was. Een onderhoudsfrequentie van drie jaren is gebruikelijk. Een korte interval is enkel aangewezen indien daartoe een concrete aanleiding bestaat. Destijds is naast de controle ook snoeiwerk verricht. Na de eerste melding van 26 februari 2023 hebben gespecialiseerde medewerkers van Gemeente Ede op 9 maart 2023 een visuele controle uitgevoerd waarbij geen dood hout of andere bijzonderheden zijn geconstateerd. Gemeente Ede is van oordeel dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht.
4.4.
Gelet op deze gemotiveerde betwisting van Gemeente Ede is het aan [de eiser] om te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat Gemeente Ede onvoldoende maatregelen heeft getroffen na de meldingen van 26 februari 2023 en daarmee haar zorgplicht heeft geschonden. Ter onderbouwing van zijn stellingen overlegt [de eiser] foto’s van de takken die zijn gevallen en foto’s van de schade aan de auto. Hoewel [de eiser] stelt dat Gemeente Ede meer had moeten doen naar aanleiding van de meldingen, motiveert [de eiser] onvoldoende waarom dit het geval is. [de eiser] onderbouwt namelijk niet waarom er een noodzaak bestond om meer controles en onderhoud aan de bomen uit te voeren. Het periodieke onderhoud is immers uitgevoerd en ook na de eerste melding is een visuele controle uitgevoerd. Het enkele feit dat op 26 februari 2023 en 9 januari 2024 takken zijn gevallen, is onvoldoende om een schending van de zorgplicht aan te nemen. Een boom kan ook takken laten vallen, zonder dat sprake is van gebreken aan de boom of achterstallig onderhoud. Nu [de eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat de Gemeente Ede haar zorgplicht heeft geschonden, zal de kantonrechter de vorderingen van [de eiser] afwijzen.
De proceskosten
4.5.
[de eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gemeente Ede worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00
Uitvoerbaar bij voorraad
4.6.
De veroordeling in dit vonnis tot betaling van de proceskosten wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [de eiser] af,
5.2.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [de eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [de eiser] ook de kosten van betekening betalen,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
68348 51588